De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De A.K.V., een dieptepunt in ons kerkelijk leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De A.K.V., een dieptepunt in ons kerkelijk leven

14 minuten leestijd

De radio en de t.v. hebben een uitvoerige begeleiding gegeven aan de slotzitting van de A.K.V, die op de pinksterdagen in Driebergen is gehouden. De kanttekeningen, die we bij dit experiment willen maken, zijn op de radioreportages gebaseerd, alsmede op de uitvoerige documentatie, die ons werd verstrekt tijdens de drukbezochte persconferentie na afloop van de A.K.V.

De deelnemerslijst vermeldde meer dan driehonderd namen, onder wie de namen van 24 synodeleden, de adviseurs van de generale synode, de gasten van andere kerken, die in de raad van kerken samenwerken, en een aantal andere gasten, onder wie leden van de begeledingscommissie.

Op een incidentele uitzondering na ontbraken de Hervormd Gereformeerden, een punt dat nog al eens om de hoek kwam. Op de motieven van onze afwijzing gaan we hier niet nader meer in. Ze zijn genoegzaam bekend. Wel willen we hier al uitdrukkelijk signaleren dat onze vrees, dat hier een nevenstructuur naast de ambtelijke vergaderingen aan het groeien is, de laatste dagen aanzienlijk is versterkt. Op onbevangen wijze werd soms gesproken over een voortzetting van dit experiment. Diverse malen werd ook duidelijk dat het rapport van ds. R. Kaptein over de herstructurering van de kerk — in eerste instantie door de synode afgewezen — en deze A.K.V. niet los staan van elkaar. Bovendien is de eenmaligheid van deze A.K.V al bij voorbaat doorbroken, doordat de slotzitting werd verdaagd naar het najaar. Als argument werd gehanteerd dat de agenda niet was afgewerkt. Maar intussen rijst de vraag of de A.K.V zichzelf daarmee niet een controle mogelijkheid heeft geschapen op de verwerking van de resultaten er van door de synode, die zich in juni a.s. over de zaken, die aan de orde kwamen, zal buigen. We werden versterkt in deze mening toen we lazen dat ds. B. W. Steenbeek, één van de deelnemers van de A.K.V., op de jaarvergadering van de Confessionele Vereniging als zijn indruk had gegeven dat wel een beetje met opzet op de verdaging van de A.K.V. is aangestuurd.

Ongetwijfeld is deze verdaging een ruggesteun voor de groep van kritische dominees, die onder leiding van ds. Th. M. Loran, één van de „vleugeladjudanten" van de A.K.V., zich tot taak hebben gesteld de resultaten van de A.K.V. bij de synode te laten doorwerken.

Te denken geeft ook dat deze verdaging al bij monde van de praeses van de synode werd gesanctioneerd, gezien de onbevangen wijze waarop hij zich in zijn slottoespraak over de voortzetting in het najaar uitliet. Deze slottoespraak van de synodepraeses, waarin hij stelde diep onder de indruk te zijn gekomen van deze A.K.V., werd overigens gehouden na uitvoerig overleg met de aanwezige synodeleden. Welke waarde moeten we echter aan dat overleg toekennen? Naar buiten wordt zo de indruk gewekt alsof namens de synode gesproken werd. Mag een synodepraeses zich echter zo onbevangen uitlaten als hij deed, op grond van een gesprek met een minderheid van de synodeleden, onder wie er geen waren die zich tegen deze A.K.V. kritisch hebben opgesteld?

Inhoudelijke bezwaren

Onze zorg raakt echter niet minder de inhoudelijke kant van de zaak dan de formele kanten. Op enkele uitzonderingen na noteerden we uit de radiocommentaren geen reformatorische geluiden. Daarom vooral ook hebben we boven dit artikel het woord dieptepunt gebruikt. Zó hebben we deze A.K.V. ervaren. Zelden werd duidelijk dat hier de kerk van Christus bijeen was, de kerk die haar wortels heeft in een rijk reformatorisch verleden. Zelden kwam ook naar voren dat het pinksteren was. De Heilige Geest of Christus werden slechts zelden genoemd. Bepaald pijnlijk werden we getroffen toen tot tweemaal toe een daverend gelach opsteeg naar aanleiding van de opmerking van één der aanwezigen, dat de maagdelijke geboorte van Christus de ouderen dan misschien nog wel aansprak maar de jongeren niet meer. Over het wonder van de Heilige Geest werd door de kerk anno 1970 gelachen op het feest van de Geest. We lezen in de bijbel dat het de Heilige Geest was die over Maria kwam. Maar de kerk lachte toen werd opgemerkt dat de maagdelijke geboorte de jongeren niet meer aansprak.

