Scheiding der geesten?
Wat wel verontrustend is, is dat de verontrusten niet komen (n.l. naar de A.K.V.). Daarmee hebben zij naar mijn smaak al een keuze gemaakt tégen allen, die wel willen samenkomen. Toch een scheiding der geesten? Of een verdwijnend randverschijnsel dat elke vernieuwingsbeweging begeleidt?
Dit citaat is het slot van het commentaar, dat drs. A. van der Meiden in samenwerking (? zie het slot van dit artikel) met de werkgroep A.K.V. '70 schrijft in een Anthos-Boek (1).
Op de linkerbladzijden vinden wij brieven, citaten, uitspraken, terwijl op de rechterbladzijden de auteur zijn commentaar geett.
Wie de agenda voor de A.K.V. gelezen heeft, komt hier in dit boekje de volgorde van onderwerpen tegen, aangevuld met uitspraken van hervormde mensen uit alle provinciën van ons vaderland.
Natuurlijk vormen deze uitspraken een selectie uit alle andere uitspraken, kreten, enz. die overal in den lande geslaakt zijn.
Er staat in dit boekje goed en kwaad door elkaar. Een regel is er niet. Hoe zou het kunnen? Zonder de Heilige Schrift als enige en uitsluitende norm en zonder de belijdenis als afgeleide norm doet ieder zijn zegje.
Dit wil niet zeggen, dat het commentaar van drs. v. d. Meiden niet van een bepaalde visie getuigt en niet op een bepaald doel aanstuurt. Integendeel. Het wordt de lezer bijzonder duidelijk, wat de samensteller wil.
Hij constateert een achterstand van de kerk bij de huidige veranderingen in de maatschappij.
Voor eens en altijd wordt gezegd, dat de bijbel geen uitsluitsel geeft over de organisatie van de kerk. Daarmee wordt elk gereformeerd kerkrecht overboord geworpen en alle schriftuurlijke grondlijnen over de organisatie miskend. Zo heeft de auteur de handen vrij om de organisatie van de kerk aan te passen aan de nu heersende inzichten in de maatschappij. Is dat even eenvoudig? Weg Bijbel! Weg Ned. Gel. Bel. art. 30 t.e.m. 32! Weg gereformeerd kerkrecht! Het denken over de vernieuwingen (blz. 9) wordt norm! Laten wij vooral de kerkelijke hoogleraren van hun opdracht: kerkrecht te doceren, ontslaan en in hun plaats een maatschappij criticus zetten! !
Wat het belijden van de kerk betreft, is volgens de auteur de vraag: Wat dunkt u van de Christus? niet meer acuut. Wel wil hij eerst bij elkaar gaan zitten en de vraag aan de orde stellen: Wat geloven wij eigenlijk? Dit ter voorkoming van de verlaging van de kerk tot een pressiegroep. Dus eerst de vraag: Wat houdt het evangelie van Christus in? Dan: Op welke manier krijg ik er contact mee? en tenslotte: Wat moet ik er mee doen?
Daarmee stemmen wij graag in, maar begrijpen niet hoe dan de vraag: Wat dunkt u van de Christus? te ontkomen is.
Misschien wil drs. v. d. Meiden nog met de stukken aantonen welke G.B. predikant in een spreekbeurt gezegd heeft, dat alle dominees behalve de G.B. dominees stenen voor brood geven en dat daarom de bondskerken zo vol zitten? 't Lijkt mij, dat hij dat verplicht is tegenover deze G.B. dominee (wie en waar en met welke getuigen) èn tegenover de lezers, die dit in zich opnemen èn tegenover de gehele kerk. Doet hij dit niet, dan is dit laster.
Het is op zijn minst merkwaardig, dat er geen enkele opmerking wordt gemaakt tegen midden-orthodoxen. Wanneer dit verhaal op waarheid berust, glijden midden-orthodoxe en vrijzinnige dominees nooit uit tegenover de G.B.-predikanten? Heeft drs. v. d. Meiden dit nog nooit gehoord?
