DE OPEN DEUR
Ziet, Ik heb een geopende deur voor u gegeven en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht en gij hebt mijn woord bewaard en mijn Naam niet verloochend. Openbaring 3 : 8
De sleuteldrager doet een deur open. Dat is een genade van Christus, een gave, die open deur. Bedoeld is de gelegenheid om het evangelie te verkondigen en de ingang die het zal vinden. Paulus spreekt over een grote en krachtige deur, die hem in Efeze geopend is; hij vraagt om de voorbede opdat God hem de deur van het Woord opene. Zo is er hier sprake van een geopende deur. Hij staat niet zonder meer open, hij werd opengedaan door Hem, die de sleutel draagt.
Wie had dat kunnen denken; hoe hadden ze daarop durven rekenen: een open deur. Zeker, ze hebben er om gebeden. Want de gemeente is er nooit op uit, de kring steeds enger te trekken, integendeel, ze zoeken die wijder te maken. De Heere doet immers toe aan de gemeente, en zij mogen de begeerte tot uitbreiding voor Gods aangezicht brengen. Uw Koninkrijk kome; bewaar en vermeerder uw kerk. De open deur is een teken van vermeerdering. Het is de taak van de gemeente, om het evangelie te verbreiden, om anderen te winnen voor de waarheid die in Christus Jezus is. Maar de mensen bieden weerstand, ze geven zich niet gewonnen. De harten zitten op slot, potdicht. Om wanhopig te worden. Ziet Ik! Uw werk is niet ijdel in de Heere. Klopt u aan een gesloten deur, een en ander maal. Trap die deur dan in! Maar, dat gaat niet. Ik heb u gegeven. Christus doet deuren open, waar wij in zijn Naam aankloppen. Kloppen, meer niet. Hij komt er aan te pas.
Wat haalt het uit, in gezin en gemeente. Had ik maar een sleutel, die op het slot van mens en hart past. Wel, die heeft de Heere Jezus. Hij opent en niemand sluit. Hij verrast ons, als wij het niet meer weten. Doet Hij dat, dan spant alles samen tegen Hem. Sluiten, is het wachtwoord, dat van mond tot mond gaat. Wereld en duivel duwen uit alle macht tegen de deur aan, om hem dicht te houden. Toen, in uw persoonlijk leven de deur open ging, op een kier nog maar, wat een pogingen werden er aangewend, om hem weer in het slot te werpen. Als in een gemeente, een geopende deur gegeven wordt, dan zal de tegenstand niet uitblijven. Dat geldt nog sterker voor de zending. Let er maar eens op. En hoe is Christus er op voorbereid: en niemand kan die sluiten.
Want gij hebt kleine kracht. De nadruk valt op: klein. De gemeente kan niet op grote kracht bogen. Gering is het getal van haar leden, nog geringer haar invloed in het leven van de stad. Een minderheid die moeite heeft zich in Filadelfia staande te houden temidden van een bloeiend heidendom en een strijdvaardig jodendom. Geen breed draagvlak, geen grote draagkracht. Alles kleine maat. Wat wil zo'n gemeente, wat maakt die klaar?
Men kan over de Christelijke gemeente in deze tijd wat meewaardig het hoofd schudden; men kan zich wrevelig afvragen wat ze nog voorstelt en wat ze zich verbeeldt. En wij? Wij zouden zo graag sterker zijn en daardoor meer bereiken. Vaster in onze schoenen staan, beter uit onze woorden kunnen komen. Overtuigender voorbeeld geven. Maar .. . kleine kracht. Dat is een nadeel.
Of een voordeel? Wordt het niet gegeven, wat wij vurig begeren, en niet bereiken: Mijn genade is u genoeg en mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. De sleutel weegt ons te zwaar, maar hij is Christus wel toevertrouwd. Kleine kracht. Zijn Naam is sterke God! Hadden wij grote kracht, wij zouden Hem naar de achtergrond schuiven. Hier treedt Hij op de voorgrond: ziet, Ik heb een geopende deur voor u gegeven. Dank u wel, Heere Jezus, sleuteldrager van het Koninkrijk der hemelen.
