'Waar zijn onze doden?’
Nog niet zolang geleden kwam een boek van prof. dr. G.C. van Niftrik uit over de hemel. Met dat boek ging hij in tegen de theologische trend momenteel, waarin vrijwel uitsluitend aandacht is voor de aarde en de tijd, het hier en nu. In nog sterker mate is dit het geval met het boek dat nu van hem verschenen is over de plaats van onze doden.
En laat ik het maar direct zeggen. Het is een boek met een rijke inhoud. Je vraagt je af, waarom je een dergelijk boek eigenlijk in één adem uitleest. Is het vanwege de boeiende stijl? Ongetwijfeld speelt dat een rol. Prof. Van Niftrik heeft de gave om de dingen helder en indringend te zeggen met een bewonderenswaardig goede stijl. Is het misschien door de veelheid van bijbels en dogmatisch materiaal dat in dit boek aangedragen wordt? Ook dat speelt een rol. Zonder dat dit boek een dorre opsomming geeft van allerlei gegevens is het boek toch vanwege de grote hoeveelheid studiemateriaal, die op een harmonische wijze tot een eenheid is verwerkt, dermate instructief dat met name de predikanten er een dankbaar gebruik van zullen kunnen maken. Maar niet alleen zij, ook voor de gemeenteleden is het boek onderwijzend in de goede zin van het woord. De belangrijkste reden waarom dit boek echter zo boeiend is, is het thema zelf en de appellerende wijze waarop Van Niftrik weer aandacht vraagt voor datgene wat in kerk en theologie steeds verder op de achtergrond raakt. Het gaat in dit boek om dingen van levensbelang. Het gaat om de vragen van leven en dood, om die vragen die voor elk mens van beslissende betekenis zijn omdat het eeuwigheidsvragen zijn.
Prof. Van Niftrik zegt zelf in het voorwoord dat zijn boek ergens ter zijde staat van de grote heerbaan van de theologische discussie. Eigenlijk is dit boek dan ook een polemiek tegen een theologie waaruit het eeuwigheidsperspectief verdwenen is, maar dan een polemiek die niet blijft steken in de antithese met de moderne theologie — waarin Van Niftrik ook bepaalde waarheidselementen honoreert — maar geschreven vanuit het geloofsperspectief dat heenreikt over dood en graf. Daarom heeft dit boek iets van een getuigenis. Telkens weer merkt de schrijver in allerlei toonaarden op, dat wie zich in de boodschap van de bijbel verdiept, met de huidige trend in theologie en prediking geen vrede kan hebben en dat het vreselijk is te moeten constateren dat in de kerkelijke prediking van onze tijd over de dood, het graf en de eeuwigheid in alle talen gezwegen wordt. Wie gewend is om onderstrepingen aan te brengen in een boek onder belangrijke zinsneden, blijft in dit boek onderstrepen. Van Niftrik pleit voor een herwaardering van Calvijns meditatio futurae vitae, de overdenking van het toekomende leven. De bijbelse beelden over het nieuwe Jeruzalem komen ter sprake, waarbij de schrijver opmerkt: 'we zijn geen fundamentalisten, al haast ik mij hieraan toe te voegen dat ik liever in zee ga met een fundamentalistisch opgevatte bijbel dan met een ontmythologiseerde’.
Als Van Niftrik het in dit boek heeft over onze doden, dan bedoelt hij de doden die in Christus zijn; christenen voor wie de eeuwige sabbath al in dit leven aanving; mensen die met God zelf van doen hebben gekregen. In dit verband noemt hij Johannes op Patmos die, toen hij Christus in Zijn heerlijkheid zag, als dood voor Zijn voeten viel. De eerbied, de huiver, het ontzag voor de heiligheid van God, krijgt dan ook het volle accent, vanuit het besef dat de mens dood is door de overtreding in Adam. Opmerkelijk is dat de schrijver in dit verband zegt dat hij er begrip voor heeft dat er in ons land grote groepen christenen zijn, die door hun zwarte kleding er getuigenis van afleggen verstaan te hebben dat het doodsoordeel over alle menselijke leven ligt. Hij merkt op dat men, 'ook al gaat men andere wegen', deze houding hoger moet aanslaan dan de moderne lichtvaardigheid, die de dood zo goed mogelijk onzichtbaar maakt.
Individualiteit en universaliteit
Inmiddels gaat het Van Niftrik in dit boek niet alleen om de individualiteit, om het persoonlijk gered worden, om het persoonlijk uitzicht op het eeuwig heil. Het gaat hem ook om het universele, om het kosmische aspect van het heil. Maar het is in onze tijd, aldus de schrijver, meer nodig het individuele aspect te verdedigen dan het universele. Daarom wordt ook zeer positief gesproken over de nadruk, die dr. W. Aalders in onze tijd legt op het individueel aspect, zij het dat hij het betreurt dat het universele bij hem te weinig doorklinkt. De kerk bestaat volgens het N.T. uit gerechtvaardigde en geheiligde mensen die weten van hun zonden, omdat ze weten van de heiligheid Gods. De vernieuwers van de wereld zullen moeten weten van persoonlijke vernieuwing. En als dan de vraag aan de orde komt hoe de kerk in de wereld dient bezig te zijn, dan neigt Van Niftrik ertoe de indirecte taak van de kerk voorop te stellen. Niet het positie kiezen in de vele problemen die er zijn, maar eenvoudig kerk zijn en het evangelie verkondigen. Scherp typeert Van Niftrik in dit verband de huidige tendens in de kerk, waarin het erop gaat lijken alsof Jeremia, Amos en zelfs Jezus beter verstaan zijn door Marx en Marcuse dan door Augustinus en Calvijn. Op een andere plaats merkt hij op: 'Het wordt een nare zaak als de dominee alleen nog maar meeloopt in optochten maar aan ziek- en sterfbedden met de mond vol tanden staat’.
