De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Brief moderamen herv. synode over de kernvragen van het christenzijn

Bekijk het origineel

Brief moderamen herv. synode over de kernvragen van het christenzijn

8 minuten leestijd

Enkele weken geleden namen wij in deze rubriek op een uittreksel van die brief die het moderamen van de Hervormde Synode zond aan kerkeraden, predikanten en classicale vergaderingen, ter inleiding op de werkbezoeken, die het moderamen gaat brengen aan de classes. In verband met het artikel van de hand van ds. W.L. Tukker over deze brief, geplaatst in dit nummer, nemen we nogmaals een excerpt van deze brief op, zoals dat verstrekt werd door het persbureau van de Ned. Herv. Kerk. Het schrijven van het moderamen is te omvangrijk om het geheel te plaatsen. In dit uitvoerige excerpt komt de kerninhoud van de brief echter duidelijk naar voren.

Het moderamen van de hervormde synode heeft, na overleg met de synode, een uitvoerige brief gezonden aan alle kerkeraden, predikanten en classicale vergaderingen, met het oog op de werkbezoeken die het moderamen van de synode in de maanden augustus tot en met oktober 1970 aan de 54 classicale vergaderingen in de hervormde kerk zal brengen. Het is de bedoeling dat tijdens deze werkbezoeken de kernvragen van het christen-zijn en het kerk-zijn in deze dagen worden besproken.

Het is een ernstige brief geworden, die messcherp ingaat op de grote problemen waarin kerk en christenen op het moment verkeren. Het is tegelijk een brief die een bemoediging inhoudt voor hen die in deze tijd in sterke geloofstwijfel of radeloosheid verkeren.

De vraag van velen of God nog wel bestaat en of Hij nog wel spreekt tot onze generatie, wordt niet versluierd. Ook om het probleem van de verontrustende teruggang in het geloofs- en kerkelijke leven worden geen doekjes gewonden. Maar tegelijk wijst de brief op vroegere tijden, in het Oude Testament, ten tijde van de apostelen en van de oud-christelijke gemeenten, toen men ook zijn aanvechtingen en twijfels had en er geen antwoorden waren die voor het grijpen lagen. 'De vragen zullen zinloos blijven, als men zich niet door het Evangelie laat leiden', aldus het moderamen van de synode. In de brief wordt ook gesproken over de mogelijkheid van een kentering in het geestelijk getij, als de ogen weer opengaan voor de meest wezenlijke dimensie van het menszijn, namelijk de wetenschap dat wij kinderen Gods zijn. Het moderamen van de synode zegt dit in een passage, waarin wordt gesteld dat van vele zijden en in allerlei vormen de verzekering tot ons komt dat de tijd van de religie voorbij is, de mens aan zichzelf genoeg heeft en dat de kerk haar tijd heeft gehad. Als men aan deze beweringen voet geeft, kan dat ten gevolge hebben dat men er net niet meer bij is, als de tijd van de kentering van het geestelijk getij is gekomen, aldus het moderamen.

Jaren zeventig zijn beslissend

In de brief worden vele aspecten van het kerk-zijn in deze tijd aangesneden. 'Wij kunnen ons moeilijk aan de indruk onttrekken dat, menselijkerwijs gesproken, de jaren zeventig beslissend zullen zijn voor de toekomst van de Ned. Hervormde Kerk, voor die van de gemeenschap der kerken hier te lande en misschien zelfs wel voor de Kerk in het algemeen', aldus het moderamen.

Het wijst erop dat ernstig rekening moet worden gehouden met wat tijdens de Pinksterdagen op de algemene kerkvergadering (AKV) naar voren is gebracht. Hoe men ook over de betekenis en waarde van de kerkvergadering moge denken, welke bezwaren men ook moge hebben, toch zal niet kunnen worden ontkend dat de gedachten die in de AKV naar voren worden gebracht, weergeven wat in brede lagen van de kerk leeft.

Geloofscrisis

In de eerste plaats ging het in de AKV over het geloven en belijden van de Kerk, het verlangen naar een nieuwe, tot de kern van de zaak doordringende bezinning op al die vragen die in onze tijd in en buiten de christelijke gemeente worden gesteld en die de aanvechtingen en de twijfels vertolken, die in vele harten leven.

'Wie is God? Waar is God? Wat kunnen en mogen wij van Hem weten? Zwijgt of spreekt Hij ook tot onze generatie? En aan de grens van alle vragen: Heeft het (nog) wel zin over God te spreken en in Hem te geloven? Te geloven in een God, die leeft? Of 'bestaat' Hij niet? Of als Hij al 'bestaan' heeft, is Hij dan wellicht gestorven?’

Na deze vragen schrijft het moderamen: 'Velen van ons zullen deze vragen als evenzovele lasteringen van Zijn Naam in de oren klinken. Anderen, óók (nog) leden van de christelijke gemeente, zullen er hun eigen vragen in herkennen en ook hun eigen tot nu toe tevergeefse zoeken naar de antwoorden, die zij zo gaarne voor zichzelf en voor hun kinderen ter beschikking zouden willen hebben'.

In de brief wordt dan gezegd dat wij al die vragen ernstig moeten nemen en de moed moeten opbrengen om tezamen de moeilijke weg van het belijden, ook in het heden, te gaan. Maar daarbij geldt dat de christelijke gemeente van nu staat of valt met haar verbondenheid met de getuigen die vóór haar geweest zijn.

