BOEKBESPREKING
Dr. H. Faber en prof. dr. T.T. ten Have: Ontkerkelijking en buitenkerkelijkheid in Nederland tot 1960; Uitgave Van Gorcum en Co, Assen; 550 pagina's; ƒ58,—.
In 1956 ontwierp het Humanistisch Instituut voor Sociaal Onderzoek een project voor het onderzoek naar het proces van ontkerkelijking, onder leiding van prof. dr. T.T. ten Have. Dr. H. Faber, lector in de pastorale psychologie aan de Rijksuniversiteit te Leiden, bereidde een soortgelijk onderzoek voor. In 1958 ging de Stichting Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek accoord met een subsidie voor een gezamenlijk project onder leiding van prof. Ten Have en dr. Faber.
Dit onderzoek naar de ontkerkelijking en buitenkerkelijkheid in Nederland bestaat uit drie delen. In het eerste deel worden de resultaten onderzocht van de volkstellingen van 1879 tot en met 1960. Daaruit blijkt bij voorbeeld dat het percentage Hervormden is afgenomen van 54,5 tot 28,3 pct. Het percentage Rooms Katholieken nam toe, al wordt in deze studie wel opgemerkt dat een duidelijke definitie van het begrip kerklid een beter inzicht zou opleveren als het gaat om een vergelijking van beide kerkgenootschappen. Verder is in de periode van 1910—1930 de toename van de buitenkerkelijkheid het grootst geweest.
In het tweede deel worden de resultaten uitgewerkt van een enquête onder 2000 Nederlanders, aangevuld met een steekproef onder 150 leden van het Humanistisch Verbond. De enquête had betrekking op de al of niet kerkelijke herkomst, de aard en de mate van het kerkelijk gedrag, de belangstelling voor geloofszaken, de opvattingen over het huwelijk met andersdenkenden en dergelijke.
Tenslotte wordt in het derde deel aan de hand van een honderdtal levensgeschiedenissen van personen, die gelicht zijn uit de landelijke enquête, een onderzoek gedaan naar het individuele proces van ontkerkelijking en herkerkelijking. Deze levensgeschiedenissen zijn zeer uiteenlopend. Een vrouw vertelt dat ze de laatste drie van haar twaalf kinderen niet meer had laten dopen omdat ze toen geen mooie kleren meer had voor de doop. Een andere vrouw vertelt buitenkerkelijk te zijn geworden omdat een pastoor haar, toen zij twaalf jaar was, bij de biecht vreemde vragen stelde 'terwijl zijn adem door de tralies hoorbaar was'. Er zijn verhalen bij van mensen die om een of andere reden buitenkerkelijk werden en een duidelijke aversie hebben tegen de kerk. Maar ook van anderen die langzamerhand verslapt zijn in hun kerkgang en tenslotte zonder rancune afscheid van de kerk hebben genomen.
Maar het boek bevat ook andere levensgeschiedenissen. Zoals van de man die 's zondagsmorgens traditiegetrouw zijn biertje ging drinken in het café en gegrepen werd door het zingen van hoe zalig is het volk dat naar uw klanken hoort, dat hij hoorde door de radiokerkdienst. Hij is nu trouw kerkelijk en heeft zijn vroegere leven eraan gegeven. Of de levensgeschiedenis van de arts uit de Geref. gemeente, één van de medeoprichters van de studentenvereniging C.S.F.R., die vertelt hoe hij tot verandering kwam bij het horen van een preek over Judas.
Het zal duidelijk zijn dat we hier te maken hebben met een belangwekkend boek, dat zich geboeid laat lezen. Het laat iets zien over de motieven van buitenkerkelijkheid. Daarmee is niet alles gezegd. Er zijn ook factoren die zich onttrekken aan sociologisch onderzoek. Jammer dat nogal eens taal en stijlfouten ingeslopen zijn in dit werk. Wat dit betreft is de correctie van b.v. de levensgeschiedenissen onzorgvuldig geweest, hetgeen voor een boek van wetenschappelijke allure bepaald storend is. Maar verder bevelen we dit boek van harte aan. De hoge prijs zal, gezien de aard van het boek, wel nauwelijks te vermijden zijn geweest.
