HET KONINKRIJK GODS
(Enkele perspectieven)
IV
Koninkrijk Gods en cultuur
Omdat dit een onoverzichtelijk breed en zeer moeilijk onderwerp is, waarover vele en dikke boeken geschreven zijn, willen we slechts enkele dingen aanstippen.
Het Koninkrijk Gods wil 'vertakt' zijn op alle terreinen van het leven: de aarde is des Heeren, mitsgaders hare volheid. Toen God de mens schiep kreeg deze als opdracht de aarde te vervullen en te beheersen. Adam werd in de hof geplaatst om deze te bebouwen en te bewaren. Heeft dus de mens een cultuuropdracht? Ja. Het woord cultuur komt van het latijnse werkwoord 'colere' dat betekent: bebouwen van akkers, verzorgen, versieren, bewonen. Het omvat een breed terrein van menselijke werkzaamheden en strevingen. Cultuur is het tot ontplooiing brengen van wat in de natuur gegeven is. Wat met de natuur als mogelijkheid gegeven is, wordt in de cultuur geactualiseerd. Daarin ligt een opdracht van de mens. Zó heeft God het gewild, zoals we lezen in de eerste hoofdstukken van Genesis.
Een aandachtig bijbellezer kan ons er nu op wijzen, dat dit alles staat vóór Genesis 3, dus vóór de zondeval. Inderdaad, wanneer God de Schepper aan Adam deze opdracht geeft, is de aarde nog ongeschonden, ongerept. Na de zondeval komen de dingen anders te liggen. God en mens leven op gespannen voet. Wèl komt er de heerlijke moederbelofte van het herstel, maar tegelijk is daarmee de anti-these uitgeroepen. Voortaan zullen twee verschillende soorten mensen de aarde bevolken. Daardoor is de cultuuropdracht enorm veel zwaarder geworden. Want er komt weerstand van de andere kant. Is de mens in zichzelf tegen deze weerstand opgewassen? Wat zich tussen Kaïn en Abel afspeelt wordt een voorspel van de wereldgeschiedenis. Spoedig na Genesis 3 gaan de geslachten uitéén. Uit het geslacht van Kaïn komen Jabal, Jubal en Tubal-Kaïn voort. In déze lijn ontwikkelt zich de cultuur. Van het geslacht van Seth (Enos) lezen we, dat men in die dagen de naam des Heeren begon aan te roepen. De openbare eredienst begon. En van Henoch wordt ons gezegd, dat hij wandelde met God. De ontaarding van het geslacht van Seth vindt plaats wanneer de kinderen van Seth óók afvallig worden en zich vermengen met het geslacht van Kaïn. Wanneer de anti-these opgeheven wordt grijpt God in en komt er de zondvloed.
Na deze vernietiging van het mensengeslacht komt er in het gezin van Noach óók al spoedig een splitsing. De scheiding zet zich voort: Cham staat tegenover Sem en Jafeth. Ook nu weer krijgen de onrechtvaardigen, als vóór de zondvloed, de overhand. Zij verzetten zich tegen Gods gebod de aarde te vervullen. In concentratie van kracht voelen zij zich sterk. Samen zullen zij zich tégen God stellen. Symbool van hun kracht moet worden de toren van Babel, welks spits in de hemel zou zijn. Zij willen zich een naam maken, dus beroemd worden. Hier is sprake van cultuur, omdat de mensen de handen inéénsloegen en zich organiseerden om iets te bouwen. Hier wordt ook gesproken van een belangrijke technische uitvinding: de baksteen. Zulke uitvindingen geven de mens een geweldige prikkel, een stimulans. Elke cultuur heeft een geestelijke achtergrond. De mensen, die aan de toren van Babel werkten streefden een religieus doel na. De bloei van het menselijk leven zag men liggen in de eenheid en verbondenheid van rassen en volken in een gemeenschappelijk godsdienstig ideaal. Dàt was voor hen het Heil. Vandaar, dat we verschillende keren de roep: Kom áán! horen. Dat ziet op de samenbundeling van krachten. De mens zamelt al z'n krachten en mogelijkheden bijéén om boven de mistroostigheid van z'n situatie uit te komen. Hij wil niet langer leven uit het geloof, uit de belofte, uit hetgeen komen gaat, maar wil het 'heden'. Hij wil de geschiedenis in eigen hand nemen en zelf ombouwen tot heil. De mensheid wil zichzelf verlossen en gelukkig maken. Zij wil de toekomst van het Godsrijk dwingen en forceren. De grote verzoeking van het menselijk geslacht is altijd geweest: vooruitgrijpen op hetgeen God beloofd heeft. Door de zonde is de mens zeer ongeduldig geworden. Zo heeft de eeuwen door de cultuur zich hoofdzakelijk gericht op het zichtbare en grijpbare. In plaats van goddelijke zekerheid (certitudo) was men uit op menselijke zekerheid (securitas). Dat gevaar heeft het volk Gods altijd bedreigd. Israël was het ene volk, dat géén zichtbare goden mocht hebben. Het had niet geklonken: Zie Israël, maar: hóór Israël! Israël was arm aan cultuur. De schatten, die ze bezaten hadden ze uit Egypte meegekregen en ze bewoonden de huizen der Kanaänieten.
