Middelen voeren af van de bijbelse twee-eenheid
In Gezond Gezin het orgaan van de Protestantse Stichting t.b.v. Verantwoorde Gezinsvorming, is ds. G. Boer in gesprek geweest met één van de redacteuren van dit blad, de heer W.F. Gerardts, over het onderwerp geboortebeperking. In de inleiding op dit, gesprek menioreert de heer Gerardts dat ds. Boer in De Waarheidsvriend nogal eens zijn pen heeft op genomen tegen bepaalde activiteiten van de P.S.V.G. Het gesprek kwam tot stand nadat de tweede druk van de prekenbundel van ds. Boer, Ik ben de Alpha, verschenen was, waarin aan het onderwerp geboortebeperking een apart stuk werd gewijd.We laten het interview hier onverkort volgen.
GG: Een van de dingen die indruk op mij heeft gemaakt in uw boek is uw bijbels gefundeerde grondopvatting dat de liefde van man en vrouw tegenover elkaar en het kinderen krijgen even belangrijke zaken zijn — twee polen van de ellips huwelijk.
Ds. Boer: Ja, dat heb ik krachtig willen verdedigen, ik richt me daarbij vooral tot een aantal ethici die je tegenwoordig hoort zeggen dat het in de eerste plaats om de man-vrouw-verhouding gaat, secundair pas om de kinderen. Dat lijkt me niet bijbels. Ik weet ook wel dat een kinderloos huwelijk net zo goed een huwelijk is. En ik weet ook wel dat het geslachtsverkeer door mag gaan als de vrouw niet meer vruchtbaar is — maar dat maakt nog niet dat je het kinderen-krijgen zo naar de tweede plaats zou kunnen schuiven. Mijn bezwaar gaat tegen het ondergeschikt maken van wat het huwelijksformulier als het tweede huwelijksdoel noemt: het krijgen van kinderen, aan het eerste: de totale eenwording van man en vrouw. De logische orde is: via de eenwording het krijgen van kinderen. Maar deze logische orde betekent allerminst een rangorde in die zin, dat de totale binding man-vrouw er altijd moet zijn en dat het krijgen van kinderen secundair, dat is van minder belang zou zijn.
GG: Ik dacht ook dat het zinvol was dat te zeggen tegenover de mensen die zo nuchter spreken van: we nemen geen kind meer, of: we nemen drie kindereen. Dat kan geen mens van te voren zeggen. Het is gewoon al psychologisch erg belangrijk: kinderen krijgen, jezelf voortzetten. Het is een verarming van het leven als die pool uitvalt. Ik denk dat we het daarin wel eens zijn. Alleen zie ik niet in, waarom dat zou uitsluiten dat je zelf bepaalt hoeveel kinderen op een zeker moment gewenst zijn. Je neemt die beslissing juist ook met het oog op die tweede pool: namelijk de kinderen die er al zijn. De kinderen die je hebt kun je evengoed als een zegen van God ervaren.
Ds. Boer: Dat laatste erken ik uiteraard. Maar ik heb het niet op die zelfbepaling, omdat zij in de omgang met God verdorrend werkt. Hoe kunnen wij kleine mensjes de Godsregering in ons leven overzien? Hoeveel mogelijkheden en verrassingen zijn er niet bij God, die bij ons niet voorhanden zijn en die wij daarom ook in onze beslissingen niet kunnen betrekken. Daarvoor is geloof, een vertrouwensvolle overgave aan God en Zijn leiding nodig. Hapert het aan dit geloof, aan deze overgave aan Gods leiding, dan gaat het avontuur uit ons leven. Het wonder verdwijnt.
GG: Dat is niet waar. Ook als je een duidelijke grens stelt aan je kindertal, houdt het leven het avontuurlijke. Dat kan toch niet anders? Is ieder kind niet dagelijks een avontuur en een verrassing? Net zo goed als je huwelijk?
Ds. Boer: Inderdaad, maar daarover gaat het hier niet. Het gaat hier niet over de vraag of het leven van elk kind een avontuur is, maar of de zelfbepaling aan Gods vrijheid en grootheid tekort doet.
God vertrouwt aan het ene paar meer kinderen dan aan het andere. Aan wie hoeveel - dat zal onderweg wel duidelijk worden. Dat kunnen wij van tevoren niet aangeven.
GG: Ik ben het weer met u eens, als u bedoelt dat we niet krampachtig moeten leven en dat we voortdurend moeten openstaan voor nieuwe situaties en nieuwe ontwikkelingen, voor het avontuur van het leven. Maar waarom sluit dat nu een bewuste beëindiging van de voortplanting uit?