Na gewezen te hebben op de aanvechtingen en twijfels in vroeger tijden, zegt het moderamen van de synode, dat het een zinloos vragen zal blijven dat tot niets leidt dan tot een wanhopig, cynisch of berustend, afzien van elk levenwekkend en vernieuwend antwoord, als het zich niet door het Evangelie wil laten leren. De brief wijst op de fundamentele en reddende werkelijkheid van het leven in de vrede met God, gerechtvaardigd uit het geloof in Jezus Christus, en spreekt als haar oordeel uit dat de geloofsverkondiging in het werk van de Ned. Hervormde Kerk en van de andere kerken centraal moet staan, en dat het zeker op de weg van de hervormde synode ligt om alle middelen aan te grijpen om zowel als Hervormde Kerk als met andere kerkgemeenschappen tezamen, tot een duidelijk en helpend opnieuw belijden van de waarheid omtrent God te komen.

Verband andere kerken

De pogingen om met de gereformeerde kerken tot een eenheid te komen, worden aangesneden, waarbij er voorts op wordt gewezen dat het samengaan met de gereformeerde kerken niet in mindering mag komen van de bereidheid ook met andere kerken de gemeenschap in Christus te beleven. Over de modaliteiten in de eigen kerk schrijft het moderamen: 'Wij moeten ernstig rekening houden met het feit, dat voor velen uit de jongere generaties de eigenheid van de modaliteiten en zelfs die van de Hervormde Kerk zo onduidelijk en zo onbelangrijk is geworden, dat zij, wat in alle kerken datgene is wat hen verbindt, het evangelie, hoe dan ook verstaan, stellen boven datgene wat de kerken van elkander (onder-)scheidt’.

Plaatselijke gemeenten

Het moderamen van de hervormde synode vindt dat na en naast de geloofsvraag het meest fundamentele en dringende probleem dat van de plaatselijke gemeenten is. Gewezen wordt op de groeiende verontrusting over de teruggang in de kerkgang en verminderde bereidheid mee te werken aan de kerk. In oktober 1970 zal de generale synode een extra tweedaagse vergadering aan deze problematiek wijden, met de bedoeling de hervormde gemeenten te dienen met een rapport waarin breder en dieper op deze zaken wordt ingegaan.

Nu reeds wil het moderamen van de synode waarschuwen tegen een mismoedigheid die gemakkelijk kan overslaan in een gevoel van hopeloosheid en hulpeloosheid, dat drijft tot het nemen van maatregelen, die een afbraak inluiden waarvan de afbraak van het leven der gemeente het enig mogelijke perspectief is.

In de brief wordt daar verder over gezegd:

Van vele zijden en in allerlei vormen komt de verzekering tot ons, dat de tijd van de religie voorbij is en dat de mens voortaan aan zichzelf genoeg heeft, dat de kerk — zeker als instituut — helemaal haar tijd gehad heeft. Als men aan al deze beweringen voet geeft, kan dat echter wel eens ten gevolge hebben, dat men er net niet meer bij is, als de tijd van de kentering van het geestelijk getij is gekomen en de ogen weer opengaan voor de andere, de meest wezenlijke, dimensie van het menszijn, waar het geloof van weet en waaruit het spreekt als het met de geest, die uit God is, belijdt dat wij Zijn kinderen mogen heten (Rom. 8:16). In de tweede plaats vragen wij ons af of het wel voldoende tot de kerk is doorgedrongen, dat de huidige crisis niet alleen een geloofscrisis, maar óók een gemeenschapscrisis is.

Ledenregisters

In de brief wordt  ook gesignaleerd dat men in sommige hervormde gemeenten met grote ijver bezig is de ledenregisters te zuiveren van alle niet meelevenden. Hoewel er begrip wordt getoond voor deze ontwikkeling in verband met de financiële aspecten, vraagt het moderamen zich af of het middel niet erger is dan de kwaal. Want het leven van de christelijke gemeente staat of valt met de intensiteit en de veelvuldigheid van de persoonlijke contacten, de persoonlijke toewijding en zorg en het persoonlijk gerichte dienstbetoon.

Het moderamen waarschuwt dat, waar geen pogingen daartoe worden gedaan en geen nieuwe vormen van gemeenschapsopbouw worden gezocht, een 'zuivering' van de registers van de gemeenteleden het inslaan is van een weg die tot niets leidt. Het moderamen hoopt dat over dit aspect van de kerkelijke problematiek in de loop van dit jaar uitvoeriger aanwijzingen door de generale synode zullen kunnen worden gegeven.

De kerk in de samenleving

Tenslotte spreekt de brief ook over de kerk in de samenleving. De Hervormde Kerk zou tekort schieten in haar roeping en opdracht als zij niet, ondanks het gevaar ervan te worden beticht partij te kiezen in de machtsstrijd van de vele politieke groeperingen, intensief bezig zou zijn met de zaken waarom het in maatschappij en staat en in de internationale samenleving van onze dagen wezenlijk gaat. Een aantal problemen in onze samenleving wordt aangehaald. Het moderamen schrijft dat wij wel degelijk het Evangelie onaannemelijk kunnen maken voor onze naasten als onze daden niet in overeenstemming zijn met onze woorden en als het eerste deel van het ene en grote gebod van het tweede gebod, dat daaraan gelijk is, wordt losgemaakt.

De brief is ondertekend door het gehele moderamen en de toegevoegde leden, bestaande uit:

ds. J.A.G. van Zanten, praeses; ds. F.H. Landsman, scriba; ds. G. Wursten, assessor; ds. J.C.H. Jörg, assessor II; W.R. v. d. Heijden, assessor III; dr. R.J. Mooi, secr. voor alg. zaken; ds. M. Groenenberg, praeses vis. gen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Brief moderamen herv. synode over de kernvragen van het christenzijn

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's