BOEKBESPREKING
K. J. Popma, Evolutie — waar blijven de voorvragen?, uitg. Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1969, 74 blz.; ƒ7,50. Bij bestelling van 20 en meer ex. ƒ6,50 per stuk.
Dit boekje van de Utrechtse hoogleraar voor calvinistische wijsbegeerte voorziet in een behoefte. Voornamelijk de paperback van J. Lever, Waar blijven we?, wordt op methodische waarde doorlicht, en daarnaast treft u een evaluatie van verschillende studies van een aantal auteurs over verwante thema's aan. De idee van evolutie als een continue materiestroom wordt op haar al dan niet mythisch en heidens-godsdienstig karakter onderzocht, en het woord wereldbeeld wordt enigszins uit de diskussie teruggedrongen als een min of meer toevallig bij-produkt van onze levensbeschouwing. Popma kiest bij het gesprek met Lever de weg van een z.i. verantwoord amateurisme en gaat op een m.i. tamelijk filosofische manier tussen enerzijds hermeneutische vragen betreffende Genesis 1 en 2 (verpakking, mythe enz.) en historische feiten en hypothesen op biologisch terrein door.
Een van zijn belangrijkste voorvragen is m.i. deze of Lever niet een evolutionist geworden is, die bepaalde methoden en resultaten van zijn vak in zijn levensbeschouwing heeft verwerkt en zo ongewild en onbedoeld ons in de war brengt. M.a.w. spreekt Lever als bioloog of als meer-dan-bioloog in zijn paperback over biologische zaken?
Een tweede zaak, die hier te leren valt, is dat de aanduiding van vakken als „biologie" en „theologie" en... „filosofie" geen statussymbool van objektiviteit mag worden, en zeker niet wanneer vakgegevens ook voor de vakmensen blijken levensbeschouwelijke implikaties te hebben.
Helaas ontbreekt — en dat ligt in de opzet van dit boekje — een bijbelse studie, waardoor heel eenvoudig en zonder teveel logismen bij de vragen van de relatie tussen mens en dier kon verwezen worden naar het verschil tussen de dieren, ieder „naar zijn aard" en de mens „in Gods beeld, naar Zijn gelijkenis" (blz. 26). Zo ook hadden bij het „kultuurmandaat" de teksten van de heerschappij in Genesis 1 ter sprake kunnen komen. Wanneer Popma op blz. 32 stelt: „In de Heilige Schrift leert de God van het Verbond ons, waar we onze cultuurtaak moeten zoeken en vinden en hoe we haar moeten aanvatten", dan is dat voor mij net zo'n bijverschijnsel als het woord „wereldbeeld" aanduidt, temeer daar Popma spreekt van de God van het Verbond! Ook heeft Lever (blz. 35) stellig niet gelijk als hij opmerkt dat de komst van de mens in de aardse werkelijkheid betekent, dat „deze aardse werkelijkheid open voor God is komen te staan", hoewel Popma hem daarin groot gelijk geeft. Genesis 1 en 2 maken duidelijk, dat de mens deels representant van de schepping bij God, deels representant Gods in de schepping is. Dat wordt geaccentueerd door het scheppen van de mens uit het stof der aarde. Daar zit een scheiding in tussen mens en stof. Pas na de zondeval is de mens stof en zal hij tot stof weerkeren. Er moest meer bedacht worden, dat de bijbelse geschiedenis der schepping openbaring van God is. Dan volgde men ook eerder de evolutie van Gods woorden en daden van Gen. 1 : 1 en — 2:3, dan dat men zocht naar sprong-variaties en continuïteit tussen de zaken, die in Gods daadwerkelijke woorden uit elkaar blijken te liggen. Genesis 1 en 2 kent geen evolutie in het geschapene zelf.