Laten wij ons niet op het getal verkijken; Christus kijkt naar het gehalte. Gij hebt mijn woord bewaard. Dat was de kracht van de gemeente ter plaatse. Zij klemde zich vast aan Zijn Woord, zij drukte dat Woord aan haar hart, als een kostbare schat. Van armoede, wel zeker. Omdat ze kleine kracht had. Zodoende verkreeg de gemeente uit zwakheid krachten: Gods woord bewaard, Gods eigen woord. Het woord van Christus, dat uit zijn mond uitgaat en Hem tot inhoud heeft. Zo vaart een gemeente wèl, toen en nu. In alle bescheidenheid — kleine kracht — en met alle beslistheid, het woord Gods bewaren. Is dat onder ons het geval? Ik weet uw werken. Ik weet of u persoonlijk en ook als gemeente werk hebt met dat bewaren. Daaraan hangt het bestaan en het voortbestaan van de gemeente.
Zij hadden het Woord ontvangen door middel van Christus' gezanten.Dat was hun wat waard. Wat is het ons waard? Wij zijn er bij groot geworden, terwijl velen er onbekend mee bleven en er van vervreemden. Een voorrecht. Houden wij het daarvoor? Waarom gaan wij, ouderen en jongeren dan zo slordig met het woord om? Wat zijn we traag in het benaarstigen. Waar is onder dominees en gemeenteleden het zorgvuldige bezig zijn met het Woord? Wat voor ons van weinig waarde is, dat raken we ongemerkt kwijt. Er wordt in deze eeuw grote schoonmaak gehouden. Wat zullen wij bewaren? Het woord? Even aarzelen velen, dan besluiten ze: weggooien maar. Dat gebeurt in gezin en gemeente, bij verkering en verhuizing.
Bewaren, omdat we het leerden geloven. Wij bewaren het woord in de gemeente, en in onze harten. Het een, niet zonder het ander. Raakt het zoek in de harten, hoe zullen wij het dan in de gemeente bewaren. Daar begint het verval. Als de gemeente niet meer een geloofsgemeenschap is, die leeft bij en van en naar en voor het Woord. Wie het gelooft, heeft het lief. Hij zou het voor geen goed willen missen, hij kan er niet buiten. Dat is, bij alle zwakheid, de innerlijke kracht van de gemeente. Daarom is het te vrezen, dat menige „sterke" gemeente zienderogen verzwakt. Wat zijn de werken, waarvan Christus weet: Gij hebt mijn woord bewaard.
Hij weet waar Zijn woord blijft. Hij weet wie het bewaart. Zalig zijn zij die het bewaren, die er hier stille vreugde aan beleven, die het doorgeven aan anderen. Bewaren is alles behalve begraven! Niet in eigen hart, niet in eigen kring begraven, maar er mee woekeren, zodat wij winst maken voor het Koninkrijk. De duivel tracht het ons uit handen te wringen, de wereld wil het verscheuren. Het Woord wil ook bewaard worden in handel en wandel. Iedereen mag weten, wat Christus weet: Gij hebt mijn woord bewaard.
De strijd blijft niet uit. Vandaag de dag wil de wereld, ook de kerkelijke wereld er ons van af brengen, het ons afhandig maken. Bewaren is een strijdend en zo nodig een lijdend bewaren. De martelaren bewaarden het woord, als was het hun leven. En het was hun leven! Wetenschap en wereldzucht roepen: laat het los. Hoe zullen wij loslaten, wat ons uit het hart gegrepen is en waardoor wij gegrepen zijn. Waar u niet van los kunt komen, dat kunt u niet loslaten. Daarop komt het iedere dag aan, voor ons en onze kinderen.
In dat woord klinkt de naam; Gij hebt mijn Naam niet verloochend. Verloochenen is nee zeggen. Hij is het niet! Terwijl wij konden weten, dat Hij het wel is. De gemeente getuigt: Hij is het. Heiden en jood houden het tegenovergestelde vol. Zij dulden de belijdenis niet. O, ze zijn zo verdraagzaam. Maar zodra de gemeente een belijdende gemeente is, dan mag het niet meer. Dat is hoogmoed, dat ergert hen, dat discrimineert, om een modewoord te gebruiken. Dat Christus en deze wereld gediscrimineerd wordt, zal haar een zorg zijn. Hij is de Heilige, de Waarachtige. Verloochenen, wij worden er grootscheeps toe uitgenodigd. Wie zal hier staande blijven? Christus houdt ons staande, in ons wankelen. Hij houdt ons gaande in ons struikelen.
Het mag er vreemd naar toe gaan in de tegenwoordige wereld en de gemeente mag in het nauw gedreven worden als nooit te voren. Wanneer ze zijn Woord bewaart, zal ze zijn naam niet verloochenen. Dat is dan haar kracht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's