BOEKBESPREKING
A. J. Jörg. Wat gaat ons de toekomst aan? Uitg. Boekencentrum N.V. 1968, 's-Gravenhage, 336 blz.; prijs ƒ12,50.
We mogen niet zeggen dat er in onze tijd geen aandacht is voor de toekomst. Integendeel, er wordt veel over gesproken en geschreven. Dat behoeft niet te verwonderen. In een tijd waarin de veranderingen op allerlei gebied zich zo snel voltrekken als in de onze en waarin vandaag werkelijkheid is wat enkele tientallen jaren geleden nog voor onmogelijk werd gehouden, dringt zich als vanzelf de vraag op waar deze ontwikkeling heen zal voeren. De schrijver richt zich op het jaar 2000. Het gaat hem daarbij niet in de eerste plaats om een toekomst voorspelling, maar vooral — en dat krijgt een bijzonder accent in dit boek — om het bewust maken van de lezer van zijn mogelijkheden en verantwoordelijkheden voor de toekomst. Deze wordt immers al enigszins zichtbaar aan de huidige situatie en het is van belang tijdig daarop zijn invloed te doen gelden. In een aantal oriëntaties geeft de schrijver een boeiende beschrijving van een aantal verschijnselen die in toenemende mate de samenleving zullen bepalen: de automatisering, de biochemie, de kernenergie, de ruimtevaart, de verhouding der rassen, de economische orde enz. Het beeld dat de schrijver hiervan tekent is stellig niet licht gekleurd. Veelal beweegt het zich in de spanning tussen hoop en wanhoop. Deze spanning wordt ingegeven door de zorg over de vraag of de mens de snelle ontwikkeling geestelijk zal kunnen bijhouden. De mens is immers meer dan producent en consument. Daarom dient onze getechnificeerde en over-gerationaliseerde samenleving te worden doortrokken van de Geest van de medemens.
Ondanks de verschillende boeiende passages moeten we zeggen, dat we ons in de boodschap van dit boek en het uitzicht dat het biedt, niet kunnen vinden. De bijbelse toekomstverwachting van de gemeente richt zich op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. En de aanvaarding van deze wereld wordt daarin gesteld onder het gezichtspunt van het voorbijgaan van deze wereld. Hiervan vinden we in dit boek weinig. Weliswaar wordt gezegd dat het gaat om het Koninkrijk Gods en niet om een min of meer menswaardige samenleving, maar de kerk wordt zozeer subject van sociaal handelen gemaakt dat de grenzen tussen kerk en wereld nagenoeg verdwijnen en beide op weg zijn naar de éne en dezelfde universele toekomst van het Koninkrijk Gods.
Een ander bezwaar is dat ondanks de kritiek op de wetenschap die herhaaldelijk doorklinkt, toch voor speculatief wetenschappelijk denken weer veel ruimte wordt ingeruimd. Zeer duidelijk komt dat naar voren in de soms cynische en in schrille kleuren getekende beschrijving van de kernbewapening en het machtsevenwicht. In dit hoofdstuk wordt de oorlog herleid tot een menselijk instinct. De schrijver stelt dan dat volgens vermoedens van biologen, psychologen en archeologen de mens dit instinct heeft opgelopen gedurende honderdduizenden jaren van pre-historie. Hij moest toen wel agressief zijn om zich te kunnen handhaven in een vijandige omgeving. Alsof de bijbel over de herkomst van de mens niets zou zeggen!
Zo zou er meer te noemen zijn. Het boek geeft veel informatie en is zeer boeiend geschreven, maar de bijbel bepaalt ons op een andere wijze bij de toekomst dan in dit boek gebeurt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's