Een vreemd argument
Over het standpunt van de G.Z.B. inzake de actie 'Kom Over De Brug II' werd al eerder door ds. H. Harkema een artikel geschreven in ons blad. Een tweede artikel van zijn hand is hieronder opgenomen. Gezien het belang van deze zaak geven we ook - in kleine letter - weer het artikel dat ds. J. van Sliedregt, voorzitter van de G.Z.B., schreef in het Gereformeerd Weekblad van vorige week.
Openhartige toespraak
Goed een maand geleden kwam de Lutherse Wereld Federatie in haar vijfde assemblee bijéén. Te Evian in Frankrijk. Er is over de plaats van samenkomst nogal het één en ander te doen geweest. Dat is echter niet de reden, waarom ik aan deze samenkomst herinner. Het trof me vooral, dat deze vergadering toegesproken werd door kardinaal Willebrords, het hoofd van het Vaticaanse secretariaat voor de eenheid. Een opmerkelijk iets, maar men verwondert zich vandaag aan de dag niet zo spoedig meer over dergelijke feiten. Zoiets is schering en inslag geworden. De kardinaal hield, volgens een verslag in 'Trouw' een openhartige toespraak, waarin hij zich niet alleen bezig hield met de aanzienlijke verbeterde verhouding tussen de lutheranen en de rooms-katholieke kerk, maar waarin hij ook verscheidene punten noemde, waarop de toestand sinds de reformatie er toch ook weer niet gemakkelijker op is geworden. Nog altijd volgens het verslag in het genoemde dagblad zouden dat dan zijn: de kwestie van de ambtsbediening, het gezag en de onfeilbaarheid van de paus en de plaats, die Maria inneemt. In sommige opzichten, zo zei de karinaal, zijn de tegenstellingen zelfs verscherpt. Ten aanzien van de toekomst was de prelaat dan ook niet zo optimistisch. Hij zag nog niet, dat er zich een werkelijke toenadering ten aanzien van de fundamentele theologische vraagstukken aftekent.
Toch vreugde en hoop
De kardinaal kwam echter op grond van deze analyse van de situatie niet, zoals men toch zou verwachten, tot de slotsom, dat het dan ook maar beter is niet langer te doen alsof. Integendeel. We moeten ondanks het gemis aan werkelijke toenadering toch voor ogen houden, dat de oecumenische taak vooral opgelost moet worden door Gods Geest, omdat deze veel verder reikt dan onze eigen inspanning. Waarom, daarmee eindigde de kardinaal, er ondanks alle meningsverschillen reden is voor grote vreugde en hoop.
Waarom niet meer vertrouwd op de Heilige Geest?
Een merkwaardige gedachtengang, die ik hier alleen vermeld, omdat dit nu juist ook steeds weer in de gesprekken over de tweede aktie 'Kom over de Brug', waaraan mogelijk ook de R.K. kerk gaat deelnemen, tegen de Gereformeerde Zendingsbond wordt ingebracht, omdat deze bond meent zich afzijdig te moeten houden als Rome bij deze aktie wordt betrokken. Toegegeven, dat er nog diepgaande verschillen zijn, maar jullie moeten meer vertrouwen hebben in de leiding van de Heilige Geest. Die zal ons wel daar brengen, waar we moeten wezen. Wat is er in de laatste jaren in 'Rome' al ontzaglijk veel veranderd. Sluit daarvoor toch de ogen niet.