Men kan zeggen dat dit slechts een incidenteel facet was. Maar laat ik dan in breder verband de woorden van ds. Van Zanten, de praeses van de synode, aanhalen, die in zijn slottoespraak een typering in twee woorden gaf, om de gevoelens van de aanwezige synodeleden en van de aanwezigen op de A.K.V. aan te duiden, namelijk het besef van onmacht en vertwijfeling. Daarbij stelde hij dat op de volgende bijeenkomst de vraag naar God, en de geloofscrisis die daarmee ten nauwste verbonden is, aan de orde zouden moeten komen. Deze opmerking werd door mej. Dales van Kerk en Wereld tijdens de persconferentie overigens al afgezwakt doordat zij opmerkte dat de bezinning op deze voorvragen niet ten koste van de concrete bezinning op punten als abortus en dergelijke zou gaan. In deze punten zouden de voorvragen juist doorklinken.

Maar inmiddels is wel duidelijk geworden dat het wezenlijke van het geloof van de kerk nauwelijks aan de orde kwam. Ik noteerde ergens dat dit samenhing met het feit dat er in de agenda weinig plaats voor was ingeruimd. Maar kan een kerk dan nog wezenlijk bezig zijn zonder over haar geloof te spreken?

En als het dan over het geloof van de kerk ging, hoe kwam dit dan ter sprake?

Op de zondagmiddagvergadering zei mevrouw J. C. Buis uit Slikkerveer, in het kader van de bespreking over het belijden van de kerk, dat het haar niet schelen kon of er nieuwe belijdenisgeschriften komen, ja dan neen, maar dat het probleem is wat het geloof nu precies inhoudt, wie God is, wat je nog kunt en mag geloven. Ze zei letterlijk: „Mijn zoontje van 5 jaar vraagt het en ik weet het niet. Als je in de kerk zit lijkt het of iedereen het zo vanzelfsprekend vindt. Ik ben zelf ambtsdrager, maar ik vraag me af of ik binnen twee jaar niet finaal buiten de kerk sta. Vindt u het geloof ook zo moeilijk? Of is het voor u geen probleem?"

Nu gaat het niet aan om een hartekreet over het geloof te bagatelliseren. Zulke vragen zijn als het er op aankomt vragen vanuit een concrete levensnood. Maar de vraag is welke antwoorden erop gegeven worden. De opmerkingen van mevrouw Buis zijn een eigen leven gaan leiden op de A.K.V. en in diverse commentaren daarover. Ze kregen een brede verspreiding. Voor de radio sprak drs. A. van der Meiden zelfs over een getuigenis. En in die zin is het verschillende malen gewaardeerd. Geen woord echter over het Woord dat antwoorden geeft op de diepste levensvragen. De vraag van mevrouw Buis typeert de crisis van de prediking en de ambten. Worden op zulke vragen namelijk antwoorden gegeven in een linksvrijzinnige prediking, in casu de links-vrijzinnige buitengewone wijkgemeente in wording waar mevrouw Buis ambtsdrager is? Is er zegen van te verwachten als men zichzelf het evangelie in de prediking ontneemt door in een gemeente, waar de volle bediening van het Woord is, een prediking op te eisen met medewerking van de hogere kerkelijke instanties, waarin de meest elementaire noties aangaande het heil worden verzwegen of ontkend? En dan, is het terecht dat iemand die zich afvraagt of ze over twee jaar niet finaal buiten de kerk zal staan legitiem ambtsdrager is? Typeert dit niet de crisis in de ambten binnen onze kerk?

Hoe anders was het op de eerste pinksterdag. Daar werd de schare twijfelmoedig. De menigte werd beroerd vanwege de tekenen van pinksteren. De mensen werden verslagen in het hart en vroegen aan Petrus: „Wat zullen wij doen mannenbroeders?" Het antwoord, dat Petrus gaf, was toen geen antwoord uit onmacht en vertwijfeling, maar een appèl tot bekering en een proclamatie, met apostolische volmacht, van de vergeving der zonden in de Naam van Christus, met de belofte van de gave van de Heilige Geest. En op die dag werden er 3000 toegebracht tot de gemeente die zalig wordt. De pinksterpreek van Petrus in Handelingen 2 is een indrukwekkend antwoord voor verslagenen van hart. Dat was het getuigenis van Pinksteren! Zulke woorden geven hoop, omdat het woorden zijn van de Heilige Geest zelf. Wat ook onzeker mag zijn, de kerk heeft het profetisch Woord dat zeer vast is. Was er op de A.K.V. dit crediet op het Woord?

