Financiële nood van de kerk
TWEE ASPECTEN
Staat onze kerk op de rand van een financieel bankroet? Wie z'n oor goed te luisteren legt verneemt onrustbarende berichten. Diverse gemeenten zijn niet meer in staat een eigen predikant te onderhouden. Kerkvoogdijen weten niet meer hoe ze de eindjes aan elkaar moeten knopen. Kerkgebouwen kunnen niet meer worden onderhouden. Soms worden ze afgestoten en gebruikt voor andere doeleinden.
Deze financiële nood van de kerk is in feite aangrijpend. Ze is immers begeleidend teken van een veel diepere nood? De gemeenten krimpen in. Wie zou dat niet ter harte gaan? Plaatsen en streken, waar vroeger florerende gemeenten waren, komen meer en meer in de greep van de onkerkelijkheid. Steeds meerderen wankelen ten dode, verstoken als ze zijn van de prediking van Gods opzoekende liefde.
We kunnen over de oorzaken praten en discussiëren. Is de kerk getrouw geweest in haar prediking en pastoraat? Werden in de prediking niet vaak stenen voor brood gegeven? Maar dan mag niet vergeten worden het profetische vermaan: Zo volk zo priester. Het ontbindingsproces zet in bij het volk. Men krijgt een prediking die men zelf begeert. Er is een diep ingrijpende wederkerigheid tussen het volk en de prediking.
Dr. Ph.J. Hoedemaker placht nogal eens te zeggen, dat God in de toebrenging van Zijn kerk volksgewijs te werk gaat. Daarin schuilt in zoverre een diepe waarheid dat vanuit Israël het evangelie gekomen is tot de andere volkeren. Maken we nu echter het omgekeerde mee? Namelijk dat de afval volksgewijs is? Een punt om over na te denken. We zijn er niet mee klaar om te constateren dat er gelukkig nog plaatsen zijn, waar het Woord nog beslag heeft. De kerk kan niet uiteengerafeld worden in een ziek deel en een gezond deel, een noodlijdend deel en een gezegend deel. De kerk is één in haar nood, één in haar verval, één in haar ontreddering. Zo ook een volk. En daarom, de inkrimping van de gemeenten dringt tot verootmoediging. Dat betekent niet dat we als gereformeerden in de Hervormde kerk verantwoordelijk zijn voor een koers door anderen bewust gewild, die we met klem als onbijbels hebben aangewezen en afgewezen. Maar het betekent wel dat we bij de geestelijke nood van de kerk wezenlijk betrokken zijn en er in delen. We staan niet boven de nood en de schuld van de kerk. Hervormden en Afgescheidenen — het woord is van Hoedemaker — samen zijn we afgeweken, samen zijn we onnut geworden.
Ik begon met de financiële nood. Daaraan is een tweede aspect. De kerk — met name onze Hervormde kerk — moet in haar toporganen drastisch, bezuinigen. Op zich is dat geen kwade zaak. Al te veel taken werden aangevat, die het ware kerkzijn eerder verhullen dan bevorderen. Moet in dit opzicht — let wel in dit opzicht — de kerk eerst failliet gaan, opdat het rechte zicht weer ontstaat op het wezenlijke van de kerk? Als de bijbel ons leert dat de apostelen uitgingen zonder buidel en male, dan heeft de kerk daaruit wel ingetogenheid te leren, juist ook wat betreft het financiële aspect.
Wanneer de gemeenten sterven, dan sterft daarmee de kerk. Dat is een ernstige en aangrijpende zaak. Wanneer in de kerk echter de onzuiverheden worden uitgezuiverd, dan kan dat alleen maar tot zegen zijn. De kerk heeft weliswaar ook in haar top financiën nodig. Structurering van de kerk is noodzakelijk. Gelden zijn nodig voor direct kerkelijk werk. Maar hoeveel procent van de gelden in de top van onze kerk wordt voor direct kerkelijk werk ingezet? Misschien zal de nood het moeten leren, dat de kerk te werelds geworden is. Dr. H.D. de Loor zegt in zijn proefschrift: Kerk in de samenleving, dat de Hervormde kerk in de oorlog vrij abrupt de verantwoordelijkheid voor alleidei werk op zich genomen heeft, hetwelk zij als kerk tot dan toe nooit in het vizier had gekregen. Dat dit zo is kan alleen maar worden beaamd. Maar dat betekent in feite dat ze werk aanvatte, dat ook de Reformatie niet in het vizier had. En is daarmee in feite niet een proces op gang gebracht, waardoor de kerk hoe langer hoe meer van haar reformatorische basis is afgevoerd? Nu, na ruim twintig jaar moet gezegd worden dat de nieuwe kerkorde niet bracht, wat door velen werd verwacht. Ze bracht geen nieuwe reformatie. Ze voerde eerder op een weg waarop de kerk, door haar overspannen bezig zijn met de wereld, meer en meer door de wereld werd ingekapseld. Moet de kerk thans door de financiële nood heen tot de kern van de Reformatie worden teruggebracht en het werk weer in het vizier gaan krijgen dat ze vroeger in het vizier had? Reformatie betekent in dat geval ook een afsterving. Niet van de gemeente. Wel van de ingeslopen bijmengselen en afwijkingen. Met reorganisatie is de kerk niet geholpen. Als de Heere aan de Kerk in Nederland nog een toekomst geeft dan zal dat alleen kunnen in de weg van reformatie, van een réveil waarin de kerk weer wordt teruggeworpen op haar enige basis, het Woord, maar dan ook alléén het Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 september 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's