De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naar Jerusalem (II)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar Jerusalem (II)

8 minuten leestijd

Ook in de omgeving heilig land

Ook in de omgeving voltrokken zich in de loop der eeuwen vele wijzigingen. Op de top van de Olijfberg ziet het er wel heel anders uit dan in de dagen van Jezus' omwandeling. Toen was de heuveltop (835 m hoog) onbebouwd. Keizerin Helena, de moeder van Constantijn bouwde hier 'boven op de hoogte, in de nabijheid van de top van de gehele berg een heilige kerk' (Eusebius). Meer dan één kerk verrees met of zonder klooster; een slanke spits van een minaret is van verre te zien. In de laatste tijd is een luxueus hotel op de top gebouwd en de weg erheen is prachtig aangelegd. Een enkel maal nam ik voor een bezoek aan de Olijfberg de bus naar Et-Tur; een andere keer nam ik een eenzame weg en kwam aan de achterkant naar boven. Veel is veranderd, maar de berg bleef. Hier ziet men in de geest de Here wandelen met zijn discipelen. Zo is het elders. De traditie zegt, dat Jezus op de dag van intocht door de Gouden Poort trok naar de tempelplaats, een poort recht tegenover Gethsémané; zij dateert wel uit de Byzantijnse tijd, maar bevindt zich zeer waarschijnlijk wel op dezelfde plaats als in Jezus' dagen. Wie wandelt in het Kedron-dal volgt in de geest de tocht van de Here na de instelling van het Heilig Avondmaal over de Kedron naar Gethsémané, maakt als het ware mede hoe Hij meegevoerd werd naar de stad om te lijden en te sterven.

De stad in

De huidige muren van Jeruzalem zijn uit de 16de eeuw; zij zijn tien tot vijftien meter hoog. Maar zij volgen lang niet dezelfde lijn als die in de dagen van David of van Hizkia of van de tijd na de ballingschap. De oude stad van David op de heuvel Ophel valt buiten de huidige muren; daar vinden wij wel stukken van een zeer oude muur, die heel goed kunnen stammen uit de stad van koning Salomo. Aan de andere kant zijn er heilige plaatsen binnen de muren van het Jerusalem van vandaag, die in Bijbelse tijd buiten de stad lagen; het is voor iedere bezoeker, die zijn Bijbel kent een vreemde gedachte, dat het graf des Heren midden in de stad ligt.

Wie door de Damascuspoort of eigenlijk dit poortgebouw binnengaat is in een oosterse stad. Uren heb ik er doorgebracht, gelopen, gedwaald — ja, dat ook —, rondgekeken, gesjouwd door de smalle straatjes. Het lijkt wel één grote markt. De soeks, nauwe marktstraatjes, zijn overvol, soms met midden in de weg nog een soort gootje, een ezelspaadje, zoals ook wel elders, b.v. in Nazareth in de binnenstad gevonden wordt. De meeste waar is vóór de zaak uitgestald, de winkel is in het algemeen meer bergruimte dan verkoopgelegenheid; niet te beschrijven wat er allemaal wordt aangeprezen, bekende en althans voor mij onbekende eetwaren waarvan vele spullen klaar om te consumeren. Ik heb mij er niet aan durven wagen om mee te doen, zo uit het vuistje. Zelfs geen kopje koffie kocht ik hier, hoewel velen het bruine vocht, zo uit de kan geschonken, van een naar onze smaak maar smoezelig uitziende baas goed lieten smaken. Dan maar liever vruchten, die de dorst lessen, meloenen, druiven, die wel heel wat duurder zijn dan in Hebron, maar wel heel wat goedkoper dan in ons land. Maar ja, wij zijn in een land, dat zijn druiven overvloedig voortbrengt. En vergeet niet de vele snuisterijen, de souvenirs, het vele koperwerk, oud en nieuw, allerlei houtwerk, prachtig gedraaide kandelaars. Ik zag het de mensen maken. Maar duur zijn de spullen wel; wie zonder meer betaalt, wat men vraagt is zeker duur uit, al te duur. Maar och, dat is niet alleen in de soeks van Jerusalem of in de winkels van Bethlehem. En dan oudheden. Wat wil men ze graag aan toeristen kwijt. Een olielampje of een aarden pot of een munt en noem maar op, wat er gevonden wordt bij een opgraving en men gunt het u. Je zou jezelf tekort doen, als je dat niet koopt! Het is wel duur, zegt men, maar wat wilt u: het is meer dan tweeduizend jaar oud. Ik ben er dikwijls bang voor geweest, dat het er wel oud uitzag, maar niet oud was. Maar uren ben je al rondneuzende kwijt voor je er erg in hebt. Maak geen afspraak in het hotel, dat je zo en zo laat terug zult zijn, want echt er komt niets van.

