KRONIEK
„Zoon des mensen”
Het gevaar dreigt, dat we menen dat het christen-ambt in deze wereld uitsluitend meebrengt, dat we amechtig moeten hollen van verontwaardiging naar verontwaardiging. „Kijk toch eens, wat ze nu toch weer hebben gedaan". De gemeente is vandaag meer beroerd om wat er allemaal in de wereld gebeurt, dan dat de „menigte samenkomt en beroerd wordt" om wat er geschiedt waar de gemeente bijeen is (Hand. 2:6). Het zal wel nodig zijn te protesteren, wanneer de Hogepriester van onze belijdenis smaadheid wordt aangedaan, maar laat niet ons lied enkel een klaagzang zijn over deze tegenwoordige boze wereld en niet heel onze verkondiging een requisitoir over alle goddeloosheid en boosheid, want dan is onze godsdienst wel erg arm en dan bewijzen we dat we met onze felle reakties misschien toch al te emotioneel betrokken zijn bij wat we pijnlijk getroffen afwijzen. Een christen is Christus' zalving deelachtig en behoort als koning soeverein op te treden en niet al te paniekerig.
Wanneer Christus in een speelfilm al te diep in het vlees is getrokken, anders dan Kohlbrugge het bedoelde, moet het ons niet allereerst en allermeest in het (vrome) vlees steken.
Maar het verwondert ons wel, dat de vele verdedigers van de film, die altijd zo hyper zijn, er de nadruk op gelegd hebben dat het zo nodig en nuttig en corrigerend is om het echt en door en door menselijke van de Christusverschijning belicht te zien, terwijl de apostel schrijft: „En indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, nochtans kennen wij Hem nu niet meer naar het vlees". Paulus vindt een andere benadering belangrijker. Naar verluidt krijgt de mens van thans de gelegenheid om Christus voor het eerst te zien. Ze zijn blijkbaar niet geïnteresseerd om Christus te „zien met eer en heerlijkheid gekroond". Want dat is ook een reële mogelijkheid en de gelovige verdedigers van Potters Christus hebben daarvoor blijkbaar geen oog.
Maar we zijn kennelijk niet meer bezig met het „kerstenen van de samenleving" (Kerkorde IV) maar met de humanisering van het christendom.
Dolle Mina’s
Niets is ons te dol, hebben de Mina's gedacht en ze zijn ook de kerk, die burcht van behoudzucht, binnengedrongen. Na de dienst (toen!) kwamen ze om een appel op de avondmaalstafel te deponeren en om bij het uitgaan van de dienst pamfletten uit te delen, waarmee ze de kerkgangers een oordeel vroegen over teksten uit de brief aan de Corinthiërs als „de man is immers niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man" en „de vrouwen moeten zwijgen en mogen niet spreken, maar moeten onderworpen zijn" en uit de brief aan Timotheus: „Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid ... want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva" en een opinie over het huwelijksformulier: „desgelijks zult gij, vrouw, uw wettige man liefhebben, eren, ook hem gehoorzaam zijn in alle dingen, die recht en billijk zijn, als uw heer ...”
De landelijke commissie Hervormde Vrouwen Dienst heeft met instemming van het pamflet kennis genomen en wil de Dolle Mina's meedelen, dat er sedert 1951 heel veel ten goede in dit opzicht is gewijzigd in de kerk o.a. de openstelling van alle ambten, zij het dat het aantal vrouwen, dat in diverse commissies, raden en vergaderingen zitting heeft, nog bedroevend klein is. Wat het huwelijksformulier betreft kan de Hervormde Vrouwen commissie meedelen, dat gelukkig lang niet overal het door haar (in mijn tekst staat door hen — dat is misschien ook een wens van de Dolle Mina's om hen voor haar te schrijven) geciteerde formulier gebruikt wordt, doch dat helaas in het officiële dienstboek zeer verouderde formulieren voorkomen, die dringend om verandering vragen. Dat weten we alvast. Wijs pastoraat oordeelde, dat deze formulieren naast andere en nieuwe een plaats moesten behouden in het dienstboek, maar het dolle matriarchaat wil ze met ongekende spoed verwijderen.
Over de bijbelteksten geen woord. Moeten die ook door andere, die meer up to date zijn, vervangen worden?
Ik vraag me af wat ze willen. Indien de almachtige Schepper van hemel en aarde alles eens zo absoluut gelijk en eentonig had geschapen. Ik vraag me af of de gelijkheidsmanie niet een uitloper, is van het Gode evengelijk willen zijn. Waarom moet in elke eeuw de gemeente opnieuw aan de voeten zitten van de wijze van de eeuw, terwijl we van iedere vorige eeuw het zo goed weten, dat de kerk er verkeerd aan deed?
Israël
Het herderlijk schrijven over Israël heeft heel wat stof opgejaagd. Israël blijft die lastige steen. Voorheen heeft de kerk te veel gezwegen en Israël genegeerd om niet erger te zeggen. Thans nu een goed woord wordt gewaagd is er alweer critiek. Ge moet onderscheid maken tussen volk en staat en land, zeggen opponenten. „Wie is David en wie is de zoon van Isaï? Daar zijn heden vele knechten, die zich afscheuren elk van zijn heer". Dat waren Nabals woorden. Ik bedoel maar, dat het moeilijk is om een aktie te benaderen. Gebruikt men een politieke of een religieuze norm?
Na Pasen
Inmiddels zijn onze gemeenten versterkt door nieuwe leden. Vaak jongeren. Het gaat om integratie. Ouderen kunnen vanuit hun teleurstellende ervaringen heel veel doven en dempen. Helemaal ongelijk hebben ze niet, maar of het mag is wat anders. We mogen enig enthousiasme niet terstond gepikeerd uittrappen. Niet te vergeten, dat we zelf zoveel jaren geleden ook anders waren. Misschien willen we teleurstellingen over wat ons mislukte en tegenviel op deze wijze wreken. Ietwat moed en vrij veel moedeloosheid vloeien samen. Als het goed is, moeten de harten van de jongeren saamgebracht worden met die van hun vaderen. Het schriftuurlijk maan-woord: Gedenkt, dat gij . . . is van pas.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's