De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Achtergronden van het ontstaan van de Evangelische Omroep’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Achtergronden van het ontstaan van de Evangelische Omroep’

10 minuten leestijd

Reactie op de programma's van de N.C.R.V.

De titel van dit artikel had dr. P.H. van Gorcum ook aan zijn boekje kunnen geven dat nu de titel draagt 'Met een kater naar bed'. * Dat zegt hij tenminste zelf in het voorwoord van dit boekje, waarin hij een kijkje geeft in de reacties die de N.C.R.V. ontving sinds zij met haar televisieprogramma's begon (ongeveer 40.000 brieven in 15 jaar). De N.C.R.V. heeft voor dit doel haar archieven opengesteld, een overigens te waarderen staaltje van openheid. De schrijver zegt verder in dit voorwoord: 'Dat de Evangelische Omroep al niet veel eerder van de grond is gekomen kan, voor wie dit boekje leest, alleen maar verbazing wekken. Het zat er eigenlijk al jaren in. Dat het er nog niet eerder uitgekomen is kan enerzijds verklaard worden uit de sterke binding aan de eigen (christelijke) organisatie, die juist op het protestantse erf zo groot is, en anderzijds uit de tot voor kort haast onoverkomenlijke moeilijkheid voor zichzelf te beginnen. De nieuwe omroepwetgeving heeft hier ongetwijfeld een handje geholpen.' Welnu de kijkerspost liegt er niet om. Naast waarderende reacties en naast kritiek van niet-leden (al of niet buitenkerkelijk) is in de loop der jaren veel kritiek geleverd door de leden zelf. Geen zin in de kijkerspost is zoveel herhaald als de uitspraak: 'We zijn wel in de wereld maar niet van de wereld'. De kritiek richtte zich dan op de ontspanningsprogramma's, op de manier waarop de N.C.R.V. het evangelie uitdroeg bijvoorbeeld in de vorm van bijbels toneel, op de oecumenische tendenzen binnen de N.C.R.V., over het gebruik van krachttermen in bepaalde programma's, over de programma's op zondag. Uit dit alles blijkt wel hoe de leden van de N.C.R.V. bepaald wel van zich hebben laten horen om de N.C.R.V. erop te wijzen dat de C in haar naam consequenties heeft voor het totaalprogramma dat ze brengt.

Positiekeuze

Op de vele soorten reacties wil ik hier niet verder ingaan, maar wel op een tweetal opmerkingen die dr. Van Gorcum in dit boekje maakt. In de eerste plaats zegt hij: 'Het lijkt haast onvermijdelijk dat men steeds meer tot een keuze zal worden gedwongen door de dagelijks op de televisie afkomende stroom van regionale, landelijke en mondiale gebeurtenissen. Een keuze hetzij in de richting van een meer radicaal-evangelische benadering, hetzij in de richting van een meer traditioneel georiënteerde koers. Welke keuze daarbij ook gedaan wordt, aan ledenverlies zal moeilijk te ontkomen zijn, hetzij van haar linker, hetzij van haar rechtervleugel. Voorshands ziet het er echter niet naar uit dat de N.C.R.V. zich tot een keuze zal laten verleiden. De kijkerspost zal op dit terrein dan ook waarschijnlijk nog lang boeiend en spectaculair blijven'.

Hier hebben we wel een kernpunt waarbij we even stil willen staan. Het ziet er niet naar uit dat de N.C.R.V. zich tot een keuze zal laten verleiden. Maar niet-kiezen is ook kiezen. We zijn ons terdege bewust van de moeilijkheden waarvoor een christelijke omroep staat in onze tijd. Zeker gezien het feit dat een groot deel van het luisterend en kijkend publiek geen kennis meer heeft van het evangelie. Een christelijke omroep, die in onze tijd het evangelie dan ook over moet brengen, staat enerzijds voor geen eenvoudige opgave. Er zullen geen onnodige barrières mogen zijn, die verhinderen dat het woord overkomt bij de mensen. Maar laten we niet vergeten, de grootste barrière is dat wij mensen van huis uit geen orgaan hebben voor het evangelie. Er is niemand bij wie het Woord een vruchtbare voedingsbodem heeft. Voor die barrière komt ook elke omroep te staan als ze het Woord Gods onverkort doorgeeft in haar programma's.

