UIT DE PERS
Vraaggesprek met prof. dr. P. Smits
Op de A.K.V. is ook de kwestie Smits ter sprake gekomen. Men was van oordeel, dat de synode van de hervormde kerk in deze een taak had, omdat de manier waarop aan de leidse hoogleraar zijn emeritaatsrechten ontnomen waren onjuist geweest is. Over de opvattingen van Smits waren de meningen verdeeld. Enerzijds meende men dat de bezwaren van Smits tegen de klassieke opvatting inzake de verzoening legitiem zijn, anderzijds was men van oordeel, dat voor een dergelijk geluid geen plaats is binnen de kerk.
„Hervormd Nederland" van 30 mei publiceert een vraaggesprek van Bert van Duijn met prof. Smits. Wij laten hier de tekst van dit gesprek volgen.
„Het wordt soms uitgelegd als koppigheid, maar koppigheid is nu juist iets waarvan ik helemaal geen last heb. Ook is elk ressentiment mij volkomen vreemd. Wel bezit ik een sterk ontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid. En daarom zou ik nooit aanvaarden een uitnodiging tot gesprek als van het verloop van dat gesprek zou moeten afhangen of ik al dan niet mijn rechten als van een emerituspredikant terug krijg. Dan is er namelijk sprake van dubbelzinnigheid, van een ontoelaatbare vermenging van twee zaken: een discipline-kwestie en een leertucht-kwestie."
U wilt pas praten nadat u uw rechten hebt teruggekregen?
Prof. Smits: „Ja, het lijkt me tijd te worden dat dat gebeurt. Mijn rechten als van een emeritus zijn me ontnomen als disciplinaire maatregel, omdat ik — overigens op goede gronden — niet tot verder gesprek bereid was en daardoor zou hebben gehandeld in strijd met de waardigheid van de kerk.
Zo'n disciplinaire maatregel kan toch niet eeuwig duren. Op school mag een leerling die voor straf in de hoek is gezet toch ook na verloop van tijd weer in z'n bank gaan zitten. Je zou zo zeggen: een jaar of drie ontzegging is een flinke straf voor „een weigering tot verder gesprek". Maar het is nu alweer bijna tien jaar geleden, dat ik naar de hoek werd verwezen."
U stelt er wel prijs op die rechten terug te krijgen?
„Ja, vooral omdat ik er stellig van overtuigd ben, dat ze mij ten onrechte zijn ontnomen. Zo'n maatregel is niet leuk als je je voluit lid van een kerk voelt. Ik moet u eerlijk zeggen, dat de laatste jaren wel eens de gedachte door mij heen is gegaan met de hervormde kerk te breken. Maar ik heb ze van mij afgezet. Mijn gevoel van verbondenheid met deze oude volkskerk is toch nog te sterk."
Waarom hebt u niet een verzoek om teruggave van uw rechten ingediend?
„Er zou dan ongetwijfeld een uitnodiging tot gesprek zijn gekomen en er valt niet te praten wanneer het om de opheffing van een disciplinaire maatregel gaat. Die vermenging waarover ik zo net sprak, moet worden voorkomen. Daarin is dr. Buskus het volkomen met me eens.
Buskes deelt ook mijn standpunt, dat de emeritaatsrechten rechten zijn en geen gunst van de synode, zoals ds. Landsman in een artikel in HN heeft betoogd."
U deinst terug voor een leertuchtprocedure?
„Ik wil behoren tot een kerk die mij ruimte geeft, een kerk waarin ik niet word achtervolgd door ketterjagers. In die oude zaak kan geen veroordeling meer volgen. Het zou geen prettige en ook geen gezonde situatie zijn, wanneer mensen kerkdiensten waarin ik voorga, zouden gaan bezoeken om mij op mijn woorden te vangen."
U staat nog volledig achter de inhoud van het omstreden artikel?
„Over de vorm heb ik indertijd mijn spijt uitgesproken. Ik verkeerde in de naïeve veronderstelling, dat het zou blijven binnen de kring waarvoor het geschreven was. Maar het kwam ook daarbuiten en daarbuiten bevonden zich mensen voor wie de vorm kwetsend was voor hun diepste gevoelens. Het was niet mijn bedoeling iemand pijn te doen. De feitelijke inhoud neem ik nog altijd voor mijn rekening, maar ik wil er wel bij zeggen, dat ik zo'n artikel nu niet meer zou schrijven. Er staan op het ogenblik heel andere vragen in het middelpunt van de belangstelling."
Welke vragen bedoelt u?