Ds. Boer: Een bewuste beëindiging van de voortplanting is voor een christen — tenzij er dwingende redenen zijn, zoals ik die in mijn boek heb omschreven — een onmogelijkheid. Hier wordt tekort gedaan aan de leiding van God. Wij hebben te bidden: Wat wilt Gij dat ik doen zal, ook bij het kindertal.
Daarbij komt, dat ik me verzet tegen de communis opinio, die zegt dat een groot gezin niet netjes meer is. Dat is een terreur die dat openstaan onmogelijk maakt.
GG: O, u pleit voor de vrijheid om een groot gezin te mogen hebben. Daar wil ik wel aan meedoen. We hebben daar een half nummer van GG aan besteed in februari. Gaat het bij dit alles niet veel meer op de visie op je kinderen, dan op de visie op het áántal kinderen?
Ds. Boer: Ik betwijfel met welke zekerheid sommige mensen het een opdracht van God noemen dat ze niet meer dan twee kinderen groot brengen. Ik bedoel dit: er is een spanning tussen het geschapene en het gewordene. De mens is geen stok en een blok. De mens is verantwoordelijk. De spanning tussen de opdracht van onze verantwoordelijkheid is niet te ontgaan. We moeten het God in ons leven laten gezeggen. Hem de ruimte geven. We zijn schuldige mensen en we moeten leven van de genade, ook in het huwelijksleven. Hoe kan dat als wij beschikken over het kindertal?
GG: Toch wekt u de indruk de mens te willen uitschakelen. Ik wil hem inschakelen. Hij kan het zich laten zeggen door God en dan besluiten niet verder te gaan dan twee kinderen. Wat is 'ruimte voor God' dan in uw ogen? U hebt GG aangevallen omdat het schreef: God geeft de vruchtbaarheid, maar regelt niet de bevruchting. Nu, dat had genuanceerder gezegd kunnen worden, maar nu het er zo gestaan heeft, hoe moet ik dan Gods handelen bij de bevruchting zien en de ruimte die ik Hem daarbij moet geven?
Ds. Boer: Uw tegenstelling tussen uitschakelen en inschakelen is niet houdbaar. God schakelt een mens altijd in.
Maar God en mens zijn geen gelijkwaardige partners. Gods bepalende wil en onze overgegeven wil ontmoeten elkander niet op hetzelfde niveau, maar onze wil wordt in de overgave aan God altijd weer gebogen onder Gods wil. Dit bedoel ik met 'ruimte voor God’.
Inderdaad heb ik u aangevallen op de door u geciteerde zin. Want, wanneer het waar is, dat God de haren op mijn hoofd heeft geteld en dat er geen musje van het dak valt zonder Zijn Wil, dan ontgaat Hem toch zeker niet het wonder van de schepping van een nieuw leven: de bevruchting.
GG: Dat wil ik met u belijden, maar God is voor mij toch niet het biologisch bevruchtingsproces zèlf. Ik denk alleen maar aan die mensen die bij de P.S.V.G. komen om 'niet zo'n betrouwbaar' middel te vragen 'want dan heeft God nog een kans’.
Ds. Boer: Wie beweert, dat God een bevruchtingsproces is? Maar God geeft de bevruchting. Hij opent de baarmoeder (Gen. 29:31). Zegt Jacob (Gen. 30:2) in toorn tot Rachel op haar indringende vraag om kinderen: Ben ik dan in de plaats van God, die de vrucht van de schoot van u geweerd heeft? De wijze waarop God dit doet gaat ons begrip ver te boven. De mensen, die u noemt hebben een vreemd 'geloof'. God een kans geven. Wat is dat mager!
GG: Goed, daar zijn we het over eens. Als we de mens dan helemaal inschakelen bij dat proces en tegelijk geloven dat God erbij is — dan kan ik me ook voorstellen dat God met welgevallen ziet hoe twee mensen in liefde voor elkaar en uit liefde voor hun kinderen middelen gebruiken om de bevruchting juist tegen te gaan.
Ds. Boer: Dat lijkt mij speculatie, die aan de eenheid van de huwelijksbeleving èn het ontvangen van kinderen tekort doet. Nee, dat kan ik u niet nazeggen. Hier worden de twee polen van het huwelijk van hun betrokkenheid op elkaar ontdaan. Daartegen druist alles wat in mij is tegenin. Kan dit, zo vraag ik me af, gezien de gegevenheden van de Schepper? Kan een dergelijke verwijdering van de grondstructuur der dingen Zijn welgevallen wegdragen?