De belangstelling voor religieuze programma's neemt af, staat er ergens in dit boekje. En dr. Van Gorcum zegt verder dat, naarmate de televisie zich als medium verder ontwikkelt en de eigen eisen van het medium steeds meer centraal komen te staan, de moeilijkheden groter zullen worden. 'De traditionele vormen van evangelieverkondiging zullen minder bruikbaar blijken te zijn', aldus dr. Van Gorcum.

Als deze overwegingen echter het beleid van de N.C.R.V. zouden bepalen, menen wij toch dat verkeerde normen worden gehanteerd. De norm wordt dan gelegd bij wat mensen willen, in dit geval horen willen of zien willen, en niet bij wat God wil als het gaat om de verkondiging van het Woord. Een christelijke omroep zal in onze tijd bepaald niet de wind mee hebben als ze onverkort vasthoudt aan haar opdracht en in haar programma's haar evangeliserende taak duidelijk gestalte geeft. Een briefschrijver stelde echter dat, ook al zouden dergelijke programma's door velen niet in dank afgenomen worden en al zou het ledental daardoor aanzienlijk verminderen, de N.C.R.V. dan toch stevig zou staan in deze donkere tijd.

Ik zei al, niet kiezen is ook kiezen. De N.C.R.V. heeft kennelijk niet willen kiezen voor een opzet van de programma's zoals de Evangelische Omroep dat wil. Toch menen we dat onze tijd om een dergelijke keuze vraagt. Aan alle kanten is er de afbrokkeling en vervlakking. Nodig is dat de oproep tot geloof en bekering onomwonden doorklinkt in ons volksleven, dat er een directe confrontatie plaats vindt met de Christus der Schriften. Het kan niet worden ontkend dat door de N.C.R.V. in dit opzicht veel en goed werk is verricht. 'Maar anderzijds moeten we stellen dat er in de loop der jaren een verdunning heeft plaatsgevonden en een andere visie is ontstaan op wat de N.C.R.V. zelf in haar doelstelling omschrijft als de 'verkondiging van het evangelie, zowel in eigen kring als naar buiten'. Niet alleen is het aantal strict religieuze programma's afgenomen, maar ook in de wijze waarop gestalte gegeven wordt aan de evangelieverkondiging is een langzame ombuiging gekomen, zó dat velen uit de genoemde eigen kring zich vaak niet meer aangesproken weten en het gevaar bestaat, zoals één van de door dr. Van Gorcum aangehaalde briefschrijvers het uitdrukt, dat de buitenkerkelijke een heel verkeerde gedachte krijgt van God en Zijn volk. Als dit laatste het geval is dan werkt een omroep er zelf aan mee barrières op te werpen voor de voortgang van het evangelie.

Beïnvloeding

Dit brengt me tevens op een tweede opmerking van dr. Van Gorcum in dit boekje. Hij zegt dat de afname van negatieve reacties en een langzaam toenemend aantal positieve reacties, op bij voorbeeld het verschijnsel toneel, erop kan duiden dat er een doorbraak tot stand is gekomen binnen het protestants christelijk volksdeel. Met andere woorden de N.C.R.V. is van sterke invloed geweest op het protestants christelijk volksdeel om daarin een verandering tot stand te brengen in het gedachtenklimaat. Deze beïnvloedende functie is van een niet te onderschatten betekenis. Dat houdt tevens in dat degenen, die leiding hebben te geven aan een christelijke omroep, een enorme verantwoordelijkheid hebben. Als het zo is dat de communicatiemedia in staat zijn mentaliteiten en gedachtenpatronen zo sterk te wijzigen, dat daardoor een verandering in de gezindheid van een heel volksdeel ontstaat dan is het geen geringe zaak om deze media te hanteren. Wie de omroep in handen heeft heeft een machtig instrument om daarmee de mensen als het ware te bespelen. De vraag rijst dan ook of er niet evenzeer sprake geweest zou kunnen zijn van een sterke beïnvloeding van ons volksleven als de N.C.R.V. wel vastgehouden had aan en gekozen had voor wat ik dan maar met dr. Van Gorcum noemen wil de traditioneel georiënteerde koers, maar dan opgevat in die zin dat het niet gaat om het traditionele zonder meer, maar wel om de directe verkondiging van wat ons is overgeleverd in het Woord, van datgene ook wat de kerk der eeuwen uit het Woord heeft geput.