Veel veranderd en eigenlijk niets gewijzigd
Daartegen moet allereerst opgemerkt worden, dat er wel 'ontzaglijk veel' veranderd is, maar dat er in werkelijkheid naar onze overtuiging nog niet zoveel gewijzigd is. Dr. O. Noordmans heeft eens in een studie 'Natuur en genade bij Rome' ('s-Gravenhage 1949) de leerwijze van de R.K. kerk op het punt van de verhouding van natuur en genade de ruggegraat van het hele stelsel van deze kerk genoemd. Die structuur is dezelfde gebleven. Al zijn de accenten hier en daar verlegd. Wat nieuw genoemd wordt, is in feite oud. Het is alles al met de typisch roomse leer van de verhouding van natuur en genade gegeven. Daarom kon Noordmans in 1949 al op uiterst voorzichtige wijze, maar daarom niet minder duidelijk spreken over een zeker universalistisch humanisme, dat z.i. zou kunnen behoren tot de faktoren, die de toekomst van de R.K.-kerk zullen bepalen. We menen dan ook, dat, nu dit universalistisch humanisme doorbreekt en zelfs naar het schijnt aardverschuivingen in de R.K.-kerk teweeg brengt, er toch uiteindelijk in wezen weinig is veranderd. Rome is zich gelijk gebleven.
De Heilige Geest, de Geest van het Woord
Wat dit betreft, we moeten het hierbij laten. Het gaat nu in het bijzonder over die opmerking, dat we wat meer geloof moeten hebben in het werk van de Heilige Geest. O.i. is dat maar een vreemd argument. Hoe ernstig dit argument ook bedoeld mag zijn. We zien daarbij niet over het hoofd dat er onder hen, die in de R.K. kerk naar vernieuwing staan, ook zijn die dit begeren te doen vanuit een gehoorzaam bijbels denken. (Dr. C. Graafland, Toenadering tot Rome, blz. 21). We zullen er stellig ook voor bewaard moeten worden te denken, dat wij de wijsheid in pacht hebben. Die is immers van boven. Maar betekent dit, dat we het ondanks die radicale tegenstellingen toch maar met Rome moeten wagen in het vertrouwen, dat de Heilige Geest het allemaal wel in orde zal maken? Zoals kardinaal Willebrord dat de luthersen op de bijeenkomst van hun wereldfederatie voorhield?
Het is naar onze overtuiging een vreemde redenering. Want de Heilige Geest en het Woord Gods horen bijeen. Op de Heilige Geest en de kracht van Zijn werk te vertrouwen, houdt daarom niets anders in dan dat we ons door het Woord Gods laten gezeggen. Dit Woord is het nu juist, dat scheiding maakt tussen Rome en ons. Ook in deze zaak. Daarom kunnen we werkelijk niet in een blind vertrouwen, dat toch wel goed komt, samen optrekken.
Daar is pas waarachtige eenheid, waar we leren te spreken en te handelen naar het Woord.
---
ONS STANDPUNT INZAKE 'KOM OVER DE BRUG II’
Zoals aan de lezers bekend zal zijn, bestaat het plan om in 1972 een nieuwe 'Kom over de Brug' aktie te voeren. De vorige aktie ging uit van alleen protestantse kerken, thans is ook de R.K. kerk uitgenodigd mee te doen.
Het hoofdbestuur van de Geref. Zendingsbond in de Ned. Herv. Kerk heeft uitgesproken aan deze grote interkerkelijke geldwervingsaktie voor de zending niet te kunnen meedoen, als de R.K. kerk meedoet. Volgens het verslag van de Synodevergadering van 15—17 juni ll. in 'Woord en Dienst' van 11 juli heeft ds. Mackaay in die vergadering opgemerkt, dat de G.Z.B. wel 'principiële' bezwaren heeft, maar die niet nader uitwerkt.
Dat kan thans in ieder geval niet meer worden gezegd. De director ds. Harkema heeft laatst in de Waarheidsvriend het standpunt van het hoofdbestuur immers helder gemotiveerd. Intussen lijkt het mij goed ook voor de lezers van dit blad — en mogelijk nog anderen — de motieven te noemen, die het hoofdbestuur noopten tot deze houding.
Ik meen dat het hierbij gaat om 1. de kern van het Evangelie; 2. een ethisch verantwoord handelen; 3. de zaak der verkondiging; 4. de praktijk overzee.
