De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OVER DE WAARDIGHEID VAN DE HERV. KERK OF OVER DE WAARDIGHEID VAN CHRISTUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OVER DE WAARDIGHEID VAN DE HERV. KERK OF OVER DE WAARDIGHEID VAN CHRISTUS

11 minuten leestijd

Op de agenda van de A.K.V. staat op blz. 9 onder I.2 vraag: Heeft de generale synode der Ned. Herv. Kerk nog een taak ten opzichte van prof. dr. P. Smits te Leiden?

De A.K.V. aanvaardde een motie, waarin voorgesteld werd, dat er een commissie zal worden benoemd, die de weg zal effenen, waarlangs, een oplossing in de zaak prof. dr. P. Smits (die ontzet is uit zijn rechten als van een emeritus-predikant) kan worden bereikt.

De voorgeschiedenis is heel in het kort zo:

Vestdijk schreef indertijd, dat het zijn eer te na was, dat een ander zich voor hem aan het kruis liet slaan.

Kraemer kenschetste deze woorden als „de klare geloofsbelijdenis van de moderne godloze mens".

Prof. Smits voelde zich door deze uitspraak van Kraemer in zijn wiek geschoten en nam de woorden van Vestdijk voor zijn rekening. Hij voegde daaraan toe, dat — wat hem betreft — wat Paulus over de verzoening schreef aan Fikkie kon worden gegeven.

Deze laatste uitdrukking nam prof. Smits terug, maar het eerste (ik wens voor mijn eigen zonden te staan, en: het is mijn eer te na, dat iemand zich voor mij aan het kruis liet slaan) handhaafde hij.

In een opvallend interview van de hand van Bert van Duijn (en een interview afnemen is hem toevertrouwd, want dat kan hij!) in Hervormd Nederland van 30 mei jl. zegt prof. Smits, dat hij de feitelijke inhoud van deze uitspraken nog altijd voor zijn rekening neemt. Wel verklaart hij erbij, dat hij in deze tijd zo'n artikel niet meer zou schrijven, maar dat vindt zijn oorzaak niet in een verandering van geloofsinzicht. Hij vindt dat op dit ogenblik heel andere vragen in het middelpunt van de belangstelling staan.

De generale synode sprak na deze geruchtmakende en schokkende uitspraken van prof. Smits uit, dat zij volhardde in de belijdenis van Jezus als het Lam Gods, dat de zonde van de wereld droeg.

Tevens gaf zij de raad van kerk en theologie de opdracht zich nader te bezinnen over de vragen rondom de verzoening. Deze raad benoemde een commissie voor verzoening, die zich jaren heeft bezig gehouden met deze opdracht. Het resultaat was een meerderheids- en een minderheidsrapport, die naar de aanvankelijke beslissing van de synode met gelijk gezag aan de kerk ter nadere bezinning zouden worden aangeboden, opdat na bespreking in de gemeenten en op de classes men hopelijk tot een samenstemming zou komen.

Zover is het niet gekomen, want de synode besloot op voorstel van haar moderamen in de volgende zitting op dit besluit terug te komen en aan prof. Lekkerkerker met assistentie van anderen de opdracht te geven één rapport samen te stellen. Dit is gebeurd. Uitvoerig is daarover in ons blad geschreven. Voor de nieuwe lezers mag ik verwijzen naar een boekje van mijn hand: „De prediking van de Verzoening", uitgegeven bij Zuijderduijn te Woerden. Daarin zijn al de „perikelen" rondom dit rapport en deze rapporten samengevat.

Intussen waren aan prof. Smits de rechten als van een emeritus-predikant ontnomen. Deze daad heeft het moderamen van onze generale synode gesteld nadat prof. Smits geweigerd had aan een verdere samenspreking deel te nemen. Toen zijn deze rechten ontnomen op grond van een kerkorde-artikel, waarin aan het moderamen van de generale synode de mogelijkheid wordt gegeven, dat het, wanneer een emeritus-predikant in strijd handelt met de waardigheid van de kerk, hem de rechten als van een emeritus-predikant kan ontnemen.

Niemand is met deze gang van zaken gelukkig geweest, omdat het de vraag is, of dit artikel voor zo'n situatie bestemd was. Van verscheiden zijden is opgemerkt dat de rechten als van een emeritus-predikant niet een gunst van het moderamen zijn, maar de rechten van een emeritus-predikant!

