Voortgaande centralisatie
Tegen de tijd dat er Classicale Vergadering wordt gehouden glijdt gewoonlijk een aantal voorstellen tot wijziging van de kerkorde in de brievenbus van de scriba van de kerkeraad en van de predikanten. De ene keer zijn het er veel, de andere weinig. Het gewicht van de voorstellen is ook steeds zeer verschillend. Maar menig maal is een voorstel niet zo onbelangrijk als op het eerste gezicht lijkt. Dat geldt, naar het mij voorkomt, ook van het stuk genummerd 000-CKO/1438. Het is gedateerd op 6 april 1970, maar, althans door mij ontvangen eerst op 15 mei en behelst een voorstel tot wijziging van ord. 1-9-5.
De huidige redactie
Duidelijkheidshalve zij eerst de thans geldende tekst afgedrukt.
De provinciale kerkvergadering „kiest ( ) zich — voor een tijdvak van vijf jaren — uit haar midden of — zo dit met het oog op het geven van leiding door de provinciale kerkvergadering aan het kerkelijk leven in de kerkprovincie gewenst is — uit de ambtsdragers der kerkprovincie, een scriba, met dien verstande, dat, indien de scriba niet uit haar midden wordt gekozen, deze verkiezing geschiedt na overleg met het breed moderamen der generale synode".
Er zijn dus twee mogelijkheden: de scriba wordt uit het midden van de provinciale kerkvergadering gekozen, dus uit degenen die door de classes zijn afgevaardigd. In dit geval heeft het breed moderamen van de generale synode geen enkele invloed op de verkiezing van de scriba.
Het kan echter ook zijn, dat van hen die naar de provinciale kerkvergadering zijn afgevaardigd niemand in de gelegenheid is het scribaat op zich te nemen. Dat is volstrekt niet denkbeeldig, omdat vele afgevaardigden al meer dan bezet zijn en het scribaat bepaald geen sinecure is. Daarom is destijds terecht de mogelijkheid geschapen, dat de provinciale kerkvergadering zich een scriba zoekt uit de ambtsdragers van de kerkprovincie. Echter: na overleg met het breed moderamen der generale synode.
Het voor en tegen van het vrijgesteld worden van de provinciale arbeid laat ik thans rusten. Ik vermeld nu alleen het in ruime kring levend bezwaar, dat het gevaar groot is, dat de vrijgestelden van de eigenlijke gemeente afgroeien.
Het voorstel
Nu wordt voorgesteld (en de classes moeten zich daarover in hun meivergadering uitspreken) dit artikel als volgt te lezen: „Voorts kiest" de provinciale kerkvergadering „zich — voor een tijdvak van vijf jaren — uit haar midden, of, zo dit met het oog op het geven van leiding door de provinciale kerkvergadering aan het kerkelijk leven in de kerkprovincie gewenst is uit de ambtsdragers der kerk, een scriba, met dien verstande dat indien de scriba geheel of gedeeltelijk voor zijn arbeid als zodanig wordt vrijgesteld, de verkiezing niet geschiedt, dan nadat over de keuze van de betrokkene overeenstemming is bereikt met het breed moderamen van de generale synode".
Wat is dan gewijzigd?
De wijzigingen betreffen dus de volgende punten:
a. voor de keuze van een scriba is de vergadering niet meer gebonden aan haar ressort, t.w. de kerkprovincie. De provinciale kerkvergadering van Zeeland zou zich dus een scriba uit Friesland kunnen kiezen; overleg met het breed moderamen van de generale synode is op dit punt in elk geval niet meer vereist;
b. overleg is wel vereist, wanneer deze scriba geheel of gedeeltelijk voor zijn arbeid als zodanig wordt vrijgesteld. Dit overleg is geen vrijblijvende zaak. Er is sprake van: overeenstemming met het breed moderamen van de generale synode over de keuze van de betrokkene! En omdat het bijna niet denkbaar is, dat in deze tijd de scriba zijn arbeid zonder tenminste gedeeltelijke vrijstelling kan verrichten, betekent het voorstel in feite, dat de scriba van de provinciale kerkvergadering niet meer zonder toestemming van het breed moderamen van de generale synode gekozen mag worden.
Beoordeling
Men kan natuurlijk ten aanzien van het onder a. genoemde opmerken: is dit voorstel nu zo bezwaarlijk? Wanneer de zaak op zichzelf stond zou ik geneigd zijn te zeggen: wanneer men iemand zou kunnen benoemen, die de kerkprovincie heel goed kent en daar bv. jaren heeft gewerkt, maar daarin nu niet meer woont, laat men het desnoods dan maar doen. Dat kan echter nooit zònder vrijstelling voor dat werk, dus nooit zonder overeenstemming met het breed moderamen van de generale synode over de keuze van de betrokkene. En dit tweede acht ik veel ernstiger. In de toelichting staat: „men mene niet, dat de voorgestelde wijziging ten doel heeft „de macht van de provinciale kerkvergadering te beknotten". De vraag is veeleer of de Nederlandse Hervormde Kerk in een stéeds moeilijker wordende tijd en in een steeds nijpender wordende financiële positie als een geheel kan functioneren of niet". Mijn reactie is: men kan moeilijk zeggen, dat de bevoegdheid van de provinciale kerkvergadering en haar „mondigheid" hierdoor worden vergroot! Evenmin, dat er een groot vertrouwen in het verkiezingsbeleid van de provinciale kerkvergaderingen uit blijkt! En wat betekent dat „als een geheel ( ) functioneren"?
Onmiskenbaar is hier voortgang van de tendens tot centralisatie. Zeker, het is maar een kleine stap. Doch in een richting die mij herinnert aan de „besturenkerk".
In de toelichting wordt ook gepleit voor een verantwoord personeelsbeleid, mede gelet op de geboden bezuinigingen. „Telkens weer blijkt, dat de generale synode in haar organen belemmerd wordt in haar mogelijkheden om in dit opzicht een voor de hand liggend en verantwoord beleid te voeren". Een cryptische zin, want gelden die belemmeringen de nodige bezuinigingen of gemis aan invloed op benoemingen? Is er ontevredenheid over sommige vrijgestelden? Wil het breed moderamen voor het goede geld uit de centrale middelen der Kerk scribae van meer bekwaamheid of alleen maar meer vrijgestelde scribae, maar dan één op twee of drie kerkprovincies? Ik heb een vermoeden, dat het laatste bedoeld is. Maar laat men dan de dingen toch niet nodeloos ingewikkeld formuleren!
Wanneer dit laatste niet bedoeld is, zou blijken, dat men van bekwaamheid en geschiktheid toch wel erg veel verwacht, zodat men soms voor het onderhavige scribaat tot over de provinciegrens moet zoeken.
Laten wij het heil van de kerk niet verwachten van „knappe koppen", van mensen met wondere kwaliteiten en capaciteiten!
Leemten
Het voorstel is niet waterdicht geformuleerd. Hoe moet het b.v. wanneer een scriba naderhand wordt vrijgesteld? De formulering is ook niet juist: de verkiezing door de provinciale kerkvergadering wordt een farce, omdat eerst (NB!) over de keuze van de betrokkene overeenstemming bereikt moet worden met het breed moderamen van de generale synode. Het zal wel zo zijn, dat de provinciale kerkvergadering gebonden is aan een enkelvoudige voordracht van het breed moderamen van de generale synode. Eventueel, dat laatstgenoemde instantie het recht van weigering van een vrij te stellen gekozene heeft. Hoe ook, het laatste woord is aan het hoogste gezag. Dat is dus een stukje centralisatie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's