De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De laatste woorden van Jezus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De laatste woorden van Jezus

6 minuten leestijd

En Jezus, roepende met grote stem, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest. Lukas 23 : 46

Het is de negende ure. Dat is het uur van het gebed, drie uur in de middag. Op dit ogenblik reciteren in de tempel in Jeruzalem de levieten monotoon de woorden van psalm 141:

"Mijn beê met opgeheven handen/ klimm' voor uw heilig aangezicht/ als reukwerk voor U toegericht,/ als offers die des avonds branden."

Intussen brengt de priester in het Heilige het avondoffer.

Op hetzelfde moment wordt op Golgotha een offer gebracht.. De grote Hogepriester Jezus Christus brengt het grote Offer van Zijn leven. Overal in het Joodse land knielen de joden neer en bidden hun avondgebed. Ook Jezus bidt op Golgotha. Ook Zijn gebed klimt voor Gods heilig aangezicht: „Vader, in Uwe handen beveel Ik Mijn Geest”.

Jezus citeert hier een woord uit psalm 31. David, de man naar Gods hart, bidt hier vurig om behoud. Zijn tegenstanders hadden het gemunt op zijn ondergang. Hij gaat gebogen onder groot verdriet. Maar uit zijn ellende roept hij tot de God zijner Sterkte. Hij geloofde, dat God hem zou verhoren en hem zou uithelpen. Daarom legt hij zijn leven in de bewaring van de Heere, bij Wie uitkomsten zijn, zelfs tegen de dood. Heere, in Uw handen beveel ik mijn geest. David neemt hier als het ware zijn leven en legt het in Gods sterke handen.

Dit woord neemt Jezus over. Hij weet, dat Hij sterven moet. Hij wil niet anders. Hij wil Zijn leven afleggen om zo de Zijnen te verlossen van de dood, de zonde en de duivel. Hij weet echter heel zeker, dat Hij wel Zijn leven zal afleggen, maar Hij zal het daarna weer uit de hand van Zijn Vader terugontvangen. Hij twijfelt er niet aan of de Vader zal het werk, dat Hij naar lichaam en ziel voltooid heeft, aannemen en Hem daarna opwekken uit de dood.

De Zoon van God gaat sterven. De dood overwint Hem echter niet, maar Hij overwint de dood. Hij wordt niet door de dood overvallen, overweldigd en overwonnen. Maar Hij gaat vrijwillig de dood tegemoet. Wat een tegenstelling met het stervan van ons mensen. Ons sterven is een moeten sterven. Jezus' sterven is een willen sterven, een zich geven in de dood, opdat Hij door Zijn dood allen die de Vader aan Hem gegeven had van de eeuwige dood zou verlossen.

Dat blijkt wel heel duidelijk uit de woorden: Jezus, roepende met grote stem. Hiermee legt Hij openlijk getuigenis af, dat Hij vrijwillig het leven aflegt. De Koning is gereed. Het lijden is geleden. Laat hem nu maar komen die het geweld van de dood heeft: Vader, in Uwe handen beveel Ik Mijn Geest. Jezus treedt de vallei van de dood binnen, maar Hij is verzekerd, dat Hij die koninklijk weer zal verlaten. Voor de tussentijd stelt Hij Zijn ziel onder de bescherming van de Vader, die Hem weldra zal verhogen. De Zon der gerechtigheid gaat onder achter de kruisheuvel van Golgotha om op de Paasmorgen als de Paaszon der Opstanding te verrijzen in de hof van Jozef van Arimathea.

In dit woord van Christus klinkt het reeds door: Niet aan de vorst der duisternis is het laatste woord, niet aan de mensenmoorder van den beginne, die Gods schepping heeft bedorven, maar aan U, o Vader, is het laatste woord.

Lezer(es) hebt u dit kruiswoord goed gehoord. Jezus roept het met luider stem. Jezus gaat sterven. Jezus geeft de Geest. Allesbeheersend moment. Dit is het keerpunt in de geschiedenis. Door Zijn dood heeft de Heiland de Satan en zijn machten ontwapend en openlijk ten toon gesteld en over hen gezegevierd.

Hoe staan wij in gedachten op Golgotha bij die stervende Jezus, die Zijn laatste woorden uitspreekt? Hebben wij de dood al leren kennen in zijn verschrikking? Is onze zonde en ongerechtigheid ons al een last geworden, zodat we uitroepen: Ik ellendig mens, wie zal ons verlossen van het lichaam dezes doods? Hebben deze laatste woorden van Jezus ons al doen ontwaken uit onze doodslaap en ziende op Die Rechtvaardige, Die onschuldig Zijn leven in de dood gaf, leren uitroepen: O Heere, ik heb gezondigd, ik verdien de eeuwige dood, maar Gij hebt niets gedaan? En vielen wij als des doods schuldigen aan Zijn voeten?

Volharden we misschien nog in een weg van zelfverlossing? Zo was het met die ene moordenaar. Hij brengt het niet verder als de spottende uitroep: „Indien Gij de Christus zijt, verlos Uzelf en ons". Dat is zijn laatste woord, uitgeroepen voor de poort van de dood. Hier zien we een mens, die geen Verlosser nodig heeft. Hij moet boeten voor zijn eigen zondige daden maar is niet boetvaardig. Daarom wacht hem de buitenste duisternis, maar ook allen die vandaag in onboetvaardigheid blijven volharden.

Hoe anders als wij als boetvaardigen neerknielen aan de voet van het kruis en wij met de andere kwaaddoener leren uitroepen: „Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn". Vlak voor de poort van dood en hel capituleert hier een verloren mens, die het oordeel aanvaardt. Wij ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben. En met het oordeel voor ogen ontdekt deze boetvaardige het Koninkrijk van Christus, dat gebouwd wordt aan het middelste kruis.

Hebben wij deze woorden al leren overnemen: Gedenk onzer Heere, wij hebben gezondigd tegen de Hemel en voor U? Waar we dit met mond en hart leren belijden, daar komt toekomst voor ons. Daar leert Christus Zijn laatste woorden aan het kruis gesproken naspreken.

Jezus heeft Zijn laatste woorden: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest uitgesproken, opdat al de Zijnen, niet steunend op hun verdiensten, want ze zijn een kleed dat weggeworpen moet worden, maar steunend op Zijn verdiensten, het zouden naspreken, zij het ook met zwakke stem: Heere Jezus, ontvang mijn geest. Met deze woorden ging Stefanus ten hemel in. Christus maakt het waar in het leven van al de zijnen, dat zij in meerdere of mindere mate in het geloof Christus' laatste woorden van overwinning en overgave toeëigenen als woorden van genade en ontferming gesproken tot verlorenen.

Doordat Jezus het offer van Zijn leven wilde geven aan het vloekhout op Golgotha en sprak: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn Geest, maakte Hij de toegang vrij tot het Vaderhuis voor mensen, die die toegang zelf toegeloten hebben.

Werd het voor ons Goede Vrijdag? Daar is het voor ons een beleefde zaak geworden:

Gij hebt mijn ziel beveiligd voor de dood/ Gij richt mijn voet, dat hij zich nimmer stoot/ Gij zijt voor mij een schild in alle nood./ Gij hebt mijn smart verdreven.

Heere, ik dank u, dat Gij aan het kruis deze woorden: „Vader, in Uw handen beveel Ik mijn Geest" hebt willen spreken en mij zondaar door Uw geest zo wilt spreken van het Leven, dat stand houdt in eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De laatste woorden van Jezus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's