De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schepping en evolutie (Slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schepping en evolutie (Slot)

8 minuten leestijd

Ter afsluiting van mijn artikelenserie over Schepping en Evolutie wil ik nog ingaan op enkele incidentele vragen, die werden gesteld in enkele brieven die ik ontving.

Ziel en lichaam

Een briefschrijver wijst erop dat in hoofdstuk I, paragraaf 7, van de Dordtse Leerregels gesproken wordt van het voornemen Gods waardoor hij voor de grondlegging der wereld mensen verkoren heeft ten eeuwigen leven en anderen veroordeeld heeft. De briefschrijfster wijst er dan op dat het hier gaat om de zielen der uitverkorenen en niet om de lichamen en verbindt daaraan dan de gedachte dat de zielen toen al bij God waren. Bij de schepping geeft God dan gestalte aan Zijn gedachten om mensen te vormen met ziel en lichaam. Het lichaam werd de tempel van de geest. De brief vervolgt dan: 'evenals op een te bevriezen ruit de ijskristallen naar elkaar toeschieten en een zichtbare figuur van ijsbloemen als het ware uit het onzichtbare ontstaat, zouden wij zo ook niet de schepping van het lichaam van de eerste mens moeten zien of liever geloven?'

Ik meen dat deze gedachten meer platonisch zijn dan bijbels. De bijbel leert ons nergens dat de zielen er al van eeuwigheid af zijn geweest en bij de schepping als het ware in het stof zijn ingedaald. In Genesis 2 lezen we dat de Heere God de mens geformeerd had uit het stof der aarde en de adem des levens in zijn neusgaten geblazen had; zo werd de mens tot een levende ziel. De mens werd als een totaliteit van ziel en lichaam geschapen. In 1 Cor. 16 schrijft Paulus dat de eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel (vs. 15) en dat het geestelijke niet eerst is, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke (vs. 46). De verhouding van ziel, geest en lichaam is in de bijbel een complexe zaak. Daarop in te gaan valt buiten het kader van deze artikelen. Maar ik meen dat het bijbels is wanneer we de onlosmakelijke eenheid van ziel en lichaam vanaf het moment van de schepping (geboorte) van de mens belijden. Dat de zielen er eeuwig geweest zijn en bij de schepping de lichamen ontstonden vindt in de Schrift geen grond.

De rassen

Iemand vroeg mij of ik iets schrijven wilde over het ontstaan van de rassen. Hij vraagt of Adam en Eva blank, bruin, geel, zwart of rood waren. Wat het laatste betreft, daarover zwijgt de bijbel. Maar de vraag naar het ontstaan van de rassen dient wel onder ogen gezien te worden. In de bijbel wordt al duidelijk van verschillende rassen gesproken. De Ethiopische Sabeërs worden genoemd: mannen van grote lengte (Jes. 45:14). En Jesaja stelt de vraag: Zal ook een Moorman (een Ethiopiër) zijn huid veranderen? Uit dit laatste blijkt dat de Moorman zich door zijn huidskleur onderscheidde. In de wetenschap geldt dat rassen geen als zodanig zuiver en stabiel geschapen grootheden zijn. Er zijn verschillende theoriën over het ontstaan van de rassen. Er is bij voorbeeld de retardatietheorie (vertragingstheorie), waarin gesteld wordt dat een ras in een zeker stadium van de ontwikkeling, die bij anderen normaal verloopt, blijft steken door remmingen in de regeling van het evenwicht der hormonen. Er is verder de mineraal hypothese, waarin verband gelegd wordt tussen het klimaat en de bodemgesteldheid enerzijds en de lichaamsbouw en geestelijke eigenschappen van de mens anderzijds. Bepaalde mineralen in de bodem en in het opgenomen voedsel zijn van grote invloed op de hormonen waardoor het ontstaan van de verschillende rassen te verklaren zou zijn. Een moeilijkheid bij deze theoriën is echter dat in de loop van de tijden de rassen geen blijvende veranderingen vertonen. Historisch beschouwd zijn de rassen stabiel. Negers en Semieten vertonen op Egyptische afbeeldingen van vroeger hetzelfde uiterlijk als thans. Misschien bestonden de rassen zelfs al vóór ze in hun historisch woongebied waren.

Hoe dit alles ook zij, de bijbel zwijgt over het ontstaan van de verschillende rassen. Dat door welke oorzaak dan ook de verschillende rassen ontstaan zijn uit een gemeenschappelijke stam — iets wat zo ook in de wetenschap wordt gesteld — ligt verankerd in Gods voorzienigheid. De wijze waarop de schepping zich heeft ontwikkeld staat onder Gods voorzienig bestel, waarin Zijn genade en Zijn oordeel verweven liggen op een wijze, die voor ons niet uit te pluizen is, maar slechts in het geloof is te aanvaarden.

Eén ding is echter zeker. Er is in de bijbel geen sprake van een verschil in waardering van de diverse rassen. In Christus wordt het rassenonderscheid volledig opgeheven. Filistijnen, Tyriërs en Moren zijn geboren in Sion (Psalm 87). In Christus is geen Jood of Griek, geen dienstbare of vrije, geen man of vrouw; allen zijn zij één in Christus (Gal. 3:28). Rassendiscriminatie is dan ook zó in strijd met de inhoud van het evangelie, dat het onbegrijpelijk is dat soms onder christelijke vlag de superioriteit van bij voorbeeld het blanke ras wordt bepleit.

