De gaven van de Heilige Geest
In 1 Kor. 12 geeft Paulus uitvoerig bericht over de verschillende gaven, des Geestes. Wij kunnen hier nu niet in den brede op ingaan. Op twéé dingen willen wij echter letten. In de eerste plaats, dat het hier gaat om gáven van de Heilige Geest. Het zijn genade-gaven, waarover wij dus zelf niet te beschikken hebben. Dat wordt ons niet gezegd om ons in een soort lijdelijkheid er van af te maken (want de Geest wil de gelovigen juist activéren), maar wèl om uit te laten komen, dat wij de Geest niet kunnen dwingen.
In de tweede plaats mag het ons niet ontgaan, dat Paulus hier drie keer het woord „verscheidenheid" gebruikt. Er is verscheidenheid der gaven, der bedieningen, der werkingen. De apostel noemt dan: wijsheid, kennis, geloof, gave der gezondmaking, profetie, onderscheiding der geesten, het spreken in tongen, uitlegging der tongentaai. Duidelijk laat de apostel uitkomen, dat deze gaven niet bij allen aanwezig behoeven te zijn. Het gaat hem steeds om de opbouw van de gemeente in het allerheiligst geloof. Dan komt (volgens Paulus) wijsheid van pas. Wijsheid in het leiden van een gemeente, om in een moeilijke situatie het juiste woord te spreken en tactvol te handelen. Ook kennis is een gave van de Geest. Deze kennis doet dieper indringen in de heilsplannen van God. Verder noemt hij het geloof. Dit is niet het „algemeen" geloof, maar een geloof met bijzonder zichtbare resultaten. Zo was het b.v. bij Elia op de Karmel (1 Kon. 18), bij Petrus aan de schone poort van de tempel (Hand. 3), bij Paulus tijdens de schipbreuk (Hand. 27), bij Luther in Worms. Het betreft hier geloof in een bijzondere situatie. Ook dat is een gave van de Geest. Merkwaardig is, dat men in Pinkstergroepen zo'n zwáár accent legt op de gave der genézing. Dat ligt voor de hand, als men graag met opzienbarende en demonstratieve methoden werkt. Toch moeten we deze gave niet àfschrijven. De tekst uit Hebr. 13 (die veelal door de Pinksterbeweging wordt genoemd): „Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid", blijft waar! Waarom zou ook nu niet iemand door de Geest de gave der genezing kunnen ontvangen? Bovendien, een krachtig gebed vermag véél. Mij is een geval bekend waarbij alle doktoren de hoop voor een patiënt hadden opgegeven. Toch is hij genezen, maar er is in die tijd zéér veel voor hem gebeden. Nu komt echter de vraag of wij hier een systeem van mogen maken. Mogen wij de Geest dwingen deze gave altijd te schenken? Menigeen, die z.g.n. genézingsdiensten heeft méégemaakt, weet beter. Wat een bittere teleurstellingen zijn hier geboekt. Daarom mogen wij nooit de vrijmacht van de Heilige Geest uit het oog verliezen. Niemand mag op sensatie uit zijn, dan neemt de Geest deze gave weg. Trouwens, hoe kwamen deze gaven in het N. Testament voor? Als voorbereidingen en aanleidingen tot de prediking van het Evangelie. Zo in Hand. 3, waar de genezing van de kreupele door Petrus, aanleiding geeft tot een prediking aan het volk en aan het Sanhedrin over Jezus van Nazareth, die dit grote werk gedaan heeft. Zo gaven ook de wonderen, die Filippus verrichtte in Samaria hem een open deur voor de verkondiging van het Evangelie (Hand. 8). Dat kan de Heere vandaag nog doen. Maar het is en blijft een gave waar wij niet over te beschikken hebben naar willekeur.