Ik weet wel, het gaat niet aan om hier zo zwart-wit te redeneren alsof de N.C.R.V. in dit opzicht niets doet. Ook nu nog biedt de N.C.R.V. verschillende goede programma's waarin haar doelstelling tot uitdrukking komt. Ook uit de kring van de Gereformeerde Gezindte worden gelukkig nog vrij regelmatig sprekers gevraagd voor ochtendwijdingen en dergelijke. Maar toch, hoe is globaal genomen de koers? Is het eigenlijk niet tekenend dat ds. Okke Jager in één van zijn cursiefjes in de N.C.R.V .-gids (6 juli l.l.) eerst een aantal uitspraken geeft van verontruste luisteraars over prof. dr. H. Kuitert en hij al deze opmerkingen dan ontzenuwt met uitspraken van prof. Kuitert zelf? De geest van dit stukje is zó pro-Kuitert, waarbij bovendien nog een vertekend beeld wordt gegeven door Kuitert als een rechtzinnige dominee af te schilderen, dat hiermee toch ook wel iets getypeerd is van de theologische koers in de leiding van de N.C.R.V. In dit opzicht is het toch ook wel typerend dat we voor de N.C.R.V. microfoon zelden of nooit de mening mogen horen van vooraanstaanden uit de kring van de Gereformeerde of Hervormde verontrusten. Is men bang voor deze beïnvloeding? Is hier toch niet sprake van een positiekeuze?

Er wordt gezegd dat sinds de E.O. in de lucht is de N.C.R.V. meer positieve programma's brengt. Ik wil me hierover niet uitlaten. Als het zo is dan is dat alleen maar verheugend. In ieder geval is het een feit dat E.O. kennelijk een leemte heeft opgevuld. Dat blijkt uit de forse stijging van haar aantal leden sinds zij met haar uitzendingen begonnen is. Daarmee wil ik niet zeggen dat met de uitzendingen van E.O. nu direct alles gezegd is. Maar ondanks alle weerstanden die er zijn, tot in de kerkelijke pers toe, is E.O. toch bezig respect te verwerven voor de onverhulde wijze waarop zij aan de evangelieverkondiging gestalte geeft.

In de studie van prof. dr. T.T. ten Have en dr. H. Faber over de Ontkerkelijking en buitenkerkelijkheid in Nederland tot 1960 komt de levensgeschiedenis voor van iemand, die in zijn hart gegrepen werd door het zingen van hoe zalig is het volk dat naar uw klanken hoort, dat hij via een radiokerkdienst hoorde toen hij op zondagmorgen in een café een biertje ging drinken en ging biljarten. Is het eigenlijk niet zo dat door zo'n gebeurtenis echte geschiedenis wordt gemaakt? Ik weet wel, het gaat niet alléén om de enkeling, het gaat ook om de gemeenschap. Maar de engelen in de hemel verblijden zich over één zondaar die zich bekeert. Als dit voor ogen gehouden wordt dan is het geen onverschillige zaak hoe de zendtijd wordt gebruikt. 'Verkondiging van het evangelie, zowel in eigen kring als naar buiten' is dan geen vrijblijvende zaak.


* Uitgave J.H. Kok n.v., Kampen; 88 pagina's; ƒ6,90

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

'Achtergronden van het ontstaan van de Evangelische Omroep’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 1970

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's