Bevrijding, Vrijheid
We herdachten dezer dagen de bevrijding. Dat is na 25 jaar een hachelijke zaak. Er groeit een generatie op voor wie de bevrijding van 1945 een zaak is uit de geschiedenisboeken. Wat zegt de jongeren de bevrijding? Ze weten niet van de gebondenheid die er was. Ze weten niet van de vrijheidsbeperking door de vreemde overheerser. Alleen de oudere generatie heeft het bewust meegemaakt; de vrijheidsbeperking en de bevrijding. De dag dat de geallieerden de steden en dorpen binnentrokken is voor velen van hen diep in het geheugen gegrift. De zorgvuldig bewaarde Nederlandse driekleur met oranjewimpel kon weer tevoorschijn gehaald worden. Nimmer heeft Nederland zo uitbundig gevlagd als op die dag. En nooit is brood zo op prijs gesteld dan toen het Zweedse witbrood werd verstrekt aan onze bevolking, die op vele plaatsen door honger geteisterd was. Met de bevrijding werd een periode afgesloten van gebondenheid, van honger, van armoede en ellende. De kerken stroomden vol om God de dank te brengen voor de bevrijding van knechtende machten. Er was oprechte dankbaarheid en uitbundige vreugde. En toch is het herdenken van deze bevrijding ook voor de oudere generatie een hachelijke zaak. Want wat hebben we met de herkregen vrijheid gedaan?
Bevrijd, waarvan?
Als we ons afvragen waarvan we in 1945 bevrijd werden dan zijn daarop vele antwoorden te geven. Maar ten diepste kunnen we zeggen dat we bevrijd werden van een demonische ideologie, die het vaste land van Europa in zijn gewelddadige greep hield. Een ideologie, waarin Duitsland werd voorgesteld als de door de Voorzienigheid uitverkoren natie, die voorbestemd was om de alleenheerschappij over het vaste land van Europa te hebben. Hitler schreef in zijn boek Mein Kampf dat Duitsland geen andere macht op het vaste land van Europa dulden mocht. Het Nationaal Socialisme was een ideologie, waarin de Führer, Hitler, werd vereerd als een heilsprofeet: „Heil Hitler; Führer, befiehl! Wir folgen". Een Nederlander hoorde zich zelfs door zijn buurman in Berlijn toevoegen: „Eén ding zult u moeten toegeven, als God ooit een Zoon heeft gehad dan is het Adolf Hitler". Tijdens massabetogingen werd aan de Führer uitbundig hulde gebracht. En allerlei christelijke begrippen als Heil, Vrede, Voorzienigheid etc. werden door de satanische ideologie van het Nationaal Socialisme opgeëist om deze beweging een religieus karakter te geven. Maar inmiddels betekende deze ideologie de doodsteek voor de Kerk, als deze zich tenminste liet inkapselen. Dat hebben velen in die tijd ervaren, die zich niet wilden laten inkapselen en bewust getuigden tegen dit demonisch stelsel. O ja, men mocht vrijuit naar de kerk gaan, maar de vrijheid van het getuigenis van de Kerk werd aan banden gelegd. Zolang de Kerk zich maar niet uitliet over de Duitse overheid en zolang ze in de voorbede maar niet ons koninklijk huis noemde, was er niets aan de hand. Maar anders, de feiten hebben wel geleerd wat er gebeurde als men z’n roeping verstond.
Wanneer we daarom de bevrijding herdenken dan gaat het ten diepste om de bevrijding van die machten, die het geweten geknecht hebben. Machten ook, waardoor miljoenen naar de slachtbank werden geleid. De moord op het Joodse volk staat als een opgericht teken in de wereld, ten bewijze van het duivelse karakter van het Hitler regime.
Gewetensdwang is het ergste wat een volk overkomen kan. Van die gewetensdwang zijn de sancties, die op allerlei personen werden toegepast, de begeleidende tekenen. De concentratiekampen en folterkamers zijn evenzovele aanklachten tegen een régime dat het met mensenlevens niet zo ernstig heeft genomen. Dat we van dàt regime werden bevrijd, is een reden tot diepe dankbaarheid.
Bevrijd, door Wie?
Bij het herdenken van de bevrijding mogen we ongetwijfeld stil staan bij al die mensen, die zich hebben ingezet voor de herwinning van de vrijheid: de illegale werkers, de geallieerden, de leden van ons koninklijk huis. Wie zou niet met diep respect terugdenken aan al diegenen, die het offer van hun leven hebben gebracht voor de zaak van de vrijheid? Er gaat iets door je heen als je staat op de uitgestrekte oorlogskerkhoven, waar, onder onafzienbare rijen van gelijksoortige kruisen, evenzovele jonge mensen begraven liggen, die ver van huis en haard de dood vonden; mensen die geen begrafenis konden krijgen van hen die hen liefhadden. Of wie zou niet met respect denken aan de offerbereidheid van koningin Wilhelmina, die, als ze naar haar hart geluisterd had, op 13 mei 1940 naar de Grebbeberg vertrokken zou zijn om er, zoals ze later schreef, en zoals Willem III het eens uitdrukte, als de laatste man te vallen in de laatste loopgraaf? Ze stond in de traditie van al die grote Oranjes, die hun leven over hadden voor onze natie. Haar grote voorganger Willem van Oranje was haar voorbeeld, met zijn inzet voor de bevrijding van Nederland van Spaanse overheersing. Zoals Willem van Oranje vanaf de Dillenburg de strijd tegen Spanje voorbereidde, gaf Wilhelmina leiding aan de Nederlandse regering in ballingschap. Dr. De Jong zegt ervan: „Ze wilde zich niet laten gevangen nemen. Had Willem de Zwijger de komst van Alva soms afgewacht? Was Hitler niet een even duivelse figuur als de Spaanse dwingelandij?”