De kern van het Evangelie
Het is zonder meer duidelijk dat we menen met de R.K. kerk niet gezamenlijk te mogen optrekken. Ook in deze aktie niet.
Hebben wij (als voorzitter van het hoofdbestuur van de G.Z.B. mag ik zo wel spreken) ons daarmee vastgebeten in verouderde situaties en verhoudingen? In een soort anti-papisme?
Dat ontkennen we ten stelligste. Wij weten ook van de veranderingen die zich aan het voltrekken zijn in de R.K. kerk. Dankbaar konstateren ook wij, dat er in die kerk veel meer openheid voor de Bijbel is en een veel positiever beoordeling van de reformatoren en de Reformatie. De hele kerk is in beweging, op al haar terreinen. Wie zal zeggen, wat daar allemaal uit kan voortkomen. Mogelijk wel veel, dat tot beschaming van ons protestanten is. Niet alleen de nood van de kerken der Reformatie dragen we mee in het gebed, maar ook in het bijzonder die van de kerk, die voor ons als onze eerste moeder moet gelden. Dat we ten opzichte van dat laatste maar al te zeer schuldig staan (ik bedoel aan het nalaten ervan), zal mogelijk door ieder onzer wel moeten bekend worden. We zien uit naar de heerlijkheid van het Evangelie ook in de R.K. kerk.
Maar die bemerken we nu juist nog steeds niet. Er mag bij veel theologen een bezinning zijn op het Woord van God, er mag een bijbelse doorbreking zijn van allerlei oude strukturen, — de R.K.kerk blijft in de grond van de zaak nog altijd wat ze als roomse kerk was. Officieel handhaaft zij al haar leerstukken, die de Reformatie moest verwerpen. Om op een kernwaarheid maar te wijzen: de leer van zonde en genade. Nog steeds wijst zij die af en handhaaft daarvoor haar bekende leer van 'natuur en genade'. Ook in haar nieuwe bezinning. Wie daarvan meer wil weten moet lezen de uitnemende brochure 'Toenadering tot Rome' door dr. C. Graafland (uitgave: Willem de Zwijgerstichting, Postbus 166, Den Haag).
Daarbij komt nog, dat de ontwikkeling zich zo sterk beweegt in het louter horizontale vlak der medemenselijkheid, dat we daarin onmogelijk een wending tot reformatorische waarden kunnen ontdekken. Ja, ook de nieuwe benadering van de Bijbel doet ons huiveren, daar deze zo modern-kritisch vaak is, dat er eigenlijk niets anders in zit dan een verwerping van de bijzondere openbaring Gods.
Tenslotte scheiden ons van Rome toch altijd nog even principieel als vroeger de hiërarchie (de opgebouwde priesterregering) en het primaat van de paus. Nog steeds kan o.i. een reformatorisch christen daarin niets anders ervaren dan een aantasting en verduistering van de heerlijkheid van Christus, die het enig Hoofd der kerk is.
Nu menen velen, dat de verandering van het hele denk- en leefklimaat, zoals die zich bij de roomskatholieken voltrekt, ons zonder meer dankbaar moet stemmen. We moeten het waarderen als vrucht van het waaien van de Heilige Geest. Daarom hebben we ook gemeenschappelijk op te trekken met elkaar waar het mogelijk is, op straffe van een wederstaan van de Heilige Geest.
Hierop moeten we antwoorden, dat we ons ten zeerste bewust zijn, dat we van het werk Gods hebben af te blijven. Hem zijn alleen zijn werken bekend. Wat God met dit alles voor heeft, weet Hij alleen. Doch daarbij geldt voor ons als heilige roeping: slechts Zijn Woord te bewaren en daaraan alles te toetsen.