Iets anders is de vraag of er bij ons niet te weinig gebed is in geval van ziekte en tevéél op de medische wetenschap vertrouwd wordt. God de Heere werkt door middelen, maar, worden ze vaak niet losgemaakt van de Gever? Koning Asa vertrouwde óók meer op de artsen dan op de Heere, maar zij konden hem toch niet helpen. Ook de medische wetenschap is afhankelijk van Gods zegen. We mogen haar dankbaar aanvaarden, maar nooit vergeten, dat er méér is. Als het God belieft kan Hij het ook zonder middelen. Niet voor niets begint onze apostolische geloofsbelijdenis met: „Ik geloof in God de Almachtige!" In Hand. 19 lezen we, dat de zweetdoeken en gordeldoeken van Paulus werden gebruikt om zieken te genezen en duivelen uit te werpen. Maar de doorbraak van het rijk van Christus stond daar op het spel. Er was in deze prille tijd van de kerkgeschiedenis een worsteling gaande tussen het rijk der duisternis en het rijk van het licht. Volgens de H. Schrift is deze strijd er altijd. Toen echter stond de prediking van het Evangelie in de wereld nog héél aan het begin. Vandaar, dat we telkens lezen van een krachtige doorbraak. Vanzelfsprekend is God bij machte om zulke wonderen ook nu te doen, maar de vraag is of het Hem behaagt, aangezien wij een totaal andere periode van de geschiedenis zijn binnengetreden. Elke tijd heeft z'n speciale behoeften. Hebben wij in onze tijd geen grote behoefte aan de gave der profetie en het onderscheiden der geesten? Vooral nu er een chaos van meningen (vooral ook in de kerk) losgebroken is. Alles wordt immers aan kritiek onderworpen. Ook het Woord van God.
Hebben we daarom in onze tijd geen profeten nodig, die een diep inzicht hebben in de Heilige Schrift? Die de taal des Geestes verstaan en zich ontrukt hebben aan de bedorven taal van de geseculariseerde mens? De moderne mens weet niet meer wat openbaring is. Er bestaat alléén maar wetenschap. Dat wil zeggen: een kennis vanuit de mens. Alleen wat de mens ontdekt is waar. Zo wordt ook het taalgebied van de H. Schrift verwoest door de taal der wetenschap. De Heilige Schrift is een taalwonder van de Heilige Geest. Maar de mens is een gevangene van de taal der wereld. Nodig hebben we profeten, die de taal des Geestes verstaan. Wij moeten de taal kennen, waarin God de mens maakt tot een nieuw schepsel. Hoe schreiend heeft de kerk behoefte aan mensen, die de verborgen omgang met God kennen en daardoor een diep inzicht in Zijn Openbaring. Géén slaven van de wetenschap. Want, wat is wetenschap anders dan een verzameling van menselijke gegevens in een bepaald tijdstip? Hoeveel theorieën moesten in de loop der eeuwen gecorrigeerd worden of zelfs herroepen. Al mogen wij de wetenschap ook als een gave van God beschouwen, zij mag nooit heersen over Gods Openbaring in de Heilige Schrift, maar heeft zich daaraan te onderwerpen.
Daarom hebben wij profeten nodig, die wakker zijn en de dingen zien in de lijn zoals God ze ziet. Ontbreekt de profetie dan wordt het volk ontbloot. Dan verdwijnt de kennis der dingen waar het in wézen om gaat.
Verder hebben wij dringend behoefte aan de gave van de „onderscheiding der geesten". Dat is ook een geschenk van de Heilige Geest. Uit onszelf kunnen wij het „snode" van het „kostelijke" niet onderscheiden. Wat heeft de duivel van véél onkunde geprofiteerd. Onkunde zet altijd de deur open voor dwaling. Paulus bedoelt in 1 Kor. 12 en 14 te zeggen, dat ook de geest der profetie getoetst moet worden. Want, iedereen kan zich wel opwerpen tot profeet, maar er is ook valse profetie, die regelrecht uit de hel stamt. En wat kan deze verwoestend werken. Daarom noemt Paulus ook de gave van de onderscheiding der geesten.
Tegenwoordig is ook wel broodnodig de onderscheiding der „theologieën". Welk een zwadder van bedorven theologie golft er thans over kerk en wereld. Wat een verwoestende invloed gaat daar van uit. Als mensen uit Pinkstergroepen ons daarop wijzen hebben zij gelijk. Er waait een geest van humanisme en horizontalisme door de kerk. Zelfs het marxisme gaat z'n stempel op velen drukken. Dat kan nooit uit de Heilige Geest zijn. Dit alles botst tegen het werk van de Geest. Maar, zal dat niet één van de tekenen van de eindtijd zijn, dat de Geest steeds meer schiftend en scheidend gaat werken? Zullen de voorboden van de antichrist niet steeds meer in het zicht komen? Dit brengt ons tot een nieuw aspect, n.l. de Heilige Geest en de eindtijd. Daarover een volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's