De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

9 minuten leestijd

Medische ethiek

Tot de vragen die in de medische ethiek steeds weer aan de orde komen, behoort onder meer de vraag van de waarheid aan het ziekbed. Moet er door de artsen gesproken worden? In welke zin? In zijn jongste publicatie „Medische macht en medische ethiek" heeft prof dr. J. H. v .d. Berg in dit opzicht een grote openheid bepleit. De tijd waarin de arts geacht werd te zwijgen is z.i. voorbij. De patiënt heeft het recht te horen waar hij aan toe is. Het blad „Koers" had onlangs een interview met mevr. M. M. Plomp - van Harmelen, chirurg in het diakonessenhuis te Utrecht. In dit gesprek kwam ook dit punt ter sprake.

„Het gebeurt dat je iemand „openmaakt" en je constateert een ongeneeslijk kankergezwel. Nu kom je als medicus en als christen voor een keus te staan. Het wel of niet aan de patiënt vertellen!? Er is een medische ethiek, die de christelijke liefde als grondslag behoort te hebben, maar dit is in de praktijk helaas niet altijd zo. Persoonlijk ga ik er vanuit, dat je de lijder moet inlichten. De patiënten hebben er recht op. Het is hun lichaam en hun leven.

Eens kreeg ik een patiënt onder handen die wel vijf littekens door operaties op zijn buik droeg. Hij wist van geen enkele ingreep de juiste oorzaak. Kijk, dat vind ik onjuist. Men had hem dat moeten zeggen. Het is toch zijn eigen lichaam?

We moeten als medici geen geheimzinnige afstand scheppen tussen ons en de patiënt!...

Een ander punt is: HOE zeg ik het de patiënt?

Daar worstel ik dagelijks mee. De patient moet voorbereid worden op het naderende einde. Maar niet in de zin om hem nu maar vol te stoppen met angst. Ik probeer hen dan duidelijk te maken, dat je zonder Christus niet LEVEN kunt. Ze zullen dan ook kunnen sterven.

We moeten hem wel zeggen waar het op staat, maar altijd handelen uit liefde en niet uit waarheidsfanatisme. Het is een moeilijke zaak. Temeer daar ik geloof wat de Bijbel hierover leert, dat het met dit aardse leven niet afgelopen is. Dan behoort immers de liefde van Christus ons te dringen tot het behoud van anderen.

In dit interview kwam ook even de kwestie van de abortus ter sprake. Wie enigermate op de hoogte is van de bezinning hierover in allerlei kringen (medisch, theologisch, juridisch) weet hoe ook hier veler meningen zich wijzigen. Van verschillende zijde wordt gepleit voor een legalisering van de abortus, een m.i. zeer bedenkelijke ontwikkeling. Als argument wordt vaak genoemd, dat door legalisering het aantal illegale abortusgevallen, die ondeskundig en met groot risico worden uitgevoerd zou afnemen. Een redenering die al te veel heeft van de stelregel, dat het doel de middelen heiligt, en daarom m.i. verwerpelijk is. Wij zullen als christenen tegenover deze ontwikkeling uitermate kritisch hebben te staan. Mevr. Plomp zegt in dit interview over dit onderwerp

Abortus

Abortus provocatus? Nee, ik zou er niet aan denken deze ingreep toe te passen. Dat is het probleem van ongewenste zwangerschap aan de verkeerde kant aanpakken. Ongewenste zwangerschap moet niet verstoord, maar voorkómen worden. Er zijn zelfs theologen die menen te mogen zeggen dat een embryo van zes weken, nog geen menselijk wezen genoemd kan worden. Dat vind ik een bijzonder dom gepraat. Bekijk maar eens een afbeelding van een embryo van zes weken. Het is wel degelijk een compleet mens. Nog onvolgroeid en onvolmaakt, maar alles is er reeds!

Nee, ik zou er niet aan beginnen. Ouderwets? Dat kan mij niets schelen. Het gaat er om wat juist en onjuist is, verantwoord of onverantwoord. Men zou van theologen toch echt wel andere taal verwachten. Het is een typisch verschijnsel van deze welvaartstijd, dat men alles moet krijgen wat men hebben wil. Het kan een christelijk getuigen zijn, te laten zien, dat men ook eens een gemis of een onwelkome gebeurtenis moet kunnen accepteren.

