Werkbezoek van de Generale Synode aan de classis Dordrecht
De ring Ridderkerk heeft tijdens het werkbezoek van het moderamen van de Generale Synode aan de classis Dordrecht de volgende vragen aan dit moderamen voorgelegd:
De ring Ridderkerk verheugt zich over uw bezoek. We zijn blij, dat het er nu van gekomen is na lang wachten en na aandrang van velen, ook van de zijde van de 24, die al eerder gevraagd hebben om de classicale vergadering op het spoor te zetten van de kernvragen in een zinvolle communicatie met de grondvergaderingen van de kerk, die ook ten aanzien van de A.K.V. bij voorbaat gehoord hadden moeten zijn, hetgeen helaas niet gebeurde.
Voorop zij gesteld, dat het ook onze overtuiging is, dat we in een crisis zijn verwikkeld, die het leven van de kerk bedreigt. Wij menen, dat reeds meerdere malen deze crisis is aangewezen. Gelet op het feit, dat de midden-orthodoxie reeds vele jaren de sleutelposities in onze kerk heeft bekleed en het beleid heeft bepaald, rijst de klemmende vraag of er voldoende aandacht is besteed aan wat dr. Berkhof reeds in het begin van de 50-er jaren heeft aangewezen als de 'crisis der midden-orthodoxie' in wat nu bijna 3 jaar geleden door de 24 in de Open Brief, waarvan niet minder dan 70.000 ex. zijn aangevraagd, aan heel de kerk is geschreven.
De verontrusting is in brede kringen van de kerk groot. De nood der kerk is de nood der prediking. Er is bij alle activisme een grote vermoeidheid bij velen. De kerk dreigt in haar werk zich afhankelijk te gaan stellen van wat sociologen en politicologen haar voorschrijven te getuigen. Er dreigt een voortgaande geestelijke verschraling. Moet niet voor alles gebeden worden voor een geestelijk réveil.
Er zijn vele concrete vragen ook naar aanleiding van uw brief.
1. Is het juist om te zeggen dat wat op de A.K.V. is gezegd treft onder het kerkvolk? Velen hebben andere vragen. Zij zijn weinig aan het woord gekomen. Hoewel het moderamen bij het 2de gesprek met de 24 verzekerde heel dicht bij hen te staan, gaat alles gewoon door. Om concreet te zijn: het beleid ten aanzien van de communicatiemiddelen.
Wij denken aan het Ikor waarvoor de Generale Synode medeverantwoordelijkheid draagt. Ook aan het weekblad 'Hervormd Nederland', waarvan vele Hervormden in Nederland zich hebben afgekeerd, omdat ze het met de redactie totaal oneens zijn. Ondanks vele ernstige bezwaren gaat alles gewoon door.
Er is een toenemende wrevel over wat via deze en andere organen wordt gepubliceerd en uitgezonden.
2. T.a.v. punt 4 in uw brief dreigt u uit te gaan van een situatie-theologie als u schrijft, dat de vragen over geloof en belijden, uitgesproken op de A.K.V., zo van gewicht zijn, dat dit de vragen zijn waarom het gaat. Is niet veeleer bepalend, wat de Reformatie beleed: 'das Wort sollen Sie stehen lassen'.
Is het wel juist om onder 4 hiertegenover het gevaar te noemen dat anders de kerk zou verworden tot een gesloten gemeenschap, alsof iemand een christelijk ghetto zou willen en de gemeente onder de leiding des Geestes, gelovend in Zijn overmacht, aan deze generatie de Naam van onze Messias, de naam van de Gekruisigde en Opgestane Heiland niet zou willen verkondigen. Maar dan niet op de wijze van het mooi-weer-Christendom, waartegen Boiten in zijn 'City-pastoraat' zo waarschuwt, omdat dit alles in het midden laat.
3. Onder 5 begint u te zeggen: op het gevaar af voor stichtelijk te worden versleten. Waarom zouden we daar bang voor zijn? De practijk bewijst, dat een duidelijk woord over zonde en genade, over schuld en verzoening, over schepping en val, over verlossing en wederkomst ad rem is. Maar voor alles: het is de roeping der kerk.
