De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Openingswoord jaarvergadering Gereformeerde Bond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Openingswoord jaarvergadering Gereformeerde Bond

7 minuten leestijd

I

Met rustige overgave aan de God mijns levens en aan de leiding van Zijn almachtige hand, sta ik thans voor u om uw jaarvergadering te openen. Het was in de verste verte mijn wens niet, om deze plaats in te nemen, maar wel mijn bedoeling, om bij het bereiken van de zestigjarige leeftijd de arbeid in het Hoofdbestuur aan jongeren over te laten en mij het overige van mijn dienstjaren nog wat aan rustige gemeentearbeid te geven. Het is wel duidelijk, dat dit land de rust niet zal zijn en dat God Zijn dienaren ten einde toe op volle krachten, als zij daarover beschikken, laat arbeiden. Christus is de Koning der kerk en een barmhartig koning. Die over heel Zijn kerk en over hare dienaren het heeft te zeggen. Hij legt de mens niet te veel op. Onzer is de belofte: „Indien iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, die een iegelijk mildelijk schenkt en die niet verwijt." Hij doe dan met Zijn kerk en met de Bond en ook met ons wat goed is in Zijn ogen. Hij doe met ons naardat het Hem behaagt. Zijn behagen zij ons behagen, om niet met tegenzin, ook niet sloom, maar met lust te doen wat Zijn voorzienigheid ons oplegt. Maar ook Zijn wil, Zijn geopenbaarde wil, Zijn in het Woord geopenbaarde wil, zij onze wet. Daarin en daarin alleen ligt ook onze taak. Als bestuur dragen wij samen de verantwoordelijkheid en dragen wij samen deze taak. Dat hoeft waarlijk een enkeling niet te doen. Ons bestuur kan in zijn geheel niet treffen het verwijt, dat het een bestuur van oude mensen is. Het is vergroot en telt een heel aantal mensen, die in de opgang van het leven en die in de volle kracht van het leven zijn. Wat meer zegt, het bestuur is bij alle verscheidenheid van beroep van kerkelijke geïnteresseerdheid en van inzicht en visie, één van hart en één van zin in het beginsel van de Bond. Dat is, dacht ik, voor de koers, die de Bond heeft te gaan in deze warrige tijden, een ding van uitermate groot belang. Wij zoeken ook bij de keuze van uw bestuurders, voor zo ver wij dat in de hand hebben, zeer bepaald niet in een kerkpolitieke richting, maar in de religieuze zin naar zulken, die het belijden der kerk, het geloven der kerk zo breed mogelijk en zo diep mogelijk zien. Dat diepe saamhorigheidsgevoel, die gemeenschappelijke binding aan de God, die wij dienen willen, aan zijn Woord, aan de belijdenis der kerk, aan de kerk, is en moet ook zijn de kracht tot het vervullen van onze taak in en ten bate van onze kerk, in en ten bate van ons volk. Bij alle verschil van beroep, van aanleg, van inzicht, van taakvervulling in de Bond is deze diepe eenheid dankbaar te noteren. Zij zal zeker haar weerslag hebben in het geheel van de Bond en in zijn arbeid. In het Hoofdbestuur zo min als in de Bond vormen politieke verschillen tegenstellingen meer. De bladen, die in de Bond uitkomen, en zij zijn vele, beconcurreren elkander niet en staan stellig niet tegenover elkander. Er bestaat een behoorlijke samenspreking en samenwerking tussen de Bond en de Bonden. Het is misschien wel door de ontwikkeling der dingen in de kerk, dat tegenstellingen, die binnen de laatste vijf jaren opkwamen onder onze predikanten, weer wat weg schijnen te ebben. De behoefte om de dingen van onderop te laten bepalen of mede te laten bepalen, is wel een modeverschijnsel van deze tijd, maar zij doet toch in de consequenties, die na enkele jaren aan het licht treden, ook wel weer velen terugschrikken van deze wijze van doen. De drang naar eindeloze verandering en naar eindeloze vernieuwing, die ook de vastigheden der kerk en het geloof der kerk niet onberoerd laten, zal toch wel ééns verzadigen en óververzadigen. Zo'n drang naar verandering en haar vernieuwing roept toch ook telkens tegenbewegingen op. Ik meen dus dat er onder onze predikanten wat meer rust en bezonnenheid is ingetreden en ook weer wat meer toenadering en samengaan in dat, wat ons van huisuit bond.