Hoe zullen we op naam van de Heilige Geest schrijven (als werk van reformatie en wedergeboorte dan), wat strijdig is met de kern van het Evangelie? Neen, neen, de Heilige Geest is de Geest des Woords. Hij bindt zich aan het Woord. En wij mogen Hem van het Woord niet losmaken. Doen we dat (door o.a. de bovengenoemde nieuwe beweging voor werk van de Heilige Geest te verklaren), dan zitten we in de hoek der spiritualisten. De geestdrijvers in de dagen der Reformatie hebben precies zo gesproken. En de reformatoren hebben van hen wat last gehad en voor hen scherp gewaarschuwd.
We willen God vrij laten in z'n werk en in zijn gang. Ons gebed moet opgaan, dat het Evangelie tot heerschappij mag worden gebracht. Maar het ergste wat we daarbij doen kunnen, is: ''God vooruit lopen (zonder te weten waar Hij heen wil) en Hem voor de voeten lopen. We zouden het zo kunnen zeggen: God alvast maar voor een voldongen feit zetten. Het is nog niet zo ver, maar het moet er van komen.
Daar kunnen en mogen we niet aan mee doen. Het is ons zaak om achter de Heere aan te komen en zijn Woord als toetssteen te laten gelden. En dan mogen we de verschillen niet verdoezelen, want daardoor zou het Evangelie noodwendig worden verduisterd.
Helaas wordt door velen de kloof, die de Reformatie nog altijd van Rome scheidt, zo niet ervaren. Is het mogelijk omdat zij zelf gekapituleerd zijn voor de denk- en geloofwijze van Rome? — Wij mogen aan die velen toch deze vraag wel voorleggen.
Een ethisch verantwoord handelen
Daar de verschillen het hart van het Evangelie raken, menen we niet alleen in ons belijden maar ook in ons handelen daarvan getuigenis te moeten afleggen.
We kunnen begrijpen dat men gemakkelijker kan komen tot een samengaan — in dit geval dan tot geldwerving —, als de principiële verschillen niet zo zwaar wegen, of mogelijk zo niet gezien worden, of in het vlak der betrekkelijkheid getrokken worden. Dan wegen de oekumenische motieven het zwaarst.
Dan moet echter van ons worden aangenomen, dat wij dit smartelijk ervaren als een te-kort-doen aan het Woord Gods, het Evangelie van Jezus Christus, welks licht met de Reformatie weer zo helder is gaan stralen.
Nu mogen wij toch onzerzijds ons geweten geen geweld aandoen! Wij menen daarom, dat ons gedrag niet zindelijk zou zijn, indien wij desondanks toch mee zouden doen. Wij zouden daardoor ons geweten eenvoudig verkrachten.
Wij zouden — als wij er aan deelnamen — een valse voorstelling van zaken geven. Alsof het in de Reformatie toch eigenlijk maar om secundaire zaken ging, die daarom thans niet zo meer tot gelding moeten worden gebracht. Wij zouden geoordeeld worden door onze catechismus antw. 112 (op de vraag 'Wat wil het negende gebod?'): dat ik allerlei liegen en bedriegen, als eigen werken des duivels vermijde, tenzij dat ik de zware toorn Gods op mij laden wil; dat ik in alle handelingen de waarheid liefhebbe, oprecht spreke en belijde... We zouden grote zedelijke, verwarring stichten.
We zouden er ook de ander geen dienst mee bewijzen. De ernst van de verschilpunten (het gaat toch om het Evangelie, de Boodschap Gods) zou worden weggelachen. Zouden we daarmee de ontmoeting van Rome en Reformatie tot ware bezinning op het Woord Gods dienen? We menen van niet.
Dat alles weegt ons zo zwaar, dat we er een scheiding in het eigen huis van onze Hervormde Kerk voor riskeren moeten. Maar we schrijven dit met pijn, in de hoop dat het niet zo ver komt.
Het moet echter wel duidelijk zijn, dat — waar ons deze verhouding tot Rome zo voor ogen staat — ons de oprechtheid ook verplicht om van een gelijktijdige nevenaktie, die toch ergens in het geheel zou zijn opgenomen, af te zien.
