De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Toenadering tussen Rome en Reformatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Toenadering tussen Rome en Reformatie

5 minuten leestijd

V

Wij blijven intussen zitten met de vraag, hoe men er dan toch zo gemakkelijk toe komt om het geloof der Reformatie als verouderd te beschouwen en het om te buigen naar een nieuwe leer van de medewerking van de mens, onder het motief: God en mens zijn geen concurrenten?

Om daar het antwoord op te vinden, moet men goed zien, wat er feitelijk in deze ombuiging is geschied. Dat namelijk, wat de Reformatie beleed als zuivere genadegift van God in de rechtvaardiging en vernieuwing van de zondaar, is door de nieuwe theologie gelegd in het menszijn als zodanig. De mens alszodanig is geen concurrent, maar partner van God. Men gaat dus van de schepping uit redeneren en vereenzelvigt deze met de verlossing, die nu in het heden zich voltrekt, zonder dat men (voldoende) de verwoestende aanwezigheid van de zonde erkent en zonder dat men belijdt, dat de verlossing een nieuwe daad van God is, die niet met Gods scheppingsdaad kan worden gelijkgesteld.

Dat dit laatste toch gedaan wordt, komt doordat men schepping en verbond, schepping en verlossing zo nauw naar elkaar toetrekt, dat het twee kanten van dezelfde zaak worden. Het heil gaat dan in de schepping op. Het heil wordt gezien als een immanent (binnenwereldlijk) gebeuren. Heilsgeschiedenis en geschiedenis vallen samen. De ontwikkeling der dingen bevat de ontwikkeling van het heil. Heil, schepping, verbond en verlossing zijn facetten, benoemingen van dezelfde zaak. Dat houdt per consequentie in, dat het heil universeel is, zoals de schepping universeel is.

Men ziet, hoe hier weer dezelfde elementen terugkeren, die wij tegenkwamen bij het onderzoek naar de nieuwe R.K. theologie. Men is dicht tot elkaar genaderd. Het meest fundamentele punt van overeenkomst is, dat bij beide de zonde geen radicale betekenis meer heeft. Dat betekent in feite, dat in de beoordeling van de God-mens verhouding de Reformatorische kerk bezig is te capituleren voor de R.K. leerstructuur, ook al doet ze dat dan met veel reserve.

Dat laatste blijkt uit het onlangs verschenen Herderlijk Schrijven over onze verhouding tot de roomskatholieke kerk. In dit geschrift wordt zelfs niet meer over dit fundamentele punt, namelijk over het wezen van de zonde en de genade, gesproken. De reformatorische belijdenis fungeert hierin slechts nog als een rem om de vaart in de richting van de eenwording nog wat te temperen. Maar dit belijden is niet meer het fundament, waarop men staat, en van waaruit men de verhouding tot Rome beoordeelt, en van waaruit men de koers bepaalt. Daarom is dit herderlijk schrijven een grote achteruitgang te noemen vergeleken bij dat van 1950, waarin de genadeleer nog als het wezenlijke verschil tussen Rome en de Reformatie werd genoemd.

Nu zou het waardevol zijn om op het spoor te komen, waar en wanneer deze ombuiging heeft plaatsgevonden.

In zekere zin zouden wij hier al op Erasmus moeten wijzen. Van het begin af aan heeft zijn geest in de Reformatorische kerk rondgewaard. Daarom laat onze vaderlandse kerkgeschiedenis in telkens andere vorm ons de strijd zien tegen de verzwakking van de radicaliteit van de zonde en zodoende ook van de radicaliteit van de genade.

Wij beleven in onze tijd een Erasmusrenaissance. Zowel in R. Katholieke als in Calvinistische kring wordt hij hoog in het schild geheven. Opmerkelijk is in dit verband de discussie, welke plaatsvond in de Synode der Geref. Kerken in het najaar 1969 over het gezag van de Belijdenis. Met name prof. Augustein heeft toen uitgesproken, dat dit belijden verouderd is en door een nieuw belijden, dat veel meer gericht is op de nood van deze wereld, moet worden vervangen.

In dit verband stelt prof. H. N. Ridderbos de vraag, welke kant Augustein in het conflict tussen Rome en de Reformatie, gesteld dat dit nu aan de gang was, gekozen zou hebben. Zou hij dan met Erasmus gepleit hebben voor de vrijheid in de R.K. kerk en de breuk niet noodzakelijk hebben geacht? Ridderbos geeft geen antwoord op deze vraag. Ze is ook in zekere zin niet reëel, maar ze is wel suggestief. En ze ligt voor de hand, als prof. Augustein meent, dat het kenmerkende van de Gereformeerde religie niet meer relevant is voor wat wij in deze tijd nodig hebben, en de rechtvaardiging door het geloof steeds meer terugtreedt bij hetgeen de mens, gelovig of ongelovig, een goede wil en medemenselijkheid openbaart.

Betekent dit in wezen iets anders dan dat het reformatorisch belijden wordt losgelaten in ruil voor een menselijk gerichte godsdienstigheid? Wordt hier weer niet een nieuw accoord van samenwerking tussen God en mens voorgesteld, dat in feite slechts een variant is van de R. Katholieke verdienstenleer, waartegen de Reformatoren zich moesten keren?

Dit is o.i. de achtergrond ervan, dat zowel in de R. Katholieke als in de Reformatorische theologie momenteel zo veelvuldig over het Verbond wordt gesproken. Men heeft in dit verbondsdenken een nieuwe synthese gevonden tussen natuur en genade. Men meent daarmee het oude conflict tussen goddelijke genade en menselijke verantwoordelijkheid te hebben overwonnen, en daarmee de kloof tussen Rome en Reformatie te hebben overbrugd. In feite is men in een nieuwe vorm van met God concurrerend denken en geloven terecht gekomen.

Het ligt voor de hand, dat er allerlei achtergronden zijn, die op deze ontwikkeling van de Reformatorische theologie invloed hebben geoefend. Deze achtergronden worden in toenemende mate dezelfde als die welke de R. Katholieke nieuwe theologie beheersen. Omdat het voor het inzicht in de huidige situatie toch wel zeer verhelderend is, wil ik daar de volgende keer nog iets over schrijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Toenadering tussen Rome en Reformatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's