Het meest onbevredigende van de gehele zaak was en is, dat de indruk is gewekt, dat het moderamen een leertucht-procedure tegen prof. Smits uit de weg wilde gaan en tegelijkertijd hem op formele gronden buiten spel heeft gezet. Dat zal de bedoeling van het moderamen niet zijn geweest, maar het is in de practijk wel zo opgevat. Ook vergeten wij niet, dat prof. Smits het het moderamen niet gemakkelijk heeft gemaakt.

Bovendien — en dat is het beslissende — wat is de waardigheid van de kerk? Het gaat in de kerk niet om de waardigheid van haarzelf, maar van haar Hoofd Jezus Christus. Niet onze waardigheid, maar de waardigheid van Christus is in het geding. Niet onze geldingsdrang, maar de geldingskracht van het bloed van Christus is in het geding.

Hier krijgt onze kerk haar trekken thuis over haar halfslachtigheid. Want waarom heeft zij het niet aangedurfd de uitdaging van prof. Smits te aanvaarden en daarop niet alleen te antwoorden in min of meer duidelijke belijdenissen, maar ook in de veroordeling van dwalingen? Er staat toch in de kerkorde, dat de kerk weert wat haar belijden weerspreekt? Heeft de kerk in de loop der eeuwen — welke kortzichtigheden en welke kortsluitingen daarbij ook ontstaan zijn — ooit anders gehandeld?

De kerk kan niet volstaan met te belijden wat de waarheid is, wanneer dit niet tegelijk inhoudt de veroordeling van de dwalingen. Ook de veroordeling van de dwalingen is een zeer bijbelse zaak.

Wanneer de dwalingen van prof. Smits waren veroordeeld, was het aan prof. Smits om daaruit zijn conclusies te trekken. Wanneer hij dat niet gedaan had en ondanks alle vermaningen in zijn dwalingen zou volharden, dan had de kerk behoren te doen wat de kerk in haar kerkorde en bovenal in haar belijdenis belijdt.

Dat is intussen geen eenvoudige opgave. Wij weten, dat de kerk sinds vele en vele jaren ziek is. Wij begrijpen, dat deze ziekte niet zomaar overwonnen is. Wij verstaan, dat tucht oefenen betekent in liefde trekken. Wij hebben er oog voor, dat door de gemeenschappelijke schuld in de voorgeslachten wij de gevolgen van deze ziekte hebben te dragen.

Maar het is onverdragelijk, dat, aangezien ons beloofd is, dat de reorganisatie van 1951 ons de weg zou openen tot een kerkelijk met elkander spreken en handelen, dit in de practijk weinig of niets voorstelt.

Kerkelijke zieners hebben dat voor en in 1951 doorzien en gevreesd, omdat bij alle veranderingen er geen wezenlijke terugkeer was tot God en Zijn Woord. Maar de pijn en de teleurstelling is er intussen niet minder om.

Wie echter schetst de pijn en de smart en de tranen van Christus wanneer Hij in Zijn eigen huis wordt gesmaad in Zijn zelfovergave tot in de dood? Wie ligt er wakker van, dat het bloed van Christus onrein wordt geacht tot verzoening van al onze zonden? Ook vandaag schreit het Hoofd der Kerk: de Heere Jezus Christus tranen in Zijn leden over de ongehoorzaamheid en de lauwheid van de kerk.

Kerkelijk gezien is de reorganisatie een ramp gebleken. Want het argument, waarom het algemeen reglement van 1816 moest verdwijnen en plaats moest maken voor de nieuwe kerkorde was: de onmacht van de kerk! En wat zien wij? Dat de onmacht van de kerk niet minder maar meer is geworden. De praeses van de synode heeft op de slotzitting van de A.K.V. gezegd, dat het besef van onmacht en vertwijfeling èn de synode èn de algemene kerkvergadering verbindt. Maar het verlossende woord, dat in onze onmacht en vertwijfeling aan de Heere Jezus alle macht in de hemel en op de aarde gegeven was, bleef uit. Daarom was deze algemene kerkvergadering zo triest en ging zij als een nachtkaars uit.

Wij weten, dat er ook andere kanten zijn. De synode volhardt in de belijdenis van Jezus, die als het Lam Gods de zonde der wereld heeft gedragen. Daarvan heeft de synode geen woord teruggenomen. Gelukkig maar!

Maar wat zijn de konsekwenties? Wanneer aan prof. Smits de rechten als van een emeritus-predikant worden teruggegeven zonder dat deze belijdenis van het Lam Gods practische gevolgen heeft, zijn wij een karakterloze kerk geworden. Want hoe kan de synode volharden in de belijdenis, dat Jezus het Lam Gods is en tegelijk een dienaar — wie dan ook — rustig laten voortgaan met de ontkenning van deze centrale belijdenis?