Uiteraard kan in een interview van een beperkte omvang niet alles gezegd worden. Maar de geciteerde zinnen verdienen de aandacht en een bredere uitwerking. Duidelijkheid blijkt uit hetgeen gezegd is hoe riskant het is wanneer de ethische regels alleen maar bepaald worden door de veranderende situatie. Daardoor wordt het normbesef uitgehold en raakt men het zicht op de geboden van de Here God kwijt.

Een nieuwe actiegroep

Actiegroepen zijn aan de orde van de dag, één van de modeverschijnselen van de tijd. Soms krijg je daarbij de indruk: Hoe meer erom actie geroepen wordt, hoe minder er gedaan wordt. „Hervormd Nederland" van 2 mei vertelt ons nu een en ander van een te vormen actiegroep van hervormde predikanten. Vier predikanten, Th. M. Loran, J. Lugtigheid, N. v. Oosterzee, H.G. v. d. Vlist hebben aan 400 predikanten een uitnodiging gestuurd voor een vergadering op 6 mei in Driebergen. Op de agenda voor die vergadering staan twee punten: a. Moeten we niet komen tot een soort schaduwsynode, die in kritische begeleiding erop toeziet dat eventueel goede beslissingen van de Algemene Kerkvergadering ook daadwerkelijk worden uitgevoerd?

b. Is het niet zinvol op zoek te gaan naar kritische en actieve gemeenten en het ontstaan daarvan te stimuleren om zo tot een grotere uitwisseling van ervaringen te komen.

Als men op deze agendapunten afgaat, kan men al direct constateren dat genoemde predikanten weinig vertrouwen hebben in de ambtelijke vergaderingen, vandaar de vraag naar een schaduwsynode, en voorts, dat zij een soort schifting van gemeenten beogen. Er zijn kritische en actieve gemeenten. Kennelijk zijn er dus ook die daaraan niet beantwoorden. De vraag is: Hoe worden de woorden kritisch en actief gevuld. Ds. A. v. Es heeft over dit actieprogram een gesprek gehad met ds. Th. M. Loran. We citeren uit dit gesprek:

Wat zijn jullie motieven? Oppositie? Angst? Of heel iets anders?

„Het is duidelijk, dat de voorrondevergaderingen voor de AKV onder een groot aantal gewone gemeenteleden heel wat hebben losgemaakt. Als u met Pinksteren de AKV vergadert en er — naar we hopen — goede dingen uit voortkomen, moeten deze goede zaken in de gemeenten ook werkelijk worden gerealiseerd. De gemeenteleden „verdienen" het dat de suggesties die ze deden (en waaruit een duidelijke betrokkenheid met de zichtbare kerk blijkt) hen in staat stellen verder te werken aan nieuwe plannen, nieuwe vormen.”

Vinden jullie dan de huidige organisatie van de kerk met haar organen niet daartoe geschikt?

„Het gevaar is niet denkbeeldig dat bepaalde „aanbevelingen" die de AKV zal doen zullen worden terugverwezen naar één van de vele commissies die de kerk heeft. Die ambtelijke weg is te lang. Terwijl het om mensen gaat die van goede wil zijn en die het gevoel hebben dat ze tegen een muur oplopen: „Het helpt toch niet”.

De uitdrukking „schaduw-synode" is toch ongelukkig. Daarin klinkt een stuk wantrouwen door.

„Ja, de zegswijze is niet gelukkig. Wij willen juist samen met de kerkelijke organen de gemeenteleden helpen.”

Maar hoe willen jullie dat doen?

„Door een groot aantal predikanten te verzamelen en ze er enthousiast voor te maken ringsgewijs de besluiten van de AKV, al naar de lokale en regionale situatie, toe te passen, te „vertalen". Want het gaat immers juist om de verantwoordelijkheid voor de plaatselijke gemeente.”

Zou ik dan die predikanten enigszins kunnen vergelijken met bijvoorbeeld de „100-mannen" die wijlen prof. Kraemer voor de oorlog verzamelde om de gemeenten wakker te schudden met betrekking tot de zending en met de gedelegeerden van de beweging „Gemeente-opbouw" in en na de laatste oorlog die de gemeenten langs reisden om hen te helpen weer gemeente van Christus te zijn?

