De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naar Jerusalem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar Jerusalem

9 minuten leestijd

De Klaagmuur

Ik daal af via een poortgebouw waarin de onmisbare stalletjes met souvenirs. Men is hier druk aan het werk in deze tijd, stof en stenen genoeg! Meteen links af en ik sta bij de klaagmuur. Ook hier is in deze tijd een grote ruimte. Aan de andere kant van de weg staan velen te kijken want er is altijd wel wat te zien; daar is ook een kraan met goed water, een verkwikking voor wie hierheen kwam uit de stad of van boven van het tempelplein. De klaagmuur was een steunmuur van het tempelterras, het is de buitenkant van de westelijke muur van het plein, waarop eens de tempel van Salomo stond en nu wordt hierdoor een gedeelte van de Haram-asj-sjarif afgesloten. De muur is ongeveer 18 meter hoog; misschien is even groot deel nog beneden de oppervlakte; hij dateert wel uit de dagen van Herodes, die enorm veel in Jerusalem gebouwd heeft, en die ook de tempel praktisch geheel heeft afgebroken en opnieuw gebouwd. Het zijn machtige blokken natuursteen, die hier zijn opgestapeld. Cement heeft men niet gebruikt en met respekt beziet de toerist, wat eeuwen geleden met de eenvoudige middelen, waarover men in die tijd beschikte tot stand is gebracht. Wat moet het de discipelen hebben aangegrepen als zij vanaf de Olijfberg het volle uitzicht op de tempelplaats hadden: Meester, zie, hoedanige stenen en hoedanige gebouwen (Marc. 13:1 vv). Vele bittere tranen zijn bij deze muur geschreid over de verwoesting van Jerusalem, van de eerste en de tweede tempel. De Klaagliederen spreken van de rouw van de Joden uit de dagen na de val van Jerusalem in de tijd van Nebucadnesar. 'De Here heeft de heerlijkheid van Israël van de hemel ter aarde geworpen en Hij heeft aan de voetbank Zijner voeten niet gedacht in de dag van Zijn toorn. De Here heeft Zijn altaar verstoten. Hij heeft Zijn heiligdom teniet gedaan. De vijand spot met de ellende van het volk: Is dat de stad waarvan men zeide, dat zij volkomen van schoonheid was, een vreugde der ganse aarde?' (Klaagl. 2). Sinds de middeleeuwen kwam men samen bij de Klaagmuur: Vanwege de stad, die verwoest is, vanwege het heiligdom, dat vergaan is, zitten wij neder en wenen. Wij bidden U, ontferm U over Sion, Verzamel de kinderen van Jerusalem. Haast U, haast U, Verlosser van Sion, Spreek naar het hart van Jerusalem. — Op de 9de Ab gedenkt men de val van Jerusalem. In het 19de jaar van Nebucadnezar kwam Nebuzaradan te Jerusalem en hij verbandde het huis des Heren en het huis des konings, mitsgaders alle huizen van Jerusalem met vuur (2 Kon. 25:9v). Midden in de zomer, op de 9de Ab houdt Israël de dag van nationale rouw. 'Het is niet alleen de ramp van de tempelbrand, maar het eeuwenlange leed van ongetelde generaties Joden, dat ons hart doet rouwen' schrijft Soetendorp ergens. En je bidt mee, met het volk, dat eeuwenlang heeft moeten worstelen om zijn leven, dat eeuwen in de verstrooiing uitzag naar de dag van de hereniging: Breng Here, al uw gevangenen weder! U leest hebreeuws, zei jaren geleden een man tegen mij. Hij had een briefkaart gekregen van zijn dochter uit Westerbork. En aan het eind stond er: tot ziens in het land van Israël. Dat is de spanning en het gebed en de klacht van de Klaagmuur.

De 9de Ab was juist één van de eerste dagen die ik in Jerusalem doorbracht. Ik heb mij gemengd onder de mensen, die hun gebedsmantel omsloegen. Meer dan één was het er maar weinig mee eens, dat aan de Joden door de kerkelijke autoriteiten verboden was op de Haram-asj-sjarif te komen. Daar horen wij toch? En het is van ons! Maar wie ziet, hoe hartstochtelijk men bij de Klaagmuur de nood van Israël doorleeft, geeft de leiders gelijk. Men is niet alleen als Israëliërs in dit land en in deze stad en je staat nog verwonderd, dat het alles zo betrekkelijk rustig in de stad verloopt; ik kreeg wel eens de indruk, dat elders, in Hebron en Nablus de spanningen tussen de Arabische bevolking en de bezettende macht Israël groter zijn dan hier in de heilige stad. Ergens beneden bij de hoek van de muur zijn velen binnen. Men loopt, staat, zit, alleen of bij kleine groepjes, het gebedenboek in de hand. Ik liep ook binnen, niemand let op de vreemdeling, hij stoort niet, ik heb ook het gevoel, dat ik niet zou kunnen storen, men is één en al concentratie. Buiten bij de muur staan velen, er is ook een gedeelte afgezonderd voor de vrouwen. In volle overgave bidden zij, het lichaam schokt, men bonkt soms met het hoofd tegen de muur, men kust de muur. Het maakt een diepe indruk; zeker men kan er de schouders over ophalen, men kan zeggen: religie in dienst van de politiek, of nationalistisch gedoe. Dat er in deze tijd geváár voor nationalisme is en meer dan dat, is klaar als de zon, en toch — een biddend volk maakt een diepe indruk en ik kan mij alleen maar ergeren aan de mensen, die aan de andere kant van het plein staan kijken en niet meedoen. En dat zijn heus niet alleen toeristen. Gezegend de man, die meebidt: Wel moeten varen, die u beminnen, o, Jerusalem. Vrede zij Uw vesting, welvaren in Uw paleizen. Om des huizes des Heren, onzes Gods, zal ik het goede voor U zoeken. (Ps. 122).

