KONFERENTIE CONTACT-ORGAAN VOOR DE GEREFORMEERDE GEZINDTE
Woensdag 22 en donderdag 23 april hield het C.O.G.G. zijn jaarlijkse konferentie, voornamelijk rond een referaat, beter een getuigenis van dr. W. Aalders over het thema „Christus en de wereld".
Dr. Aalders wees op de briefwisseling tussen Da Costa en Kohlbrugge, waarin dit thema werkelijk werd uitgediept, en op het jammerlijke verschijnsel dat men bij Bavinck en Kuyper een wezenlijk dilemma tussen de twee partijen van het onderwerp tevergeefs zoekt. Komt bij Bavinck sr. in zijn latere leven de vraag hieromtrent wel opduiken, duidelijker is dit het geval bij Gunning, A. Th. Jonker en J. C. Sikkel.
Het werkelijke pathos en ethos van „de wereld" doet zich eerst goed gelden via het Marxisme na de Tweede Wereldoorlog. De vrijzinnige theologen zijn daarmee geëngageerd, doch niet minder (naar rechts) vader en zoon Blumhardt („Evangelium ist Reich Gottes, nicht Religion") en de religieus-sociale Léonard Ragaz („Le message révolutionnaire") en Herman Kutter. Men moet volgens hen niet Christus in de kerk, maar in de wereld dienen, en wie dat doet, behoort tot de gemeente van Christus, die een wereldrevolutie voorbereidt.
Toen na de Tweede Wereldoorlog Barth de sleutelpositie innam, werd geleerd, dat de Reformatie tekort schoot in de eschatologie en geen oog had voor het opdringende Godsrijk. Via het Christocentrisme is de wolk van donkerheid en hopeloosheid, die Barth de Reformatie verwijt, weggevallen. Vrolijkheid en humaniteit doorlopen zijn hele theologie. Maar dat is een totaal ander pathos en ethos dan bijvoorbeeld bij Luther. „Ich kann leider in dieser Welt nicht von Herzen froh sein".. (Ik kan helaas in deze wereld niet van harte vrolijk zijn.)
Bezinning op de Reformatie leert ons, dat daar niet het Rijk Gods, de schepping en het Messianistische heil in het centrum staan, hoewel deze thema's in die tijd wel leefden (Erasmus, Moore e.a.). Het ging echter de Reformatie om God, ziel en zaligheid. De problemen hebben Luther buiten de kerkelijke traditie, maar ook buiten de wetenschap gebracht. Want zijn vragen kwamen uit een zielsnood voort, die alleen door „innerlich Werk Gottes" en niet door filosofie en theologie die hier niet van weten en door Luther nota bene in hun werken en beoefenaars tot de physica gerekend worden.
Met deze vragen is Luther door de kerk van zijn dagen heengebroken, want hij heeft ontdekt dat de mens coram Deo, d.i. voor het aangezicht van God, anders is dan ooit filosofisch, psychologisch en theologisch over hem gesproken en gedacht is en wordt.
Dit alles was geen ontdekking, maar openbaring van het Woord en wel nader van de Wet Gods. Vergeleken met deze vragen zijn alle wereldse vragen van lager orde. En de Reformatie — ook Calvijn — heeft de overweldigende en schokkende ervaring gehad dat in en met die innerlijk gekende nood en eeuwigheid het Evangelie opengaat als het partikuliere Woord der genade niet voor de mens als subjekt in de wereld of in de wetenschap, maar voor de mens in zijn innerlijkheid. Zo leeft de nieuwe mens in een nieuwe gerechtigheid, die werd aangeduid als de praktijk der godzaligheid. Hij heeft niets methodisch, wettisch, eigenwilligs of georganiseerds, doch is zo maar werk des Geestes en ingelijfd in „der himmlische Adam", Jezus Christus.
Het Woord van God is er om „te verwoesten, uit te delgen en te vernietigen alle wijsheid en gerechtigheid van het vlees", en uit dàt Woord leeft de gemeente. Zij is anders, zij is in haar anders-zijn een ergernis èn een martyrium in deze wereld. En dáárin is zij de wereld ten zegen, dat zij de deur van het Rijk der genade openhoudt.
Konklusie: in en met het thema staan wij voor een onontwijkbaar dilemma. Het heil in Christus is innerlijk = geestelijk = hemels = eeuwig, en is van het heil, waarvan de wereld droomt, gescheiden door de nauwe weg van de wedergeboorte en de bekering. Gunning: „Wie in de hele theologie niet uitgaat van de wedergeboorte, komt vroeg of laat terecht in het modernisme". Wie de nauwe weg als scheiding vergeet en ook vergeet wat van wat gescheiden wordt, die verspeelt het „voor mij" van het Evangelie en verwoest de innerlijkheid van de gemeente en doet het werk van Christus en de Geest schade aan.
Er zijn twee mogelijkheden: òf een hedendaagse Karmel, waar geldt: „Kiest u heden, wien gij dienen zult", òf de krisis, die wij door moeten, is een apokalyptische en eindigt in de mens der leugen. Dan zal de gemeente uit moeten gaan in de woestijn, haar plaats, en wachten op de wederkomst.
De bezwaren op dit getuigenis werden, overigens in een goede sfeer, vooral van gereformeerde zijde, gehoord, en dan terzake van de „eenzijdigheid" in het gebruikte begrip „wereld". De christelijke kultuur en de Wijsbegeerte der Wetsidee eisen blijkbaar ongeacht ons tijdsgewricht en ongeacht de neergang en malaise, nog steeds hun tol op.
Uit de Gereformeerde Gemeenten, Vrijgemaakte en Gereformeerde en Christelijk-Gereformeerde Kerken was een goede vertegenwoordiging aanwezig. Uit de Gereformeerde Bond was bitter weinig belangstelling. Zoiets bepaalt mede de verhoudingen in de bespreking en het karakter van de vragen, soms zelfs de afloop van een konferentie. Mag ik namens het moderamen u opwekken, aan de C.O.G.G.-aktiviteiten enige aandacht te besteden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's