PINKSTEROPDRACHT
„Word vervuld met de Geest" Efeze 5 : 18b
Pinksteren is het feest van de uitstorting van de Heilige Geest. We gedenken de vervulling van de belofte des Vaders, waarvan Jezus tot Zijn discipelen gesproken had (Luk. 24 : 49, Hand. 1:4). We weten van de tekenen, waarmee dit heilsgebeuren gepaard ging. Toen de jongeren vervuld werden met de Heilige Geest, gingen ze spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Ze verkondigden de grote werken Gods, het heil in Christus. En de mensen konden het in hun eigen taal vernemen, waar ze ook vandaan kwamen. We kennen de Pinksterpreek van Petrus. We weten van de drieduizend, die tot bekering kwamen en werden gedoopt. We spreken van Pinksteren als de stichtingsdatum van de christelijke kerk. We noemen het een zendingsfeest. Als het gaat over de Pinksteropdracht denken we meestal aan de verkondiging van het Evangelie, de voorbede voor de zending en de collecte voor het werk.
Maar Paulus heeft het nog over een andere Pinksteropdracht: Word vervuld met de Geest!
Vreemd eigenlijk. Want hoe kan men dat nu doen?
In Hand. 2 lezen we van vervuld worden met de Heilige Geest als daad van de verhoogde Christus. Daar kan men toch niet over beschikken. Je bent niet de baas over de Heilige Geest! Hoe kan de apostel dit dan zeggen in de vorm van een opdracht? We hadden dit misschien niet van hem verwacht. Maar hij zal toch wel geweten hebben wat hij schreef. Wij geloven, dat de Geest Zelf hem daarbij heeft geleid. Dus moeten we nagaan, hoe Paulus het heeft bedoeld.
Het eerste wat we bedenken moeten is, dat hij dit schrijft aan de gemeente die de Heilige Geest ontvangen heeft. Zie Hand. 19. Alleen daarom kan hij zo tot hen spreken. Tot ongelovigen en onbekeerden zou hij dat nooit hebben gezegd.
In deze brief heeft hij al eerder geschreven, dat de geadresseerden nadat zij tot het geloof zijn gekomen, verzegeld geworden zijn met de Heilige Geest der belofte, zodat zij gemerkt zijn als het eigendom van Christus. Zij hebben de Geest ontvangen als onderpand, als voorschot op de erfenis van de volkomen zaligheid die hen wacht (Ef. 1 : 13, 14).
Op grond daarvan kan hij hen aanspreken op hun roeping: Wordt vervuld met de Geest. Hij bedoelt dus: Als u de Geest ontvangen hebt, moet u ook door de Geest leven. Deze vermaning sluit aan bij wat we in 4 : 30 lezen: En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door welke gij verzegeld zijt tot de dag der verlossing. Dat zou n.l. gebeuren, wanneer men niet leeft naar de wil van God.
In het onmiddellijke verband van de tekst gaat het daar ook over. Paulus wijst er op, dat zij voorzichtig moeten wandelen, niet als onwijzen, maar als wijzen. De Schrift leert, dat de vreze des Heeren het beginsel van die wijsheid is. Zij moeten de tijd uitkopen, want de dagen zijn boos. Juist omdat de verdrukking toeneemt, is die voorzichtige wandel te meer nodig. Daar wordt ook in 1 Petrus 2 : 12 op gewezen: En houdt uw wandel eerlijk onder de heidenen, opdat in hetgeen zij kwalijk van u spreken als van kwaaddoeners, zij uit de goede werken die zij in u zien, God verheerlijken mogen in de dag der bezoeking.
Paulus voegt er met het oog daarop aan toe: Daarom weest niet onverstandig, maar verstaat welke de wil des Heeren is. Dat is niet een zaak van gezond verstand, maar van luisteren naar Gods Woord in biddend overleggen waar het in elke situatie op aan komt, als men in geloofsgehoorzaamheid de Heere wil dienen.
In aansluiting hier op volgt dan de tekst, die volledig luidt: En wordt niet dronken in wijn waarin overdaad is, maar wordt vervuld met de Geest.
