BOEKBESPREKING
A. en H. Algra, Dispereert niet. Dl I, 446., geb. ƒ19,50 (na versch. van dl. II ƒ24,50) per deel. Uitg. T. Wever, Franeker.
Een boek, dat geschiedenis beschrijft behoeft niet taai te zijn en droog. Dat bewijst dit werk, waarin twintig eeuwen historie van de Nederlanden aan de lezer voorbijgaan. Het eerste deel van de vierde druk ligt voor ons; als de volgende vier delen verschenen zijn, dan is de omvang 2200 blz. tekst en 400 bladzijden prachtige illustraties.
In een woord „ter inleiding" geven de schrijvers rekenschap van hun bedoeling met deze uitgave: „Wij hopen tot ons volk te doen spreken de strijd en de arbeid van zovelen, die ja soms in dwaling en struikeling, maar toch in duurzame trouw aan het vaderland hun plicht hebben gedaan. Bovenal willen wij dankbaar gewagen van de zegeningen, die aan Nederland zijn geschonken." Aan zulke woorden en aan zulke boeken hebben wij in deze tijd gebrek. En daarom ben ik dankbaar voor een herhaalde verschijning. Het werd en wordt dus gelezen!
Met genoegen las ik dit keurig uitgegeven boek. Mooi papier; sprekende illustraties! Het vangt aan met de hunebedden en de Batavieren; dit eerste deel eindigt met de tijd van de Spaanse armada in 1588 (toen de Staten van Zeeland een gedenkpenning lieten slaan met het opschrift: Gods adem heeft ze verstrooid) en de dagen van Oldebarnevelt. Het loont toch wel de moeite om het verleden op te halen, hoe het christendom in ons land kwam, hoeveel er om en in ons land is gevochten! We krijgen hier een ander beeld van Floris V, „der keerlen God" dan vroeger op school ons gegeven werd. De schrijvers geven meer dan politieke geschiedenis zij geven een beeld van het leven in de steden, van de handel, van het gildewezen. Met de hervorming begint voor ons een nieuwe periode. In 1566 besloot men om niet langer in het geheim samen te komen en de enorme belangstelling voor de hagepreken toont, hoe het volk hierop reageerde. Verschrikkelijke jaren volgden, de tijd van Alva en de bloedraad. In het werk is opgenomen een deel van de afscheidsbrief van Guido de Brès aan zijn vrouw, een kostbaar document uit de martelaarsgeschiedenis. Aangrijpend is de gesphiedenis van het bloedbad van Haarlem. Ook de droevige geschiedenis van de Gorcumse martelaren wordt verhaald. De schrijvers hebben er wel degelijk oog voor, dat het ook toen niet alles goud was wat er blonk. Maar bij velen leefde iets van de geest, waarvan het Wilhelmus getuigenis aflegt. En hier liggen de beste tradities van ons volksleven. — Hartelijk bevelen we dit werk bij onze lezers aan.
A. Dekker en G. Puchinger, De oude Barth zoals we hem hoorden in colleges en gesprekken; Uitg. J. H. Kok n.v., Kampen 1969, 164 blz., ing. ƒ 9,75.
De titel is waarschijnlijk bedoeld als pendant van al het spreken over de jonge Barth. En het is een voordeel te achten, dat twee theologen — historici — filosofen (hoe hen te noemen?) ons na het sterven van Karl Barth dit duidelijke, niet-geëxalteerde beeld geven.
Na een In memoriam, waarin wat Nederland betreft op blz. 12 als opponent Van Ruler genoemd had mogen worden en op blz. 32 Barth's kritiek op De Triomf der genade (Vorwort IV/2) niet had mogen ontbreken, wordt een gesprek over Rome-Reformatie verslagen, waarin Barth wat het protestantisme betreft de vereiste eenheid onderstreept, wat Rome aangaat, konkludeert dat in de atmosfeer alles, maar leerstellig niets veranderd is. De Reformatie moet open worden t.a.v. het verleden, Rome t.a.v. het heden, en beide zijn daarmee bezig. Scherpe kritiek op rooms Bultmannianisme en Robinsons theologisch-nutteloos werk pepert dit gesprek. Levendige verslagen van enkele kolleges resp. over Calvijn, Vaticanum II en Schleiermacher kompleteren met een biografie en bibliografie dit zeer lezenswaardige boek.
Gerard Rothuizen: De oude man van Hoy; Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen, 1970; 152 pagina's; ƒ 9,75.
Het schijnt hoe langer hoe meer gewoonte te worden dat personen, die een vooraanstaande positie bekleden, zich bij de voornaam laten noemen. Zo ook prof. dr. G. Th. Rothuizen. Blijkens de omslag van dit boek mag hij voortaan Gerard genoemd worden. Zit daarachter een ethisch principe?