Drs. Tj. Baarda, Vier = Een. Enkele bladzijden uit de geschiedenis van de harmonistiek der Evangeliën. Kok, Kampen, 1970, 64 blz. Prijs ƒ4,50.
Het boekje bevat de tekst van de Openbare Les die drs. Baarda heeft uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van lector in de faculteit der godgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op 5 december 1969.
De inzet is een beschrijving van Reimarius' aanval, op de orthodoxie van zijn dagen, dat wil zeggen die van de 18e eeuw, met name haar Schriftgeloof. Baarda kiest zeker niet zonder meer Reimarius' partij maar stelt wel dat de vragen van Reimarius door de Orthodoxie niet zijn beantwoord. Daarna gaat hij nog verder terug in de historie (een stuk degelijk vakwerk) en staat dan vooral stil bij Tatianus (2e eeuw) als iemand die geworsteld heeft met de problemen waarvoor wij gesteld zijn door het feit dat wij niet één maar vier evangeliën hebben, met name met het probleem van de veelvoud der berichten omtrent Christus' opstanding. Historisch is dit alles hoogst interessant. Maar het meest nieuwsgierig waren wij natuurlijk naar de moraal van het verhaal. Naar de aard der zaak kwam die pas aan het eind. Het unieke geheim van het ene evangelie, aldus Baarda, klinkt door in de vier evangeliën die de kerk op haar weg door de geschiedenis heeft meegekregen (30). Stellig is dat waar, maar het is ons toch nog net iets te weinig. Wij willen graag Evangelie en evangeliën wat dichter bij elkaar houden. De problemen die dan overblijven, hetzij zij oplosbaar zijn of niet, nemen wij dan maar op de koop toe. Het is namelijk onze overtuiging dat anders het ene, unieke Evangelie teveel vervaagt. Er komt teveel speelruimte voor menselijke wijsheid, ook menselijke dwaling. Wij hopen dat Baarda dit nog eens opnieuw zal willen bekijken.
J. C. Philpot. Leerredenen: Zevende en achtste zestal; Uitgave G.J. v. Horssen, Barneveld; Prijs per deel ƒ15,—; bij intekening op alle delen ƒ13,95 per deel.
Philpots preken munten uit door geestelijke diepte en gefundeerdheid in de Schrift. Het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest in de verwerving en toepassing van het heil voor zondaren krijgt alle accent. Daardoor hebben deze preken in de eerste plaats een sterk onderwijzende strekking. Maar ze zijn ook pastoraal. Philpot geeft aangevochtenen en verslagenen van hart de enige troost mee die er te kennen is in het leven, door in allerlei variaties te wijzen op het volbrachte werk van Christus. Zo wijst hij mensen van zichzelf af naar Hem toe. Maar zijn prediking is dan ook ten volle vervuld van het werk van de Heilige Geest, die alles uit Christus neemt en het ons verkondigt.
Dit alles vinden we ook sterk in deze twaalf preken, die in off-set druk zijn uitgekomen. Ze handelen over Jes. 40:4 en 5; Hebr. 10:19—22; Titus 2:14; Deut. 32:2; 2 Cor. 4:17 en 18; Rom. 8:18 en 17; Col. 1:12 en 13; Ef. 2:19 en 20; Filip. 3:8 en 9; Jes. 44:4-5; Joh. 14:16 en 17 en Psalm 37:39 en 40.
Soms is de stijl van deze preken moeilijk. Een vertaling in hedendaags Nederlands zou wel aan te bevelen zijn geweest. Nu zijn deze preken kennelijk uit oudere bundels verzameld. Ook treffen we in de bundel soms opeens een ander lettertype aan (pag. 49 t.m. 64), hetgeen uiteraard niet fraai is. Maar dat neemt niet weg dat de inhoud van dien aard is dat ieder er zijn winst mee kan doen. En om de inhoud gaat het uiteindelijk. Van harte aanbevolen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's