DE SLEUTELDRAGER
„En schrijf aan de engel der gemeente, die in Filadelfia is: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Die de sleutel van David heeft; Die opent en niemand sluit en Hij sluit en niemand opent. Ik weet uw werken." Openbaring 3 : 7.
Johannes is schijnbaar uitgeschakeld, en dat zal hem hard gevallen zijn. Nu schakelt Christus hem in; hij moet schrijven. Op papier stellen, wat de Koning der Kerk spreekt. Want Johannes hoort het Hem zeggen: Dit zegt.
Christus draagt zorg voor al Zijn gemeenten, dat wordt ons hier wel duidelijk. In Filadelfia is zo'n gemeente. De stad ligt tussen Sardis en Laodicea, aan de handelsweg naar Smyrna. Het is geen grote stad; zij werd meerdere malen door aardbevingen geteisterd en zo doende in haar groei belemmerd. In de omgeving wonen de wijnboeren, de wijngod zal er wel uitbundig vereerd zijn. Verder valt er niet veel bijzonders van Filadelfia te vertellen. Of het moest zijn, dat er een gemeente is! Vindt u dat geen wonder? Het evangelie nam hierheen zijn loop, en de Heilige Geest deed hier zijn werk. Christus vergaderde zich hier een gemeente. Soms leest men op schutting of muur: Die en die is hier geweest. Zo mag men, overal waar een gemeente is, met vreugde vaststellen: Jezus Christus was hier. Hij heeft mensen voor zich gewonnen en aan de gemeente toegevoegd. De gemeente van Filadelfia is een blijvend teken van het bezoek dat Hij aan de stad bracht. Dan doet het er niet zo veel toe, wie hier het evangelie gepredikt heeft; het was door Christus gestuurd.
De Heere Jezus vergeet die gemeente niet. Wanneer ze samenkomt, misschien wel in moeilijke omstandigheden, is Hij in haar midden. En, als bij verrassing, ontvangt de voorganger der gemeente een schrijven van Hem. Hij mag het voorlezen; wat zullen die Christenen er geboeid naar geluisterd hebben. Een schrijven van Johannes! Nee, van Christus, door de hand van Johannes. Een levensteken, van hun Heere en Heiland.
Dit zegt de Heilige, de Waarachtige. Mag Ik mij even aan u voorstellen? Schrik maar niet, al zijn het geweldige namen, die Ik draag. Ik spreek immers tot u, als de Heere, tot zijn gemeente, wij zijn geen vreemden voor elkaar. Ik heb u trouwens niets te verwijten, de gemeente vindt genade in mijn ogen. Ik kijk met liefde naar Filadelfia, en die liefde trilt in mijn stem, in mijn Naam. Met mijn eigen mond komen de woorden van troost en van steun. Hoor, wat Ik zeg.
De Heilige! Dat is een naam, die de Heere, de God Israëls draagt. Hij wordt de Heilige Israëls genoemd. Met zo'n naam stelt de Heere zich tegen alle onreinheid en ongerechtigheid. De Heilige, voor wien de engelen niet zuiver worden bevonden, is wars van alle onzuiverheid. Hoort Israël die naam, dan moet het zich reinigen, zich heiligen. Weest heilig, want Ik ben heilig. Uit de heiligheid des Heeren, vloeit echter ook het heil voort: de Heilige Israëls, uw Heiland. De heiligheid is een vuur, dat de vijanden verteert. Ik ben de Hoge, de geheel Enige, de Heilige!
Hoe komt Christus aan zo'n naam. Wel, Hij is de Zoon van God. Hij draagt goddelijke namen. De gemeente van Filadelfia heeft met God te doen, als Christus dit schrijven aan haar richt. Daarom mogen wij Hem aanbidden, die de Heilige is en de Waarachtige. Ook dat is een goddelijke naam. De Heere wordt daar graag mee aangesproken, want met die naam wordt zijn trouw aangeduid, eerder nog zijn betrouwbaarheid. Hij is, Die Hij zegt te zijn; men kan op Hem aan. Hij is het echt; terwijl de andere goden valse goden zijn, is Hij de ware God.
