De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het ambt van de ouderling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het ambt van de ouderling

7 minuten leestijd

II.

Bestrijding

Het ouderlingschap is onwrikbaar in een drietal lijnen betrokken. In de eerste plaats is de ambtsdrager betrokken op Christus, het Hoofd der kerk, en de Heere der gemeente. Daarnaast is hij gebonden aan het Woord Gods in zijn geweten. De Christus Gods wordt ons alleen geopenbaard in het woord der apostelen en profeten. Tenslotte dienst de ouderling de gemeente van Jezus Christus om haar de wegen naar dat Woord en uit dat Woord te wijzen. Merkwaardigerwijze cirkelt alle bestrijding en alle aanvechting van het ambt om deze drieslag. Wij moeten dan deze trits nauwkeurig ons voor ogen houden, maar in ons denken over het ambt uitgaan van het geopenbaarde Woord des Heren.

Welnu, onze tegenwoordige tijd vertoont in hoofdzaak drie tendenzen, die alle schadelijk zijn voor het evenwichtige ambtsbesef. De eerste tendens is de hiërarchische lijn. Deze is niet nieuw, maar heeft een lange historie achter zich. Het algemeen priesterschap der gelovigen was in het oudste christendom een feit en nog waren de muren niet opgerezen, die de geestelijke stand van de gewone gelovigen scheidden. Maar al te spoedig evenwel begon de kerk, die eerst naar het voorbeeld van de synagoge was ingericht, naar gelijkvormigheid aan de oude tempel te streven en haar dienaren als een vastgestelde orde tegenover het lager gestelde volk te beschouwen. Het streven naar éénheid, als voorwaarde van in- en uitwendige kracht, baant de weg tot een verheffing van het bisschopsambt, die op haar beurt de voorbode wordt van het later hiërarchisch systeem. Reeds Tertullianus had voor de bisschop de naam van hogepriester en Cyprianus vergeleek de verhouding der presbyters tot de gemeente met die der Levieten tot de overige stammen Israëls, van wie zij tienden ontvingen.

Het bisschopsambt kwam dus hoe langer hoe meer omhoog. In het Nieuwe Testament en ook in enkele na-apostolische geschriften duiden de namen van ouderling (presbyter) en opziener (episcopus) nog dezelfde personen aan; het opzienerschap (toezicht houden en tucht oefenen) was omschrijving van de taak, die aan de daartoe gekozen oudsten of ouderlingen was opgedragen. Maar in het begin van de tweede eeuw werd in sommige gemeenten reeds tussen beide onderscheid gemaakt; de opziener (episcopus) werd hoog verheven boven de ouderlingen (presbyters) en diakenen, en als drager van een bijzonder ambt, als opvolger van de apostelen, als bewaarder van de zuivere leer en als hoeksteen van de gemeente beschouwd. Hiermee werd de hiërarchische weg ingeslagen en deze leidde ertoe, om enerzijds de ouderlingen en diakenen van al hun zelfstandigheid te beroven en de gelovigen tot onmondige leken te verlagen, en anderzijds, om de bisschoppen als priesters hoog boven de gemeente te plaatsen. De uitbouw van deze ontwikkeling is de paus van Rome. Reeds in de oudheid zien we het episcopaat bovenmate verheerlijkt. Hun persoonlijke voorrechten nemen toe. Zij worden vrijgesteld van lasten en plichten voor andere staatsburgers verbindend. Ze worden vrijgesteld van de plicht om voor de burgerlijke rechter te verschijnen. Kortom, het priesterschap wordt een soort van geestelijk koningschap. De prediker en de catecheet gaan nagenoeg onder in de priester en liturg, in de man, „achter het bureau". De pastor wordt organisator en bedrijfsleider.

Het historisch overzicht was nodig om oog te krijgen voor de verbastering. De gemeente van Jezus Christus, het algemene ambt der gelovigen, raakt hier volledig uit het gezicht. Een terzake kundige lezer weet onmiddellijk, dat wij hier de gevaren van onze tijd reeds op het spoor zijn. Wij noemen de vrijgestelden, de uitholling van de classicale vergaderingen, de nadruk op de bevoegdheid van de provinciale kerkvergaderingen, de raden en commissies onzer kerk, het zijn evenzovele trekken van een hiërarchische ontwikkeling in onze kerk. In feite doodt het alle gemeentebesef, maar tevens alle ambtsbesef. Bij alle verheerlijking van de mondigheid der gemeente, beschouwt men haar als de domme schare die nergens van weet en die men in mateloze hoogmoed betitelt als het eenvoudige volk. In deze hiërarchische, episcopale lijn functioneert de lijn van het ambt als dienst om Christus' wil uiterst gebrekkig.