We kunnen nu eenmaal niet anders. Daarom zouden we de anderen in alle bescheidenheid toch willen vragen om nadere bezinning op de hele zaak.
De zaak der verkondiging
Met de zaak der verkondiging aan de orde te stellen bedoel ik te vragen, of de werkwijzen en de methoden van akties als 'Kom over de Brug' wel geheel liggen in de lijn van het kerugma (de verkondiging) van Jezus Christus. Dreigt niet het gevaar, dat de 'verkondiging' verdrinkt in de brede stroom van stemmen en reklamestunts, die voluit deze aeon (deze eeuw) vertegenwoordigen, en daarom eerder het Evangelie verduisteren dan onderstrepen?
Is het niet juist zo, dat de gemeente van Jezus Christus moet gewekt worden — allereerst tot vervulling van haar zendingsroeping — juist door het Woord des Kruises?
We moeten zeggen, dat we ook bij de eerste aktie die vragen al op ons voelden afkomen.
Als nu de geldwervingsaktie nog weer op breder vlak speelt, maken we ons ook daarover wel zorgen. We menen toch de aandacht te moeten vestigen op het gevaar, dat een dergelijke aktie geheel in de sfeer van de managerbeweging getrokken wordt. De reklamebureaus of - experts wenden hun kennis en methoden aan, waarvan men weet, dat ze het bij de 'men' doen. Ik spreek nu maar niet over bepaalde momenten in de vorige aktie, die bij ons zeker bezwaren hebben opgeroepen.
Ik wil hiermee niet zeggen, dat we geen gebruik zouden mogen maken van de moderne kommunikatiemiddelen. Het gaat echter om het 'hoe’. Ik dacht dat het niet te veel gevraagd was om dat ten zeerste geloofskritisch te bekijken. De Kerk heeft op haar eigen wijze in de publiciteit te verschijnen. Zij is dat aan haar stand verplicht. En Kerk-uit-Pinksteren te zijn legt bijzondere verplichtingen op.
Met niets rijkers en met niets meer wereld-overwinnends kan de Kerk in de wereld bezig zijn dan met de verkondiging van het Evangelie des Kruises. Die verkondiging opent ook de beurzen. En het geld, dat daardoor toestroomt krijgt veelvoudige waarde, niet door de gelovigen, die het geven, maar door de zegening Gods.
De R.K.-kerk zal ook ongetwijfeld toch ook haar eigen inbreng hebben in het gebruik der publiciteits-media. Gezien de algemene ontwikkeling, die zich zo sterk beweegt in het horizontale vlak, is er bij ons vrees, dat de gevaren, die ik boven vermeld heb, ook voor de nieuwe aktie niet denkbeeldig zijn.
De Kerk heeft te gaan de weg van het Kruis.
De praktijk overzee
Wat betreft dit laatste kan ik kort zijn. We hebben het oog op het gedrag der r.k.-missie. Helaas moet gezegd worden, dat vaak de zending van de missie nog al eens moeilijkheden ondervindt. Juist in gebieden, waar de zending allang vaste voet heeft gekregen en zegenrijk werk heeft verricht, gaat de missie op haar eigen wijze en met haar eigen methoden opereren. Natuurlijk mag ik niet alles over één kam scheren. Het is ook wel anders. Maar het eerstgenoemde komt toch maar voor, en heus niet als een witte raaf.
Het is dan ook zo, dat al onze zendingsarbeiders en - arbeidsters, gevraagd naar hun oordeel, eenparig ons standpunt als het enig juiste erkenden. Zij wezen op de grote verwarring, die het bericht van deze gemeenschappelijke aktie met de R.K.-kerk op het zendingsterrein zou brengen.
Ik kan me niet indenken, dat het in andere zendingsgebieden radikaal anders is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 augustus 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's