Nadat in dit boek zo een achtergrondsbelichting gegeven is vanuit de Schrift over de dood, het eeuwige leven, en wel in directe confrontatie met de theologische trend van onze tijd, geeft Van Niftrik in het laatste hoofdstuk in een twaalftal punten een antwoord op de vraag waar onze doden, d.w.z. de doden in Christus zijn. Als antwoord geeft hij: in het graf, op het kerkhof, in de aarde, in de hemel, met Christus, in het hart van de werkelijkheid, in het paradijs, voor het aangezicht Gods, thuis, in de eeuwige vreugde. Over al deze punten worden rijke dingen gezegd.
We hebben met opzet dit boek uitvoerig besproken. Dat is het waard. En als zodanig bevelen we de lezing van dit belangrijke boek ten zeerste aan. Het zou te wensen zijn dat in kerk en theologie naar deze stem geluisterd werd. Temidden van de bloedloze theologie van onze tijd is het een verkwikking deze geluiden weer opnieuw en dan ook nieuw te vernemen. We mogen daarvoor prof. Van Niftrik uitermate dankbaar zijn.
Vragen
Of we dan geen vragen hebben? Zeer zeker. In de eerste plaats zwijgt Van Niftrik, op één enkele passage na, vrijwel volledig over de andere plaats van de doden, waarover de bijbel eveneens telkens spreekt. Ik weet wel, Van Niftrik bedoelt met onze doden, de doden in Christus, maar ik meen toch dat de notie van het oordeel duidelijker accent had moeten krijgen. De schrijver spreekt wel over het eeuwig oordeel b.v. bij de ene moordenaar aan het kruis, waarvan gezegd wordt, dat de dood ook het aanbreken van de eeuwige dood kan zijn. Maar verder laadt hij het oordeel vrijwel existentieel, in de zin waarin de gelovige het in dit leven ervaart als hij met de heiligheid Gods van doen krijgt of als in de dood alles, wat bij de gelovige hout, hooi en stoppelen is, wordt weggebrand. Maar het 'Ga weg van mij, ik heb u nooit gekend' klinkt niet door.
In de tweede plaats moet gesignaleerd worden dat als de schrijver het heeft over het innerlijk leven nogal eens de grote mystici uit de kerkgeschiedenis naar voren komen. Het leven uit de Heilige Geest, zoals dit in de geloofsbevinding gestalte krijgt is echter nog wat anders dan mystiek. We menen dat ten aanzien van de bevinding dit boek toch niet al de noties honoreert die we bij Calvijn etc. tegenkomen, al moet ik zeggen dat bepaalde passages wel weer duidelijk bevindelijk van aard zijn, b.v. die passages waarin ook het bekende lied van Kohlbrugge 'Wanneer ik eens gestorven ben' wordt geciteerd.
In de laatste plaats blijkt uit dit boek toch wel ook de verwantschap van Van Niftrik met Barth. Dit heeft consequenties voor de visie op het verbond en de verzoening die hier en daar ook duidelijk worden. We vragen ons af of de theologie van Barth niet mede schuldig is aan de recente ontwikkelingen in Kerk en Theologie. Is met Barth zelf eigenlijk niet de inzet gegeven voor een ontwikkeling van de theologie, waarin de aandacht voor de aarde alle accent krijgt omdat de vragen naar het persoonlijk heil eigenlijk niet relevant meer zijn, gezien de universaliteit van het heil? Het wordt tijd dat deze dingen ook eens nader aan de orde worden gesteld, aangezien velen menen dat het in onze tijd nodig is weer opnieuw naar Barth te luisteren, om vanuit zijn visie weer oog te krijgen voor de verticaliteit. Wij voor ons menen dat Calvijn in dit opzicht een beter leermeester is dan Barth, omdat hij in nauwe gebondenheid aan de Schrift theologiseerde. In dit verband herinneren we ons een discussie tussen prof. Van Niftrik en ds. L. Vroegindeweij in het Gereformeerd Weekblad over Verkiezing en Verbond, die ook nu nog (of weer) zeer actueel is. Eerlijk gezegd ben ik er niet gerust op dat prof. Van Niftrik de dingen, die hij toen stelde, nu anders ziet. Op de jaarvergadering van de Confessionele Vereniging brak prof. Van Niftrik een lans voor de Dordtse Leerregels, een zaak waarvoor we dankbaar zijn, maar tegelijkertijd vermeldde het verslag dat prof. Van Niftrik zijn eerder ingenomen positie inzake de verkiezing handhaafde. Maar als de verkiezing universeel zou zijn, dan is het geen wonder dat alle aandacht van kerk en theologie zich gaat richten op het Hier en nu. Want de mensheid is immers gered? Waarom zou men zich nog zorgen maken omtrent eigen ziel en zaligheid? Deze dingen menen we toch in deze recensie van het boek van prof. Van Niftrik aan de orde te moeten stellen. Want hier liggen kernvragen die in dit boek onbeantwoord blijven.
Maar deze vragen doen niets af van de grote waardering, die we voor dit boek hebben. Het is een vroom boek. Van harte hopen we dat deze stem in Kerk en theologie doorklinken mag. Het is terzijde van de theologische heerbaan geschreven. Als de karavaan nog maar aan te roepen is. In de woestijn verklinken namelijk de stemmen zonder dat iemand ze hoort.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's