De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het koninkrijk Gods

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het koninkrijk Gods

(Enkele perspectieven)

7 minuten leestijd

I

Met de uitdrukking Koninkrijk Gods zijn we van jongsaf bekend. Het is een vertrouwde klank. Moeilijker wordt het als we het moeten omschrijven. Er zijn dingen in ons leven, die wij misschien beter kunnen áánvoelen dan in woorden uitdrukken. Dan is het vaak een zoeken naar woorden. Over het Koninkrijk Gods schrijven is geen simpele zaak. Toch betreft het hier een deel van Gods Openbaring waarover we mogen nadenken. Gods éér en het heil van mens en kosmos zijn er mee gemoeid. De opzet van deze artikelen is slechts enkele bijbelse kerngedachten omtrent het Koninkrijk Gods weer te geven, in confrontatie met sommige ideeën uit onze tijd.

In Ps. 10:16 zegt de dichter: „De Heere is Koning, eeuwig en altoos". Met het bestaan van God is Zijn Koningschap gegeven. God en Koning-zijn vallen samen. Een koning heeft recht op gehoorzaamheid. Dan zéker God, want Hij is niet alleen Koning, Hij is óók Schepper. God heeft recht om Koning te zijn, want als Hij regeert, heerst Hij over wat Hij Zelf gemaakt heeft. Hij is Koning over het werk Zijner handen. Alle zienlijke en onzienlijke dingen hebben hun ontstaan aan Hem te danken. God heeft dus recht op Zijn Koningschap. En recht is dan óók dat alle schepselen dit erkennen en Hem dienen. Daartoe heeft Hij hen geschapen, het was het doel van hun bestaan. Maar . . . doel en werkelijkheid, dat zijn er twee. De werkelijkheid is hier vèr van het doel verwijderd, althans in déze wereld. Het menselijk geslacht heeft de gehoorzaamheid aan hun Schepper-Koning opgezegd. Daardoor is God Zijn Koningschap niet kwijtgeraakt (ontelbare engelen en troongeesten dienen Hem), maar Zijn Koningschap functioneert niet (meer) ten volle. We leven in een wereld, die van God afgevallen is en Zijn Koningschap niet erkent. Daar heeft God (gelukkig!) zich niet bij néérgelegd. Hij is opnieuw begonnen met Koning te zijn over al het geschapene. Na de zondeval heeft God Zijn Koningschap aan een déél van het menselijk geslacht weer verbonden. Via Adam, Seth, Noach komen we dan bij Abraham terecht, de vader van het volk Israël, met wie God Zijn Verbond sloot. Voortaan gaat de HEERE Zijn heilsplan volvoeren en Zijn Koningschap handhaven in het uitverkoren volk. De Israëlietische natie was een Koninkrijk Gods, een theocratie. Zo was het eigenlijk al na de uittocht uit Egypte. Israël zou de Heere een priesterlijk koninkrijk en een heilig volk zijn. (Ex. 19:6). God was Israëls Koning. Toen Israël dan ook aan het eind van de richterentijd een koning wilde „als andere volken", mishaagde dit Samuël ten zeerste. Hij zag er een aantasting in van Gods Koningschap. Buiten Israël (met name in Babylonië) werd over „God" en „Koning" in één adem gesproken. Zij lopen a.h.w. in elkaars verlengde. Dat betekent in wezen een vergoddelijking van de mens. Daarom vinden wij in het Oude Testament zovele reserves tegen het koningschap van een mens. Men weet, dat de HEERE Koning is (Ex. 15:18) In de roep van Israël om een koning zit een zuiver wereldgelijkvormig motief. Al regeert de Heere ook over de andere volken. Hij stond tot Israël in een bijzondere betrekking, een verbondsverhouding. Daarom heeft God recht op hun gehoorzaamheid en dienst. De practijk en geschiedenis van Israël vertoont echter héél vaak het tegendeel. Alléén onder de regering van Koning David en de eerste tijd van Salomo komt de theocratie sterk tot uiting, doordat de koning zich sterk gebonden weet aan Gods geboden. Vandaar, dat David en zijn rijk op de duur zó geïdealiseerd werden, dat men beide ging beschouwen als het prototype van het Messiaanse rijk en zijn koning. Overigens is de geschidenis van Israëls koningen voor een groot deel droevige historie van decadentie en afgodendienst. Gods Koningschap verbleekt méér en meer en daarom kon Zijn straffende hand niet uitblijven. In de practijk was het onderscheid tussen Israël en de andere volken verváágd. De bedoeling was, dat God in Israël óók over een bepaald gebied (terrein) Zijn macht uitoefende, maar de Assyrische- en Babylonische ballingschap tonen ons, dat dit voor altijd — althans in deze bedeling — voorbij is. Het Koninkrijk Gods zal steeds meer een geestelijk karakter krijgen. In plaats van een gebied (terrein) zal het een levenssituatie worden, waar God als Koning erkend wordt. Reeds het Oude Testament maakt er ons opmerkzaam op, dat het Koninkrijk Gods in de éérste plaats een godsdienstige aangelegenheid is en géén politiekeof economische grootheid. Wel zal het zijn uitwerking op deze terreinen hebben, maar het wezen wordt er niet door bepaald.