„Ja, daarmee zou je hen zeker kunnen vergelijken. In ieder geval is het de bedoeling teams te vormen waarbij predikanten zich onderling verbinden in een bepaald gebied de zaken gezamenlijk aan te pakken en niet voortijdig weg te gaan. Die bemoediging is zo nodig, omdat er in heel veel pastorieën veel moedeloosheid is in de trant van „Het zal mijn tijd wel uitduren.”

Jullie stellen je dus niet op naast de AKV?

„Neen, we willen juist de AKV-resultaten verder brengen”.

Wat bedoelen jullie dan met „kritische gemeente”?

„Er zijn toch twee soorten „gelovigheid" in de kerk. Sommige gemeenteleden willen door het Evangelie alleen maar „getroost" worden, maar anderen willen bezig zijn nieuwe antwoorden te zoeken op de vragen van geloof, kerk, samenleving."

Je bedoelt de „horizontalisten”?

„Neen! Het gaat om die mensen die willen studeren, maar ook bidden en „vieren". Ze zitten in verschillende kerken. Maar ze hebben allen last ervan dat ze (voor bijvoorbeeld intercommunie en taakverdeling van predikanten) opbotsen tegen kerkordelijke bepalingen.”

Hoe willen jullie op dit stuk dan werken?

„Elke beweging in kerken stimuleren en bijstaan, uitwisseling bevorderen van opgedane ervaringen. De Septuagintgroep zegt in haar werkpapier: „Deze gemeenten zullen vanzelfsprekend oecumenisch zijn, niet als „experimenteergroepen" vanuit de Kerken op het niveau van gemeenschappelijk belijden, maar allereerst omdat men samen praktisch bezig wil zijn met een stuk christelijke verantwoordelijkheid voor elkaar en voor de wereld waarin de verschillende inspiraties — eenmaal ontdaan van hun theoretische en historische tegenstellingen — elkaar vruchtbaar kunnen corrigeren en verrijken.”

Wij willen in dit alles dus beslist kerkelijk handelen.”

Zien jullie en anderen om zo te zeggen „in de synode niets meer?”

„Er zullen er onder ons zijn bij wie dat het geval is. Maar wij willen ten diepste de organen der kerk met hun leden krachtig steunen in hun strijd."

Laatste vraag: Wat gaat er nu op 6 mei precies gebeuren?

„Natuurlijk goed met elkaar praten. Afspraken maken hoe we de AKV-zaken zullen opvangen en hoe we de gemeenten gaan begeleiden en uitzoeken wat er aan „kritische gemeenten" aanwezig is. Intussen: ons initiatief is... tijdelijk.”

Men kan niet zeggen dat het erg uitmunt in duidelijkheid. Wel een schaduw-synode, maar tegelijk krachtig de bestaande organen steunen. De gemeenten helpen, vooral diegenen die stimulerende suggesties voor de AKV gedaan hebben, maar van welke aard die zijn, wordt niet gezegd.

Toch krijgen we niet de indruk dat het streven van ds. Loran c.s. gericht is op die gemeenteleden, die als suggestie voor de AKV een voorstel deden, dat de kerk ernst zou maken met het reformatorisch belijden, en de hoogste prioriteit zou toekennen aan de prediking van Gods Woord.

Dat blijkt m.i. uit de bepaling van het begrip „kritische gemeente". Tegenover degenen die alleen maar getroost willen worden staan anderen die nieuwe antwoorden zoeken op vragen van geloof, kerk en samenleving. Op hen mikt de actie. En uit wat verderop gezegd wordt m.b.t. de Septuagintgroep kan men een bedenkelijke tegenstelling opmaken tussen belijden en practisch handelen. Of wil men dat laatste toch niet en wil men toch kerkelijk handelen?

Men kan uit een interview niet alles opmaken. Wij wachten dus maar af op nadere berichten. Maar vooralsnog zien we nog niet zoveel heil in het voorgestelde actieprogram. Eerder vrezen we een verdere afbrokkeling van het presbyteriale en reformatorische karakter van onze kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's