Hoeveel respect we echter mogen hebben voor de persoonlijke offers die werden gebracht en de offerbereidheid van velen, die werd getoond, ten diepste gaat het er toch om, om de bevrijding te gedenken als de grote daden des Heeren.
Wanneer een oordeel over een volk en over volkeren gaat, dan hebben we hierin de hand des Heeren te zien. Zó werd het ook door velen beleefd in die dagen. Dat neemt weliswaar niet weg dat de overheerser verantwoordelijk blijft voor zijn daden, maar het heeft een volk toch alles te zeggen als het betrokken wordt in de oordelen Gods. Maar des te meer heeft het ook te zeggen, dat het oordeel niet tot het einde voltrokken werd. We mogen er met dankbaarheid Gods hand in belijden, die een wending bracht in het lot van de Europese volkeren. Hij wilde mensen gebruiken om ons de vrijheid te hergeven. Maar ten diepste vallen wij mensen daarbuiten. Hij hergaf ons de vrijheid. Daar behoort het hoofdaccent te liggen. Op 5 mei is er allerwege in den lande gefeest. Maar hoeveel kerken zijn er op die dag nog geopend geweest om de grote daden des Heeren te gedenken? Het herdenken van de bevrijding is een hachelijke zaak schreef ik al. Wanneer we als Nederlandse volk op 5 mei alleen maar een nationale feestdag hadden, zonder dat de dank in het huis Gods voor Gods aangezicht gelegd werd, dan was er in feite van herdenken geen sprake, althans niet van een herdenken van de grote daden Gods.
Waartoe heeft de vrijheid geleid?
De vraag is of we de bedoeling Gods met de teruggegeven vrijheid hebben verstaan. Wat hebben we met die vrijheid gedaan? In de oorlog zaten de kerken vol en direct na de bevrijding eveneens. Maar nu? Een schrikbarende afval zet zich door in ons Nederlandse volk. Iemand zei eens: de kerkgeschiedenis is een geschiedenis van kerkverval. Daar zit een diepe kern van waarheid in. Na de bloeitijd van de kerk in de gouden eeuw, na de bevrijding van de Spaanse overheersing, kwam al spoedig een neergang. En tot welk een dieptepunt kwam de Kerk in de vorige eeuw niet, na de periode van de Franse overheersing. En datzelfde proces zien we in onze tijd, maar in verhevigde mate. De apostel Paulus vermaant de vrijheid niet te misbruiken als een oorzaak voor het vlees. En dat, waar Paulus tegen waarschuwde, zien we in onze tijd in alle scherpte voor ons. Nederland is met grote energie begonnen aan de wederopbouw. Een periode van ongekende welvaart volgde. Maar tegelijkertijd zette de decadentie in.
In onze tijd worden, naar het schijnt, de laatste sporen van ons christelijk verleden uitgewist. De zonde wordt gekoesterd in plaats van bestraft. We hebben de vrijheid herkregen, maar we zijn in de ban geraakt van andere knechtende machten, van technische en economische machten, maar vooral van ideologische machten, andere dan de Nationaal Socialistische, maar niet minder gevaarlijk. De menselijke mondigheid staat in onze tijd centraal, zich manifesterend in overspannen hang naar democratie, naar inspraak, en een streven in de richting van de revolutie. In dit alles komt iets naar voren van wat Psalm 2 zegt: „Waarom woeden de heidenen en bedenken de volken ijdelheld? De koningen der aarde stellen zich op en de vorsten beraadslagen tezamen tegen de Heere en tegen Zijn Gezalfde, zeggende: laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen.”
Het besef dat alleen dáár vrijheid is waar de Geest des Heeren is, is uit het besef van velen verdwenen. De gemeente krimpt in en de kerk is machteloos geworden om de boodschap voor een wereld, die ten dode wankelt, onverkort door te geven.
Wanneer we dit alles rondom ons zien gebeuren is er alle reden om in plaats van te feesten op te wekken tot verootmoediging.
Te vrezen is dat we het doel van de vrijheid niet hebben verstaan. We hebben de vrijheid aangegrepen om ons vrij te maken van de eis van het gebod Gods. Onze vrijheid heeft geleid tot overspannen mondigheid, waarin steeds minder plaats is voor gehoorzaamheid aan het over ons gestelde gezag, ten diepste niet voor gehoorzaamheid aan God voor Wiens Aangezicht wij leven. Paulus vermaant tot gebed voor de overheden opdat wij een stil en gerust leven hebben zouden in alle godzaligheid en eerbaarheid. Er is in de oorlog om die vrijheid gebeden. We hebben de kans gekregen voor het stille en geruste leven waarover Paulus sprak, hetgeen nog iets anders is dan een rustig leventje. De kerk heeft opnieuw de mogelijkheid gekregen om aan haar roeping gestalte te geven. We moeten ootmoedig en schuldbewust erkennen dat de kerk in bevrijd Nederland niet de opbloei heeft gekend, maar de neergang. Dat is het meest typerend voor wat we als volk met de bevrijding hebben gedaan. Daarvan is de ontreddering op allerlei gebied, op het gebied van de zede bijvoorbeeld, een noodwendig gevolg. En daarom is herdenken van de bevrijding een hachelijke zaak. Er valt enerzijds veel te gedenken ten aanzien van wat 25 jaar geleden is gebeurd. Maar er valt weinig te vieren als we letten op de situatie waarin we als volk en kerk terecht gekomen zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's