Het Koninkrijk Gods
(Enkele perspectieven)
VI
In het spanningsveld
Tot nog toe hebben we gezien, dat het Koninkrijk Gods in eerste instantie een zuiver gééstelijke zaak is. Het gaat niet op in het volk Israël, de Kerk, de maatschappij, de staat, de cultuur enz. Wèl laat het op deze terreinen z'n invloed gelden. Want, al is het Koninkrijk Gods een geestelijke zaak, het is géén theorie. Het is dáár, waar Gods wil geschiedt. Calvijn heeft er op gewezen, dat we de 2e en 3e bede van het 'Onze Vader' in nauw verband met elkaar moeten zien. Als Gods Koninkrijk komt dan geschiedt Zijn wil, op alle terreinen van het leven. De regering door de Heilige Geest laat een mens niet ledig. Hij leert ons niet naar sommige maar naar alle geboden Gods te leven. Koningskinderen doen de wil van hun Koning, want Hij is, in Christus, ook hun Vader geworden. De dienst des Heeren heeft de lust van hun hart. Zij krijgen — om met Paulus te spreken — een vermaak in de Wet Gods, naar de inwendige mens. Maar... er zijn zoveel weerstanden, van binnen en van buiten. Daarom komt er hier op aarde nooit een volmaakt dienen van de Koning. Onze catechismus spreekt (bij de behandeling van de 2e en 3e bede) niet voor niets over de werken des duivels en alle heerschappij, die zich tégen God verheft. Niet voor niets over alle boze raadslagen, die tegen Gods heilig Woord bedacht worden. En over de eigen wil, van onszelf en alle mensen. Dat wijst op de enorme wéérstanden, die het Koninkrijk Gods dagelijks ontmoet.
Er is óók een rijk des satans. Daar is — vooral in de moderne theologie, die steeds meer revolutionair begint te worden — véél te weinig oog voor. Men onderschat enerzijds de macht der zonde en de invloed van de boze, anderzijds de vloek Gods, die over de aarde uitgesproken is. En men óverschat de menselijke vermogens. Dat getuigt van gebruik aan geestelijke kennis. Gods Openbaring wordt òf te eenzijdig verstaan òf helemaal verkeerd. Bijbelse begrippen als: gerechtigheid, wedergeboorte, rechtvaardiging, bekering worden met wereldse begrippen geïnterpreteerd. Dat komt omdat men vanuit een totaal andere achtergrond denkt. Namelijk, dat het Koninkrijk Gods in de weg van de evolutie (= geleidelijke ontwikkeling) moet komen. Men denkt uit de aarde aards. Men is gevangen binnen een bepaalde horizon. Kortom men denkt meer vanuit de mens dan vanuit God. Maar ook hier geldt het woord uit Ps. 94: 'De Heere weet de gedachten des mensen, dat zij ijdelheid zijn'. De oerzonde is geweest: anticiperen (= vooruit grijpen) op wat God beloofd heeft. Het ongeduld zit de mens in het bloed. De grootste moeilijkheid in de wereldgeschiedenis is geweest God God te laten. Ook theologen zijn voor die moeilijkheden geplaatst. Vandaar, dat er zoveel gedachten over het Koninkrijk Gods zijn, ook bij velen van hen.
Ik denk b.v. aan Albert Schweitzer. Hij wil het spanningsveld doorbreken met z'n zogenaamde consequente eschatologie. Wat bedoelt hij hiermee? Schweitzer wil de uitspraken van Jezus over het spoedig komen van het Koninkrijk Gods serieus nemen. Hij verklaart vele teksten in de evangeliën zó, dat het Koninkrijk Gods in z'n volle glorie direct op handen was. Maar het bleef uit, Jezus ... vergiste zich. Hoe goed ook bedoeld. Hij ging ten onder. Uit de teleurstelling over deze gang van zaken ontstond (volgens Schweitzer) de kerk. Maar die heeft voor hem dan ook geen waarde. Wat bleef er bij Schweitzer dus alleen van Jezus over? Zijn vóórbeeld en zelfverloochening. Die wilde hij navolgen en hij heeft dit op zijn manier dan ook gedaan.