Dat wil niet zeggen, dat Popma niet schoon gelijk, ook bijbels schoon gelijk heeft, als hij bijv. op blz. 39 pleit voor een open wereldbeeld en Lever als voor-vraag de kwestie voorlegt of hij niet van een gesloten wereldbeeld uitgaat.
Dat wil wel zeggen, dat aan Popma's voorvragen, die hij beëindigt met op te merken dat de mens een vragend wezen is, die moet doorvragen, de bijbelse voorvragen vooraf gaan. Wie Genesis 1 en 2 leest en herleest, zal merken dat de Schrift haar eigen vragen oproept en antwoorden geeft. Zolang dit niet duidelijk wordt gehonoreerd, blijven we ook wat betreft Schepping en evolutie in de mist.
J. H. Grolle: Open vensters naar Jeruzalem; Uitgave Boekencentrum, 's-Gravenhage; 152 pagina's; ƒ6,90.
Ds. Grolle, die jarenlang secretaris is geweest van de Hervormde Raad voor de verhouding van Kerk en Israël, geeft in dit boek zijn theologische visie op die verhouding. Hij meent dat het niet primair gaat om de bekering van Israël, maar om de bekering van de Kerk. De verhouding van de Kerk tot Israël moet weer naar bijbels patroon worden hersteld. Dan zal de prediking van de Kerk radicaal veranderen en zelfs beslissingen inhouden voor de wereldgeschiedenis.
Deze draad loopt door dit hele boek heen. Met vaak geladen volzinnen gaat de schrijver in op het verstaan van de bijbel door de Kerk in de loop der jaren. Met hartstocht pleit hij voor een verstaan van de Schrift vanuit Israël. Dit wordt geïllustreerd aan de Schriftgedeelten Jer. 31 : 31—34, Hebr. 8:6—12, II Cor. 3, Matth. 26:28, Marcus 14 : 24 en Lucas 22 : 20.
Aangezien het hier gaat om een totaal nieuwe benadering van de Schrift is het ondoenlijk om in het kader van een boekbespreking hierop in te gaan. Dat zou een aantal uitgebreide artikelen vergen. Wel moeten we zeggen dat de schrijver in allerlei kwalificaties over b.v. de reformatie en het verstaan van de waarheid der Schriften door de Kerk in het verleden, nogal eens ontspoort. De schrijver zegt b.v. ergens: „In de Reformatie echter, en vooral in mijn kerk, de Hervormde Kerk van Nederland, is dit een droevige historie geworden, een kwestie van objectivering, tot koud en star dogmatisch toe." In dit verband moet vooral de Dordtse synode het ontgelden. Bij dit alles heeft de Kerk Israël naar de mening van de schrijver in de kou laten staan.
In het slothoofdstuk stelt de schrijver een aantal vragen aan Kerk en Theologie, over de Kerk, het ambt, de sacramenten, de triniteit, de Messias, de kerkgeschiedenis, de oecumene, de laatste dingen en de exegese. Alles bij elkaar veel materie om over na te denken. De schrijver heeft veel diepzinnige gedachten over één en ander, maar het laatste woord zal er nog niet over gezegd zijn.
Het is bepaald geen gemakkelijk boek. Een boek ook dat de geheel eigen denkwereld van de schrijver laat uitstralen. Maar dan ook een boek dat naar ons voorkomt de betekenis van Israël overschat. De nieuwe dimensie die met het N.T. gekomen is wordt onvoldoende gehonoreerd.
Prof. dr. W. Jappe Alberts en dr. C. N. Fehrmann: Geïllustreerde geschiedenis van Nederland; Uitgave Krüseman, 's-Gravenhage, 256 pagina's; ƒ32,50.
In dit boek wordt een boeiend overzicht gegeven van de geschiedenis van Nederland tot 1930. Boeiend omdat het geen dorre opsomming van feiten geeft maar een aantal belangrijke lijnen laat zien die in de geschiedenis van ons land naar voren springen. Bovendien is het geheel rijk geïllustreerd en door de uitgever fraai verzorgd.