Ds. A. v. d. Heuvel uit Genève sprak op de persconferentie nog over sommigen die op de A.K.V. bijbelteksten of bijbelgedeelten citeerden. Hij bestempelde dit als een naïeve wijze van Schriftgebruik. Is het dan naïef als men in de kerk wil aansluiten bij de formuleringen uit de Schrift zelf?

Belijdenis en Reformatorisch karakter

Het is niet mogelijk om het vele, dat aan de orde kwam, uitvoerig te releveren. Op de concrete aanbevelingen van de synode hopen we in aparte artikelen nader in te gaan. We willen ons daarom nu beperken tot datgene wat gezegd is over de belijdenis en het reformatorisch karakter van de kerk. Ten aanzien van de belijdenis vatte de voorzitter de bespreking in 3 hoofdlijnen samen.

1. De belijdenisgeschriften, althans het geloofsgoed daarin, dienen gehandhaafd te worden. Deze visie werd met name verdedigd door ds. B. W. Steenbeek te Nunspeet.

2. Er is de noodzaak van een nieuwe formulering van het belijden in de zin van Fundamenten en Perspectieven. Dit werd o.a. door prof. dr. A. J. Bronkhorst bepleit, die in dit verband stelde dat in de kerkorde al afstand is genomen van de opvatting als zouden de belijdenisgeschriften geloofswetten zijn.

3. De geschriften doen er allemaal niet zoveel toe. Het gaat veelmeer om de existentiële vragen, wat moet ik met mijn geloof, hoe ontmoet ik God? De vragen dus o.a. van mevrouw Buis.

Duidelijk blijkt uit de stukken dat de eerste visie, dus die van de handhaving van de belijdenis, slechts weinig anklang vond. Hoogstens werden de belijdenisgeschriften nog gezien als „monumenten" van belijden. Monumenten zijn echter gedenktekenen van het verleden. In die zin werden ze gewaardeerd. Men wil ze niet aantasten, maar in de huidige tijd doe je er niets meer mee. Geen wonder ook. Een kerk waarin zó de daad, de actie, de sociale gerichtheid centraal staan, komt aan de wezenlijke vragen inzake het geloof niet meer toe. Het is een ontstellende werkelijkheid dat men in de belijdenisgeschriften niet meer herkent het geloof van de kerk van alle tijden. Onze belijdenisgeschriften vertolken het Woord. Daarin klopt het geloof in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dat is kennelijk niet relevant meer, omdat de kerk is toegegroeid naar een ander belijden, waarin het nauwelijks meer gaat om het geloof, in de zin van de verbondenheid mèt en het leven uit God. Vandaar ook dat het wezenlijke van de reformatie in de beraadslagingen nergens is begrepen. Een vraag in de agenda was of de Hervormde kerk haar reformatorisch karakter moet handhaven. In feite hangt die vraag ten nauwste samen met de handhaving van de belijdenis, niet als „monument" maar als geloofsgoed, dat actueel is, ook in onze tijd. In verband met het handhaven van het reformatorisch karakter werd nu onder andere opgemerkt dat er ook in de R.K. kerk een geweldige reformatie aan de gang is. Prof. dr. J. F. Lescrauwaet, één van de R.K. gasten, merkte verder op dat je geen betere bijdrage aan de oecumene kunt geven dan consequent te reformeren vanuit de gedachte: hoe worden we samen kerk van Christus. In dat verband noemde hij het schrijven van de Hervormde synode over de R.K.-kerk een goed uitgangspunt.

Genoeg om te constateren dat bij velen de tendens aanwezig is om reformatorisch-zijn op te vatten als oecumenisch-zijn en dan vooral in die zin, dat de blik naar Rome wordt gewend. Een nieuwe belijdenis is dan uiteraard een eerste noodzakelijke stap naar het gewenste doel. Dat is zo ook onomwonden uitgesproken. Men dringt aan op een oecumenische belijdenis. En daarin heeft men Rome duidelijk in het blikveld. Maar in zo'n oecumenisch gerichte belijdenis zal het dan bepaald om andere dingen gaan dan waarom het ten diepste ging in de reformatie. Dat is uit de beraadslagingen wel gebleken.