Intussen bemerken we hoe gevaarlijk het is, de spanning waarin de Bijbel ons plaatst, te doorbreken en de Schrift zoveel mogelijk psychologisch — met onze menselijke gedachten — te benaderen. Anderen willen alleen van een Koninkrijk Gods op dèze aarde weten. Vooral onder theologen uit de Angelsaksische wereld vinden we deze opvatting. Zij gaan regelrecht tegen Schweitzer in omdat de eschatologie (= leer over de laatste dingen) helemaal in het aardse vlak is terechtgekomen. Men kan niet boven of buiten déze wereld denken. Men wil alleen met menselijke gegevens werken. Alles wat buiten de aardse horizon valt, wordt afgeschreven. Het geloof houdt met de zichtbare dingen op. Honoreert men God nog dan moet Hij wetenschappelijk te verwerken zijn om in menselijke plannen te worden ingebed.
Wij zien hoe van twee kanten het spanningsveld doorbroken wordt: absoluut verticaal èn absoluut horizontaal. Maar, als we aandachtig onze Bijbel lezen blijkt de spanning tussen toekomend en tegenwoordig zeer duidelijk. Wij kunnen hier geen exegese geven van alle teksten, die in dit verband genoemd worden. Maar, enerzijds staat er: Het Koninkrijk Gods is binnen u (Luk. 17:21). Anderzijds laat de Heere Jezus duidelijk de komst van het Koninkrijk met de voleinding der wereld samenvallen. (Matth. 13:47—50). Het is hier op aarde dus gekomen in aanvang, maar in volle glorie wordt het nog verwacht.
Het is reëel present hier op aarde daar, waar de Heilige Geest de wil der mensen in liefde onderwerpt aan de wil des Heren. Daar waar de krachten der toekomende eeuw gesmaakt worden. Heel duidelijk zien we dat op het Pinksterfeest. Hand. 2 laat ons a.h.w. in een flits een dwarsdoorsnee van het Koninkrijk Gods zien. De discipelen waren vol van de Heilige Geest en spraken van de grote werken Gods. Waar de Geest des Heeren is, is de vrijheid van het Koninkrijk Gods. Daar is ook blijdschap en onderlinge liefde. Daar is geen armoede, geen discriminatie, geen uitbuiten van elkaar. Hier werd — voor zover op deze aarde mogelijk is — een voorproef gesmaakt van het Koninkrijk Gods in volmaaktheid. Paulus noemt in Rom. 8 de Heilige Geest de eerste gave van het Koninkrijk. Zonder de Geest dus nimmer kennis van het Koninkrijk, nog minder deelgenoot ervan.
De vraag kan nu wellicht rijzen: Waarom is dit na Handelingen 2 niet zo gebleven? Omdat deze wereld eerst met het Evangelie van Christus in aanraking gebracht moest worden. Toen de Geest uitgestort werd lag het grootste deel der aarde nog in schuld en vloek voor God verloren. Dat is haar grootste nood. Vandaar Jezus' opdracht tot verkondiging van het Evangelie aan alle creaturen. Het Woord des Konings moet eerst z'n loop hebben, over de gehéle aarde. In Matth. 24:14 staat: 'En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehéle wereld gepredikt worden, tot een getuigenis voor alle volken, en dàn zal het einde komen'. De tijd tussen Pinksteren en Wederkomst wordt terecht dan ook genoemd: de láátste tijd. Het is de tijd, waarin de wereld geconfronteerd wordt met het Evangelie van de gekruisigde Christus, het enig Evangelie tot behoud van mensen. Dat neemt de overste dezer wereld niet in dank af. Integendeel! Tegen het offensief van de Heilige Geest neemt hij zijn defensief. Vandaar, dat de spanning bij de ontwikkeling der wereldgeschiedenis niet zal afnemen, maar zal toenemen. Zo zegt de Bijbel en bevestigt de practijk het. Het gaat dus precies omgekeerd als de z.g.n. heilshistorische theologen willen. In plaats van een vrede-rijk zal deze wereld veeleer een strijdtoneel worden, waar bloed en vuur en rookdamp gezien zullen worden. Wat de kerk van Christus te verwachten heeft is steeds groter weerstand tegen het Evangelie, althans tegen het onvervalste Evangelie. En toch blijft zij bidden: 'Uw Koninkrijk kome’.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's