Het nieuwe Jerusalem

En het nieuwe Jerusalem? Van het oude Jerusalem is nog veel meer te zeggen, o.a. over de berg Sion en het graf van David, over het graf van Herodes, over de plaats van de zaal van het Avondmaal. Maar het nieuwe Jerusalem boeit de toerist niet minder, hoewel op andere wijze dan de oude stad. Wat is het nieuwe gebouw van het Israëlische parlement een prachtig stuk architektuur, 'de Kenesset' en aan de andere kant van de weg de prachtige Menora, een in brons uitgevoerde kandelaar, 5 meter hoog en 4 meter breed; de zeven armen bevatten in reliëf voorstelling die betrekking hebben op het leven van Israël, hoogtepunten in de geschiedenis van Israël, een geschenk van Britten aan het volk van Israël. Ieder wil staande voor dit prachtige originele monument gefotografeerd worden en het duurde heel even voordat ik eindelijk een plaatje kon maken, waarop alleen de menora stond. Ik denk aan de vele musea, die Jerusalem telt, vooral het nieuwe Israël Museum, waarvan het zogenaamde 'heiligdom van het Boek' een onderdeel is. Hier zijn o.a. de zeven rollen van de Dode Zee bewaard, in prachtige vitrinen worden deze schatten den volke getoond, waarbij ook vele andere vondsten, die uit grotten in de woestijn zijn opgediept bewaard worden.

Het nieuwe Jerusalem, nu in andere zin

Jerusalem was meer dan de hoofdstad van een staatje, dat wellicht op de hoogtepunten van zijn bestaan een twee miljoen onderdanen telde. Het was de heilige stad. Als Ezechiël de heerlijkheid tekent van het herstelde Jerusalem, dan zegt hij: De naam van de stad zal van die dag af zijn: De Here is aldaar, zoals het de dood voor Israël betekent als de heerlijkheid van Jerusalem wegtrekt. (Ez. 48:35; 11:23). De Here heeft Sion verkoren. Dit is mijn rust; hier zal ik wonen tot in eeuwigheid. (Ps. 132). Niet te tellen zijn de woorden in het Oude Testament waarin van de heerlijkheid van Jerusalem wordt gesproken. Jerusalem, heilige stad (Jes. 52). Jerusalem zal zijn een sierlijke kroon in de hand des Heren (Jes. 62:3). Jerusalem zal genoemd worden: Chefsibah: mijn lust is aan haar en het land: het getrouwde. De Here zal zich verheugen over Jerusalem (Jes. 65:19). O Sion, loof Uwen God. — Als wij deze woorden lezen, dan gevoelen we hoe de profetie verder wijst; waar houdt het oude Jerusalem op en begint de profetie over het eeuwige nieuwe Jerusalem? Het Oude Testament is het boek van de verwachting, zeggen wij en dat is juist. Maar het Nieuwe Testament kan ook zo genoemd worden, in andere zin, maar ook daarin wordt een volk getekend met een verwachting, met een uitzicht, dat hoger grijpt dan alle aardse beeld en type. Gij zijt gekomen, lezen we in de brief aan de Hebreeën (12:24), tot de berg Sion en de stad des levenden Gods, tot het hemelse Jerusalem, tot de vele duizenden der engelen, tot de algemene vergadering en de gemeente der eerstgeborenen, die in de hemelen zijn opgeschreven en tot God, de Rechter over allen en tot de geesten der volmaakt rechtvaardigen en tot de Middelaar des Nieuwen Testaments Jezus en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel. Van dat nieuwe Jerusalem spreekt het boek der Openbaring. Het daalt neder van God uit de hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is. In het nieuwe Jerusalem zal volle werkelijkheid worden, wat hier op aarde onvolmaakt zal gezien worden. Van dat Jerusalem is de Here zelf opperste bouwmeester. Heeft Jerusalem dan afgedaan wat de belofte des Heren betreft? Daarop hoop ik nog wel eens terug te kunnen komen. Maar het Jerusalem van het oude Testament grijpt boven zichzelf uit. Wij mogen niet bij het aardse blijven staan. Misschien bent u wel in Israël, misschien is Jerusalem u tegengevallen; u had iets anders verwacht. Dat laatste kan ik mij goed voorstellen. Ook in het Jerusalem van vandaag is de mens dezelfde als elders en precies zo als de Bijbel hem tekent. Maar waarom gaan wij naar Jerusalem? Hieronymus schrijft ergens: Meen niet, dat er iets aan uw geloof ontbreekt als u Jerusalem nooit hebt gezien ... Deze stad is vol van allerlei mensen en men ziet er een dergelijk gedrang van mannen en vrouwen, dat men verplicht is menig schouwspel te verdragen, dat men elders zou kunnen ontwijken. En Gregorius van Nyssa schrijft: Als er bij de heilige plaatsen van Jerusalem meer genade zou zijn dan elders, dan zouden zij die hier wonen minder zonde doen. Welnu, er is geen enkel soort van onreinheid, die hier niet geschiedt... En toch, het is een groot voorrecht in Jerusalem rond te zien en daar te wandelen waar de voeten des Heren stonden en waar wij als het ware Hem mogen nareizen. Veel stelt teleur, dat is stellig waar en daarom durft meer dan een christen niet naar Israël te gaan, maar het is toch heilige grond, waar wij onze voeten in Israël zetten. En daarom is het niet zo vreemd, het joodse zeggen: volgend jaar in Jerusalem.

(Slot)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Naar Jerusalem

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's