GG: Op dit moment zou ik dan graag duidelijk wat anders willen stellen, namelijk dat gebruik van middelen wis en zeker wel met die tweepoligheid rekent, móet rekenen, want anders gaat het met het gebruik van die middelen mis. U hebt — als het dan moet — een voorkeur voor periodieke onthouding, omdat zoals u schrijft deze methode een gezonde prikkel kan opleveren om weer tot die gezonde situatie van de tweepoligheid terug te keren. Maar ik verzeker u dat de pil net zo goed een prikkel geeft en wel inhoudelijk in diezelfde richting. ledere vrouw namelijk die de pil inneemt, kan dat alleen zonder innerlijke wrijving als ze een goede verhouding heeft met haar man — en die is weer ten nauwste gekoppeld aan haar beleving van zichzelf als moeder en vrouw beide. Een vrouw die eigenlijk graag een kind wil en dat van haar man niet mag — die gaat bewust of onbewust knoeien met het middel. En nog een ander verband: als een vrouw een goede verhouding heeft met een man, zal ze geen kinderen nodig hebben om met kinderen gaten in haar emotionele beleving op te vullen. U wilt kinderen vast ook niet beschouwen als compensatie voor echtelijk ongeluk. Welnu: dat is heel in het kort het verband en zo verwijzen ook middelen rechtstreeks naar de tweepoligheid die u wilt ondersteunen. Daar wil ik nog aan toevoegen dat periodieke onthouding helemaal niet zo'n gezonde prikkel vormt. Juist bij periodieke onthouding wordt het in de periode waarin de kust veilig is een 'moeten', misschien wel als de vrouw net niet gedisponeerd is. Misbruik je bij een dergelijke uitvoering van periodieke onthouding de angst voor zwangerschap niet als gedwongen zelfbeheersing en kun je zelfbeheersing juist niet menselijker en echter opbrengen als zwangerschap helemaal uitgesloten is?
Ds. Boer: U hebt het hier over een andere tweepoligheid dan ik bedoel. De tweepoligheid, waarover ik het heb, is de tweeëenheid van éénwording en mogelijke bevruchting. Wanneer de pil gebruikt wordt, zal het waar zijn, dat de vrouw zichzelf als vrouw beleeft. Ook als moeder? Zeker van de kinderen die ze al heeft. Maar ook van een kind, dat nog geboren kan worden, terwijl zij dit zelf verhindert? Hier is sprake van een totaal andere tweepoligheid, dan die ik in mijn boek als een bijbelse heb aangewezen.
’k Heb nergens beweerd dat de kinderen gaten in de emotionele beleving moeten opvullen. U gaat van de beleving in een bepaalde zin uit, ik ga uit van de bijbelse tweepoligheid, die de beleving omvat. Ik weet ook wel dat p.o. niet zo'n ideale zaak is. Maar het lijkt mij de methode die die eenheid van het huwelijk en het kinderen krijgen het minst geweld aandoet. Natuurlijk is p.o. ook ingrijpen en regelen. Het is niet gemakkelijk het precieze verschil aan te geven tussen p.o. en mechanische middelen. Maar bij p.o. blijf je dan toch beseffen dat het bij dat regelen om een schrijnende zaak gaat.
GG: Ik denk dat iedereen liever helemaal geen middelen of methoden zou gebruiken die de spontaniteit teniet doen, zoals p.o. ook doet. Maar dan nog blijft: hoe beter het uitzicht op het leven, hoe beter het huwelijk, hoe gemotiveerder het gebruik van middelen, zo gemotiveerd dat die middelen niet meer schrijnen. Het blijft ook met middelen om de verhouding van twee mensen gaan met alle hoogte- en dieptepunten van dien. Juist met middelen kom je aan die wezenlijke dingen eerder toe. Is het nu niet zo dat de aandacht van die verhouding tot elkaar en tot het leven in het algemeen, verstoord wordt door er de kans op zwangerschap tussen te schuiven?
Ds. Boer: U gaat in uw betoog veel te veel uit van een paradijselijke toestand en hebt te weinig oog voor de macht van de zonde ook in deze zaken. Wat is een mens van huisuit een egoïst! Of als u dit een te neutraal woord vindt, wat is een mens op zichzelf gericht ook in de huwelijksbeleving. Ook hier geldt: Wat God verenigt scheide de mens niet!
Het is inderdaad een verstoring van deze tweeëenheid, wanneer de samenleving verstoord wordt door de kans op zwangerschap, 'k Weet maar al te goed, dat deze storingen er zijn. Maar die kunnen niet weggewerkt worden door de pil, enz. maar door gebeden, waarin men samen tot de overgave aan Gods wil komt.
