De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

11 minuten leestijd

Drs. N. Scheps, Interviews over 25 jaar Vrijmaking. Uitg. Kok, Kampen, 130 blz. Prijs ƒ8,90.

Interviews zijn een geliefde vorm van opiniepeiling en situatietekening geworden. Ze hebben het voordeel van de levendige gedachtenwisseling, al beogen ze niet de vervanging van een systematische bestudering.

Deze levendigheid kenmerkt ook dit boekje van drs. Scheps, die een gesprek gehad heeft met 23 personen, die de tijd van de Vrijmaking van 1944 en de ontwikkeling daarna van nabij hebben meegemaakt. Een enkele is Gereformeerd ('synodaal') gebleven. Maar de meesten zijn met de Vrijmaking meegegaan. Sommigen zijn weer teruggegaan naar de verlaten Geref. kerken. Zo b.v. ds. B.J.F. Schoep, thans Geref. predikant, die indertijd de besluiten van de synode der Geref. Kerken van 1944 niet kon aanvaarden, maar nu, vooral door de verwikkelingen in de Vrijgemaakte kerken rondom de door hem met 24 anderen ondertekende Open Brief, en nu de Geref. kerken de confessionele hindernis van 1944 hebben weggenomen, geen reden zag om niet terug te keren, ook al hebben de Geref. kerken de schorsing en afzetting van prof. Schilder nooit opgeheven.

Maar: 'voor alle onrecht kun je een kerk niet verlaten'. En: 'als we die weg opgaan, dan ga je altijd weer uitelkaar'. Aldus ds. Schoep.

Ook naar de Geref. Kerken teruggekeerd is de bekende dr. G. Puchinger, die dit keer geen interviewer, maar geïnterviewde is. Hij heeft altijd op het standpunt gestaan, dat, wanneer 1944 door de Geref. Kerken werd ingetrokken, hij terug zou keren. Aan deze voorwaarde is wel niet volledig voldaan. Maar volgens dr. Puchiijger zijn ze binnen de Geref. Kerken vandaag bijna allemaal 'vrijgemaakt van de beslisingen van 1944'. Zó vrij is men geworden, dat hetgeen prof. Schilder in 1944 niet mocht doen, nl. een open discussie voeren, nu in het kwadraat mogelijk is!

Toch is Schilder volgens Puchinger de hekkesluiter van het strenge Kuyperianisme, dat de neiging heeft consequent de lijnen door te trekken met alle polemiek, tucht, gindingen, schorsingen enz. daar­ aan verbonden. Dat is een erfenis, die de Vrijgemaakte Kerken hebben meegekregen. De onderlinge discriminatie binnen de Vrijgemaakte kerken is één van de oorzaken, die dr. P. genoopt hebben, deze te verlaten. Hij is de enige, bij wie even de mogelijkheid om de hoek komt kijken, dat je ook Hervormd zou kunnen worden. Dat zou hij echter niet 'netjes' gevonden hebben tegenover de Geref. Kerken.

De bovengenoemde Open Brief aan de Tehuis-gemeente te Groningen (ds. Van der Ziel) is als bijlage opgenomen, evenals de Acte van vrijmaking en wederkeer (aanvaard in een onverwacht grote vergadering op 11 augustus 1944 in de Lutherse kerk in Den Haag). Ook zijn de besluiten van de Generale Synode der Geref. Kerken van Sneek in juni 1942 aangaande het genadeverbond afgedrukt.