De diverse geestelijke stromingen in onze geschiedenis krijgen ook alle aandacht, waarbij overigens het Calvinisme nogal eens een kwalificatie krijgt opgedrukt die niet altijd even objectief genoemd kan worden. Soms wordt van een steile Calvinist gesproken, op een andere plaats van calvinistische diehards en van extremisme. In dit opzicht blijkt toch wel dat elke historicus de geschiedenis beziet door zijn eigen bril. Dat blijkt met name ook uit de episode waarin de Nationale Synode van Dordrecht beschreven wordt. Diegenen die zich verwant gevoelen met de Reformatie, met name ook met de gedachten van Calvijn, herkennen in allerlei typeringen over de Reformatie dan ook niet altijd de eigenlijke inzet van deze stroming. Vraagtekens plaatsten we ook bij de stelling van de schrijvers dat de overgang van Willem van Oranje tot het Calvinisme geen bekering was, en dat Maurits niet de minste belangstelling had voor godsdienstige zaken. Ook misten we toch wel het directe verband tussen het ontstaan van de gereformeerde kerk hier te lande en de wording van onze natie, al wordt aan de beginperiode van onze natie, juist ook met betrekking tot het kerkelijk aspect, wel veel aandacht besteed. In dit opzicht verschillen de accenten echter toch wel duidelijk met de visie van b.v. dr. Bremmer in zijn pas verschenen boek: Van opstand tot Koninkrijk. Dat alles neemt echter niet weg dat dit boek de moeite van het lezen ten volle waard is. De hoofdmomenten van onze geschiedenis worden op aantrekkelijke wijze weergegeven. En dit is nog altijd de moeite van het bestuderen waard.
H. Verweij: God in Israël; vraaggesprekken en visies over de Joodse apartheid, profetie en toekomst; Uitgave N.V. Buyten en Schipperheyn, Amsterdam; 123 pagina's; ƒ8.
De titel en ondertitel van dit boek geven duidelijk aan waarom het hier gaat. De schrijver heeft enkele vooraanstaande Joden uit Israël geïnterviewd inzake hun visie op de toekomst en de functie van Israël. Deze interviews zijn helder en boeiend. De vragen die de schrijver stelt getuigen van een grote kennis van zaken.
Aan het slot van dit boekje geeft de schrijver zijn eigen visie op Israël. Achter het huidige Israël gebeuren staat naar zijn mening de God van Israël. Israël is in de huidige situatie hèt teken van God. Met grote indringendheid benadrukt de schrijver de functie die Israël in de bijbelse toekomstverwachting heeft. De gedachten die hij daarbij ontwikkelt zijn dan ook alleszins de moeite van het overdenken waard. Toch rijzen er vragen, met name wanneer de verhouding van Israël tot Christus aan de orde komt. Dat Israël de Lijdende Knecht als zodanig niet heeft herkend, is, volgens de schrijver, opgenomen in de goddelijke Voorzienigheid. Het is als zodanig dienstbaar geweest aan een heil dat veel verder gaat dan het volk Israël. Tussen het offer van de Knecht-Messias en de komst van de koning Messias ligt namelijk de fase van de vorming der gemeente.
Maar inmiddels gaat Christus met de natie Israël een eigen weg. Al moet de kerk weliswaar doorgaan met het evangelie van Christus aan de Joden te verkondigen, toch mag niet verwacht worden dat het volk Israël als zodanig een christelijk volk zal worden. In de wederkomst van de Overwinnende Koning zal Israël de Lijdende Knecht herkennen. En dan zullen Israël en de volken burgers zijn in het Rijk van de Koning.
