De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De tegenwoordigheid van de Heilige Geest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De tegenwoordigheid van de Heilige Geest

5 minuten leestijd

„Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en de Geest Gods in u woont?". Deze woorden schreef de apostel Paulus aan de gemeente van Korinthe. Sinds Pinksteren woont de Geest in de gemeente. Maar nu komt het er op áán, dat die inwoning iets uitwerkt. De tegenwoordigheid van de Geest zal ergens uit blijken. Dan komen de vruchten en gaven voor de dag. We wezen er reeds op, dat er in de Heilige Schrift onderscheid gemaakt wordt tussen de vruchten en gaven. Zo lezen we o.a. in Gal. 5 : 22: Maar de vrucht des Geestes is: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Déze vruchten behoren op de akker des harten te bloeien. Zij rijpen door het vervuld worden met de Geest. Hoe meer de Heilige Geest op ons hart beslag gaat leggen, des te duidelijker zullen deze vruchten openbaar worden.

Nu rijst de vraag: Geldt ditzelfde ook van de gaven van de Heilige Geest? Ontegenzeggelijk spreekt het Nieuwe Testament van vele gaven des Geestes. En nu bedoelen we niet zozeer de algemene gaven als: het in Christus geschonken heil, het geloof, het eeuwige leven, maar de bijzondere gaven des Geestes. Daarover spreekt Paulus in Romeinen 12 en 1 Korinthe 12—14. Wanneer wij deze lijsten naast elkaar leggen, dan valt het ons op, dat zij verschillen. In Rom. 12 worden gaven genoemd, die in 1 Kor. 12 niet worden opgesomd en omgekeerd. Daar moeten we wat uit leren, n.l. dat Paulus aan de éne gemeente àndere Geestesgaven noemt dan aan de andere. Hieruit blijkt, dat niet overal dezelfde gaven van de Geest aanwezig waren. Laat staan, dat wij de dwingende eis mogen gaan stellen, dat bepaalde Geestesgaven er zéker moeten zijn, zoals in sommige kringen van Pinkstergemeenten gebeurt. Dan forceren wij de zaak. De Heilige Geest is vrij om aan bepaalde personen en in bepaalde tijden gaven te schenken aan wie Hij wil. De Geest is nergens aan te binden, in die zin, dat wij Hem ergens toe kunnen dwingen. Het gaat al te ver als men beweert, dat het spreken in tongen, de profetie en de gaven der genezing er moeten zijn. Dan krijgen we een gesloten lijst van gaven des Geestes en volgens de H. Schrift dient deze open te zijn. Ligt het gevaar niet voor de hand, dat, waar men zich vastlegt op bepáálde gaven des Geestes, men in een kramphouding gaat leven? Men wil n.l. iets doordrijven om als een „mondig" christen aangezien te worden. Kan dat niet tot allerlei excessen leiden?

Over 't algemeen heeft men vanuit de Pinkstergroepen nogal kritiek op de kerk, omdat men daar onder „de voogdij der theologie" leeft. Het is véél te dogmatisch, verstandelijk doordacht. Ik zou willen vragen: is 't verstand géén gave van God? Wij weten, dat het door de zonde verduisterd is, maar, als het vernieuwd, geheiligd wordt door de Heilige Geest, is het dan geen rijke gave? Ik denk aan mannen als Augustinus en Calvijn, die een zeer scherp verstand hadden. Zijn ze niet tot een grote zegen voor de kerk geweest? Hebben zij geen diepe, geestelijke zaken naar voren gebracht? Zijn ze niet krachtige instrumenten van de Heilige Geest geweest? En plaats daar nu eens tegenover b.v. de Wederdopers. Waar is dit uiteindelijk op uit gelopen? Zij wilden het ook van het bijzondere, het extatische, hebben, althans niet in het voetspoor van de kerk blijven. Nu wil ik de Pinkstergroepen geen onrecht aandoen door hen linea recta naast de Wederdopers te stellen. Temeer, omdat er een zeer grote verscheidenheid is. In Amerika zijn er honderden groepen. Er zijn ook zeer gematigde Pinkstergemeenten, die waardérend over de kerk blijven spreken en van alle geestdrijverij wars zijn. Ons is bekend, dat er óók zijn, die geregeld in de kerk komen, mits er een warme, bijbelse preek gebracht wordt. Met deze mensen is zéker te praten. Daarnaast ontmoeten wij er ook, die voor de kerk geen goed woord over hebben. Er deugt niets. Als reformatorisch christen doet je 't dan pijn, dat mannen als Luther en Calvijn zo afgekraakt worden. Van alle kanten zoekt men dan naar „vuile was" uit de kerk om die zo hoog mogelijk op te hangen. En zeker, ook de reformatoren hadden hun fouten en zonden. Wij willen niet aan heiligenveréring doen. Maar dat zij een instrument van de Heilige Geest geweest zijn om de kerk terug te roepen tot het Woord van de levende God, staat onwrikbaar vast. Zij hebben hun leven er voor in de waagschaal gesteld, omdat zij wisten waarvoor zij streden en zich bewust waren in Gods hand te zijn. Is het geen goddeloos bedrijf als bepaalde leiders van Pinkstergroepen deze mannen zo van de kaart vegen? Getuigt dat van tegenwoordigheid van de Heilige Geest? Vermaant de Geest ons niet tot voorzichtigheid? En noemt Paulus als de eerste vrucht van de Geest niet de liefde? „Al ware het dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal of luidende schel geworden. En al ware het, dat ik de gave der profetie had en wist al de verborgenheid en al de wetenschap en de liefde niet had, zo ware ik niets. Want .. profetieën zij zullen teniet gedaan worden, tongen, zij zullen ophouden, maar de liefde vergaat nimmermeer. Wat hebben we aan de éérste vrucht, die Paulus in Gal. 5 noemt de handen vol. Wat is het nodig alvorens we over allerlei gaven gaan spreken het dáár over te hebben. De Geest deelt geen gaven uit die met de vruchten in strijd zijn en zeker niet met de eerste vrucht der liefde. Onze Heere Jezus Christus is in het grote gebod der liefde Zelf voorgegaan. Maar Hij was dan ook vol van de Heilige Geest. Waar de Heilige Geest, Die van de Vader en de Zoon uitgaat, woont, daar komt éérst de liefde. Het is het eerste symptoom van de tegenwoordigheid van de Heilige Geest.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De tegenwoordigheid van de Heilige Geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 maart 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's