Waarom de GZB niet over de brug kan komen
In het vorige nummer van dit blad — het zou ondertussen wel eens de eervorige keer kunnen zijn geworden — werden enkele mededelingen gedaan over besprekingen in de Generale Synode van onze kerk inzake participatie in een tweede Kom over de Brug-aktie. De Synode stelde de beslissing over deelname aan die aktie uit, tot de novemberbijeenkomst, omdat de vergadering eerst het moderamen in staat wilde stellen samen met de Raad voor de Zending en de Generale Diaconale Raad te beraadslagen over de mogelijkheid van deelneming van de GZB aan de aktie. De Synode nam dit besluit in verband met de afwijzende houding, die de Gereformeerde Zendingsbond ten opzichte van een tweede aktie KodB zal innemen, wanneer, zoals verwacht wordt, de RK Kerk aan een uitnodiging tot deelneming aan die aktie gehoor zal geven. In een kort artikeltje stelde de hoofdredakteur een andere toelichting betreffende de achtergronden van het door de GZB ingenomen standpunt in het vooruitzicht.
Graag maken we van de hier geboden gelegenheid om iets over deze aangelegenheid te zeggen gebruik. Tot nu toe had het hoofdbestuur van de GZB zich er toe beperkt de betreffende instanties er van op de hoogte te stellen, dat de bond niet aan een nieuwe aktie mee zou kunnen doen, wanneer de RK Kerk ook daaraan zou deelnemen. Door een zin in het jaarverslag van de Raad voor de Zending van de N. H. Kerk kwam de kwestie van het al of niet deelnemen van de GZB, voor ons gevoel min of meer incidenteel, in de synodevergadering in bespreking. Begrijpelijk, dat de vergadering stond op nader beraad over deze zaak in de volgende zitting.
Principieel onaanvaardbaar
Maar nu dan de kwestie zelf. Een en ander maal kwam de zaak in de vergadering van het hoofdbestuur op tafel. Hoe langer hoe meer kwamen we tot de overtuiging, dat we om principiële redenen niet aan een samenwerking, als beoogd in de nieuwe aktie, mee kunnen doen. Anderen hebben daar minder moeite mee en zijn overtuigd, dat men het zonder de RK Kerk niet meer kan en mag doen. Er is nu lang genoeg over de verschillen tussen de kerk van Rome en de kerken van de Reformatie gesproken. Er moet nu toch eens een punt achter de controverse gezet worden. De situatie in de wereld verdraagt het eenvoudig niet meer, dat men gescheiden zou optrekken. Bovendien, er is in 'Rome' zóveel veranderd. De verschuivingen, die zich voordoen kan men toch niet miskennen! Zijn we niet samen op weg naar de éne evangelische kerk in Nederland?
Kardinale vraag
Dat is nu juist de kardinale vraag, waar het de GZB in deze om gaat. Is dat zo? Is het waar, dat er eigenlijk alleen nog maar een dunne scheidingswand doorgestoten moet worden tussen Rome en Reformatie en dat het nu hoog tijd begint te worden om dat eindelijk eens te gaan doen?
Ontkennend antwoord
Het is onze overtuiging, dat de vraag zeer beslist ontkennend beantwoord moet worden. Het gaat in de verhouding Rome-Reformatie maar niet om kleine verschillen van inzicht. Het gaat om tegenstellingen, die tot de wortel van de zaak reiken. Men denke om maar iets te noemen aan dat, wat de Reformatie belijdt omtrent het geheel enig gezag van de Heilige Schrift, de volstrektheid van de genade en de totale verdorvenheid van de menselijke natuur. Men kan toch niet zeggen, dat de RK Kerk daarop alleen maar een wat andere kijk heeft. De leer van de RK Kerk staat daar nog altijd vierkant tegenover.
