Boekbespreking
Dr. D.C. Mulder, Heilig Woord en Heilige Schrift in de religies. Kok, Kampen 1970. 64 blz. ƒ5,75.
Een nieuw 'Cahier voor de gemeente'. Geschreven door de gereformeerde hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, prof. dr. D.C. Mulder. Prof. Mulder doceert geschiedenis en phaemenologie der niet-christelijke godsdiensten. Dit als een eerste aanduiding van man en boek.
De bedoeling van dr. Mulder is om vanuit eigen vak een bijdrage te leveren aan de opheldering der vragen rondom de Heilige Schrift die in de voorafgaande nummers binnen de reeks van de Cahiers aan de orde zijn gesteld.
De schrijver laat zien hoe in diverse religies heilige woorden en heilige geschriften voorkomen en hoe deze functioneren. Hij gaat hierbij, zoals hij zelf zegt, zo neutraal en objectief mogelijk te werk. Bepaalde verschijnselen uit heel verschillende religies, met inbegrip van de christelijke, zet hij als parallellen en analogieën naast elkaar. In het laatste hoofdstuk stelt hij daarna de vraag wat er uit deze gegevens te winnen valt voor de christelijke theologie. Zijn conclusie komt hier op neer dat het bijzondere in Woord en Schrift in het christendom niet te vinden is in de formele structuren, maar gezocht moet worden in de materiële inhoud (59). Na dit dan nog even heel kort (te kort) te hebben uitgewerkt breekt het boekje af.
Te waarderen vallen twee dingen. Het geschrift is gemakkelijk leesbaar. Het voldoet daardoor aan de eisen die aan een Cahier voor de gemeente gesteld mogen worden. Ten tweede, het biedt rond het onderwerp allerlei interessante gegevens die men overigens slechts verspreid kan tegenkomen. Maar wij hebben ook een paar critische opmerkingen.
Dr. Mulder gaat te werk als fenomenoloog. Hij wil de verschijnselen (fenomenen) slechts beschrijven. Hierin onderscheidt hij zich niet van vakgenoten. Wat ik mis is een critische bezinning, vanuit het gereformeerde belijden, op deze methode. Waarom zou die overbodig mogen worden geacht? Was zij bij dr. Mulder aanwezig dan kan het niet anders of zij had volop moeten blijken in dit geschrift. Dan had hij niet zo gemakkelijk en argeloos bepaalde Schriftgegevens naast gegevens uit andere religies naast elkaar gezet. Het is volgens mij niet mogelijk en zelfs niet geoorloofd om de theoloog en de godsdiensthistoricus zo naast of zelfs tegenover elkaar te stellen als dr. Mulder doet. Waarom zou de man van wetenschap zijn geloof opzij moeten zetten, bijna zou ik zeggen: moeten verloochenen? Het gevolg van deze houding is een alles relativerende tendens. Is die dan soms objectief? Wat er per slot uit de bus komt verschilt niet van wat ook anderen, al zijn zij niet-christenen, beweren. Dat is mij te weinig, te schraal. Het kan en mag ook niet het doel zijn van wetenschapsbeoefening aan een universiteit die gereformeerd, in elk geval christelijk wil zijn!
Mijn tweede opmerking betreft de reeds genoemde door dr. Mulder getrokken conclusie ten aanzien van de vorm der Heilige Schrift en haar inhoud. Mijn indruk is dat hier de Heilige Schrift als Schrift wordt prijsgegeven. Het unieke wordt enkel en alleen gesteld in haar inhoud. Waarbij dan over de omschrijving van deze inhoud ook nog wel wat te zeggen zou zijn. Daarin bespeuren wij allerlei nieuwe theologische invloeden. De Schrift als Schrift echter wordt op een lijn gesteld met andere heilige geschriften. Al wordt het niet gezegd de conclusie kan geen andere wezen dan dat zij valt onder dezelfde beoordelingsnormen, dezelfde exegetische regels. Zij is niet zelf inhoud van de bijzondere openbaring. Hiermee beweegt zich dr. Mulder in dezelfde lijn als de voorafgaande nummers der Cahiers. Wij kunnen hem daarin echter niet volgen. Hier wordt teveel uit elkaar gehaald wat niet te scheiden is: Christus en het Woord dat van Hem getuigt, terwijl er tevens een reductie van de openbaring Gods plaatsvindt. De ogenschijnlijke winst daarvan is een verzoening van christelijk geloof en wat zich als moderne wetenschap aandient, maar het reële verlies is meer dan op het moment door mij berekend kan worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1970
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's