De discussies rondom de Open Brief en de vraag of hierin eigenlijk de belijdenis niet ondergraven werd; de situatie van een aantal Vrijgemaakte Kerken in Noord-Holland; de verhouding tot de Chr. Geref. Kerken, waartoe één van de ondertekenaars van de Open Brief nl. ds. Amelink zich aangetrokken gevoelt; persoonlijke interessante herinneringen aan de persoon van prof. Schilder, vooral van de bekende journalist-auteur K.C. van Spronsen (Rudolf van Reest) en van prof. Schilders dochter mevr. E.J.H.M. de Vries; de verhouding tot buitenlandse kerken (dr. J. Faber); consequenties op politiek terrein (P. Jongeling en mr. dr. J. Meulink) en op schoolgebied (H. Slings) — dat alles en nog veel meer komt op levendige wijze ter sprake. Van terzijde belichten ds. J.H. Velema als Chr. Gereformeerde en prof. Mönnich als Lutheraan hun kijk op deze 25 jaar.

Genoeg om te laten zien, dat voor ieder, die iets wil verstaan van de nogal ingewikkelde problematiek rondom het toch eigenlijk nog 20-jarige leven van dit kerkverband, hier zeer veel belangrijke en verhelderende uitspraken te vinden zijn. Voor een Hervormde, die meer van de lange lijnen van Hoedemaker's kerkelijk denken heeft meegekregen dan van Kuyper's ongeduldig ter hand nemen, is veel van deze kerkelijke overgangen, heen en terug, of nog weer anders, een ongewone levenshouding. Drs. Scheps heeft aan het slot der interviews zelf een balans opgemaakt om de les te trekken uit 1944 en 1969.

We kunnen de lezing van dit boekje alleen maar aanbevelen. Op de omslag ziet u de portretten van de geïnterviewden en van drs. Scheps zelf.

A. Dekker, Homines Bonae voluntatis, 178 blz., ing. ƒ10,75, Uitg. Mij J.H. Kok, Kampen, 1969.

Deze Bazelse dissertatie heeft tot onderwerp het fenomeen van de profane humaniteit in de Kirchliche Dogmatik van Karl Barth. De schrijver wil hier een analytisch commentaar geven op een zinsdeel uit het oeuvre van Barth (K. D. IV, 3) '... een menselijkheid, die niet lang vraagt en overweegt met wie men in de ander te doen heeft, maar waarin men veelmeer eenvoudig met die ander solidair (verbonden) is en zonder pretenties voor hem daar is...”

De schrijver heeft, zoals hij in een inleidend woord zegt, dit boek met grote eerbied en met kleine kritiek geschreven. K. Barth heeft de schrijver er altijd voor gewaarschuwd Barthiaan te worden. De profane humaniteit is volgens de schrijver bij Barth een kommentaar voor het Evangelie en een correctief van het handelen der gemeente om haar dieper in haar opdracht in te leiden, die bestaat in de verheerlijking Gods. Maar bij Barth komt de betekenis van de incarnatie niet voldoende tot zijn recht.

In het tweede deel gaat de schrijver meer zijn eigen weg. Hij wijst op de betekenis van de incarnatie, waardoor de gehele mensheid tot één nieuwe eenheid geworden is. De christologie moet wel in het centrum staan, maar de vragen van de schepping, de incarnatie en het eschaton gaan daarom nog niet geheel in haar op. Kernbegrip van voor een situatie-ethiek is de 'Beheimatung der Erde'.

Uit deze zeer weinige conclusies is wel duidelijk, dat in dit werk zware kost wordt opgediend, ook voor theologen niet maar zo te slikken. Maar de stof is er naar en het zijn geen vragen, die buiten de levensverhoudingen van vandaag staan.

Als bijlagen zijn opgenomen een excurs over het gebruik van Joh. 1:14 in de K.D. en de vertaling van een artikel van de hand van de schrijver over Barth's materiële ethiek.

Wie zich in deze moeilijke vragen verdiept zal er geen spijt van hebben, ook als hij de verbanden schepping, incarnatie, verzoening, nieuw leven in verbondenheid met de naaste anders ziet.

C.H. Spurgeon, Totdat Hij komt, 383 blz., geb. ƒ16,50 (met ing. van 15 nov. ƒ19,50). Uitg. Mij T. Wever, Franeker.

