De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

11 minuten leestijd

Evangelieverkondiging voor radio en t.v.

In de verschillende dagbladen heeft enige tijd terug een berichtje gestaan dat het IKOR/CvK de veelomstreden film 'Zoon des mensen' van Dennis Potter opnieuw gaan uitzenden. De eerste uitzending heeft een stroom van protesten en bezwaren opgeleverd. Velen achten de film kwetsend en godslasterlijk. De uitzending ging in dit voorjaar echter toch door. Na de uitzending werden in allerlei commentaren nogmaals de bezwaren onder woorden gebracht.

Dat nu weer een heruitzending plaats vindt, doet toch de vraag rijzen: Wat stelt men zich voor van de evanglieverkondiging voor radio en t.v.? Hoe liggen hier de verantwoordelijkheden? De Ned. Herv. kerk heeft haar zendtijd toevertrouwd aan het IKOR. Wat doet men met de bezwaren en protesten van talloze hervormde gemeenteleden? Men krijgt de indruk dat men ze aanhoort en rustig voortgaat in de koers die men heeft uitgezet.

In het orgaan van de Confessionele vereniging, het Hervormd weekblad van 6 augustus j.l. schrijft ds. J.P. van Roon in dit verband:

De eerste maal is de uitzending ondanks protesten en bezwaren toch doorgegaan. Dan denk je nog in je argeloosheid: dat kon zeker niet anders meer, alles was algepland; misschien is het Ikor er zelf ook wel ingelopen... Maar deze argeloosheid is nu verdwenen na het persbericht: de veelomstreden film wordt opnieuw uitgezonden! Dat is dus een opzettelijk gebeuren. Vond deze uitzending plaats binnen het kader van een of andere omroep, dan zou je het jammer kunnen vinden, maar verder denken: daar draag ik geen verantwoordelijkheid voor, en gelukkig ben ik van die omroep geen lid. En voor het geval de uitzending plaats zou vinden door de omroep, waarvan ik lid ben, dan zou ik als lid kunnen bedanken.

Doch de herhaalde uitzending van deze film geschiedt (opnieuw) door Ikor/CvK. Ik kan voor het Ikor niet bedanken, want de zendtijd van mijn kerk berust bij het Ikor. En ik kan ook niet denken: daar heb ik niet mee te maken, want ik behoor bij de Hervormde Kerk en in het Ikor treedt mijn kerk naar buiten. Daar schaam ik mij voor en het is mij ook een ergernis. Maar wat doe je eraan? Men heeft het in onze tijd erg druk over medemenselijkheid en over inspraak. Is de hele AKV niet bedoeld als inspraak? Maar met de medemensen, die in de meeste gevallen de kerken nog bevolken in de gewone zondagse erediensten en met de inspraak van brede lagen van het trouwe 'kerkvolk' wordt geen of nauwelijks rekening gehouden. Openbaart zich hier niet een vorm van geestelijke dictatuur? Wat dr. Koopmans schrijft in zijn uitleg van de Tien geboden onder het negende gebod geldt mutatis mutandis ten aanzien van de machtige publiciteitsmedia als pers, tv en radio in onze dagen in volle omvang: 'Kort geleden nog was de courant exponent van de publieke opinie, althans ten onzent grotendeels. Thans is het omgekeerd en wil de courant de publieke opinie vormen’.

Wanneer ik dit citeer pleit ik niet voor de regering door de publieke opinie zonder meer. Van belang is namelijk, waaraan de publieke opinie zich conformeert, en wat de 'beginselen' zijn van degenen, die de publieke opinie willen (om)vormen. Daar gaat het om en dat is de grote zorg. Ging het maar om onbelangrijke zaken en kwesties van weinig importantie, dan zou je zeggen: waar maken wij ons druk om? Wij leven immers in een vrij land en ieder is vrij om zijn eigen mening te hebben en te zeggen en daarvoor uit te komen en zo anderen te interesseren. Doch het gaat niet om secundaire dingen. Het gaat om het Evangelie, om de Christus der Schriften en zo om het heil en het eeuwig lot van onze medemensen.

Een andere Jezus.

Terecht signaleert ds. Van Roon dat het hier maar niet gaat om zaken, die aan de rand liggen. Het gaat om het hart van het Evangelie, de Christusverkondiging van de kerk. Steeds is er het gevaar dat er in de kerk een 'andere Jezus' verkondigd wordt. Paulus had hier al mee te kampen (zie 2 Cor. 11 en Gal. 1). In onze tijd wordt menigmaal een Jezus gepredikt, die het prototype van de revolutionair is. Een theologie der revolutie maakt zich breed en tast ook de verkondiging aangaande Christus aan. Wij citeren nogmaals ds. Van Roon:

En nu is er een tendens, dat de Christus der Schriften als het Lam, dat onze zonde op Zich nam en verzoende door zijn bloedstorting 'verdrongen' wordt door een Jezus-idee, die voorop loopt in de rij van revolutionairen en vooraan staat bij degenen, die structuurveranderingen najagen. Moet daarom ook in het nieuwe gezangboek, dat straks aangeboden wordt, gezang 50 niet meer gezongen kunnen worden: 'Jezus uw verzoenend sterven is het rustpunt van ons hart; dat uw bloed mijn hoop dan wekke en mijn schuld voor God bedekke'. Is er een beweging aan de gang, die een andere Jezus brengt?

