De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naar Jerusalem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar Jerusalem

8 minuten leestijd

I

Eigenlijk had ik geen oog voor de streek waar wij doorheen reden, want de gedachte: vandaag naar Jerusalem nam me geheel in beslag. In de geest hoor je het oude volk zingen: ik hef mijn ogen op naar de bergen. Ik dacht aan een psalm als Ps. 48: Een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, ... gaat rondom Sion, telt haar torens. Men gaat altijd op naar Jerusalem. Van Jozef en Maria lezen wij, dat zij opgingen naar Jerusalem naar de gewoonte van de feestdag. En vele jaren later zegt Jezus tot zijn discipelen: Zie, wij gaan op naar Jerusalem. Jerusalem is door bergen omringd en van welke kant men ook komt, het blijft ’opgaan’.

De streek waar wij doorheen reden is belangrijk genoeg voor wie met de Bijbel als in de hand het land bezoekt. Met de sjerut-taxi, die zeven passagiers meeneemt — en daarom is het tarief maar weinig hoger dan dat van de gewone lijndiensten —, reisde ik van Tell Abib naar Jerusalem, ongeveer zeventig kilometer. Twee, drie medepassagiers wezen mij, de enige toerist van de groep, op bezienswaardigheden die we passeerden, vertelden van de zesdaagse oorlog, waarvan de sporen nog niet waren uitgewist. Vele namen herinneren aan de bijbelse tijd. We gaan door de vlakte van Ono, die herinnert aan de geschiedenis van Nehemia, die zich niet door Saballat en de zijnen laat weglokken van zijn werk aan de muren van Jerusalem (Neh. 6:2), langs Ramla, een door de Arabieren in de 8ste eeuw gebouwde stad; verderop passeren wij op enkele kilometers de ruïnes van Gezer, een zeer oude stad, reeds genoemd in de tijd van Thutmoses III (plm. 1480 V. Chr.), door de Egyptische Farao aan Salomo gegeven als bruidschat en toen door deze versterkt (1 Kon. 9:15 v). Links gaat de weg naar Eshtaol, bekend uit de geschiedenis van Simson en rechts ligt Beth-Sjemesj, in bijbelse tijden een belangrijke plaats; hier kwam de ark terug uit het land der Filistijnen (1 Sam. 6); wij lezen van Beth-sjemes in de dagen van de inval van Hizkia (in 717); verwoest werd de stad in de dagen van Nebucadnezar.

De heilige stad

De weg loopt nu op: we komen in het heuvelland van Judea. 'En hier is Jerusalem'. Wat hebben deze mensen vreugde over hun stad, stad van een groots verleden en voor alle Israëliërs niet minder de stad met een toekomst. Wie hier met de mensen spreekt kan zich niet anders voorstellen dan Jerusalem als hoofdstad. Wat moet de vreugde groot geweest zijn toen heel Jerusalem ongestoord door het volk kon worden betreden, toen de oude stad voor hen openging met zoveel heilige herinneringen. Jerusalem, zo ik u vergeet, eer vergete mijn rechterhand zichzelf. Dit woord leefde bij de Joden in de dagen van de eeuwenlange ballingschap en verstrooiing. Alleen uit boeken en van foto's, die een heel duidelijke taal spreken weet ik van de verdeling van de stad in tweeën. Het was een hopeloze geschiedenis en een onoplosbaar probleem. Het boek van prof. Van Selms: De verscheurde stad (voor de zesdaagse oorlog verschenen) eindigt met de woorden: 'Er is geen stad waar ik gelukkiger geweest ben dan te Jerusalem en juist daarom smart het mij zo, de Heilige Stad te zien sterven aan menselijk onverstand en gebrek aan goede wil. De zaak is nu wel zo vastgelopen, dat alleen de wederkomst van Christus nog uitredding brengen kan.' — De zesdaagse oorlog maakte deze Gordiaanse knoop niet los, hij is veel meer doorgehakt. Nieuwe problemen misschien nog zwaardere vragen om een oplossing. In allerlei gesprekken trof mij telkens weer het optimisme zo in de zin van: we shall overcome, we redden het wel. Heeft Jerusalem dan toch een belofte en zal het worden het middelpunt van een koninkrijk Gods op aarde? In tegenstelling met vele steden uit de oudheid en ondanks vele dreigingen is Jerusalem gebleven. Anders dan vele steden uit de oudheid. Ninevé b.v. is zo radicaal in 612 verwoest, dat men eeuwen lang zelfs de plaats van de ruïnes niet kende, totdat in 1840 puinheuvels werden opengelegd en een historie van eeuwen spreken ging. Babel, dat eens de wereld deed beven, is vergaan. Jerusalem heeft menigmaal geleefd bij de gedachte van de onschendbaarheid van stad en tempel. Ons kan niets overkomen; wij zijn Gods volk en de tempel is Gods tempel. Hoe menigmaal hebben de profeten tegen zulk een ongegrond optimisme gewaarschuwd en eraan herinnerd, dat alleen een wandel in de vreze des Heren waarborg bood voor een toekomst van vrede en heil. Het volk in zijn geheel heeft de prediking van de valse profeten geloofd en zich altijd weer beklaagd, als het oordeel kwam. Menigmaal stond de vijand voor de poorten van Jerusalem, zoals in de dagen van Hizkia, toen de Here ingreep en de machtige Sanherib vernederd werd. De Babyloniërs namen Jerusalem in in 586 en de tempel ging in vlammen op; in veel latere tijd kwam de veel grotere catastrophe in de dagen van Titus (70 n. chr.). Na de opstand van Bar Kochba wil keizer Hadrianus nu eens voor goed een einde maken aan Jerusalem met zijn altijd weer oplaaiende maessiaanse verwachtingen. Zelfs de naam van Jerusalem moest worden uitgedelgd; het zal voortaan heten Aelia Capitolina (132 n. Chr.), waar de Joden geen toegang meer zullen hebben, ook niet de christenen uit de Joden. Eusebius schreef ervan, dat er slechts vreemdelingen woonden. Het leek afgelopen met de heilige stad, maar Jerusalem is gebleven en de naam is hersteld. Sinds zijn de legers van de Arabieren door de poorten van de heilige stad getrokken (637), later die van de kruisvaarders, van de Turken, van de Britten (1917), Jerusalem is gebleven. Het is weer één stad, 'onze stad' zegt men in Israël.