De verzoening als dogmatische kwestie is niet actueel, de belangrijkheid ervan is gerelativeerd door het ontstaan van een meer existentieel geloofsontmoeting. Zowel in de rooms-katholieke wereld als in onze kerk ontstaan een meer pluriforme waarheidsopvatting en - geloofsbeleving. Er wordt meer gedacht van de mens uit, de houding ten opzichte van de christelijke traditie wordt steeds selectiever. Men vraagt zich af, wat men er aan heeft en wat men er mee kan doen.
Voor mij, en steeds meer mensen denken er net zo over, zijn dogmatische verschillen niet zo belangrijk. Het gaat erom, wat maak je waar van je christen-zijn, wat komt er uit?
Deze geloofshouding, deze eigentijdse opvatting van het christen-zijn loopt dwars door alle richtingen heen.
Op de AKV is ook weer eens gebleken, dat de kerk een enorme achterstand heeft ten aanzien van wat de mensen zoeken in het godsdienstige leven. Op de existentiële vragen, op de vraag naar God en naar de zin van het bestaan, krijgen ze geen antwoord. De buitenkerkelijkheid neemt dan ook snel toe.
Bij de volkstelling van 1960 was het percentage buitenkerkelijken 18,5. Ik neem aan, dat het inmiddels is opgelopen tot 25. Ik denk pessimistisch over de toekomst van de kerk, maar ik vind, dat we met optimisme moeten blijven werken."
U relativeert de belangrijkheid van de verzoening. Volgens velen is zij echter „het hart van het evangelie".
„Het vraagstuk van de verzoening ligt theologisch heel anders dan tien jaar geleden, doordat intussen in de theologie de godsvoorstelling op totaal nieuwe wijze in het geding is gekomen. Als men God niet meer kan zien als een persoon valt het oude beeld van de verzoening weg."
U houdt niet van het woord „verzoening"?
„Ik gebruik liever het woord „bevrijding". In de traditie kent men de trits zonde-genade-vergeving. Ik stel graag de genade voorop, gevolgd door verantwoordelijkheid en vrijheid. Het leven is een geschenk van God. Dat is genade. Omdat het een geschenk is, bezit je verantwoordelijkheid. In de vrijheid waarin je staat, kun je die verantwoordelijkheid misbruiken en dat misbruik is zonde. Als je je niet zondig voelt in de zin van dat je het leven hebt verbeurd, dan kun je met die traditionele leer niet uit de voeten."
Wat is dan de rol van Jezus?
„Jezus is onze bevrijder. Hij is de manifestatie van het ware mens-zijn. Evenals Kohnstamm zie ik Jezus als de mens met een hoofdletter. Van Hem kunnen we het ware mens-zijn aflezen."
De apostel Paulus gaat nog wel iets verder.
„Ik ben het op dit punt niet met Paulus eens, hoe hoog ik hem ook waardeer. Hij geeft mijns inziens een verkeerde interpretatie van Genesis 3. Ik preek overigens dikwijls naar aanleiding van teksten van Paulus."
U vindt het nog steeds uw eer te na dat iemand zich voor u aan het kruis laat slaan?
„Met die uitspraak van Vestdijk is het indertijd begonnen. Kraemer en Sierksma voerden in het maandblad Wending een discussie over de dialoog met de ongelovige. De door u geciteerde woorden van Vestdijk werden door Kraemer gekenschetst als „de klare geloofsbelijdenis van de moderne godloze mens".
Door die uitlating van Kraemer voelde ik me in m'n wiek geschoten. Ik vind namelijk, dat je heel goed een christen kunt zijn en tegelijk de strekking van de woorden van Vestdijk beamen. Je kunt als christen een andere opvatting over de verzoening hebben dan Kraemer en de traditionele kerkleer leren, zo heb ik toen geschreven."
Wat was uw reactie toen u hoorde, dat uw zaak op de AKV-agenda stond?
„Ik was blij en niet blij. Aan de ene kant dacht ik: laat die zaak nu maar begraven blijven, wat heb je aan al die publiciteit. Belangrijker zaken blijven er door liggen.
Aan de andere kant zag ik de mogelijkheid van een oplossing, een oplossing die ook van belang zou zijn voor de hervormde kerk. Zou zij nu dan toch het gebaar gaan maken, dat in overeenstemming is met haar waardigheid?"
Wanneer we een paar kanttekeningen plaatsen bij dit gesprek, zouden we in de eerste plaats willen opmerken: Wat is het jammer dat de kwestie-Smits destijds is uitgelopen op een discipline-kwestie, en dat de kerk niet de koninklijke weg van de leertucht, met alle moeilijkheden van dien gegaan is. Ze is immers geroepen te weren wat het belijden weerspreekt.
