De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Twee boosheden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Twee boosheden

7 minuten leestijd

Want mijn volk heeft twee boosheden gedaan: Mij de springader van het levende water hebben zij verlaten, om zichzelf bakken uit de houwen, gebroken bakken, die geen water houden. Jeremia 2:13

Wie is die jongeman, die daar, midden onder het volk, het woord voert? Het is Jeremia de priesterzoon, die tot profeet geroepen werd. Hij houdt zijn eerste redevoering. Nu, redevoering. Het woord prediking past beter bij dit eerste optreden van Jeremia, voor de oren van Jeruzalem. Wat hij te zeggen heeft, zet hij meteen in het bredere verband van Israëls geschiedenis, zoals een profeet dat doet. Hij haalt daaruit iets aan, terloops maar ter zake. Hoe goed het begon, in verbondenheid met de Here, hun God. Spoedig worden zijn woorden feller van toon, heftiger van inhoud. Want, het volk heeft God zijn ontslag gegeven, het heeft de band met Hem verbroken. Het volk, van groot tot klein, van rijk tot arm, van overheid tot onderdaan. Jeremia scheert hen allen over één kam. Want de afval van de Here, de God des verbonds heeft steeds groter omvang en grover vorm aangenomen. En eigenlijk is het ongehoord! Wat de heidenen niet deden — Heeft ook een volk de goden veranderd? — dat deed Israël. Het ruilde zijn God in voor de afgoden. Terwijl afgoden geen afgoden zijn, maar ijdelheden; grote nullen noemt Jeremia hen.

Zijn stem slaat over van verontwaardiging: Laat de hemelen zich ontzetten over zo iets verschrikkelijks. De hemelen, die Gods eer en heerlijkheid melden, die als een koepel strak gespannen staat over de aarde en over het land Israëls, zij treden als getuigen op tegen een volk, dat de eer des Heren vertrapt, en kiest wat geen baat brengt. Het is alsof de hemelen mee moeten oordelen in het geding dat Jeremia aanhangig maakt tegen Israël, over de aanklacht, die hij tegen zijn eigen volk indient. Zo hoog neemt hij het op!

Is dat niet wat overdreven; is Jeremia niet al te voortvarend? Zijn prediking spuwt vuur, is het heilig vuur en mag dat wel? Al vragende zouden we beweren, dat hij te hard van stapel loopt. Laten wij er aan denken, dat Jeremia niet zijn eigen woord spreekt. Zie, Ik leg mijn woorden in uw mond, had de Here tot hem gezegd. Hier hoort u die woorden; Gods woorden. Zeker, hij spreekt ze niet tegen wil en dank, hij is het er mee eens. Hij spreekt ze ook niet koel en zakelijk. Als er iemand aan deze woorden lijdt, dan is het Jeremia wel; ze gaan hem door merg en been. Is er sprake van een vuur, dan is het geen koud vuur, dan brandt de profeet er zich aan. Maar zo wil het woord des Heren ook gesproken worden.

Wij vergissen ons, als wij de woorden van Jeremia als commentaar op de gang van zaken, of als critiek op de stand van zaken zouden beschouwen en waarderen. Hij levert commentaar en critiek, maar het is Gods commentaar en Gods critiek. Daarom is Jeremia niet de man van het sociaal protest of van het politiek program, al raakt zijn prediking terdege het sociale en het politieke leven. Wie het daarvoor houdt, doet dit woord onrecht, hij snijdt het hart uit het getuigenis, het hart van de naam en het verbond des Heren. Jeremia is voor alles de man Gods, de stem Gods. Hij wordt helemaal door de naam des Heren in beslag genomen, en gaat gebogen onder de last van het woord des Heren. Daarom spreken er nog heel andere dingen mee, dan in het scherpste protest, of in het puntigste program. Wat doet Israël de Here aan, daar gaat het om. Want mijn volk heeft twee boosheden gedaan. God klaagt zijn volk aan. Dat is vreselijk. Als het zover komt dat een man zijn vrouw aanklaagt, een vader zijn kind, dan zijn de verhoudingen toch wel grondig verstoord. Zover kan het komen! Daarom trilt de klacht door de aanklacht heen: O mijn volk, waaraan heb Ik dit verdiend. Het gaat God ter harte. Hij draagt er leed over. En als iets ons hart moest raken en breken, dan dit wel. De aanklacht wordt niet lichtvaardig en hardvochtig te berde gebracht, integendeel. Het is veeleer hartverscheurend dit aan te horen: Mijn volk. De Here gedenkt aan Zijn verbond. Hij laat hen niet los. Hij strekt de hand nog naar hen uit, terwijl Hij hen aanklaagt.

