HET KONINKRIJK GODS
(Enkele perspectieven)
VII
Koninkrijk en Toekomst
Wanneer wij de geschiedenis der mensheid in het licht van de Bijbel bezien, is het steeds meer een opmars in verkeerde richting. Men mag dan spreken van de vooruitgang der mensheid, de emancipatie van de mondige mens, in wezen is het afval van God. Immers, de wet van God wordt steeds meer in het openbare leven uitgeschakeld. De duitse theoloog E. Stauffer heeft de geschiedenis een proces van scheiding der geesten genoemd. Dat proces zal zich toespitsen op een slagveld. Eens komt de grote botsing tussen het rijk van God en het rijk van satan. Satan zal als overste dezer wereld het verliezen moeten en vandáár, dat de eindstrijd zo fèl zal zijn. Het is net als bij een militaire oorlog. Wanneer een leger capituleren moet, omdat de hoofdmacht verslagen is, worden hier en daar nog bittere en verwoede nagevechten geleverd. In de grote strijd der geesten is het net zo.
Door Zijn heilig lijden, sterven en opstanding heeft Koning Jezus over al Zijn vijanden getriomfeerd. Terwijl aan het kruis de dreigende machten van satan en demonen schenen te zegevieren, is het in werkelijkheid zó, dat de overheden en machten aan het kruis ontwapend zijn, hun macht verloren hebben, en openlijk zijn ten toon gesteld (Kol. 2:15). De overwinning van Pasen, Hemelvaart en Wederkomst begint aan het kruis. Dat betékent: Gods vijanden zullen vergaan. Paulus zegt in Filip. 2: 'Daarom heeft God Hem uitermate verhoogd en heeft Hem een naam gegeven welke bóven alle naam is. Opdat in de naam van Jezus zich zou buigen alle knie en alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid Gods des Vaders'. En in 1 Kor. 15:25: 'Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben'. Op de achtergrond staat hier Ps. 2: 'Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, de berg Mijner heiligheid'. En de vermaning: 'Nu dan gij koningen, handelt verstandiglijk, laat u tuchtigen, gij rechters der aarde. Kust de Zoon, opdat Hij niet toorne en gij op de weg verga, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden'.
Reeds bij het verhoor van Jezus door Pilatus blijkt, dat Pilatus door Jezus verhoord wordt. Vóór de stadhouder staat de verborgen Koning, die allen voor Zijn rechterstoel dagen zal. Hem is ook de afwikkeling van de wereldgeschiedenis in handen gegeven (Openb. 5). Hij stuwt deze wereld naar haar einde en dwingt haar zich te ontmaskeren. Zó regeert Hij, om uiteindelijk het Koninkrijk aan God en de Vader over te geven, om te niet te doen alle heerschappij en alle macht en kracht (1 Kor. 15:24).
Paulus ziet vanuit de verte de anti-christ komen (2 Thess. 2), er zal een tijd van grote afval zijn (1 Tim. 4:1). De mensen zullen de zonde dienen, zichzelf liefhebben en de gezonde leer niet meer verdragen (2 Tim. 3:1). In Zijn heerschappij oefent Christus dan ook gerechtigheid. Hij geeft de ongehoorzamen over aan de macht der duisternis, een kracht der dwaling komt over hen. Zij worden veroordeeld omdat zij de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen gehad hebben in de ongerechtigheid (2 Thess. 2:11, 12). Christus' heerschappij gaat dus gepaard met het uitoefenen van gerechtigheid. (Wie zich daar verder in verdiepen wil verwijs ik naar de dissertatie van dr. H.J. Westerink: 'Het Koninkrijk Gods bij Paulus', Hilversum, 1937).
Die gerechtigheid van Christus heeft dus tweeërlei facet. Positief is het het recht, dat Hij Zijn gelovigen geeft om deelgenoot te zijn van het Koninkrijk Gods. Négatief in Zijn straffen en gericht uitoefenen aan Zijn vijanden. Dat blijkt nu al aan de macht der wanorde waaraan de wereld overgeleverd is, waaruit het de mens niet mogelijk is te ontsnappen, waaruit hij ook de kosmos niet bevrijden kan. Hier zien we een facet van Christus' heerschappij in straffende zin. Naarmate de mens zich uitleeft in wanorde en bandeloosheid, krijgt hij tegelijk zijn straf. Zó gaat de degradering van de mens steeds verder. Met dit alles spitst de geschiedenis zich toe op de grote oordeelsdag.
