De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een mislukt portret van de Gerformeerde Bond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een mislukt portret van de Gerformeerde Bond

9 minuten leestijd

Vorige week is in ons blad een critische beschouwing gegeven over het boekje AKV '70, geschreven door drs. A. van der Meiden. Er is opnieuw aanleiding om in te gaan op bepaalde uitlatingen van deze godsdienst-socioloog in verband met een artikel in het Algemeen Dagblad van zaterdag 11 april, waarin door de journalist Ger Dullens een portret getekend werd van de Gereformeerde Bond, een portret waarvoor de gegevens waren verstrekt door de heer Van der Meiden. Nu is het op zichzelf al een merkwaardige zaak dat een blad zich laat voorlichten over de Gereformeerde Bond door een outsider, door iemand die de Bond niet van binnenuit kent. Het is genoegzaam bekend dat de heer Van der Meiden van huis uit Christelijk Gereformeerd is en dat hij in de tijd dat hij Hervormd is er bepaald geen blijk van heeft gegeven enige verwantschap te hebben met de kring die hij nu typeert. Daaraan verandert niets dat hij sedert een half jaar in een Gereformeerde Bondsgemeente woont, (Meerkerk) een punt dat in het bewuste artikel nadrukkelijk wordt genoemd.

Wat de inhoud van het stuk betreft, daarin ontbreekt elke objectiviteit. In de eerste plaats worden er een aantal onjuistheden in ten beste gegeven, waardoor alleen al dit stuk ongeloofwaardig wordt. De heer Van der Meiden zegt bijvoorbeeld dat in Gereformeerde Bondsgemeenten de vrouwen niet mee doen aan stemmingen, maar dat de vrouwen wel officieel dispensatie hebben gekregen om te gaan stemmen toen de vraag ter sprake kwam of de vrouw in het ambt moest worden toegelaten. Ik zou de heer Van der Meiden uit willen dagen deze uitspraak aan de hand van de feiten aan te tonen. Er zullen ongetwijfeld vrouwen zijn die niet gaan stemmen, maar de practijk in Hervormd Gereformeerde gemeenten is wel van dien aard dat dit bepaald niet als een kenmerk van de Hervormd Gereformeerde gemeenten genoemd kan worden. En wat die dispensatie betreft, wie op de hoogte is van de feiten weet wel beter.

Verder wordt gezegd dat de Gereformeerde Bonders een „eigen" partij hebben, en wel de Staatkundig Gereformeerde Partij. Ik ga hier niet treden in een beoordeling van een bepaalde politieke keuze, maar het gaat nu om de feiten, in de eerste plaats kan genoegzaam bekend zijn dat zowel de A.R.P. als de C.H.U. en de S.G.P. stemmen trekken uit de kring van de Hervormd Gereformeerden en dat diverse belangrijke posten, tot in de hoofdbesturen toe binnen elk van deze partijen door Hervormd Gereformeerden zijn ingenomen. En als er één politieke richting is die voor de Bond vanhuis-uit kenmerkend is dan is dat vooral de A.R.P., al is daarin de laatste jaren wel een kentering gekomen. In de tweede plaats doet een „eigen" partij, waarover in het artikel gesproken wordt, denken aan een partij die uitsluitend voor Hervormd Gereformeerden is. De S.G.P. betrekt haar kiezers echter uit de gehele gereformeerde gezindte. Een eigen partij hebben de Hervormd Gereformeerden alleen onder prof. dr. Visscher gehad. Dat was de tijd van de Christelijk Nationale Actie, al ging deze partij nu ook weer niet officieel van de Geref. Bond uit.

Verder staat er nog in het artikel dat De Saambinder een orgaan van de Gereformeerde Bond is, terwijl dit het orgaan is van de Gereformeerde Gemeenten. En dan zullen we nog maar zwijgen over de onjuiste voorstellingen die opgeroepen worden door enkele kwesties in Geref. Bondsgemeenten, die in het artikel opgerakeld worden.

