De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEEN VERWEER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEEN VERWEER

5 minuten leestijd

Eén van Amsterdams burgemeesters moet in een heet debat eens gezegd hebben: „Het is mij hetzelfde wat zij van mij zeggen, maar het is mij niet hetzelfde, wie iets van mij zegt." Hij taxeerde dus de persoon van zijn opponent, voor hij hem antwoordde. — Bij gelegenheid van een zoveel jarig ambtsjubileum hoorde ik ds. H. Kwint uit Utrecht zeggen: „Ik heb in mijn lange ambtsperiode geleerd veel kritiek naast mij neer te leggen, als komend van onbevoegde zijde."

De wijsheid van de Amsterdamse magistraat bezit ik niet, de wijsheid van de befaamde Utrechtse dominee heb ik niet geleerd, hoewel ik ook al heel wat jaren verkregen heb. 'k Luister altijd aandachtig naar kritiek. Raakt zij mij persoonlijk, dan ga ik er doorgaans niet op in. Vooreerst zit er doorgaans wel iets waars in. Tweedens moet mijn kritikus wel iets met mij op hebben, dat hij aandacht aan mij schenkt. Derdens: wie ben ik?

Raakt het echter een zaak, waar ik voor gesteld ben, dan moet ik daar wel op ingaan, ten minste als ik er zin in heb. Nu is de zaak, die menigeen bezig houdt, die van de Gereformeerde Bond, namelijk wat die is, wat hij gelooft, wat hij doet. Dat nu is vriendelijk, dat men aan ons denkt onder de broederen in de kerk en buiten de kerk. Dat men over ons praat is niemand boden, het is ook niemand vèrboden. Dat men over ons schrijft en dus zijn lezerskring, groot of klein — dat spreekt ook nog mee! — over ons inlicht, dat kan gevaarlijk zijn. Beschouwt men ons als een rariteit, met afwijkingen hier of afwijkingen daar, dan deed men beter het aan onszelf te zeggen of te schrijven, gelijk het onder broederen betaamt. Beschouwt men ons als een normale kerkelijke groep, dan loopt men het gevaar door zijn schrijven propaganda voor ons te maken.

Ik dacht, dat ons het meest paste bescheidenheid en ook om stil onze weg te gaan in het kerkelijk leven. Zachtmoedigheid in het onderling verkeer in onze kerk is, dacht ik, een zeer nodige zaak. Vooreerst zijn het toch altijd — hoe dan ook — leden der kerk, met wie wij te doen hebben. Hoe zullen wij het goede — het goede des Evangelies van onze Heere, Jezus Christus — voor elkander zoeken en dan elkaar, tevens felle en schampere woorden toevoegen? Dan ook: het leven is zo moeilijk, zo vol zorgen en het leven van vandaag biedt voor de kerk zo veel dreiging, dat wij waarlijk wel wat bemoediging en vertroosting tot elkander mogen zeggen. Ziet het er niet wat naar uit, dat het einde aller dingen genaakt? Haast niet de toekomst van onze Heere? Zullen wij dan niet grijpen, die ten dode wankelen? Zullen wij dan niet zoeken te behouden, zoeken te bekeren hen, die dwalen, als zo veler liefde verkoelt?

Daar zal zeker ook moeten zijn: „Indien iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking! Maranatha!" Maar daar zijn vaak onze broederen naar het vlees bij. Mensen, die leden zijn van onze kerk of niet meer leden van de kerk! Vlees van ons vlees, been van ons gebeente! Daar zijn mensen bij van andere richtingen — ach hoe velen. Daar zijn mensen bij van onze richting — ach hoe velen. Wij mochten, onder zoveel meer ernst van de tijden, wel met zoveel evangelischer bewogenheid staan in het kerkelijk leven van vandaag. Steevast bij de bijbel, steevast bij de belijdenis, maar ook steevast in de liefde.

Deze taak komt hoe langer hoe meer neer op het kleine kuddeke van de Heere Jezus. De bijbel is voor ons toch niet een sterk geschut? Wel een schutse, een schild — en toch ook een zwaard, het zwaard des Geestes. En de belijdenis is ons toch niet een krijgskreet? Maar wel een lied ter eer van onze God, geen houwdegen, maar wel een banier, een banier des heils, waaronder de legerscharen van Gods verlosten optrekken. Het is daarom de gewoonte wel van de Bond, die zich gaarne gereformeerd noemt om de kerk op haar belijdenis aan te spreken, maar het is meen ik niet de gewoonte van de Bond, om andere organisaties, die zich gaarne gereformeerd noemen in het Bondsorgaan aan te vallen. Wat hij van hen denkt, wat hij van hen wil, dat zegt hij hen zelf. Als het Hervormd Weekblad van 28 mei l.l een hoofdartikel biedt van zijn redacteur, een sympathiek stuk over — het moet gezegd — slechts enkele noties van de gereformeerde gezindte, en als in ditzelfde nummer de sympathieke ds. C. A. Korevaar door ds. S. v. Sinderen over een van hem afgenomen interview doorgezaagd wordt, en als we dan ook nog tegenkomen een artikel van ds. C. Jongeboer van Elburg over het dilemma van de Gereformeerde Bond, dan vragen we ons af wat het Hervormd Weekblad bewoog om zo te schrijven, al zien we niet graag over het hoofd het mooie stuk van ds. B. W. Steenbeek van Nunspeet over de A.K.V. en het geestelijk leven. Wat genoemde Elburgse dominee beweegt, kunnen wij behalve uit zijn vroegere publikaties dunkt mij in de boekbespreking van „Tot de dag aanlicht" in het vorige nummer van het Hervormd Weekblad, van 21 mei l.l., wel aflezen. Zodat ik maar zeggen wil, dat wij geen verweer hebben opdat, wat onder ons niet en zó niet geschieden moet. Laat ons de contacten, die wij hebben, in de onrustbarende ontwikkelingen, van deze tijd, zoeken te bewaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

GEEN VERWEER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's