De werken van Charles Haddon Spurgeon (1834—1892) worden nog steeds gelezen. Het zegt veel, dat van de grote verklaring op het boek der Psalmen (in 7 delen) een engelse herdruk verscheen en dat daarnaast vele andere werken zowel in het engels als ook in andere talen opnieuw uitkwamen. Ook in ons land wordt het ene werk van Sprugeon na het andere herdrukt. De uitgever Wever verrast ons met een onveranderde herdruk van 21 toespraken 'aan de tafel des Heren'. Het is een geheel onveranderde druk — dit hangt samen met het foto-mechanische procede — wat betekent, dat de spelling die hier voorkomt uit het begin van deze eeuw is, maar daar staat tegenover, dat dit werk nu tegen een schappelijke prijs verkrijgbaar is en dat is ook wat waard. Verouderd is het preekwerk van Spurgeon geenszins, al zouden wij over de vorige eeuw anders oordelen dan Spurgeon deed, die er midden in stond.

Wat altijd weer bij deze grote kanselredenaar treft is het zeer persoonlijke element in de preken en toespraken en ook in zijn andere geschriften. Er klinkt altijd iets doorheen van eigen worstelingen, eigen vreugde en vrede in de dienst des Heren. Daarbij werd hij gedreven door een ernstige begeerte om zielen te winnen voor Christus. Zo las ik in deze bundel ergens: 'Het is zulk een heerlijk iets onze Here aan te prijzen aan zoekende zielen. Wij, die predikers zijn, genieten daarin zalige ogenblikken als wij onze Zender groot mogen maken.' 'Het gaat niet om bewondering; dat is het rechte woord niet. Als de koude kritici Hem prijzen, dan is hun lof een halve belediging. Wat zouden deze bevroren harten van onze Liefste weten? Een woord dat tegen Hem gesproken wordt wondt onze ziel.' Aan verscheidene overdenkingen liggen woorden uit de Evangeliën ten grondslag (De gedenkwaardige lofzang op Matth. 26:30; De gelovige geen wees Joh. 14:18 e.a.); meer dan eens is de keuze der stof uit het Hooglied; ook uit Jesaja (De Wijngaard mijns beminden, Jes. 5:1 e.a.)

Gaarne bevelen wij deze stichtelijke lectuur aan.

H. Algra, Het wonder van de negentiende eeuw, 352 blz. + 56 blz. illustraties, geb. ƒ19,50 (met ing. van 15 nov. ƒ24,50), T. Wever, Franeker, 1970.

Vanaf het eerste hoofdstuk met de titel De laatste schildwacht, dat vertelt o.a. van de godsdienstige redevoering van de burger Johannes Heringa, predikant te Den Haag, en van de wederwaardigheden van de onverdachte Oranjeklant ds. Schotsman, tot het laatste over de vereniging van de Afgescheidenen en de Dolerenden (Meer dan een feest) in 1892, houdt dit boek de aandacht van de lezer gespannen. De auteur legt op bijzondere wijze de nadruk op het werk Gods, dat openbaar werd in die eeuw: Het was de Here, die Zijn Kerk in stand hield. Dat is het wonder, waarvan de titel wil getuigen. De schrijver heeft, zelf stammend uit een geslacht, dat tot de oude afgescheidenen behoort, velen van degenen, die in dit boek genoemd en getekend worden, gekend en veel van hen gezien en in het Woord vooraf spreekt hij de wens uit, dat dit boek zal gelezen worden 'nog voordat een bepaald soort geleerden zich van deze stof meester maakt om uit te leggen, hoe het zodanig sociologische en psychologisch kan worden verklaard, dat er geen enkele reden meer overblijft om van een wonder te spreken, laat staan er voor te danken'. De schrijver windt er geen doekjes om door welke bril hij de geschiedenis van de kerk in de vorige eeuw beziet. Het boek is rijk aan persoonlijke getuigenissen van bekende en onbekende personen, die een grotere of kleinere rol hebben gespeeld, ik denk aan mannen van singuliere gaven als Budding en Ledeboer. Opnieuw komt de lezer onder de indruk van de zware weg, die de Afgescheidenen hebben moeten gaan, eerst de weg der verdrukking, die van buiten kwam, later de 'crisis der jeugd', als broedertwisten allerlei verwarring stichtten. De schrijver heeft oog voor de zwakheden en gebreken van de mensen voor wie hij grote eerbied heeft; hij stuit soms op geestelijke hoogmoed, eerzucht, individualisme, dat geen oog heeft voor wat des anderen is. De auteur vertelt van de zes 'vaders van de Afscheiding', zes jonge dorpspredikanten, van wie de oudste Hendrik de Cock 34 jaar was, die door vele ouderen in de steek zijn gelaten. Met mensen beschaamd uitgekomen, maar de Here heeft doorgeholpen en uitgeholpen!