Mijn hotel lag in het arabische gedeelte niet ver van de oude stad. Vlakbij was het gebouw van de American school of oriental research; iets verderop de graftombe der koningen; dichtbij de Herodes' poort de grot van Jeremia. Het is niet eenvoudig voor de arabische bevolking. Het is stil in het hotel en de stemming is gedrukt. De eigenaar is zeer bereidwillig en zijn zoon, die een reisbureau heeft waar nauwelijks voorzover ik het merk iets te doen is in de nieuwe situatie, nu men hier bezet gebied is, is niet minder voorkomend, maar als ik zo nu en dan dieper op de bestaande verhoudingen wil ingaan en voorzichtig over de toekomst ga praten, dan komt het gesprek boven zeer algemene opmerkingen niet uit. Dat gaat beter in een autobus in Jerusalem — een goedkoop vervoermiddel, in de speruren echter, kom je er nauwelijks in. Ik moest ergens zijn en de chauffeur zei mij: de 21ste halte moet u er uit. Zo'n beetje halverwege vroeg ik aan een meneer naast mij, of het voor mij nog ver was enz. Hij antwoordde mij keurig in het Engels, maar zei een paar zinnen daarna in onberispelijk nederlands: 'ik kom van Holland; ik vertrok 1935 uit Rotterdam en woon sinds die tijd hier'. Dan gaat het gesprek anders voort, vooral als je zelf vele herinneringen aan Rotterdam hebt. Of op een bankje buiten Jerusalem. Het is er warm midden op de dag, zeker buiten de schaduw. Ik viel neer op een bank buiten de Jaffa-poort. Het begint met: Wat is het warm en dan verneem je wel méér van een buurman die naast je zit. Jerusalem is een internationale stad. Met allerlei talen kun je het proberen, als je geen ibrith kent, het moderne hebreeuws, dat zich uit het oude bijbelse hebreeuws heeft ontwikkeld en dat de officiële taal is, op de scholen en universiteiten, in het parlement en in de rechtszaal. Vooral voor de oudere immigranten is dat niet gemakkelijk. Maar de droom van Eliëzer ben-Jehuda van honderd jaar geleden, is werkelijkheid geworden. De dode taal is herleefd en bindt een volk, dat weer thuis gekomen is samen! Vooral met Engels kan men overal terecht, al zijn ook hier uitzonderingen. Daarvan zal ik maar niet vertellen.

De oude stad

Mijn eerste gang was naar de oude stad. Veel is onder het stof der eeuwen bedolven, maar na zovele eeuwen geschiedenis van de stad, die David ongeveer in het jaar duizend voor Christus tot de hoofdstad van het rijk maakte zijn er zovele plaatsen, die van het verleden spreken, dat men meer dan enkele weken nodig heeft om dit alles te kunnen verwerken. Vroeger verdeelde het Tyropeon-dal (Kaasmakersdal) de stad in tweeën; nu is deze centrale vallei geheel gevuld; trappenstraatjes in de binnenstad herinneren aan wat eens een vallei was. Dit geldt ook op vele plaatsen van de Kedronvallei, die vroeger tussen Gethsémané en Jerusalem veel dieper was.

’Onze voeten zijn staande in Uwe poorten, o Jerusalem. Jerusalem is gebouwd als een stad, die wel samengevoegd is, Bidt om de vrede van Jerusalem.’

AI zou je je er tegen verzetten, als vanzelf komt dat boven als je de Damascuspoort nadert en de stad daardoor binnengaat. Al wil je de gedachte van je duwen en zeggen: ik kom hier niet als pelgrim, het houdt je vast, grijpt je aan, brengt je onder de indruk, niet maar de gedachte over een groots en bewogen verleden — dat is wel waar —, maar veelmeer: ergens is het heilige grond, waar wij ons bevinden.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Naar Jerusalem

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's