Prof. Smits vindt, dat Paulus een vrijblijvende opvatting heeft over de verzoening. Zo mag Paulus erover denken, maar wij zijn daaraan niet gebonden. Wie op dit standpunt staat, breekt de eenheid der Schriften, die naar Jezus' woord niet kunnen gebroken worden. Hier wordt door de volmacht van Jezus en van de Heilige Geest aan de apostelen een streep gezet.

De tegenzin van prof. Smits tegen „het voor anderen de dood ingaan" is te verstaan. Die kunnen wij in ons eigen leven ontdekken. Wie worstelt niet met heel zijn kracht in tegen de ontdekking van de Heilige Geest, dat wij veroordelenswaardige mensen zijn? Wie is er ooit uit zichzelf toe gekomen om het wonder te verstaan, dat een Ander voor hem de dood is ingegaan? Maar in de veroordeling komt de vrijspraak bloot, in onze ondergang en faillissement komt het leven en de rijkdom van Christus tevoorschijn.

Niemand onzer, waar hij ook vandaan komt en wie hij ook is, zal zonder de afwassing door het bloed van Christus zalig worden. Ook prof. Smits niet. Dit is geen particuliere mening van deze en gene, maar het fundamenteel onderwijs van de Heilige Schrift: zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving. Het zal een zware zaak zijn in het gericht Gods voor eigen zonden te moeten staan. Het zal een onmogelijke zaak zijn in het gericht Gods vol te houden, dat het onze eer te na was, dat een ander zich voor ons aan het kruis liet slaan. Om te beven en te sidderen!

Daarbij komt niet in aanmerking wat deze of gene vindt. Ook niet wat de A.K.V. vindt. In deze motie ontvangt het moderamen één van de bittere vruchten van het boompje van de A.K.V., door hemzelf geplant. Eén van de leden van het moderamen, die het hele drama Smits van nabij heeft meegemaakt (ds. Landsman, de enige zittenblijver in het Moderamen) deed de suggestie deze zaak te verwijzen naar de visitatoren-generaal. Zo gaat dat! Wij zouden Hervormd Nederland van die jaren eens moeten naslaan om andere geluiden te vernemen!

Het is verder niet van belang wat wie dan ook vindt. Wanneer wij dan ook in bovenvermeld interview lezen, dat prof. Smits vindt, dat iemand heel goed een christen kan zijn en tegelijk de strekking van de woorden van Vestdijk beamen, dan is hier een onoverbrugbare kloof geschapen door prof. Smits tussen het bijbels belijden en zijn particuliere opvatting.

Wat wij vinden doet voor God niet mee, komt zelfs niet in aanmerking! Want alle gedachten en overleggingen dienen gevangen genomen te worden in de gehoorzaamheid aan Christus. Wij komen bij het onderwijs van de leer der verzoening er helemaal niet aan te pas totdat wij als een verloren zondaar voor God het: „Wees mij zondaar genadig" gestameld hebben. En dan komen wij er in zoverre aan te pas, dat wij ons alleen maar verbazen, dat Iemand ons zo oneindig heeft liefgehad, dat Hij Zich naakt liet uitstropen aan het kruis opdat wij niet eenmaal naakt zouden staan voor God.

Het: „Ik vind dit" en: „Ik vind dat" is waardeloos, omdat wij God tot onze Getuige hebben en Zijn Woord de Waarheid is. God en Zijn Woord zijn de rechters die in dit twistgeding zullen beslissen, nu en voor Zijn rechterstoel!

Prof. Smits kan God niet meer als een persoon zien. Daarmee valt voor hem het oude beeld van de verzoening weg.

Hier houdt alle discussie op.

Onze conclusie kan geen andere zijn dan deze: Wanneer het moderamen van de generale synode de emeritaatsrechten aan prof. Smits teruggeeft (en dat is niet het belangrijkste!) zonder dat de kerk ingaat op de uitdaging van prof. Smits inzake het hart van het belijden, verdienen wij nauwelijks de naam van kerk meer. Want het gaat waarachtig niet om onze waardigheid — naar welke kant ook — maar om de waardigheid van het Lam Gods, dat de zonde der wereld heeft gedragen. Wie Zijn eer niet liefheeft, heeft alle rechten verbeurd. Op Christus Zelf lijdt alle geschipper van hogere of lagere kerkpolitiek schipbreuk. Want onontkoombaar zet Hij ons allen voor de vraag:

Wat dunkt u van de Christus?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

OVER DE WAARDIGHEID VAN DE HERV. KERK OF OVER DE WAARDIGHEID VAN CHRISTUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juni 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's