In de oudheid was iedere cultuur, van welk volk ook, religieus getint. Dat wil in dit geval zeggen: heidens Overname van cultuuruitingen van vreemde volken was voor Israël zéér gevaarlijk omdat het onvermijdelijk in aanraking kwam met de godsdienst der heidenen. De cultuurarbeid van een volk wordt steeds gedragen door een geestelijke basis, van welke aard die ook mag zijn. Men spreekt er een levensbeschouwing mee uit. De geschiedenis heeft bewezen welk een vat heidense (vaak ook nog onzedelijke) practijken op Israël hadden. Het geeft ook te denken, dat in de tijd van koning Salomo — toen Israël cultureel op een hoogtepunt stond — spoedig er een inzinking kwam in het godsdienstig leven. Al stond het gebod Gods als een muur tussen Israël en de volken, men klom over de muur heen of brak er doorheen. Hier bemerken we weer hoe buiten Gods Openbaring alle mensenwerk ten doel heeft zichzelf te handhaven, te verheerlijken en te bevredigen. Het blijkt telkens weer, dat heel ons mensengeslacht een gevallen geslacht is, dat onder de vloek van God ligt. Waar niet geleefd wordt bij en uit Gods Openbaring gaat het op alle terreinen verkeerd. De mens gaat de plaats van God innemen en met de eer strijken. De zonde uit Genesis 3 en 11 komt telkens in geconcentreerde vorm terug. Dat zal z'n hoogtepunt bereiken in de eindtijd. Soms schenen er adempauzen te zijn in de geschiedenis, maar vroeg of laat kwam scherp de anti-these weer voor de dag. Die moet trouwens telkens openbaar komen. Dat zien we duidelijk in de geschiedenis van de christelijke kerk.
Het oorspronkelijk christendom was óók cultuur-arm. Het waren de mensen die in niets de toon aangaven. Integendeel, het waren vaak de verworpenen. Paulus spreekt in 1 Kor. 1 over: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen. Het was het dwaze der wereld, dat God uitverkoren had. Er was een scherpe anti-these met de wereld. Men deed niet mee aan allerlei wereldse vermakelijkheden. Deze oer-christelijke gemeente leefde vaak onder zware druk. Denk aan de bloedige keizervervolgingen, de brandstapels, de arena's, de schavotten. In de vierde eeuw wordt dit anders. Door de bekering van Constatijn de Grote wordt het christendom staatsgodsdienst. Nu gebeurt precies het tegenovergestelde: het christendom wordt machtig. Het gehele heidense leven wordt door de kerk gedoopt. We krijgen een verchristelijkte cultuur. Dit blijkt vooral bij paus Gregorius plm. 600. De scherpe tegenstelling: heidendom-christendom was voorbij. De kerk nam het oude, natuurlijke leven over. De kerk werd groot door gekerstend heidendom. Was dit winst? Een zeer twijfelachtige! Want nu was óók voorbij de tijd van de prille jeugd, zoals het oudste christendom die beleefd had. De breedte van het terrein heeft enorm veel van de diepte (van het ware geloof) doen verdwijnen. De wereld was in de kerk gekomen. Het leven der gemeente was radicaal gewijzigd. Dat velen die geestelijke verarming zich ook wel bewust waren blijkt uit verschillende bewegingen, waarin de toegang tot het zuivere geestelijke leven (van de eerste tijd) terug gezocht werd. Velen ontvluchtten het gekerstend heidendom en trokken zich terug in kloosters. Het ontstaan van het kloosterleven moeten we dus bezien als een geestelijk verzet tegen de vermenging van geloof en heidense cultuur. Inderdaad, door de uitbouw in de breedte was de kerk sterk verwereldlijkt. De wortels van het heidendom zaten te diep in de bodem. Het kloosterleven was oorspronkelijk een reactiebeweging, vol verzet tegen de vermenging van geloof en antieke cultuur. Merkwaardig is, dat juist dáár, door grote ijver op allerlei terrein, veel gedaan is voor wat men noemt een christelijke cultuur. Op de duur liep dit ook weer uit op een synthese met de antieke cultuur. Toen het christendom zich verbreidde in Westeuropa kwam het daar dus niet als maagdelijk Nieuwtestamentische kerk, maar als verbasterd christendom, een mengsel van twee tradities; wereld en kerk waren door elkaar gemengd. En waar dit gebeurt, wint de wereldse invloed het altijd. In wezen leefde het heidendom nog voort in beelden-en reliquieënverering, al werden de namen omgedoopt. Zo zien we langzamerhand de middeleeuwen opkomen, met die merkwaardige verstrengeling van natuur en genade. Maar dat is geen bijbelse synthese. Alles bloeide wel onder de koepel van de 'heilige' Roomse kerk, maar het was geen echte bloei. Toch waren er al grote spanningen, die met de dag toenamen. Het is de spitse denker Thomas van Aquino (1225—1274) geweest, die in z'n magistraal boekwerk 'Summa Theologiae' gepoogd heeft de schatten van de oude antieke cultuur in een groot christelijk systeem in te lijven. Zijn werk is wel eens vergelijken met een machtige kathedraal waarin alles syntetisch opgebouwd is.
Maar de spanningen werden van alle kanten zo diep doorleefd, dat een breuk toch onvermijdelijk was. Het einde van de Middeleeuwen (d.w.z. het einde van de allesoverkoepeling van de kerk) was in aantocht. Door twéé reactiebewegingen valt dan de oude-roomse-middeleeuwse vermenging van kerk en wereld uitéén. Eerst in de zogenaamde Renaissance, wat een vrijmaking van het Humanisme betekende. Dan in de Reformatie waarbij het geloof los werd gemaakt uit de greep van de oude cultuur. Wat lang in grote spanning bijéén was gehouden, valt uit elkaar. Natuur en genade gaan twee verschillende wegen.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juli 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's