Dikwijls hebben wij een te groot idee van de bijbelse plaatsen uit het Oude Testament. Ook van Jerusalem. In de tijd van David zal Jerusalem naar veler mening niet groter geweest zijn dan Kirjath Sefer (tell beth mirsim, Debir, Jos. 15:15 vv. Richt. 1:11 v), een stad van ongeveer 300 bij 100 meter, met een totaal van een 300 huizen. Ook nu is het oude Jerusalem niet zo groot en zo dichtbevolkt als men bij de eerste oogopslag zou denken. Overdag ja, als de winkels open zijn, eigenlijk zou ik liever zeggen, als de stalletjes en de kramen overal staan, dan is het een volte en een drukte van je welste, maar als je 's avonds komt, dan is het stil en uitgestorven en dan blijkt Jerusalem niet dichtbevolkt te zijn, geen wonder na de uittocht van de Arabieren en na het heengaan daarvoor van de vele Joden uit het Jodenkwartier.

Het oude Jerusalem is een oosterse stad met al de levendigheid, die dat meebrengt. Stilletjes geniet je van allerlei straattafereeltjes. Een paar mannen die samen aan het bakkeleien zijn, hun armen in de lucht en zij schreeuwen zo luid, alsof heel Jerusalem het moet horen. De een klaagt nog harder over onrecht hem aangedaan dan de ander. Het gewone leven gade te slaan boeit altijd! Iemand is bezig in een nauw druk straatje een meloen schoon te maken en hij is een man blijkbaar van het vak; hij ontdekt mijn belangstelling en prompt biedt hij een stuk aan. Ik begin er gretig aan en geef als ik de hoek om ben weer een deel aan een jongen.

Menigmaal komt de gedachte boven: Is het hier nu geschied? Ondanks de plattegrond van Jerusalem met oude en nieuwe namen ga je verscheidene malen een verkeerde weg in, als je op zoek bent naar de Via Dolorosa. Blijf niet te lang aarzelend staan, want meteen is er een groepje jongens, die je uit pure vriendelijkheid de weg willen wijzen en die je niet gemakkelijk meer weer kwijtraakt. Als dit de weg is, die Jezus zijn kruis dragende ging, dan moeten wij ons in elk geval voorstellen, dat die meters lager moet hebben gelegen dan die nu als de lijdensweg wordt aangewezen. De weg is hier en daar sterk oplopend; nu en dan zijn er strepen van het zonlicht, dat van boven de straat invalt. De vraag naar de verschillende statiën van de lijdensweg is eerst opgekomen in de tijd van de middeleeuwen (ong. 14de eeuw). Simon van Cyrene zou in de buurt van de huidige Damascuspoort het kruis van de Here hebben overgenomen. Maar het blijft moeilijk te beslissen of deze traditie juist is. Zelfs over de plaats van de kruisiging heerst onzekerheid. Buiten de ommuurde stad vlakbij de Nablus Road ligt de zogenaamde Garden Tomb, waaraan de naam van Gordon verbonden is. Het is een zeer verzorgde tuin met achterin een in de rots uitgehouwen graf. Zo moet het wel geweest zijn denkt de bezoeker. Maar het blijft zeer onzeker of men het gelijk aan zijn zijde heeft; een feit is dat de enkele bezoeker hier verre van de drukte en het rumoer van de oude stad meer gelegenheid heeft tot stille meditatie dan in de kerk van het heilige graf. De overlevering van vele eeuwen, die vasthoudt aan de gedachte dat de heilige graf kerk op de juiste plaats ligt, kan ik maar moeilijk in twijfel trekken, omdat ik mij onmogelijk kan voorstellen, dat bij de oude christenen de plaats waar de Here gekruisigd is niet diep in de herinnering gegrift is gebleven, ondanks de verwoesting van stad en tempel in het jaar 70 en de vele veranderingen, die zich hebben voltrokken in de eeuwen daarna. Wat niet wegneemt, dat er wel heel veel vroom bedrog is. Iets overdrijvende zou ik willen zeggen: Men weet van alles wat er geschiedt is waar men het moet lokaliseren en dan bestaat het gevaar, dat men omdat men alles weet, alles in twijfel gaat trekken. Al voeg ik er onmiddellijk bij, dat wat Eusebius zegt over het vinden van het graf 'tegen alle verwachting in' het bovenstaande minder vast maakt dan ik het stel. De grote kerkhistoricus Eusebius van Caesarea (gest. wrs. 339) vertelt, dat keizer Constantijn had bevolen de hoog geprezen plaats van de opstanding voor allen zichtbaar en eerwaard te maken. De heidenen hadden boven deze 'heilbrengende grot' een heiligdom voor Venus gesticht en toen beval de keizer door een geweldig en prachtig bouwwerk de 'heiligste grot' te eren.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Naar Jerusalem (II)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's