Verder wil de auteur, dat er een werkgroep gevormd zal worden (theologen, psychologen, sociologen, copywriters) die een nieuwe belijdenis moeten formuleren.
Wat de modaliteiten betreft, er moeten nog honderdduizenden uit het diensthuis van de zelfverzekerdheid worden uitgeleid. Dat is nogal wat! Met de gereformeerden moet het zo spoedig mogelijk tot een integratie komen, met Rome stap voor stap.
Bij het onderwerp: de kerkdienst, krijgen de uiterst rechtzinnige groeperingen de nodige opstoppers: „de gevestigde leden willen de bekende termen horen, de bekende liederen zingen en de gevestigde patronen gehandhaafd zien. De kerkdienst is een bevestigingsritueel. Ook de geestelijke aanval op ieder persoonlijk behoort daarbij. Zij is consumptiegoed. Dat geldt ook voor extreem vrijzinnige groeperingen.”
'k Heb zelden zoveel misverstand, onverstand, zelfverzekerdheid (het veilige midden!) in enkele zinnen bijeen gezien.
De zondagmorgen is sociologisch gezien niet te verwaarlozen, hoewel de diensten ook op andere dagen gehouden kunnen worden. Gewezen wordt op het succes van de zaterdagavondmissen in de R.K. kerk. Daar gaat de zondag overboord. Althans in principe.
De preek moet losgekoppeld worden van het ambt van de predikant. De geoefende leek mag ook preken. Tijdens de preek moet er inspraak mogelijk zijn. Derhalve microfoons in de kerk? Het avondmaal moet loskomen van de belijdenis des geloofs.
Hoe verklaart drs. v. d. Meiden dit alles? „Het volk bepaalt de koers en de leiders moeten exponenten zijn van de volkswil." Dit is democratie in de puur wereldse zin van het woord.
Toch blijkt, dat ook de auteur de vraag gehoord heeft: Is al dit bovenstaande onzin en regelt (bedoeld zal zijn: regeert) Christus de kerk rechtstreeks door de ambten?
Het antwoord luidt: „Kon ik dat maar geloven, schrijft iemand en die verzuchting ligt ten grondslag aan mijn probleemstelling." Bij deze probleemstelling van drs. v. d. Meiden kunnen wij ook de ambten goedendag zeggen!
In de doopsbediening moet variatie komen. Het opdragen van een kind in het midden van de gemeente moet mogelijk zijn naast de kinderdoop. De catechese is in de crisis. Het vormingswerk schijnt er voor in de plaats te komen.
Hervormd Nederland moet meer „forum"blad dan opinieblad worden. Wat de redactie denkt is niet belangrijk. Hier gaat het mes in het lievelingskind van ds. Landsman e.a.
Uitvoerig gaat drs. v. d. Meiden in op de gestalte en de organisatie van de kerk. De gedachten van de auteur gaan in de richting van het rapport van ds. Kaptein: beweeglijke gemeentegrenzen, mentale en categoriale gemeenten naast de geografische gemeenten, lid worden van twee gemeenten tegelijk, of op twee plaatsen tegelijk (recreatiegemeenten), opname (gedwongen) van alle minderheden in elke gemeente, nieuwe structuren voor de kerkeraden (kleine besturende lichamen plus teams van medewerkers).
De vormen van de kerk en haar structuur worden door de cultuur bepaald. Dit wisten wij reeds! Erbij komt: Aan ronduit afgodische practijken als het toepassen van artikelen van de Ned. Gel. Bel. over de kerk op eigen gemeente in de modaliteitenstrijd moet een eind worden gemaakt". Dit weten wij dus nu ook!
Na de nieuwe structuren in de mankracht gaat het beroepingswerk (centralisering), het salarissysteem (uniformiteit) en de geldwerving (afschaffing van de kerkvoogdijen?, één centrale pot?) op de helling.
Eén ding is duidelijk: er is toekomst voor sociologen, psychologen, publiciteitsmensen (hoe verkoopt de kerk het?) enz. enz.
