Toenadering tussen Rome en Reformatie
VII
In dit artikel willen wij aangeven, welke positie wij menen te moeten innemen in de huidige toenadering tussen Rome en Reformatie. Wij hopen duidelijk gemaakt te hebben, dat deze huidige toenadering inderdaad wezenlijk en diepgaand is. Ze wordt in hoofdzaak bepaald door het feit, dat men door de moderne vervloeiing van de natuur en de genade in Reformatorische kring gecapituleerd heeft voor de R. Katholieke structuur van denken en geloven. Men heeft elkaar gevonden in wat wij zouden kunnen noemen een Erasmiaanse variant, waarin de mens krachtens zijn mens-zijn medespeler is met God.
Hiermee is meteen de grond aangegeven, waarop onze positiekeuze moet rusten. Wij kunnen niet anders, wanneer wij tenminste het Reformatorische belijden als een actuele beslissende zaak beschouwen, dan weigeren om aan deze wijze van toenadering mee te werken. Omdat wij menen, dat Rome en Reformatie elkaar dan niet vinden in De Waarheid Gods, maar in het eigentijdse menselijke denken, dat ook uit de mens is.
Ook ons verlangen is groot, dat er een werkelijke eenheid komt tussen de R. Katholieke en Reformatorische kerken, maar dan die eenheid, waarin de genade van God in Jezus Christus in haar volle reddende en vernieuwende kracht wordt ervaren en beleden.
De vraag is gesteld, of, ook al zijn de verschillen tussen Rome en Reformatie nog veel en diep, deze de kerkelijke verdeeldheid nog wel rechtvaardigen? Zouden deze verschillen niet veel beter kunnen worden opgenomen en in een spanningsvolle eenheid worden doorgesproken, als wij staan in de ene christelijke kerk?
Wij menen, dat er vele verschillen kunnen zijn, die een gescheiden-zijn niet rechtvaardigen. Maar hier grijpt het verschil zo diep, dat het de wortel raakt. Het gaat niet, zoals gezegd is, om een dialoog van christenen, die elkaar moeten corrigeren en verrijken, maar het gaat om een wezenlijke andere structuur van geloven.
Dat betekent niet, dat wij blind zijn voor het feit, dat vele reformatorische christenen naar de eenheid met Rome verlangen en ook grote verwantschap met haar gevoelen, dat is uit het geschrevene wel duidelijk geworden. Maar dat komt dan, doordat de Reformatorische theologie in meerdere van haar vertegenwoordigers de grondslag van het Reformatorisch belijden van het sola gratia in meerdere of in mindere mate hebben verlaten.
Dit laatste sluit niet uit, dat wij elke toenadering tot Rome moeten afwijzen. Wij zullen de ontmoeting met haar moeten zoeken en blijven zoeken. Maar dan op een wijze, waarin de kloof, die in de Reformatie geslagen is, in haar volle diepte en realiteit ter sprake komt. Deze kloof kan niet worden weggeredeneerd en ook niet worden weggeleefd door een nieuwe manier van denken en theologiseren en handelen. Zij kan alleen overbrugd worden door het ware geloof in Gods genade in Jezus Christus.
Als wij in deze kern-zaak elkaar mogen vinden dank zij Gods genade, dan zullen alle andere verschillen, die nog overblijven, hoe talrijk ook, niet meer kerkscheidend kunnen zijn. Want er is inderdaad ook een geoorloofde pluriformiteit (veelvormigheid). Maar dan niet als uiting van diverse theologische scholen, maar als openbaring van de veelkleurige wijsheid Gods. Deze veelkleurigheid kan alleen de eenheid tot een levende eenheid maken.
Het gaat er dus niet om, dat wij star willen vasthouden aan ons eigen standpunt, of aan onze eigen kerk. Ook wij gevoelen iets van de dodelijke ernst, waarmee Jezus zelf gebeden heeft om de eenheid van Zijn Kerk. Maar juist vanwege die ernst is het ons ook om waarachtige eenheid te doen.
Voor onze concrete positie op dit ogenblik betekent dit, dat wij niet kunnen meedoen aan al die vormen van ontmoetingen met Rome, waarin men ervan uitgaat, dat het gesprek met elkaar een stadium is, dat reeds gepasseerd is, en dat het nu tijd wordt om met elkaar te handelen, om „wat" met elkaar te gaan doen. Dat „wat" kan dan allerlei vormen aannemen, tot en met een gezamenlijke eucharistie/avondmaalsviering toe.
Wij menen, dat men op deze wijze over een aantal wezenlijke vragen zonder meer heenspringt. De eenheid, die, zo geconcretiseerd wordt, is niet die, welke voortkomt uit de enigheid van het ware geloof, maar zij ontspringt veeleer uit een activistische levenshouding, die geen antenne meer bezit voor het verstaan van de onvervreemdbare waarde van de waarheid des geloofs.
Wie aan zo'n eenheid meewerkt, bevordert dan ook niet de eigenlijke zaak, waar het om gaat en waar het Rome en Reformatie in hun wederzijdse worsteling altijd om gegaan is. Hij doet alleen mee aan een nog verdere uitholling van het kerk-zijn en het christelijk geloof in deze tijd.
Hiermee willen wij onze bespreking van dit onderwerp beëindigen. In een wat uitvoeriger en meer gedocumenteerde vorm zal het geschrevene verschijnen in een uitgave van de Willem de Zwijgerstichting. De belangstellende lezer mag ik misschien daarnaar verwijzen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's