Het gaat om de heiligste dingen, om ons allerheiligst geloof, zoals dat in de kerk der eeuwen is bewaard en door de kerk der eeuwen is doorgegeven en met de kerk der eeuwen beleden wordt. Het gaat om de Heiland en Zaligmaker. En om de zielen, die ons zijn toevertrouwd. Daarom is het zo'n ernstige zaak. Soms zou je met Maria, die stond te wenen, zeggen: zij hebben mijn Heer weggenomen! (Johannes 20).

Zijn wij soms in de buurt van Mattheüs 24 gekomen? Daar waarschuwt Jezus zelf tegen een àndere Christus: 'Ziet toe, dat niemand u verleide, want velen zullen komen in mijn Naam, zeggende Ik ben de Christus en zullen er velen verleiden’.

Bij het lezen van Mattheüs 24, dat gaat over de tekenen der tijden vóór de voleinding der wereld, moet u er eens op letten hoe vaak daar het woord 'velen' voorkomt. Jezus heeft het hier blijkbaar niet over een enkel geval, maar over iets wat algemeen gaat worden: Velen zullen er komen en zij zullen velen verleiden (5), velen zullen geërgerd worden aan de Christus der Schriften (10), vele valse profeten zullen opstaan en velen verleiden (11), de liefde van velen zal verkouden, verkillen (12) omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden. Waarbij Jezus dan als slotconclusie zegt: 'wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden’.

De taak van de kerk in haar prediking op de kansel èn voor radio en televisie is te volharden bij de leer der apostelen, het Woord Gods is verkondigen en door en in dat Woord de Christus der Schriften. Niet de Christus-opvatting van deze of gene en niet de visie van de een of andere op Christus (dat is een zaak van 'de school', van de theologische studie), maar voluit de Christus der Schriften, die gekomen is om zondaren zalig te maken. Zo zegt Hij het immers zelf: Ik ben gekomen om zondaren te roepen en zalig te maken. Uiteindelijk heeft het Evangelie en de Evangelieverkondiging te maken met de enige troost in leven en in sterven, om het met zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus te zeggen.

Het moge ieder duidelijk zijn dat hier hoge dingen op het spel staan. Wat is het evangelie, dat de kerk verkondigt? Ook via de massa-media. Wil het IKOR/CvK een medium zijn dat de kerk helpt in haar taak om Christus te verkondigen, zoals Hij ons gepredikt wordt in Oud- en Nieuw Testament? Of fungeert het IKOR als de stoottroep van een aantal lieden, die een verpolitiekte kerk voorstaan en hun revolutionaire opvattingen willen dekken met een uit het bijbels verband gerukte Jezus-opvatting? Wij vrezen het laatste.

De hernieuwe uitzending van 'Zoon des mensen' is wat dat betreft symptomatisch. Het is te hopen dat onze kerk in haar organen haar verantwoordelijkheid inzake de evangelieverkondiging ook voor radio en t.v. moge verstaan. Want anders is haar dienst aan de wereld, waar velen zo graag mee schermen, een wassen neus.

R.K. kritiek op het Pastoraal concilie

In het blad 'Waarheid en eenheid' van 11 augustus wordt aandacht geschonken aan een belangwekkend artikel van de duitse r.k. kerkhistoricus, prof. Joseph Lortz in de Rheinische Merkur van 27 mei j.l. Deze wijst er op dat er op het Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout praktisch slechts een vertegenwoordiging was van de radicale vleugel der nederlandse r.k. kerk. Theologische posities werden uitsluitend sociologisch belicht en een argumentatie vanuit de Schriften werd niet gegeven. Nu is het een bekend feit dat leidende figuren in de r.k. kerkprovincie van ons land theorieën verkondigen die sterk doen denken aan de uitlatingen der vrijzinnigheid. Wij noemen slechts de opvattingen van iemand als prof. Fiolet over het Godsbegrip en de openbaring.