In de tweede plaats vertoont het gesprek zelf een zekere dubbelzinnigheid. Enerzijds wil de hoogleraar graag zijn emeritaatsrechten terugkrijgen en deinst hij terug voor een leertuchtprocedure, anderzijds handhaaft hij de feitelijke inhoud van zijn artikel, dat destijds zoveel pennen in beweging bracht.
In de derde plaats moet het elk toch wel duidelijk zijn, dat Smits in zijn opvattingen dezelfde gebleven is. Jezus wordt gezien als de mens met een hoofdletter. En het Paulinisch getuigenis wordt met een wat zelfverzekerd klinkende uitlating afgedaan. Ten diepste is hier het Schriftgezag in het geding. Degenen die zo vurig pleiten voor rehabilitatie van Smits doen goed van zijn uitlatingen kennis te nemen. Openlijk worden in dit gesprek de fundamenten van de kerk: het geloof in een persoonlijk God, de Vader van Jezus Christus, de belijdenis van Christus' Middelaarschap, en de prediking der verzoening aangetast. Wie nog enigermate opkomt voor het belijdend karakter van de kerk zal hier toch geen vrede mee kunnen hebben. Worden deze opvattingen binnen de hervormde kerk getolereerd, dan is dat niets minder dan verraad aan het Evangelie en verloochening van de diepste intenties van de Reformatie.
Kerk en vereniging
In het Hervormd Weekblad, het orgaan der confessionele vereniging, van 28 mei schrijft dr. C. Bezemer een artikel, waarin hij, uitgaande van zondag 21 der Heidelbergse catechismus, het verschil beklemtoont, tussen kerk en vereniging. Christus vergadert, regeert en beschermt Zijn kerk door Woord en Geest. De „inspraak" methode is in wezen onkerkelijk. In de kerk is niet de wil van de meerderheid bepalend. Dan komt mening tegenover mening te staan, en leidt dit tot afbraak van de kerk.
Ook is de kerk er niet om op allerlei terreinen van het maatschappelijke leven haar woordje mee te spreken. Dr. Bezemer schrijft in dit verband:
De Kerk is er, omdat Jezus Christus haar gewild heeft. Zij is er van het begin der schepping tot aan het einde der wereld. Daarom is het ook in strijd met het wezen der Kerk om haar bestaan afhankelijk te willen stellen van allerlei doelstellingen, die zij volgens de opvatting van bepaalde mensen dient na te streven. Inderdaad heeft de Kerk een taak, een opdracht, een roeping in de wereld te vervullen. Zij zal moeten belijden met woord en daad, en getuigen van de zekerheid, die in haar woont. Dat behoort wezenlijk tot het Kerk-zijn. En hoe meer ze haar roeping in deze verstaat, des te meer zal ze in staat zijn haar positie in de wereld te handhaven.
Onjuist is het echter de Kerk een gezaghebbend woord te willen laten spreken op allerlei terreinen van het maatschappelijk leven, alsof daarvan haar bestaan in de moderne samenleving zou afhangen. De Kerk kent maar één gezag, waaraan ze zelf onderworpen is, en dat ze ook heeft uit te dragen: het gezag van het Woord van God. Dat Woord heeft ze te verkondigen, niet als een vereniging, die propaganda maakt voor haar idealen en daardoor leden en begunstigers tracht te winnen, maar als een geloofsgemeenschap, die door strijd en overwinning heen op weg is naar een zekere toekomst, en die weet, dat door Woord en Geest de gemeente van Christus wordt vergaderd. Waar het gezag van het Woord wordt ondermijnd, daar wordt de gemeente uit elkaar geslagen. Daar helpen geen activiteiten van pressiegroepen en progressieven, van vernieuwers en idealisten. Alleen daar, waar het gezag van het Woord en de Geest heerst, daar openbaart zich de Kerk, daar wordt ze in stand gehouden, vergaderd en beschermd.
Wij geven dit klare geluid graag aan u door. De twintigste eeuw is wel eens genoemd de eeuw van de kerk. Dat kwam vanwege de ontdekking van de oecumene, en de theologische bezinning op de kerk. Toch is het de vraag of deze benaming nog opgaat. Hoe langer hoe meer krijgt men de indruk dat in vele delen van de kerk de kerk steeds meer verwordt tot een maatschappelijke functie. Dan geeft men het geheim van het kerkzijn prijs. En daarmee raakt men ook het zicht kwijt op de betekenis van belijdenis, ambt en kerkorde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's