Al met al maken deze feitelijke onjuistheden het verhaal in het Algemeen Dagblad ongeloofwaardig. Gezien de onjuiste informatie, die in dit artikel door de heer Van der Meiden wordt verstrekt, is er alle aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van andere publicaties van zijn hand. De nonchalance met betrekking tot de gegevens die hij verstrekt is bepaald niet in overeenstemming met de wetenschappelijke pretenties die een godsdienst-socioloog van professie dient te hebben.

Caricaturen

Naast de feitelijke onjuistheden zijn de andere gegevens uit het artikel van dien aard dat het geheel in hoge mate caricaturaal is. De titel van het verhaal is: De zevende dag maakt de predikant de dienst uit. Maar ook de rest van het artikel wemelt van caricaturen. Als eerst gezegd is dat bij de Hervormd Gereformeerden ten aanzien van de geboden het accent valt op de zondagsheiliging en op het zevende gebod, volgt de opmerking: „Op de andere geboden wordt minder nadruk gelegd. Het gij zult niet stelen wordt niet toegepast op de kruidenier die teveel rekent". Deze caricatuur zal het bij het lezerspubliek van het Algemeen Dagblad wel doen, maar de heer Van der Meiden mag zich wel afvragen of hijzelf recht doet aan het negende gebod. Dat gebod is namelijk ook van toepassing bij het typeren van een kerkelijke kring.

We zullen niet alle caricaturen noemen. Wel nog de betiteling van de Gereformeerde Bonders als „zwarte-kousen-Hervormden". En ook nog twee kwesties uit bepaalde gemeenten die voor het voetlicht worden gehaald. In grote letters wordt melding gemaakt van een schoolbestuur, waarvan de leden onlangs de voorzitter naar huis stuurden, omdat hij het had gewaagd zijn vrouw en dochter mee te laten stemmen in een gemeentevergadering van de Hervormde Kerk. We zullen hier deze kwestie niet in den brede uitmeten, maar de heer Van der Meiden zou er goed aan gedaan hebben als hij zich van de werkelijke gang van zaken op de hoogte zou hebben gesteld. Dan zou hij tot de conclusie komen dat in deze kwestie anderen dan Hervormden een rol speelden.

In de tweede plaats wordt breed uitgemeten het geval van de kerkeraad te Lienden, die de doop weigerde aan een kind waarvan de vader op zondag voetbalde. Een persbericht dienaangaande moet de tekst van het verhaal ook nog wat opsieren. We zouden willen zeggen: hulde aan de kerkeraad van Lienden, die nog besef heeft dat het ja-woord op de doopvragen consequenties heeft voor de opvoeding. Ds. M. Groenenberg merkt in Hervormd Nederland van 11 april over deze zaak op dat je geen kinderen doopt van mensen „die er nooit blijk van gegeven hebben enige band met de kerk te hebben". Hij zegt dan verder: „En daarom ging het in Lienden. Zo bleek toen men eens op informatie uitging. Waarom wilde men de doop? Om opa en oma te plezieren, 't Was zo aardig voor de oude mensen. Ze hadden al zoveel kleinkinderen en niet één was er gedoopt. Als je oud geworden bent in allerlei tradities dan betreur je dat. In ieder geval: het jonge echtpaar wou aan die wens wel tegemoet komen. Een cadeautje voor oma en opa! En het kost geen cent.”

Kunnen mensen die op zondag voetballen en nooit naar de kerk gaan hun ja-woord geven? De kerkeraad van Lienden heeft neen gezegd. Dat siert deze kerkeraad. Dat dit voer is voor een blad, waarin de zondagsport breed uitgemeten wordt, ligt voor de hand. Dat een kerkelijk man als Van der Meiden dit voer aandraagt is ronduit kwalijk.