Daarom heb ik gezocht naar een gedrag dat die bijbelse eenheid recht zou doen. Mijn uitgangspunt en doel is uiteindelijk: hoe bewaren we onszelf zo dicht mogelijk bij God, de Schepper? Er is zoveel kramp en benauwdheid. Neem studentenhuwelijken: grauw van verveling. Neem die huwelijken waarin men de eerste jaren geen kinderen wil om het huis goed te kunnen inrichten. Dat raad ik jonggehuwden af.
GG: Ik kan uw uitgangspunt weer helemaal delen. Maar het verdrietige is, dat u voor mij en een groot aantal andere mensen uw uitgangspunt verduistert door bij de toepassing van een achterhaald maatschappelijk patroon uit te gaan. Wij zeggen bij de P.S.V.G. ook tegen studenten: pas op, dat je je leven als man en vrouw niet laat verkrampen door strak en stijf de komst van een kind te laten afhangen van een studieduur. Sta er voor open dat de wens naar een kind zeker bij het meisje, zich eerder kan aankondigen, uw tweede pool. Maar in het algemeen: nu jonge mensen elkaar zo heel anders leren kennen dan vroeger en ook financieel zo anders leven, is het toch alleen maar verantwoordelijk dat ze eerst de zaken op orde willen hebben, ruimte willen scheppen voor een kind? Dat kan krampachtig gaan, maar dat hoeft niet.
Ds. Boer: Ik ga niet van een achterhaald maatschappelijk patroon uit, maar van bijbelse normen. Die veranderen gelukkig niet. Natuurlijk veranderen maatschappelijke situaties. Maar dan hebben wij de bijbelse normen niet aan te passen aan de veranderlijke situaties, maar in de zich wijzigende patronen deze normen te laten functioneren.
Het gaat mij niet alleen tegen verkrampte studenten-huwelijken, maar ook tegen die huwelijken, waarin men zegt: eerst de zaken op orde en dan de kinderen. Hier is opnieuw een voorbeeld van zelf willen regeren en zelf ruimte willen scheppen voor een kind. Hier blijft m.i. weinig ruimte over voor het leven uit Gods hand.
GG: U schrijft bijvoorbeeld: mensen die jaren de pil gebruiken, worden automatisch gestraft. Ze klagen over de zinloosheid van het huwelijksleven, er ontstaan neurosen. Ik denk dat het eerder andersom is. Er waren al neurosen, het huwelijksleven voldoet niet en de pil krijgt de schuld. Met de pil kun je echter een prachtig huwelijksleven en een diepzinnig, blij niet-verkrampt geloofsleven hebben. Tenminste: zo ervaar ik dat, uiteraard met vallen en opstaan. Ik had toen ik uw boek las voortdurend dat gevoel: hij begint aan het verkeerde eind. U schrijft bijvoorbeeld: voorbehoedmiddelen zijn een uiting van het feit dat we het leven nog zo weinig vanuit de eeuwigheid zien. Nu: bijna alle psychiaters weten al beter: die bedreiging door de dood en wat daarachter ligt beheerst ieders leven. Het gaat erom de woorden te vinden - die van de bijbel - die bewerken dat de dood geen angst meer aanjaagt. Dan krijg je blijheid en vrijheid en in diezelfde blije vrijheid gebruik je in dit leven middelen. Uw boek wekt de indruk dat u andersom redeneert: middelen zijn niet goed en ze versterken 's mensen onwil zich met de eeuwigheid bezig te houden. Natuurlijk is er misbruik, maar u haalt dat zo sterk naar voren dat het gelovig gebruik onherkenbaar wordt en daarmee voor mij uw eigenlijke bedoeling. Er zijn mensen die veel kinderen krijgen als een soort goede werken beschouwen, als een prestatie.
Ds. Boer: Natuurlijk zijn er altijd neurosen geweest. Dat geef ik u graag gewonnen. Maar daarmee is niet gezegd, dat, wanneer wij de bovengenoemde tweeëenheid doorbreken, er geen neurosen kunnen ontstaan. Hoe komt het - in het algemeen gesproken - dat ouders van een uitbreidend gezin zo'n sterk verantwoordelijkheidsgevoel hebben? Afgezien van onze praktische aanwijsbare conclusies is en blijft het Woord Gods bepalend.
Ik zie geheel anders aan tegen het door u geschetste prachtige, niet verkrampte huwelijks- en geloofsleven. Ik geloof daar niet in. Niet omdat ik uw goede bedoelingen in twijfel trek, maar omdat God anders leert.
