De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET IS DE HEERE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET IS DE HEERE

6 minuten leestijd

Als het nu morgenstond geworden was, stond Jezus op de oever: doch de discipelen wisten niet, dat het Jezus was. Johannes 21 : 4. De discipel dan, welken Jezus liefhad, zeide tot Petrus: Het is de Heere. Johannes 21 : 7a.

Het wachten duurt de discipelen veel te lang. Jezus had tot hen gezegd: „Ik ga u voor naar Galilea". Ze waren gehoorzaam gegaan, maar Jezus laat op zich wachten. Dan horen we Petrus zeggen: „Ik ga vissen. Ik ga weer terug naar mijn oude werk, naar mijn schip en naar mijn netten. Jezus blijft toch weg".

Dan zijn daar de anderen: „Als jij gaat Petrus, gaan we met je mee". Ze varen uit. Het wil die nacht echter niet. Hoe zij zich ook inspannen, ze vangen niets.

Wat een teleurstelling voor de discipelen. Eerst was Jezus weggebleven en het scheen niets te worden met hun werk als apostelen in dienst van hun Heiland. Nu ze weer hun dagelijks beroep hebben ter hand genomen, wil dat ook helemaal niet lukken.

Geen wonder dat het klinkt kort en nors op de vraag van Jezus: „Kinderkens hebt gij niet enige toespijs". „Neen" . . . Hun harten zijn leeg en hun netten zijn leeg.

Zo is het misschien ook wel bij u lezer (es)? Het Paasfeest ligt weer achter ons. We hebben in de prediking weer stil mogen staan bij dat grote wonder van de opstanding van Jezus uit de doden. We hebben het weer gehoord. Jezus Christus heeft getriomfeerd over dood, graf en hel. Toch werd het voor u geen paasfeest. Het paaslicht ging niet op in uw leven.

U verzucht misschien wel: „Heere, Gij zijt opgestaan uit de doden. Gij hebt alles onder Uw voeten gelegd, maar waar blijft Gij met Uw vertroosting, met Uw redding, met Uw vrede in mijn leven? " De Heere houdt zich verre.

De Satan is misschien wel heel dichtbij met zijn roep: „Waar is uw verrezen Koning. Waar is God op Wien Gij bouwdet en aan wien g'uw zaak vertrouwdet?" En u hebt het na de Paasdagen met de discipelen misschien ook wel gezegd: We gaan maar weer werken .. werken . . om te vergeten.

Jezus kan zich wel verborgen houden, maar Jezus vergeet de Zijnen nooit. De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn. Hij kent ze ook in hun nachten van worstelen en strijden. Hij kent ze in hun hopen en teleurgesteld worden. Hij kent ze in hun ongeloof en kleingeloof. Hij helpt ze ook op Zijn tijd uit.

Dat zien we duidelijk in deze geschiedenis. Jezus zoekt zijn zwoegende en droevige discipelen op. Als de zon weer gaat branden op het water van het meer van Galilea, als de tijd om te vangen verstreken is, komt de Heere Jezus om zich aan hen te openbaren.

Jezus openbaart zich aan hen op een bijzondere manier. Hij doet hen eerst hun eigen armoede zien.

Zijn vraag klinkt: „Kinderkens, hebt gij niet enige toespijs." Met deze vraag wil Hij van hen geen voedsel ontvangen, maar Hij dwingt ze om hun armoede te bekennen. Ze moeten tegen Hem zeggen, dat ze zelf niets hebben. Ze moeten belijden, dat ze om Hem verlegen zitten. Dat is voor ons een moeilijke les. Dat was ook moeilijk voor de discipelen, zij antwoorden kort en nors: „Neen”.

Kwam het daartoe ook in ons leven: „Heere, wij hebben niets, helemaal niets". Leerden wij van harte ja zeggen op dat woord: „Zonder Mij kunt gij niets doen". Daar wil de Heere de Zijnen hebben, opdat Hij zich heerlijk aan hen kan openbaren.

Wanneer de discipelen hun armoede hebben beleden is daar die wonderlijke raad: „Werpt het net aan de rechterzijde van het schip en gij zult vinden”.

De tijd van vissen is voorbij en nu ook nog aan de rechterzijde. Dat moest op niets uitlopen. Die raad ging in tegen alle verstand en ervaring van de vissers.

Toch gehoorzamen zij. Zij komen niet met hun bedenkingen. Het woord van Jezus was met macht. Dan geschiedt het wonder. Het net wordt zo vol, dat ze het niet meer kunnen trekken. Zo treedt Jezus te voorschijn uit Zijn verborgenheid voor de ogen van de discipelen.

Hij gebruikt de wonderbare visvangst opdat Zijn discipelen Hem zullen herkennen.

Zo doet Jezus vandaag nog. We kunnen lijken op vissers die niets vangen. Hebben wij echter onze armoede al leren zien en leren belijden: „Heere, wij hebben niets. We zijn dood in zonden en misdaden?" In deze weg wil de Heere ook nu Zijn heerlijkheid openbaren. Maar dan zullen we met de discipelen het net moeten uitwerpen. Wie zijn armoede werkelijk heeft leren zien, zal de weg van de middelen door God gegeven leren bewandelen en daardoor Zijn gemeenschap zoeken.

Hij of zij zal niet met de handen over elkaar kunnen zitten, maar zal bidden: Heere het werd voor Mij nog geen Paasfeest, maar Gij kunt het Paasfeest maken. En we zullen Gods Woord openen, en bid­dend lezen. „Heere, wil ook mij schenken uit Uw volheid". Daar zullen we onze zaligheid werken met vrezen en beven.

Christus wil ook vandaag lege netten vol maken. Hij doet dat in de weg der middelen. Hij wil zich ook vandaag nog openbaren als de levensvorst aan dode zondaren.

Zo, dat het met Johannes beleden wordt: „Het is de Heere." Waar Jezus zich openbaart, daar komt het tot een getuigend leven.

Waar Jezus komt, waar Hij zich in genade neerbuigt tot een arme zondaar en zijn lege netten vult, rijk en overvloedig, daar wordt getuigd van Gods wijze wegen, van genade rijk en vrij.

Vandaag geldt nog in het koninkrijk der hemelen: Armen wil Hij met goederen vervullen, maar rijken zendt Hij ledig weg. Daar wordt beleden: Het is de Heere. Het is door U, door U alleen.

De Heer is mij tot hulp en sterkte:/ Hij is mijn lied, mijn psalmgezang./ Hij was het, die mijn heil bewerkte / Dies loof ik Hem mijn leven lang.

Maar deze belijdenis doet ook strijden. Strijden om in Jezus te blijven. Strijden tegen de zonde die ons aan alle kanten omringt.

Doet ons bidden: Leidt ons niet in verzoeking. Doet ons strijden de goede strijd van het geloof om te volharden tot het einde.

Het grote einde van het zien van aangezicht tot aangezicht. Dan zal geroepen worden in al zijn volheid: Het is de Heere.

Hebben wij Jezus al gezien in ons leven als de Gever van het heil, van de verlossing.

Hij staat in het heden der genade op de oever van de levenszee en zoekt wat verloren was.

Hij wil lege netten en lege harten vol maken.

Verhardt u niet, maar laat u leiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET IS DE HEERE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's