’k Zeg dit voorzichtig tastend, maar meen het te mogen zeggen. Buiten onze kring zijn in onze kerk en daarbuiten bewegingen ontstaan, als die ik daareven signaleerde, sommige wat meer in een terugkeer naar objectieve geloofswaarheden en kerkelijke vastigheden en sommige meer doorstotend naar het persoonlijke en kerkelijke geloofsleven. Niet nagelaten heeft indruk te maken het optreden spreken en schrijven van dr. W. Aalders en degenen, die achter hem staan. Dit optreden heeft vooral onze theologie aangesproken. Met welke reserve men tegenover dit optreden stond, men voelde zich door dit woord aangeraakt. Dit en eigen opgedane teleurstelling in de gang van zaken in de kerk en het resultaat van veel kerkelijk handelen bracht hier en daar predikanten tot voorzichtigheid om op deze weg toch maar niet mee te gaan, al moet gezegd worden, dat ook ettelijken de moed niet konden opbrengen om tegen de algemene stroom in onze kerken in verschillende andere kerken in te gaan en om alleen te gaan of te blijven staan.

Een duidelijke zaak was het, dat veel kerkvolk, kerkeraadsleden, kerkeraden, dat steeds al tot de Bond behoorde, met vernieuwde trouw zich gevoelde aangetrokken tot de Gereformeerde Bond. Het is altijd zo, dat het Gereformeerde beginsel en de Gereformeerde prediking levenskrachtig blijken te zijn. Zij verbinden hen, die dit beginsel reeds waren toegedaan, in de loop van vele jaren en steeds hechter. Dit is een beginsel, dat met de jaren niet teleurstelt, dat niet verveelt en dat ook bij het klimmen der jaren grote rust en vrede biedt en dat ook in het aangezicht van de dood vastheid en troost geeft. Geen wonder dan ook, dat wij in de loop der jaren de mensen en de gemeenten niet verliezen. Ook anderen voegden zich bij ons soms aarzelend. Zo veel weerzin was tegen ons gewekt, zoveel smaad werd over ons uitgestort, dat er moed voor nodig was om onze zijde te kiezen. Niet alleen in, maar ook buiten onze kerk werden wij toch aangezien als sectariërs, mensen die op afscheiding, hetzij buiten de kerk, hetzij binnen de kerk, aanstuurden. Nochtans zijn wij gegroeid. Was voor jaren het aantal predikantsplaatsen honderd, wij passeerden verre de driehonderd en wat het kerkvolk betreft beliepen wij een zo belangrijk deel in de kerk, dat men ons waarlijk moeilijk meer kan bagatelliseren. Onze financiële draagkracht en de offervaardigheid van het Gereformeerde volk doet ons niet achter staan in de kerk. En wat het meeste zegt: dit volk van sectariërs en dopersen bezit toch door bijbelgetrouwheid en kerkgetrouwheid een innerlijk geloofsbezit, wat men doorgaans in andere kringen zo niet aantreft. Dit volk heeft de kritiek der kerk, dat het Christus' prediking niet zoekt, maar christenprediking ter harte genomen. Onder bekwame leidslieden is de prediking van Christus en Zijn heil meer en meer onder ons gekomen en de gezegende vruchten daarvan zijn gezien. De rechtmatige kritiek van dr. J. G. Woelderink op een doperse inslag, op een gebrek aan verbondsleer, op een onderschatting van de sacramenten is langzaam maar zeker aanvaard en ook daarvan zijn de heilzame gevolgen niet uitgebleven, althans in vele gemeenten. Wij zijn ons zeer wel bewust, dat wij tot de volmaaktheid bij lange niet gekomen zijn en ook niet komen zullen, wij weten maar al te zeer dat ook in onze gemeenten de onkerkelijkheid aan de randen knaagt, dat er ook in onze gemeenten èn onder predikanten en in kerkeraden een verglijding naar de vervlakking is, dat er nog steeds als voorheen een verziekelijking is, die ons zeker ook ernstige afbreuk doet in ons gemeenteleven en in ons geloofsleven! Mij dacht dat dit wel een onderwerp op zich kon zijn op een predikantencontio zowel als op een jaarvergadering.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Openingswoord jaarvergadering Gereformeerde Bond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's