Inderdaad is er een vervaging van het leven als voorbereiding op de eeuwigheid. U verstaat mij niet wanneer u dit opvat als een negatieve trek. Ik bedoel dit positief. Het gaat er niet in de eerste plaats om, dat wij met de dood verzoend zijn of dat de dood ons geen angst meer aanjaagt, maar dat wij met God verzoend zijn en voor Hem alleen leven in ons huwelijk en gezin. Bovendien heb ik op blz. 180 van mijn boek: 'Ik ben de Alpha' o.a. geschreven: ' 't Leven wordt zo weinig gezien in het licht der eeuwigheid. De werkelijkheid van de wedergeboorte wordt door velen niet meer gekend en ervaren.’
Deze opmerkingen liggen dieper dan de door iedere psychiater geconstateerde doodsdriften of zoals u zegt: de bedreiging door de dood beheerst ieders leven. Hier is de bijbelse religie in het geding, die weet heeft èn voor de schrik des Heren èn voor de liefde van Christus, die ons tot het geloof dienen te bewegen.
In deze religie wordt het huwelijks- en het gezinsleven niet het een en het al, maar worden zij gericht op God. Dit brengt met zich: kruisdragen, zelfverloochening en Jezus navolgen. Uw kijk op dit leven is mij te optimistisch. Middelen (door u bedoeld) geven de mensen aanleiding dit leven in zijn waarde te overschatten.
Natuurlijk is er misbruik. Er is soms een misbruiken van bijbelteksten om eigen wil door te zetten en de vrouwen te dwingen tot gemeenschap. Er zijn ook mensen, die het krijgen van veel kinderen als een soort goed werk beschouwen. Deze misstanden keur ik met u af, maar zij laten het vooraf gestelde recht overeind staan.
GG: Ik begrijp niet hoe u tegen verkramptheid kunt zijn en tegelijk tot kruisdragen oproept juist als het om kinderen krijgen gaat. Ontvangen we kinderen dan niet meer in blijdschap, maar als kruis? Trouwens: voor zelfverloochening blijven er doelen genoeg.
Veelzeggend voor ons verschil in opvatting is een van uw laatste zinnen: Wie de zegen van de vruchtbaarheid verandert in een last heeft God tegen zich. Dat kan ik u zo nazeggen. Maar ik bedoel dan: je hoeft niet meer kinderen te krijgen dan je aankunt. U bedoelt: je mag niet klagen als je veel kinderen krijgt.
Ds. Boer: Wat de verkramptheid betreft, daarmee bedoel ik het gevolg van de zelfbepaling, die ik in uw opvattingen blijf tegenstaan. Wie voor God leeft, wordt van krampen ontdaan èn wordt geroepen tot zelfverloochening, kruisdragen en Jezus navolgen.
Deze elkaar op het eerste gezicht elkaar uitsluitende gezichtspunten liggen in het leven van het geloof met elkaar verstrengeld. In het geloof in Christus ligt de 'ontkramping' van onze zelfbepaling, de meest persoonlijke overgave aan Christus èn tegelijk het kruisdragen, omdat wij ons hart en ons leven alleen bloedend aan de Here ten offer brengen (Calvijn).
Natuurlijk dienen wij onze kinderen niet als een kruis te ontvangen, maar met blijdschap. Maar dit ontvangen van uw kinderen en de opvoeding van de kinderen gaat gepaard met 'velerhande tegenspoed en kruis, die wij vanwege de zonde ondervinden'. Deze klassieke zin uit het huwelijksformulier wordt gevolgd door de vertroosting: 'opdat gij in uw harten verzekerd moogt zijn van de gewisse hulp van God in uw kruis, zo hoort uit het Woord van God, hoe eervol de huwelijkse staat is, en dat deze een inzetting van God is, die Hem behaagt'.
Hier is noch het huwelijk, noch het ontvangen van kinderen een kruis, maar dragen wij velerlei kruis en tegenspoed vanwege de zonde in ons huwelijk en bij het ontvangen en opvoeden van de kinderen en ondervinden wij de zekere hulp en bijstand Gods ook bij een uitbreidend gezin, zonder zelfbepaling.
Uw laatste opmerking is voor velerlei uitleg vatbaar. Bij alle instemming met de goede elementen daarin heb ik één bedenking: God geeft met een uitbreidend gezin — bijzondere gevallen voorbehouden — met de opgave de gave. Onderweg leren wij pas wat wij aankunnen, omdat het Israëls God is, die krachten geeft.
Wij blijven wat dat betreft een andere visie houden, maar ik wil wel zeggen dat u een aantal zaken naar voren hebt gebracht waar ik graag over wil denken. Ik vond het een nuttig gesprek.
GG: Ik ook. Hartelijk dank, vooral voor de ruimte die u mij hebt geboden om alles te zeggen wat ik op mijn hart had.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's