Zo maakt Christus zich bekend als de Waarachtige. Hij doet zich ook niet anders voor, als Hij is; Hij meent wat Hij zegt. Met Hem hebben wij te maken, met de èchte Christus, zo waarachtig als de Heere God is. Er zijn veel valse verlossers, zij kunnen niet waar maken wat men van hen verklaart, of wat ze zelf beweren. Christus is de waarachtige! Hebt u dat reeds ontdekt? Dat Hij het echt is, dat er geen bedrog bij is, dat Hij ten hoogste betrouwbaar is. Mij dunkt, de namen steken de gemeente al een hart onder de riem.
Of maakt het haar bevreesd. De Heilige, de Waarachtige. Onheiligheid, onwaarheid. Hij duldt ze niet in Zijn gemeente. En, welke gemeente is dat vreemd? Er is veel onechtheid en ongerechtigheid, het gemeentelijk leven raakt er in verstrikt, wordt er door verstikt, ook onder ons. Wie zou niet beven: zo zegt. . . Wie zou de handen niet voor de ogen houden bij het verblindend licht van deze namen? Wie zou de vlucht niet nemen?
Weet u dat Filadelfia door Hem niet bestraft wordt? De gemeente kon de toets van de heiligheid en de waarachtigheid doorstaan. Ze had de Heere Jezus lief, zij was er van overtuigd, dat Hij de waarachtige was. Zij vertoonde zijn beeld. Heiligheid en waarachtigheid kenmerkten het leven van de gemeente: Ik weet uw werken. Uw handel en wandel is Mij bekend. Dat klinkt bijna beangstigend: zo zegt. Maar nu, de Heere Jezus is verheugd over die werken. Hij knikt de gemeente goedkeurend toe. Wat zal de gemeente daar rijk en blij mee geweest zijn. Haar werken komen overeen met zijn naam. Het is geen schijn van godsvrucht, het is echt! En Christus kan dat onderscheiden. U leest dit: Ik weet uw werken. Wat zou Hij er van zeggen?
Nog eenmaal stelt Hij zich voor: Die de sleutel van David heeft, Die opent en niemand sluit en Hij sluit en niemand opent. Deze omschrijving herinnert ons aan de geschiedenis van Eljakim. Tebna, de schatmeester van Davids huis, was wegens wangedrag ontslagen. Eljakim volgt hem op. Ten teken van zijn waardigheid ontvangt hij de sleutel van het huis van David. Geen sleutel om aan een sleutelring te dragen en in je zak te steken. Een grote sleutel, die op de schouder gedragen werd. Eljakim is huisbewaarder geworden; Hij gaat overal over, ieder moet zich tot hem wenden, om toegang tot de koninklijke gebouwen te krijgen.
Wel, Christus is de meerdere van Eljakim. Hij is de meerdere van David, van Hem is het huis; daarom zegt Hij: de sleutel van David. De eigenaar is hier huisheer. In het Koninkrijk der hemelen is Hij Heere; daartoe werd Hij door de Vader aangesteld. Hij gaat er over. Hij sluit in en uit. Hij draagt de sleutel! U moet bij Hem terecht komen, om het Koninkrijk in te gaan. Die opent en niemand sluit, en Hij sluit en niemand opent. Zo volstrekt is zijn gezag: Dit zegt.
Zo groot is de macht, waarmee Hij zijn gemeente beschermt. Hij sluit achter haar toe; de vijanden hebben het nakijken. En als zij dreigen vast te lopen, op een muur, als er geen doorkomen aan is: Hij opent. Hij doet wonderen, koperen deuren springen open, ijzeren grendelen vallen in stukken. Hij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Het is een macht ten goede, sleutelmacht van de Zoon van David.
De gemeente van Filadelfia is een minderheid; zij leeft in een vijandige omgeving. Zij mag zich geborgen weten in Zijn hoge bescherming. Dat mag ze horen, want ook in Filadelfia heerst wel eens twijfel. De gemeente voelt zich opgesloten en uitgestoten. Maar de sleutel is belangrijker dan het slot. Hij draagt die. Hij opent, als de getrouwe, en niemand sluit. Hij sluit en niemand opent. En daarin voert Hij het welbehagen des Vaders uit: Het is des Vaders welbehagen u het Koninkrijk te geven.
Dit zegt. U ziet Hem voor u, met die grote sleutel. Hij beweegt zich vrij, niemand kan Hem verhinderen te sluiten en te openen. Houden wij het ons voor gezegd. Christus heeft de sleutel van David. De duivel rammelt met zijn sleutels, een wereld gooit de deur achter de gemeente in het slot. Het is tevergeefs. Die opent en niemand sluit en Hij sluit en niemand opent. Daar kunt u van op aan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's