De tegenstelling geeft een merkwaardig accent aan deze Pinksteropdracht. We krijgen nu beter inzicht in Paulus' bedoeling. Hij waarschuwt de gemeente, dat men moet vervuld zijn met de Geest. Want dat z.g. geestrijke vocht is gevaarlijk goedje. Er is overdaad in. Eigenlijk staat er „reddeloosheid". Het betekent ook losbandigheid. Je bent dan niet meer te houden en zinkt weg in liederlijkheid. Daar tegenover staat het leven in de klare blijdschap van het geloof. Het verheffende vindt men dus niet in de wijn, maar in het leven door de Geest.
Dat mogen we ons wel voor gezegd houden.
Bij steeds meer mensen, ook gemeenteleden, komt al gauw de fles op tafel. Voor de goede stemming. Maar leert de ervaring niet, dat het peil dan heel anders wordt dan wanneer we doen wat Paulus aangeeft als nadere uitwerking van de Pinksteropdracht: Sprekende onder elkander met psalmen en geestelijke liederen, zingende en psalmende de Heere in uw hart.
Veel mensen trachten aan de leegheid, de vaalheid, de zorgen en spanningen van hun leven te ontkomen door alcoholgebruik. Voordat men er zelf erg in heeft, is men alcoholist. De vervoering die men beoogt, het wegdoezelen in een zorgeloze stemming, de extase van de roes brengt niet het echte geluk. Het is een tijdelijk ontsnappen aan het kleurloze en zorgvolle bestaan. In wezen leidt het echter tot ontreddering. Een christen mag zich daar niet aan overgeven. Wordt niet vol van de wijn waardoor je losslaat, maar wordt vervuld met de Heilige Geest. Die geeft echte blijdschap. De Geest doet ons delen in de verlossing, die Christus heeft bereid. De verlossing uit de doodstaat van de zonde, uit de vervreemding van God (hoofdstuk 2). De Geest doet Christus door het geloof in onze harten wonen en Zijn liefde kennen (3). De Geest schenkt de ware gemeenschap in de eenheid van het lichaam van Christus (4).
Die gemeenschap is van grote betekenis.
Als men de vraag stelt, hoe men als christen vervuld wordt met de Geest, dan wijst de apostel op die onderlinge gemeenschap: Door elkaar toe te spreken met psalmen en lofzangen. Daar zal wel de beurtzang mee bedoeld zijn. In het o.t. lezen we daar meer dan eens van. „Zingt de Heere bij beurte met dankzegging, psalmzingt onze God op de harp" (Ps. 147:7).
Gods kinderen mogen geen individualisten zijn. Dat zou verdorrend en verschralend werken. We hebben elkaar nodig om vervuld te worden met de Geest. Omdat we alleen sámen met al de heiligen kunnen vatten welke de breedte, en de lengte, en de diepte, en de hoogte is en bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat wij vervuld worden tot al de volheid Gods (Ef. 3:18, 19).
Zo in geestelijk contact met elkaar (waarbij men elkander in de vreze Gods respecteert, vers 21), rijst Gods lof op stem en snaren. Al zingende wordt het hart vervuld van Gods Geest en uit men zich: Dankende te allen tijd over alle dingen God en de Vader, in de Naam van onze Heere Jezus Christus.
Door de roes van de wijn wil de mens de angsten en de spanningen van het leven in nevels verhullen. Maar in de klaarheid van de geloofsblijdschap mag worden gedankt. Altijd, ook in de verdrukkingen, als het nacht is. En over alle dingen. Ook over het leed en de beproeving. Omdat alle dingen mogen medewerken ten goede.
Omdat de verdrukking lijdzaamheid werkt (volharding), en de lijdzaamheid bevinding (beproefdheid), en de bevinding hoop. En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons gegeven is (Rom. 5 : 3—5).
Zo mag gedankt worden, omdat men de Naam kent, de openbaring van Gods liefde in Christus Jezus.
Volk van God, kom in gehoorzaamheid aan deze Pinksteropdracht tot de Pinkstervolheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's