Wij zouden ook kunnen wijzen op de invloed van de radicale bijbelkritiek van Bultmann c.s.in r.k. kringen. De kritiek van prof. Lortz richt zich met name op de in Noordwijkerhout voorgedragen opvattingen over het ambt. Wij citeren uit de weergave in Waarheid en Eenheid:

Lortz schrijft dan: 'Het ambt (het woord priester wordt waar mogelijk niet gebruikt) moet dus in overeenstemming met de huidige sociologische kennis en behoefte vernieuwd worden. Maar daar het niet van boven gesticht is, heeft de ambtsdrager zich alleen maar daarom te bekommeren de behoeften van de gelovigen te onderkennen en ze te helpen, zelfs met deze behoeften rekening te houden en voor alles te onderkennen hoe zij het Evangelie beleven. Wat belangrijk is, daarvoor is steeds weer het kriterium: of ik, wij, nu door het Evangelie getroffen worden. Het evangelie wordt dikwijls genoemd, maar daarin gaat het slechts om hulp voor mij en de naaste, in de zin, dat het leven door de kerk en haar verkondiging rijker wordt. Hier moet de ambtsdrager sociologisch toepassen. Wat niet direct ter zake dient is overbodig aanhangsel en moet ter zijde gesteld worden. De evangelische boodschap moet over de hele breedte ge-ontmythologiseerd worden’.

En terecht schrijft hij dan: 'deze opvatting heeft duidelijk niet veel meer te maken met het 'horen van het Woord Gods', zoals het in de heilsdaden van het Nieuwe Verbond concreet werd en waarvan Jezus verlangde, dat wij het eenvoudig als de kinderen zouden aannemen... Overeenkomstig gaat het bij deze nieuwe opvatting van het ambt ook niet om het hele Evangelie, maar om 'het beste van het Evangelie’.’

Naar Lortz mening is op dit concilie het christelijk-kerkelijk denken sociologisch omgestruktureerd, wat betekent dat de taal van de Bijbel en van de biddende christenheid van alle kerken en alle eeuwen op deze synode niet meer present was. Het gehele zwaartepunt lag op de mens, op zijn begrip en zijn behoeften, van hem uit werd gedacht en niet van God uit, en men dacht sociologisch, niet bijbels.

Nog één opmerking van Lortz:

'Het pastorale concilie werd bijeengeroepen om middelen en wegen tot vernieuwing van het priesterambt te vinden. Volgens het Evangelie (in het bijzonder Joh. 3, 3 vv) hangt alle vernieuwing daaraan, dat wij uit God wedergeboren worden (I Pt. 2, 2). Maar in de kring van voorbereiding en uitvoering van het Hollandse pastorale concilie waagt de toeschouwer het nauwelijks meer zo'n woord uit te spreken. Het klinkt werkelijk vervreemd in de kring van deze theologische sociologen en hun taal.

Uit deze kritiek blijkt dat de interne spanningen binnen de r.k. kerk groot zijn. Prof. Lortz stelt in zijn artikel de vraag of iemand, die openbaring, bijbel, kerkvaders en kerkgeschiedenis in de kern van hun leer afwijst nog katholiek genoemd kan worden. Dat tekent de sfeer waarbinnen de discussie zich afspeelt.

Nu gaat het er ons hier niet om in deze interne r.k. problematiek een uitspraak te doen. Bovendien moet men steeds weer vragen of de hierboven door Lortz gewraakte opvattingen niet ergens uitstekend aansluiten bij typisch r.k. opvattingen van natuur en genade. Met andere woorden: Valt er toch niet een zekere continuïteit aan te wijzen, zodat mensen als Fiolet, Schillebeeckx en anderen zich met hun opvattingen menen te kunnen bevinden in de roomse traditie?

Duidelijk is in elk geval dat de vernieuwing in de r.k. theologie in vele gevallen geen terugkeer betekent tot de Schrift, tot de belijdenis van de kerk der eeuwen, maar dat deze vernieuwing veeleer voortvloeit uit de invloed van het secularisatiedenken op de r.k. theologie. Wij kunnen begrijpen dat prof. Lortz daar zijn bezorgdheid over uitspreekt.

Wij hebben bovendien te bedenken dat deze invloed niet beperkt blijft tot de r.k. theologie, maar ook vele protestantse theologen in haar greep heeft. Vele namen en stromingen zouden hier te noemen zijn. De uitspraken van Uppsala b.v. zijn niet los temaken van deze moderne theologie.

Hierboven noemden we al de theologie van de revolutie.

Terecht tekent de scribent in Waarheid en Eenheid hierbij aan, dat we aldus een zo totale omvorming krijgen van allerlei bijbelse begrippen, dat men een ander evangelie overhoudt, een 'evangelie' van humanistische/existentialistische snit. Een evangelie waar het hart is uitgesneden, en dat daarom geen evangelie meer is. Een protestantisme dat voor deze boodschap van medemenselijkheid bezwijkt, en een vernieuwd rooms-katholicisme, in de hierboven aangegeven zin zouden daarin wellicht een basis vinden tot samengaan in een evangelische kerk. Maar van het Evangelie van Jezus Christus zou in een dergelijke oecumenische-evangelische kerk weinig overblijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's