Hoe dit ook zij, ethische aspecten en principes komen in dit boek veelvuldig binnen het vizier, al is dit boek nu niet direct een systematische ethische verhandeling. Rothuizen beschrijft in deze bundel figuren en landschappen. En dat doet hij op een bijzonder knappe wijze. Hij weet te typeren en te doorlichten. Mooie opstellen staan er in dit boek, bijvoorbeeld over koningin Wilhelmina, de dichter Achterberg e.a.
Maar daar is bepaald niet alles mee gezegd. Onder de personen die hij behandelt zijn er weinig van Gereformeerde beginsel, zij het soms wel van gereformeerde origine, zoals de schrijver Jan Wolkers. In deze bundel passeert meer het moderne leven, zoals dat klopt in literatuur en kunst, de revue. En dan kunnen we niet zeggen dat de schrijver veel verwantschap toont met het echte gereformeerde belijden, waarin de ascese, in de goede zin van het woord, en het bijbels vermaan tegen wereldgelijkvormigheid een elementaire plaats hebben. Inzake bij voorbeeld het patroon van zondagsviering of de sexualiteit, inclusief - de homosexualiteit, die op menige bladzijde naar voren komt, toont de schrijver weinig bezorgdheid omtrent de verwording die in allerlei sectoren van het moderne leven aan de dag treedt. Er zijn wel vaak de critische noties, vaak ook verontwaardigde reacties op uitingen van moderne litteratoren. Dat is bij voorbeeld het geval wanneer de schrijver — tot twee maal toe — G. K. van het Reve laat opdraven, maar, als puntje bij paaltje komt drukt hij deze „kunstenaar" toch weer graag aan zijn hart. Zo zou meer te noemen zijn.
In dit boekje klopt het vlotte neo-gereformeerde leven van nu, dat bepaald cultuur-en welt freundlich is.Bovendien is er vaak sprake van een „vlot" en daarom soms profaan bijbelgebruik. Al met al een boekje voor critische lezers.
D. C. Wilson: Tien Vingers; Uitgave Boekencentrum N.V., 's-Gravenhage; 287 pagina's; ƒ12,90.
Wie het eerder verschenen boek van D. C. Wilson, getiteld Mary Verghese, heeft gelezen, zal ongetwijfeld ook graag dit boek willen lezen. Het beschrijft het leven van Paul Brand, die als chirurg in India zijn werk verricht onder leprapatiënten, zodat deze gehandicapte mensen hun handen en voeten weer kunnen gebruiken. De chirurg verricht zijn werk in het Livingstone ziekenhuis te Vellore. Op boeiende wijze vertelt de schrijfster over het leven en de imponerende arbeid, die door deze pionier op het gebied van de leprachirurgie wordt verricht. Van harte aanbevolen.
Dialoog in het Evangelisatiewerk, door drs. A. Noordegraaf, uitgewerkte weergave van een referaat, gehouden op 12 juni 1969, uitgave van de Hervormde Bond voor Inwendige Zending op g.g., prijs ƒ 2, —.
Het woord „dialoog" is „in". Het is hoog genoteerd in maatschappelijke en kerkelijke (vooral oecumenische) sectoren van het leven. Drs. Noordegraaf signaleert in deze brochure echter de grote gevaren, die verbonden zijn aan de methode van het „dialogische" gesprek in de evangelisatorische arbeid. Zeker, bij God mag een mens helemaal uitpraten en in het evangelisatiewerk zullen wij ons aan deze gulden regel houden. Niettemin is de dialoog, zoals deze theologisch gesproken mode is geworden en waarin de moderne mens vanuit een algemene verzoeningsgedachte, ingebed in een kosmische Christus-leer normatief meespreekt, een afbreuk doen aan het Bijbelse getuigenis. Wat Justinus Martyr (Dialoog met de jood Tryphon) deed, was wezenlijk anders als de methode van Socrates, die uitging van de gedachte dat de waarheid in kiem bij de mens aanwezig is. Het gesprek, waarin we de ander met al zijn weerstanden laten uitpraten, mag misverstanden wegnemen (luisteren is een kunst), wij zijn alleen evangelisch en evangelisatorisch recht bezig als wij terzake en in alle mogelijke situaties van de mens, die wij ontmoeten, het getuigenis laten klinken. De apologie (verdediging) moge zijn een afleggen van rekenschap en verantwoording, vanuit de Schrift in een verborgen omgang met de levende God.
Ziedaar in kort bestek de inhoud van de borchure. Voor onze ambtsdragers in het bijzonder een onmisbaar stukje training voor de practijk van het werk. Graag hartelijk aanbevolen. Het is misschien dienstig, als de Bond voor inwendige zending ons nog eens wat verder helpt inzake een punt, dat in het kader van bovengenoemde inleiding moeilijk breed kon worden uitgewerkt, nl. de vraag, hoe dogmatisch gesproken de verhouding algemene-bijzondere openbaring ligt en practisch, of er ook aansluitingsmogelijkheden zijn in het evangelisatiegesprek of breder: de waardering van de geschiedenis (de duiding ervan). Een bijzonder knellend punt in de huidige discussies.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's