Waarom ook niet?
„Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij." 1 Korinthe 15 : 32b
Paulus is niet gauw uitgesproken over de opstanding der doden; er staat te veel op het spel. Hij voert een gesprek met zijn legers; de toon is bewogen, bijna hartstochtelijk. Christus is opgewekt uit de doden; de doden worden opgewekt. Als dat niet waar is, dan...
Zal ik het eens op de spits drijven? Om mij heen hoor ik mompelen, en luidkeels roepen: Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij. Waarom ook niet, als de doden niet opgewekt worden. Het is nogal kras gesproken en dat door een apostel. Niemand mag hem er van verdenken dat hij een heimelijk aanhanger zou zijn van deze levensverbruikers. Integendeel! Maar aan die tegenstelling wordt duidelijk, van wat voor een betekenis de opstanding der doden is.
Velen in die tijd vonden dit de hoogste levenswijsheid, die onder woorden werd gebracht, maar vooral metterdaad werd betracht. Het was een overheersend levensgevoel, dood is dood, meende men; niets meer te wachten, niets meer te duchten. Daardoor wordt het leven vereenvoudigd. Laten we het vieren; leve het leven! Laten we het vereren. Een uitroepteken, achter dit leven, omdat er een punt achter gezet wordt. Wie een wissel trekt op de eeuwigheid maakt het leven nodeloos ingewikkeld. Wat eeuwigheid? Mijn eeuwigheid ligt tussen wieg en graf. Wat hiernamaals? Hiernamaals is alles. Leven. Eten en drinken, je natje en je droogje; liefst een beetje meer; een goede maaltijd, en sterke drank. Alles wat het leven versiert; wat gerief en wat vertier. En alles wat het leven verhevigt: sex en stuff. Want als het leven alles is, waarom zouden wij het niet zó leven?
Vindt u ook niet? 'k Zou het niet graag zeggen; van woorden en daden wordt tol geheven; verlangens zijn tolvrij. Wie is geen heiden in zijn hart? In Jeruzalem, de stad Gods, vierde deze stemming hoogtij. De stad werd bedreigd; de burgers verbeterden de verdedigingswerken, en vulden de watervoorraad aan. Het is ernst, de Heere roept op tot inkeer en omkeer. Maar de stemming slaat om. Er wordt geslacht en geschranst. Zij brengen de dagen door in brooddronkenheid en losbandigheid. Onder de schaduw van de dood leiden ze het lieve leven: Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij — Jes. 22 : 13 —. Men behoeft niet bij de levensfilosoof Epicurus in de leer te gaan; onder het volk des verbonds deed deze spreuk opgeld!
Indien de doden niet worden opgewekt. Naarmate onder ons volk het geloof en de openbaring in de opstanding der doden verdwijnt, maakt zich deze eigenaardige levenslust van ons meester. Eten en drinken, leven! Vele maatschappelijke verschijnselen vinden hier hun diepste motivering. Waarom ook niet, zegt de jeugd. Wat malen wij om orde en deugd, zij staan het leven maar in de weg. Leven is halen wat er uit te halen is. Wie er alles uithaalt en dat zo gauw mogelijk - wij leven maar eenmaal, we zijn maar eens jong, we worden vroeg oud - holt het uit, totdat het helemaal leeg is. Die leegheid grijnst ons aan. Er blijft niets over van dit feest, dan verveling en vervuiling.
Zo'n levensgevoel werkt aanstekelijk. Ook de brave burger komt niet veel verder dan eten en drinken en wat daar bij hoort. Zeker, in het matige en in het nette. Soms sijpelt de stroom van de begeerte door de dijken heen; plotseling spoelt hij de dijken weg. Eerzaam is het dan niet meer, wel eenzaam. O, eenzaamheid van ons bestaan, de klokken slaan, de sterren schijnen, door 't venster ziet de dood ons aan.
Laat ons eten en drinken. Het kan niet op en het is nooit genoeg. Er wordt wat geld stuk geslagen om vooral góed te leven, het er van te nemen. En waarom ook niet? Het klinkt heel driest: eten en drinken! Het klinkt heel triest: want morgen sterven wij. Het leven is maar kort, wij moeten er vooral vroeg aan beginnen! De jeugd heeft alles behalve de tijd; de leeftijd wordt naar voren verschoven. Lééftijd! De avond valt tegen de middag. Dan heb ik het gehad. Het is kort dag, dus storten wij ons in de roes van het leven; straks slapen we die wel uit. Morgen sterven wij. Zo liggen levenslust en stervensangst dooreengestrengeld, hopeloos dooreengestrengeld.
Onder mensen, die zich een roes aan het leven eten en drinken, in een wereld waar het leven aan de orde van de dag is, omdat wij morgen sterven, wordt het evangelie gepredikt, wordt de opstanding der doden verkondigd. Een blijde boodschap: Maar nu, Christus is opgestaan èn de doden worden opgewekt. Vindt u dat niet hoopvol? Helemaal niet. Het zou een pak van mijn hart zijn als er geen sprake van opstanding was. Dan zit u met uw leven in de knoop, nietwaar. Geen wonder, als het leven geleefd wordt tot op God, dan raken wij er mee in de knoop. In de knoop van de zonde en van het oordeel. Die knoop kunt u niet ontwarren, u kunt die nog minder doorhakken. Christus raakte in die knoop verward: Hij is gestorven om onze zonden. Hij is de aangewezen Zaligmaker. Mag Hij het leven zijn? Mag Hij uw leven bevrijden, als de Opstanding en het Leven. Zo stelt Hij Zich aan ons voor. Zo treedt Hij op ons toe.
Dan zien wij er gat in. Dan valt het leven open naar het eeuwige leven. Pasen maakt het leven betrekkelijk; het is dit leven. Pasen maakt het ook verantwoordelijk. Wie zijn leven bewaren zal tot in het eeuwige leven. Het bindt de strijd aan met dat levensgevoel, waar wij zo vatbaar voor zijn, met genotzucht, eerzucht, hebzucht. Het betekent de grote doorbraak van het gesloten circuit, en de gesloten structuur waarin wij het leven tot de dood toe leven.
Pasen is niet: te rade gaan met het gezonde verstand, dat zegt: maken wat er van te maken is. Het is niet te rade gaan met het zieke gevoel — de dood vreet het aan —: halen wat er uit te halen is. Pasen, dat is pas leven! Een levenslust, die niet door stervensangst gevoed wordt. Voor Hèm leven, die voor mij gestorven en opgestaan is. Hem dienen, voor Hem leven. Van levenskramp en levensangst genezen, mogen wij ons leven goed besteden. Het loopt niet uit op de dood, het mondt uit in het eeuwige leven.
Vraagt iemand, wie hier de optimist is? Natuurlijk die man van eten en drinken, dag in, dag uit feest. En de pessimist? Hij, die iedere dag sterft! Maar ... zou het niet omgekeerd zijn? Want morgen sterven wij. Dat is een diep pessimisme. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden. Dat is een hoog optimisme.
Daarom kan het lijden zich helemaal inzetten voor het Koninkrijk Gods. Altijd overvloedig in het werk des Heren. Mijn leven is niet zonder zin en zonder doel. Het knapt niet af, het wordt opgewekt en wij mogen in eeuwigheid leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's