Gefaald

Maar laat ik ophouden met de caricaturen uit het artikel te noemen. Belangrijker is dat drs. Van der Meiden volkomen gefaald heeft wanneer het er om gaat de werkelijke bedoelingen van de Gereformeerde Bond duidelijk te maken. Het artikel zoals dat nu verschenen is geeft gerede aanleiding om te twijfelen aan het wetenschappelijk geweten van de heer Van der Meiden, die ongetwijfeld in zijn kwaliteit van godsdienst-socioloog gevraagd is zijn medewerking aan dit artikel te geven, maar ook aan zijn kennis van zaken, om over zijn verwantschap met de gereformeerde sector in de kerk dan maar te zwijgen.

Wie een groep of stroming typeren wil moet zich richten op het wezenlijke waarom het in die groep gaat. En als men die bedoelingen bestrijden wil, wees dan scherp maar blijf eerlijk. En vertel geen verhaal dat koren op de molen is voor een op sensatie belust lezerspubliek.

Sinds jaar en dag hebben we in ons blad de gang van zaken in de Hervormde kerk critisch begeleid. Dat is vaak gebeurd op scherpe wijze. Maar we hebben geschreven naar onze eerlijke overtuiging, zonder daarmee personen te willen kwetsen of caricatuurvoorstellingen te maken. Allerlei „kwesties" in midden orthodoxe gemeenten, waartoe de heer Van der Meiden wil behoren hebben we nimmer aangegrepen om daarmee andere delen van de kerk te typeren. We hebben ons gericht op tendenzen, op opvattingen, die naar onze vaste overtuiging de toets van het Woord niet kunnen doorstaan, op het verval van de kerk zoals dat allerwege te signaleren is.

Inmiddels vecht de heer Van der Meiden tegen windmolens. En zo'n artikel zoals dat in het Algemeen Dagblad stond is dan ook doorzichtig goedkoop. Dat zien ook de lezers. De ingezonden stukken die inmiddels naar aanleiding van dit artikel verschenen, getuigen daarvan.

Het moet de heer Van der Meiden intussen wel wat te zeggen hebben dat ondanks het ageren van links tegen de Gereformeerde Bond de vraag naar gereformeerde prediking in de Hervormde kerk toeneemt. Daarvan zouden tal van voorbeelden genoemd kunnen worden. In gemeenten, waar nooit een gereformeerde prediking is geweest, begint men er momenteel naar te vragen, tot in plaatsen die altijd vrijzinnig geweest zijn toe. We zeggen niet dat wij — om de woorden van de heer Van der Meiden zelf te gebruiken — de echte Hervormden zijn. Ook zo'n voorstelling is namelijk een caricatuur. Maar we zeggen wel dat de gereformeerde prediking binnen de Hervormde Kerk de enige legitieme is. De enige prediking ook waarin de mens in zijn verhouding tot God volkomen ernstig wordt genomen en de mensen geen stenen voor brood wordt verkocht. Zou dat dan ook niet het geheim zijn van de toenemende vraag naar gereformeerde prediking? Laat de heer Van der Meiden, als hij godsdienst-sociologie wil bedrijven, daar maar eens een studie over beginnen. Er is wel een lijstje op te stellen van gemeenten waar een verwaterde prediking de vraag opriep en oproept naar een prediking zoals die gebracht wordt door Hervormd Gereformeerde predikanten.

Hoe komen er „gereformeerden" in de Hervormde Kerk, wordt er in het bewuste artikel gevraagd. Mogen we dan nog even zeggen dat Hervormd en Gereformeerd dezelfde betekenis hebben? Onze kerk is Hervormd, dat is Gereformeerd, om telkens weer Hervormd, dat is Gereformeerd te worden. Dat geldt voor de kerk. Dat geldt als het goed is van al haar leden. Ook voor de heer Van der Meiden. Het is dan ook geen hartverheffende zaak als iemand spuwt in het water waarvan zijn vaderen gedronken hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een mislukt portret van de Gerformeerde Bond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's