Moge het Koninkrijk Gods nu nog een geestelijke zaak zijn, eenmaal komt het ten volle openbaar. Wij wandelen (nog) door geloof en niet door aanschouwen, maar het aanschouwen komt zéker.
Ogenschijnlijk wint satan méér terrein dan Christus. Maar of dit werkelijk winst is zal de toekomst openbaren. Die toekomst houdt in de openbaring van Christus in héérlijkheid (Kol. 3:4). Allen komen voor Zijn rechterstoel (2 Kor. 5:10). Omdat de volle dag aanbreekt, gaat het oordeel over alle werken der duisternis. Het gaat ook over de verborgen dingen (Rom. 2:16). Dit oordeel is niet vergelijkend, maar absoluut naar de van God gestelde norm. Ook het werk der ambtsdragers wordt beoordeeld. Het kan zijn, dat zij zelf behouden worden, terwijl hun ambtelijk werk verkeerd was. Hun straf is dan, dat hun werk verteerd wordt (1 Kor. 3:12—15). In de dag van de openbaring van Christus' heerlijkheid zullen allen, die het Evangelie ongehoorzaam waren, vèroordeeld worden. Ook de antichrist zal verdaan worden (2 Thess. 2:8). Groot zal de toorn zijn. Van die toorn zal Jezus de Zijnen redden (1 Thes. 1:10). Zij zullen een onwankelbaar Koninkrijk beërven. Allen, die liefde hadden tot de verschijning van Christus ontvangen een krans van de rechtvaardige Rechter (2 Tim. 4:8). Zó wordt de hoop der gelovigen vervuld en wordt hun leven, dat nu verborgen is, openbaar (Kol. 3:4). Allen worden veranderd. Zij zullen in hun verheerlijkt lichaam het beeld van de laatste Adam dragen (1 Kor. 15:49). De macht der zonde, die op aarde óók (nog) in de gelovigen woedde en de hele schepping aangetast heeft, is verdwenen. Dan zal Christus het Koninkrijk aan God de Vader overgeven. Deze geschiedenis is voor altijd voorbij. God wordt Zelf weer rechtstreeks Koning over héél de schepping en wordt ook rechtstreeks door allen als Koning erkend en gediend. God Zelf zal eeuwig bij Zijn volk zijn. De dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, want de eerste dingen zijn voorbij gegaan.
Johannes beschrijft het Koninkrijk Gods als een stad van eeuwig licht. Hij zegt in Openb. 21:24: 'En de volken, die zalig worden zullen in haar licht wandelen; en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid en éér in haar'. Hier zal de ware cultuur zich ontplooien. Op déze aarde is dit grotendeels mislukt, omdat steeds meer aan de dienst des Heeren onttrokken werd. Wat God toebehoorde daar ging de mens z'n eigen weg mee. Daarom bleef de wereld de oude wereld der zonde. Maar straks zal alles nieuw zijn, omdat GOD alles nieuw maakt. Zó nieuw, dat nimmer de zonde haar storende invloed kan laten gelden omdat de vader der zonde voor eeuwig uitgebannen is. Dat is het grote werk van Christus op aarde geweest. Indien de hemel niet ingegrepen had, de aarde ware een hel geworden. Hier en daar lijkt zij op een voorportaal ervan, maar tot de jongste dag blijft zij werkterrein van Christus, dóór Zijn Geest. Daarom is de toekomst zeker! Daarom heeft óók dit leven zin. Echter alléén in Christus! Buiten Hem is alles een aflopende zaak en houdt geen enkel rijk stand. Alleen Jezus is Overwinnaar. Als Overwinnaar zal Hij straks het Koninkrijk aan Zijn Vader overgeven, opdat God zij alles in allen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's