Ook het buitenland komt hier en daar ter sprake. De auteur herinnert er aan, hoeveel de gereformeerde gezindte in ons land te danken heeft aan Schotland, naar het dikwijls aangehaalde woord van Bavinck over het ter school gaan bij de Erskine's: 'Het is niet het minste deel van ons volk, dat in die stichtelijke lectuur van vroeger nog altijd zich de ziel verkwikt'. De schrijver neemt zijn lezers mee naar Amerika waarheen vele afgescheidenen emigreerden, vooraan ds. Van Raalte, die in 1846 met zijn gezin en een honderd medepassagiers met de Southern naar Amerika vertrok.

De laatste hoofdstukken van dit vlot geschreven werk met vele persoonlijke herinneringen gaan over Kuypers werk voor het herstel van de kerk, van zijn strijd met de modernen en de 'halven' en vooral ook van doleantie.

Gaarne beveel ik lezing van dit werk over 'vrije kerken en kleine luyden' met zijn vele bladzijden met foto's bij onze lezers aan.

E. Rosenboom, K.H. Sohn, L. Wiedeman, Kirche und sexualstrafrecht, 100 S., DM 5,80, Kreuz Verlag, Stuttgart, 1970.

Het 37ste deeltje van de serie Kirche und Gesellschaft bevat standpunten, aanbevelingen en rapporten van een commissie van de Evangelische Kirche im Rheinland over vragen rondom de sexuele moraal en de hervorming van het strafrecht ten aanzien van sexueel wangedrag en misdrijf. Door de publiciteitsmedia komen deze problemen steeds meer in de publieke discussie en het is goed als de kerk zich bezint op haar taak en verantwoordelijkheid ook in deze.

De commissie meent, dat strafbaarheid van vrijwillige sterilisatie, die niet anders moet worden gezien dan de geboorteregeling, moet worden afgewezen. Evenmin zou onderbreking van zwangerschap als er sprake is van een ethische indicatie strafbaar moeten worden gesteld, waarbij men goede waarborgen wil, dat misbruik worde voorkomen. — Ook al zal de kerk altijd echtbreuk als zonde kwalificeren, de christelijke ethiek kan geen wezenlijke gronden voor een strafrechtelijke vervolging van echtbreuk aanvoeren. Het laatste gedeelte geeft ethisch-theologische overwegingen over homosexualiteit in zijn vele vormen.

Aan dit werk hebben vele deskundigen meegewerkt en ieder, die over de vragen hier aan de orde gesteld, wil meediscussiëren, zal er goed aan doen serieus kennis te nemen van de standpunten hier voorgestaan. Ik geloof niet, dat de vele Schriftgegevens voldoende gehonoreerd zijn. Over de homosexualiteit b.v. zegt de commissie, dat de Schrift hier negatief tegenover staat, maar bij Paulus zou de afwijzing uit de situatie van het milieu te verklaren zijn. Maar daarmede zijn wij van het woord van Paulus niet af. Wat stuiten wij dikwijls — heus niet alleen in dit werk — op de vraag van de betekenis van het beroep op de H. Schrift.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's