Hier op aarde is er nòg een rijk, het regnum diaboli (rijk des duivels), dat voortdurend z'n áánvallen op het Koninkrijk Gods richt, er in ieder geval onafgebroken mee in conflict leeft. Vandaar, dat in Zondag 48 van onze catechismus o.a. gebeden wordt: „Verstoor de werken des duivels en alle heerschappij, welke zich tegen u verheft, mitsgaders alle boze aanslagen, die tegen Uw heilig Woord bedacht worden". Waar het Woord heerschappij voert in de harten, dáár is het Koninkrijk Gods. Daarom is het op de káárt niet aan te wijzen. Het is overal waar christenen wonen, die zich geleid weten door Woord en Geest. Het is een levenssituatie, waarin de wil van God, zoals deze in Jezus Christus is geopenbaard, de doorslag geeft over de gehele linie van het leven. Daarom is het te vergelijken met een gezin met zijn wederkerigheid van zichzelf-vergetende liefde. Het is niet zo zeer een organisatie, maar een organisme, dat z'n regels en leven in zichzelf heeft. Jezus heeft Zichzelf en héél z'n arbeid in rechtstreeks verband met dit Koninkrijk gezien. Véélal noemde Hij het het Koninkrijk der hemelen.

De eerste, die deze uitdrukking gebruikte was Johannes de Doper, de grensfiguur tussen Oude en Nieuwe Testament. Zijn prediking luidde: „Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen". Daarmee wilde hij zeggen: De tijd is aangebroken, dat God Zijn heerschappij weer opricht. Maar, omdat Johannes nog op de rand van het Oude Testament staat, vallen komst en definitieve komst van de Koning, heil en gericht samen. Vandaar, dat er zo'n zware nádruk op het óórdeel valt. Er wordt gesproken van komende toorn, van de bijl, die (klaar) ligt aan de wortel van de boom. Verder van onuitblusselijk vuur, van een wan en een dorsvloer, van kaf en koren (Matth. 3:12). De prediking van Johannes is op de nabije toekomst gericht. Hij ziet het Koninkrijk èn de Koning, om zo te zeggen, naar de mensen toekomen en dat betekent: oordeel, crisis, schifting.

Toch zal voor de boetvaardige Gods belofte in vervulling gaan. Wàt houdt deze belofte in? Géén politiek herstel van Israël, maar een nieuwe toestand waarin God met Zijn genade zal regeren, met liefde Zijn volk zal leiden. Hij bedoelt, dat Christus, Gods Gezalfde komt om de genade-heerschappij van God op te richten, die rust op de vergeving der zonden. In dat Koninkrijk krijgt niemand een plaats op grond van werken der wet. Men dringt er niet in door eigen verdienste, er is géén plaats voor hoogmoedigen, die op eigen recht steunen. Voor hen, die zich niet bekéren van hun eigengerechtigheid, ligt inderdaad de bijl klaar. God gaat in ieder geval — door de komst van Jezus, de Messias — schiftend en scheidend aan het werk. Er komt een kloof tussen déélgenoten van het Koninkrijk Gods èn ongehoorzamen. Daartussen ligt als onvermijdelijke voorwaarde: de bekéring.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Het koninkrijk Gods

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's