De ouderdom van de mens

Iemand schreef mij dat uit opgravingen gebleken is dat er toch zeker 30.000 jaar geleden al mensen op de aarde waren, terwijl Adam en Eva veel later leefden. Over dit punt kan ik, na alles wat ik tot nu toe geschreven heb, kort zijn. De uitspraken, die de wetenschap in dit verband doet, liggen verankerd in de aanvaarding van de evolutie-theorie. Als kenmerkende overgang van het dierlijke naar het menselijke stadium worden dan genoemd het gebruik van instrumenten en van vuur en het begraven der doden. L. Kalsbeek voegt daaraan toe in zijn boekje Geloof en Wetenschap (uitgave Bosch en Keuning, Baarn) dat de schepping van de mens dan moet worden gezien als het instorten van een ziel bij de overgang van het dierlijke naar het menselijke stadium. Op deze wijze wordt echter een theorie opgebouwd, die louter speculatief is, maar die in strijd is met wat als openbaring van Godswege tot ons komt. Dr. N.H. Ridderbos zegt in zijn Beschouwingen over Genesis 1: "We zullen uit de resultaten van de natuurwetenschappen nooit kunnen afleiden hoe een bepaald Schriftgedeelte moet worden uitgelegd. Geen exegeet zal dit kunnen doen zonder zijn exegetisch geweten geweld aan te doen. Als we het zouden doen, zouden we op een verkeerde wijze verband leggen tussen Schriftuur en Natuur. Hoe hoog men de resultaten van de natuurwetenschappen ook moge aanslaan, ze hebben geen openbaringskarakter. Een opmerking die we in onze tijd wel terdege ter harte mogen nemen. Daarmee is niet gezegd dat de vondsten, die gedaan zijn, niet serieus genomen zouden moeten worden, ook wat betreft de vondsten van menselijke resten. Maar de vraag is maar welke interpretatie aan de vondsten moet worden toegekend. Ik heb in dit verband gewezen op de waarde van de diverse ouderdoms bepalingen en het kader van hun geldigheid, gezien het actualiteitsbeginsel en andere vooronderstellingen waarvan wordt uitgegaan. Er zijn bovendien verschillende interpretaties mogelijk van de wetenschappelijke vondsten. Daarop wil ik nog nader ingaan bij de bespreking van een pas verschenen boek over de zondvloed van prof. dr. A.M. Rehwinkel (Uitgave Buijten en Schipperheijn).

Anderzijds moeten we ook voorzichtig zijn met het noemen van getallen als het gaat om de bijbelse tijdrekening. Genoeg is het echter te weten dat God door een afzonderlijke scheppingsdaad de mens heeft gevormd uit het stof van de aarde en hem de adem gaf waardoor hij werd tot een levende ziel. Paulus spreekt in Romeinen 6 over de zonde van één mens, namelijk Adam, en trekt van de ongehoorzaamheid van die éne mens lijnen naar de gehoorzaamheid van Eén, namelijk Christus. Daarom is het geen onschuldige zaak wanneer men niet meer belijdt dat God een eerste mensenpaar, Adam en Eva, geschapen heeft. Dat heeft consequenties voor het belijden aangaande de Christus.

Besluit

Op verschillende vragen en opmerkingen die mij bereikten behoef ik niet in te gaan, omdat ze eigenlijk aan de orde kwamen in het geheel van de artikelenserie. Sommigen hebben mij geschreven en hebben mij hun vragen voorgelegd direct na plaatsing van mijn eerste artikel. In verschillende toonaarden werd daarin gevraagd of ik de evolutie (bedoeld is dan de evolutietheorie) in strijd acht met het bijbels getuigenis. Ik meen dat uit mijn artikelen duidelijk geworden kan zijn hoe ik één en ander zie. Inderdaad wijs ik de evolutietheorie af als strijdig met het bijbels getuigenis. Ik heb niet de pretentie op alle vragen een afdoend antwoord te hebben gegeven. Wie zou dat kunnen? Wat ik heb willen zeggen is dat we eerbied dienen te hebben voor de bijbel als het boek van Gods Openbaring, waarin ons unieke informatie wordt gegeven omtrent het ontstaan van alle zienlijke en onzienlijke dingen. Laten we ons het geloof in het Woord van God niet doen ontnemen en daarvan niet afwijken ter rechter of ter linkerzijde. We mogen de wetenschap als een gave Gods waarderen en aanvaarden. Maar voor het wetenschappelijk bezig zijn gelden normen, evenals voor elk ander menselijk bezig zijn. En wanneer de norm van het Woord verlaten wordt ontzinkt ons elk houvast. We hebben het profetisch Woord dat zeer vast is en we doen wel als we daarop acht geven als op een licht schijnend in een duistere plaats.

Ik heb het gewaardeerd dat velen mij geschreven hebben of op andere wijze hebben gereageerd. Uit dit alles bleek heel duidelijk welke vragen velen op dit terrein hebben. Als zodanig was het voor mezelf geen verspilde tijd om langs deze weg in gesprek te zijn met de lezers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Schepping en evolutie (Slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's