Bij deze gedachten, die bepaald stellenderwijze aan de orde komen, willen we toch graag een kritische kanttekening maken. We vragen ons af of de bijbel het recht geeft te stellen dat Israël en de volken elk hun eigen heilsweg hebben. Is de éne heilsweg juist niet in de Lijdende Knecht geconcentreerd, van wie de schrijver overigens terecht opmerkt dat de gerechtigheid in Hem geopenbaard is buiten de wet om? Dan kan het bepaald wel zo zijn dat God met het volk Israël ook in de toekomst zijn bijzondere bemoeiingen hebben wil en dat het volk Israël een teken zal zijn in het midden van de volkeren. Maar zal dat dan juist niet openbaar komen in een bekering - persoonsgewijs - tot de Lijdende Knechts des Heeren, Wiens wederkomst in heerlijkheid dan nog niet gezien zal worden? Als er een toekomst is voor het volk Israël, in de bijbelse zin van het woord, dan zal dat toch niet los staan van de verzoening?
Bij deze enkele opmerkingen willen we het laten. We willen dit boekje van harte ter verdere doordenking aanbevelen. Er blijven vele vragen open. Op bepaalde punten zouden we liever gezien hebben dat de schrijver meer vragenderwijs de dingen aan de orde had gesteld. Maar het is in ieder geval een inhoudsrijk boekje.
H. Gollwitzer: De Rijke Christenen en de arme Lazarus; Uitgave Boekencentrum N.V., 's-Gravenhage; 136 pagina's ƒ5,90.
De boekenmarkt wordt momenteel overstroomd met publicaties over de problematiek rondom de gerechtigheid in de maatschappelijke verbanden. En eigenlijk is het zo dat men van het vele dat verschijnt slechts enkele boeken behoeft te lezen om op de hoogte te zijn van de theologische trend in deze. Als zodanig geeft dit boekje ongetwijfeld een brede achtergrondsinformatie. De ondertitel luidt: De consequenties van Uppsala. Daarmee is tevens de theologische teneur van het werkje van prof. Gollwitzer gegeven. De gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus wordt geconcretiseerd in de huidige wereldverhoudingen, m.b.t. de verhouding van rijke en arme landen. In dit bijbelgedeelte ligt ongetwijfeld een ernstig vermaan om de problemen van de derde wereld volkomen serieus te nemen. Maar als we de uitwerking van één en ander bij Gollwitzer nader analyseren dan bekruipt ons hetzelfde gevoel van onbehagen dat telkens rijst bij lezen van theologische verhandelingen over revolutie en gerechtigheid. Gepleit wordt voor een politiek engagement van de kerk. In concreto betekent dat bij Gollwitzer: Keuze voor het socialisme, zij het een utopisch socialisme.
De stem van het Marxisme moet, volgens Gollwitzer, worden gehonoreerd. Gollwitzer protesteert ertegen dat Christendom en Marxisme als twee vijandige wereldbeschouwingen tegenover elkaar worden gezet. Zo zouden we door kunnen gaan. De revolutie behoort tot het thema van de huidige Christelijke sociale ethiek. Christenen dienen verder geïnteresseerd te zijn bij het studentenverzet. De schrijver heeft daarom zijn boekje aan de studenten van het studentenverzet opgedragen, o.a. aan Rudi Dutschke.
Deze enkele aanduiding moge voldoende zijn om aan te geven in welke richting in dit boekje wordt gedacht. Voor wie enigszins bekend is met deze materie geeft dit boekje weinig nieuws. Het zet de dingen nog eens op een rijtje. Na lezing bekruipt je het gevoel dat het evangelie geworden is tot een nieuwe wet. De Kerk loopt amechtig achter de wereld aan. Dat neemt niet weg dat de zaak zèlf, die in dit boekje aan de orde gesteld wordt, alle aandacht verdient. Het gaat er niet om de enorme problemen en opdrachten die hier liggen te negeren of onder de tafel te werken. Maar wel dienen we bedacht te zijn voor een theologie, die in feite een politieke ideologie wordt, waar het merg van de religie uit is. Die teneur menen we in dit boekje te moeten signaleren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's