Twee boosheden hebben ze bedreven. Slechts twee? Ik dacht dat het er veel meer waren. Het valt nogal mee. Vergis u niet. In het vervolg zal Jeremia er veel meer aanwijzen. Voor we echter in bijzonderheden treden, moet de zaak aan de orde komen, anders zouden we door de bomen het bos niet meer zien. Uit deze twee komen al die andere voort, ze worden er door verklaard. De zaak wordt in de kern gegrepen. Eigenlijk is er maar van één zonde sprake, die van twee kanten bekeken wordt. De aanklacht des Heren is zakelijk. Vandaag nog. Het gaat niet om een opsomming, het gaat om de dóórlichting. Niet de symptomen, maar de diagnose. Waar schort het aan, waaraan staan we schuldig? Kunt u niet tot tien tellen, een, twee is reeds voldoende.

De profeet grijpt naar een beeld, dat zijn gehoor sterker aanspreekt dan ons. Wij zijn nog al wat water gewend; het regent ons eerder te veel dan te weinig. Hoewel we tegenwoordig ons ook zorgen maken over de drinkwatervoorziening, is het water in Palestina van ouds schaars. Het is een grote weelde als er overvloed van water is. Water en water is echter twee. De oosterling kent het water, dat uit de bron borrelt en stroomt. Het is altijd vers. Levend water heet dat in de bijbel. Koel, helder, om de dorst te lessen. Daar kan ieder naar hartelust scheppen en met blijdschap.

Hij kent ook het water uit de put. In de rotsgrond uitgehouwen, of dicht bij huis uit kalk en steen gemetseld. In die put wordt het regenwater opgevangen. Het is spoedig troebel en lauw. Geen wonder. Het vloeit van de daken, van klei en stro, over de bodem van leem. Ba, het ziet groezelig en het smaakt naar zeepsop. Bij langdurige droogte komen er scheuren in de waterbak. Door de scheuren sijpelt het water weg. Het verhaal van bronwater is een heel ander verhaal dan dat van putwater. Het maakt nogal geen verschil.

Wie zou de voorkeur geven aan water uit de put, als het volop bij de bron te halen is? Niemand. Dat is de dwaasheid gekroond. Mijn volk is zo dwaas, verklaart de Here hier. Israël weet van de bron. Van de fontein van levend water. De springader! Dat is de Here zelf. Zijn openbaring. Zijn geboden en beloften. Bij Hem is de fontein van het leven. Wij belijden Hem als de zeer overvloedige fontein van alle goeden. Uit God vloeit alle goed, al wat tot ons leven en tot onze vrede dient. O, alle gij dorstigen, komt tot de wateren. Keert u tot Hem die zich zo te kennen geeft, tot de fontein en uw ziel zal leven.

U hebt levend water nodig om uw dorst te lessen, u hebt het nodig voor de velden van uw leven, die door de droogte met onvruchtbaarheid geslagen zijn. Al wat u ontbreekt, zoekt het bij Mij zegt de Here. Waar God zich zo bekend maakt, zijn wij volstrekt op Hem aangewezen. Ik ben de Here uw God, dat is het verbond. Mijn volk, vlak bij u ontspringt het levend water in Mijn zegenrijke openbaring. Hoe biedt de Here Zich aan, hoe nodigt Hij ons uit. Er is een overvloed van leven in Hem te vinden. Dat wist Israël toch, daarvan zijn de bewijzen in de geschiedenis. Met de bron komt u niet bedrogen uit. De Here redt, de Here draagt, de Here zegent. Springader van levend water. Aan u heb ik het leven te danken, door Uw genade leef ik! Of ... Hoe is het mogelijk, dat iemand de bron laat voor wat Hij is, en dan naar water zoekt, het verzamelt en het ziet wegvloeien?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Twee boosheden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's