Tenslotte behandelt drs. v. d. Meiden de reacties op de A.K.V. in lof en afkeuring. De nota van de Ger. Bond èn het schrijven van de 24 over: Een andere Kerk, zijn als bijlagen opgenomen. Dit is te waarderen.
Minder te waarderen is de wijze waarop de auteur deze nota en brief bestrijdt. Het zou plaatsruimte vragen om zijn gedachten te weerleggen. Daarvoor is geen gelegenheid. Trouwens de nota wordt nauwelijks aangeroerd. Blijkbaar vond de auteur het plezieriger zich van deze serieuze nota af te maken en zich te werpen op een uitspraak van een briefschrijver uit de G.B.-kring, waarbij drs. v. d. Meiden zich heerlijk kan afzetten (Blz. 105). Wat is dit voor een methode? De uitdrukking van drs. Exalto: „de vieze brij, die de A.K.V. achterlaat, zullen de synodeleden moeten eten" is slecht gevallen bij de auteur.
Wat hij daarover schrijft is beneden peil. Zijn insinuaties tegen de Ger. Bond lijken nergens op. „Wij leven in een tijd van scheiding der geesten. Drs. Exalto moet inzoverre op zijn woorden passen, dat de tolerantie waarmee uitspraken uit de kring van de G.B. door anderen in de kerk geaccepteerd worden een einde kan krijgen”.
Ik noem deze uitspraken van drs. v. d. Meiden ronduit belachelijk. Wie zijn die anderen? Met welk gezag spreekt drs. v. d. Meiden? Namens wie?
Er staat voor in het boek: Deze bundeling en het commentaar werd samengesteld en geschreven in samenwerking met de werkgroep A.K.V. '70 door drs. A. v. d. Meiden (cursivering van mij, G. B.).
Na de lezing van de ideeën van drs. v. d. Meiden heb ik lange tijd gekeken naar deze schuingedrukte woorden: „in samenwerking met", 'k Kon mij niet voorstellen, dat deze werkgroep daarvoor verantwoordelijkheid zou willen dragen. Dit is mij na informatie ter bevoegder plaatse als juist gebleken. De werkgroep draagt generlei verantwoordelijkheid voor het commentaar van drs. v. d. Meiden. Zij heeft hem alleen inzage van het materiaal verschaft, zoals dit materiaal — zo werd mij verzekerd — aan ieder, die dit vraagt ter inzage wordt gegeven.
Wat betekent dan nog: „in samenwerking met"? Dat er studiemateriaal werd verschaft? Wij hadden van de auteur als publiciteitsman meer onderscheidingsvermogen en fijner uitdrukkingswijze verwacht. Ik noem dit onjuiste voorlichting.
Daarmee is dit boekje van elk kerkelijk gewicht ontdaan en teruggebracht tot de particuliere overtuiging van drs. v. d. Meiden. Intussen doet het zijn werk. De auteur slaat een toon aan, die hem niet past en waaruit veel rancune blijkt tegen eigen verleden (Chr. Ger. Kerken) maar weinig inzicht in de wezenlijke problemen van de Herv. Kerk. Daarmee is althans over dit commentaar alles gezegd. Helaas.
Onze kerk zal er verstandig aan doen zich van deze „medewerking" te ontdoen en in de leer te gaan bij prof. dr. ir. H. G. van Beusekom die bezonnen en wijze artikelen schrijft in het maandblad „De Kerkvoogdij". Het kan nog. Nu moet er door de Gen. Fin. Raad — wanneer mijn informaties juist zijn — anderhalf miljoen, waarvan een half miljoen op de raden, bezuinigd worden. Wanneer de ideeën van drs. v. d. Meiden en ds. Kaptein doorwerken en er een centrale pot komt, gebeuren er nog wel ergere dingen.
1. Brieven, citaten, uitspraken en commentaar naar aanleiding van de eerste Algemene Kerkvergadering der Hervormde Kerk, ing., 128 blz., prijs ƒ4,90 (20, 50 of 100 ex. tegelijk resp. 10, 20 of 30 pct. korting). Uitg. In de Toren, Bremstraat 11, Baarn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's