Tenslotte moet in dit verband nog worden vermeld dat ook de kwestie prof. Smits aan de orde is geweest. Slechts enkele afgevaardigden op de A.K.V. meenden dat er voor de visie van prof. Smits geen plaats mag zijn in de Hervormde Kerk. De meeste sprekers drongen aan op een herstel van het verbroken contact tussen de synode en prof. Smits, temeer nu wel blijkt dat er in de kerken verschillende visies zijn op de leer van de verzoening. Zo zien we de afbrokkeling van het belijden doorwerken. De meerderheid meent dat er plaats moet zijn voor iemand, die het plaatsvervangend lijden en sterven van Christus met voeten treedt.

Conclusies

De „24" hebben geschreven over een andere kerk dan de kerk van het Woord. Zo ooit dan is dit bewaarheid op deze A.K.V. We worden met onze neus gedrukt op de diepgaande crisis, waarin onze kerk is terecht gekomen. Inmiddels behoren we tot deze kerk. Maar op aangrijpende wijze komt bloot hoe diep en fundamenteel de verschillen zijn binnen onze kerk. Ds. A. v. d. Heuvel zei, dat hij stomverbaasd was over de diepe overeenkomst, die er binnen de kerk was, al wees hij er wel op dat de kerk niet geheel vertegenwoordigd was. In dit laatste schuilt echter het cardinale punt. Komt in deze A.K.V. niet duidelijk uit hoe groot de verschillen zijn tussen hen, die vanuit de religie van de belijdenis, vanuit het geloofsgoed van de reformatie leven willen en hen die de daad, de actie centraal stellen en nauwelijks besef meer hebben van datgene waarom het in de reformatie ten diepste ging, namelijk de rechtvaardiging van de goddeloze? De kerk staat óf valt met het geloof. Komt de inhoud van haar geloof niet meer ter sprake dan is de kerk geen kerk meer, alle acties en visies ten spijt.

In een radioforum, in het kader van de A.K.V., stelde professor dr. G. C. van Niftrik, dat zonder innerlijke vernieuwing van de mens alle vernieuwingspogingen mislukken. Inmiddels staan de vloedgolven van de vernieuwingstheologie, als God het niet verhoedt, voor de deur. We staan in de kerk in een kritieke situatie. Velen hebben er geen doekjes om gewonden dat deze A.K.V. de inzet is van een vernieuwing die zich door zal zetten. Het rapport van ds. R. Kaptein over de herstructurering van de kerk zal zelfs in een speciaal daartoe belegde synodevergadering opnieuw aan de orde komen, aldus de praeses van de synode. Daarmee is dan duidelijk geworden hoe de pressiegroepen in de kerk de dienst uitmaken. Wie opgelucht adem heeft gehaald toen dit geesteloze, de kerk onwaardige rapport, na de scherpe kritiek ter synode, onder de tafel kwam, moet nu constateren dat deze dingen in verhevigde mate terugkomen.

Laten de gemeenten dan ook op hun hoede zijn. Het gaat momenteel om het wezenlijke van het kerk-zijn in de reformatorische zin van het woord. De roep om een nieuw belijden komt voort uit een totaal gewijzigde visie ten aanzien van de wezenlijke inhoud van het geloof. En laten we niet vergeten dat zulk een nieuw belijden ook de structuren van de kerk niet onaangetast laat. Want het belijden van de kerk, zoals dat in de belijdenisgeschriften naar voren komt, heeft ook alles te maken met de structuren, met de gestalte van de kerk, met de ambten. Een nieuw belijden zal dan ook in deze richting noodlottige consequenties hebben.

En bovendien, wat moet verwacht worden van een nieuw belijden in een situatie waarin de geloofscrisis, de onmacht en de vertwijfeling centraal staan? Zal in zo'n situatie de kerk met gezag spreken en vanuit de vastheid van het Woord belijden?

Inmiddels laat deze A.K.V. zien waar het op zal uitlopen als een kerk haar belijdenis loslaat. De synode heeft dan ook wel een grote verantwoordelijkheid op zich genomen door deze dingen los te maken en de kerk over te leveren aan de vrijgeesterij en het individualisme.

De enige instantie, die we dan ook op kunnen roepen om op deze weg niet verder te gaan is de synode zelf. Laat de synode spreken met de apostolische volmacht van pinksteren, vanuit de volmacht van de Heilige Geest, die Heere is en levend maakt.

Nòg kunnen we de synode en daarmee de kerk, aanspreken op haar eigen reformatorisch belijden. We mogen de synode dan ook oproepen het reformatorisch karakter van onze kerk te handhaven en te blijven in de weg van haar eigen belijden. Daarvan alleen is zegen te verwachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De A.K.V., een dieptepunt in ons kerkelijk leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's