De tweede tendens van onze dagen is de sociologische. Ook deze heeft oude papieren. Men let hier schier uitsluitend op de gemeente als verschijningsvorm, als de som van individuele christenen. Zo achtten bijvoorbeeld reeds de wederdopers alle ambt, gezag en macht met de gemeente van Christus in strijd. Sterke nadruk wordt gelegd op de gave van elk gelovige afzonderlijk. Er kunnen zelfs meerdere groepen van gelovigen zijn in één plaats, geheel los van elkaar in leer, tucht, leefwijze en dergelijke. Het behoeft geen betoog, dat in deze denkwijze het ambt van de ouderling meer wordt bepaald door het gedragspatroon van de individuele christen of de bepaalde groep waartoe hij behoort, dan wel door het boventijdelijke Woord Gods. In het rapport „Gemeentevormen en gemeenteopbouw" komt een bedenkelijke geest naar voren. Dit moet op de duur uitlopen op versplintering en verbrokkeling in alle mogelijke groepen en groepjes. De kerk van de Heere Jezus Christus, Zijn gemeente als lichaam, verdwijnt in het individualisme der onderdelen. Wat is nu het kenmerk van deze tendens? Hier wordt niet, zoals in de hiërarchie, de gemeente van Christus, om wiens wil men dient, teveel uit het oog verloren. Neen, in dit verschijnsel laat men het ambt bepalen door charisma, maatschappij, noden der samenleving en dergelijke. Het ambt wordt uitsluitend dienstbetoon. Het gezag ontbreekt vanwege gemis aan onderwerping aan de Koning der Kerk. De band met Hem, die het gehele lichaam bekwamelijk tezamen houdt, wordt te zeer gemist.

Zien we nog even naar het begin van dit artikel, dan vatten we samen. In de hiërarchische lijn functioneert de gemeente van Christus te weinig. In de sociologische lijn verbleekt de heerschappij van Christus ten voordele van de mens en zijn tijd. In enkele modewoorden komen we beide gedachtengangen op het spoor. Bij de hiërarchie treedt naar voren: ... een paus, een kerkvorst, bureaucratie. In de sociologische gedachtengang overheerst: ... de pressiegroep, de gespreksleider, de mondigheid, het „vlotte jongenstype" van de dominee.De praktijk leert dagelijks wat een schrikwekkende dictatuur beide kunnen uitoefenen.

De derde tendens is die van uitholling. Alleen een voortdurende betrokkenheid op elkaar van Christus, de Heere der kerk — Christus, sprekend door Zijn Woord tot ons hart — en de gemeente voor wie we als ouderling staan is in staat ons te brengen tot het ware evenwicht. Hiërarchie maakt van ambtsdragers „bazen". Sociologie verlaagt ons tot „loopknechten" van de gemeente en de tijd. Hoe meer we persoonlijk op het Woord Gods betrokken zijn, zo, dat het door ons heen gloeit en bruist, des te meer worden we voor beide uitersten bewaard. Maar hier gaapt nu juist de afgrond levensgroot voor ons.

Het presbyteriale stelsel van onze Hervormde Kerk wordt niet enkel bedreigd door de twee reeds genoemde gevaren. Het ergste gevaar is de onkunde. Naarmate de ambtsdragers onwetend zijn van de elementaire beginselen van geloof, Schrift en kerk, naar die mate zijn ze ook vatbaarder voor allerlei dwaalleer. De hiërarchische lijn staat telkens in allerlei kerkelijke beslissingen levensgroot voor ons; de sociologische lijn bepaalt de tijdgeest, maar de onkunde is daarom zo gevaarlijk omdat ze ons wapenloos maakt. Ze sluipt woordeloos en geesteloos door consistoriekamers heen, ze laat als hoogste wijsheid verheerlijken wat niets met Schrift of geloof te maken heeft. Vergeet het hiërarchisch beginsel de gemeente in acht te nemen, mist het sociologisch beginsel de betrokkenheid op Christus als hoogste gezagdrager der kerk, het proces van uitholling wordt veroorzaakt door gebrek aan kennis des Woords. De Reformatie heeft de Bijbel gemaakt tot een volksboek, dat dagelijks in de huisgezinnen en scholen onschatbare geestelijke zegeningen heeft verspreid. Wij leven nu in een tijd waarin het Bijbels denken verschraalt en verdort tot een geraamte. Het modedenken van de eeuw overvleugelt ons allen. De genezing treedt daar in, waar wij terugkeren naar de Schrift in allerlei levensverbanden. Allereerst in de kerk, dan in de maatschappij en bovenal... in het persoonlijk leven! In een volgend artikel willen wij aan de orde stellen de plaats van de ouderling naast de predikant. De richtlijnen hier gegeven zijn ook in die situatie van belang.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het ambt van de ouderling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's