Toenadering ongeoorloofd
Het is niet de bedoeling om in dit artikel, waarin we proberen kort en bondig te zeggen, waarom de GZB niet mee zal kunnen doen, als Rome meedoet, uitvoerig op deze dingen door te gaan. Ik verwijs iemand, die zich wat meer in deze kwestie verdiepen wil, naar een uitstekende publikatie van de hand van dr. C. Graafland, hervormd predikant te Amsterdam onlangs in de reeks 'Reformatorische stemmen' van de Willem de Zwijgerstichting uitgekomen. Deze studie 'Toenadering tot Rome' maakt duidelijk dat in de verhouding Rome-Reformatie tegenstellingen in het geding zijn, die niet met elkaar in overeenstemming zijn te brengen. Ook dat de 'toenadering' niet zozeer mogelijk werd, omdat er in de RK Kerk verschuivingen in de richting van het reformatorische denken op traden, als wel door het feit, dat in de kerken van de Reformatie velen langzamerhand 'rooms' zijn gaan denken. In het bijzonder met betrekking tot de verhouding van natuur en genade.
Niemand gediend met doen alsof
Maar hoe dan ook, het gaat nog altijd om kardinale vragen, waarin tegengesteld wordt gedacht. Ergens las ik: Het gaat om een andere structuur van geloven. Niemand is er mee gediend, wanneer we toch maar gaan doen alsof. Ik citeer nu uit de zo-even genoemde studie van dr. Graafland: 'Voor onze concrete positie op dit ogenblik betekent dit, dat we niet kunnen meedoen met al die vormen van ontmoetingen tussen Rome en Reformatie, waarin men er van uitgaat, dat het gesprek met elkaar een gepasseerd stadium is en dat het nu tijd wordt om te handelen, om wat meer met elkaar te gaan doen (a.w. blz. 45). Wie dat doet - ik citeer weer dr. Graafland - 'bevordert dan ook niet de zaak, waar het Rome en de Reformatie in hun wederzijdse worsteling om te doen geweest is en nog is, maar doet alleen mee aan een nog verdere uitholling van het kerk-zijn en het Christelijk geloof in deze tijd'. Dat is de reden, waarom de GZB niet mee kan komen in de samenwerking in een aktie voor zending en werelddiaconaat, zoals men op het oog heeft, met de RK Kerk.
Niet eenvoudig
Dat die samenwerking vooralsnog grotendeels beperkt blijft tot de geldwerving, maakt het werkelijk niet eenvoudiger, zoals sommigen menen, om toch maar over de bezwaren, die we zien, heen te komen. Niet alleen omdat van het één toch meestal het andere komt, maar ook omdat we overtuigd zijn, dat onze principiële bezwaren zo zwaar moeten wegen, dat ze niet om bijkomstige redenen maar weer wat op zij gezet mogen worden. Ook al zou het afwijzen van deelneming aan een nieuwe aktie KodB een aanzienlijke derving van inkomsten kunnen betekenen.
Ook geen bruggetje
Dat is dan ook één van de redenen, waarom het hoofdbestuur van de GZB uiteindelijk gemeend heeft ook de gedachte aan een 'bruggetje naast de brug' te moeten verwerpen. Ik moet daar wel even op ingaan omdat deze mogelijkheid ook in de publiciteit is gekomen. De GZB zou dan de gelegenheid ontvangen om in het kader van de grote aktie een soort nevenaktie te voeren voor eigen projekten. Daar is lang over gedacht. Vooral omdat dit voorstel gezien werd als een eerlijke poging om de GZB niet buiten spel te zetten en te voorkomen dat wij ons inzake een nieuwe aktie KodB tegenover anderen, die met ons in dezelfde kerk leven en dezelfde opdracht hebben, op zouden moeten stellen. Na veel beraad kwam het gehele hoofdbestuur — het is goed daar nadruk op te leggen — tot de overtuiging, dat het met zo'n bruggetje naast de brug niet alleen zichzelf maar ook de kerk in haar geheel geen goede dienst zou bewijzen. Omdat dan onvermijdelijk het principiële bezwaar tegen de toenadering tot Rome op de achtergrond zou raken. We meenden dat tot iedere prijs te moeten voorkomen. Het is ons niet te doen om star het eigene vast te houden. God moge ons aan die zonde ontdekken, als het toch waar zou zijn. Wat we op het oog moeten en ook hopen te hebben is het waarachtig heil van heel de kerk, die met deze toenadering tot Rome niet gediend is.
Daarom kunnen we niet over de brug komen en daarom menen we ook niet over het bruggetje te moeten komen.
Over andere aspekten van de zaak zo mogelijk nog eens een andere keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juli 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's