Verder vragen we ons af wat u bedoelt met het R.K. gestempelde woord geloofsverkondiging. Is het niet beter om te spreken van Woordverkondiging. Wat bedoelt u met het geloof der gemeente. Gunning gebruikte dit woord graag, maar dan ging het om de gemeente die geloofde in Jezus Christus, de gekruisigde en Opgestane, en niet om alles wat in de gemeente leeft.
In de brief 'een andere kerk' is hierop met nadruk gewezen.
Als geloof van de gemeente opnieuw wordt verwoord, moet dan niet duidelijk artikel 10 van de Kerkorde in het geding zijn? Niet alles wat in de kerk wordt geloofd, is daarmee in bijbelse zin het geloof van de gemeente van Christus, die gekocht is door Zijn bloed.
Hierbij moet een andere vraag worden gesteld. Hoe moeten we verstaan, dat deze wereld bestemd is voor het Koninkrijk Gods. De kerk weert wat haar belijden weerspreekt, zegt de Kerkorde. Wordt door velen de wederkomst van Christus niet geloochend? Brengen sommigen niet alles onder de noemer van de zelfverwerkelijking van de mens, die het koninkrijk Gods tot openbaring brengt? Wordt niet het woord: 'Zie, Ik maak alle dingen nieuw', tot: 'Wij maken alle dingen nieuw'. Spreekt hier niet een optimisme, dat zijn grond niet vindt in de Openbaring, maar in een menselijk utopisch denken, dat zijn grond vindt in een gesaeculariseerde visie op de voleinding?
4. Waarheid en eenheid. Gaarne zouden we van u vernemen of u met ons van mening bent, dat er in bepaalde gevallen niet meer sprake is van 'het geloof is anders', maar van een ander geloof, dat niet het geloof is in de Christus der Schriften. Dreigt niet het gevaar, dat om der wille van de veelvormigheid der kerk de waarheid wordt geloochend?
In hoeverre staat de Generale Synode nog achter de kerkorde? Laat u voortaan alles passeren, wat bepaalde gemeenten in strijd met de orde der kerk besluiten.
Waarom wel kindercommunie en geen wederdoop? Men zegt wel: alles mag, als er maar niet wordt geklaagd. Ondergraaft de Synode zo niet ieder gezag? Moet er met het oog op de gezagsvraag, die ook onder ons volk aan de orde is, niet een woord door de kerk worden gesproken, waarmee ook binnen de kerk wordt gerekend?
Wordt de Hervormde Kerk niet steeds sterker in gevaar gebracht door wat sommigen wel eens smalend 'de Radenrepubliek' hebben genoemd, omdat de Raden hun eigen leven zijn gaan leiden. Kan er t.a.v. de gemeenschapscrisis niet worden opgemerkt, dat de gemeenschap met de gemeente van Christus hier vaak te veel ontbreekt? Waarom zou men hierover niet duidelijk de visie van de gemeente vragen, die verontrust is over de verzelfstandiging van vele kerkelijke raden en over de communicatiemiddelen, de vormingscentra en inzonderheid Kerk en Wereld, dat een geheel eigen leven gaat leiden en steeds losser komt van de kerk en zeker van het kerkvolk.
5. T.a.v. de structuren.
Het modewoord in de grote steden en soms ook op het platteland is herstructurering, schaalvergroting. Het aantal predikantsplaatsen loopt zienderogen terug. De financiële nood neemt toe en op deze noemer wordt alles geschoven. Maar daarachter schuilt de geestelijke nood: het experiment gaat boven het gewone werk, het pastoraat is in verachting.
Ds. Kaptein gaat rond met allerlei adviezen. Staat het moderamen hier achter? Er wordt aan nieuwe structuren gewerkt. Welke kant gaat het op? Mag de kerk weten van en betrokken zijn in en mededenken over dat wat bedacht wordt? Welke kant wil men uit: episcopaal, independent, hotelkerk? Ook hierin is de dialoog voor de toekomst der kerk onmisbaar.
6. De ring vraagt zich af of de vertegenwoordiging in de kerk nog overeenstemt met de werkelijkheid. De bevolkingssamenstelling is sinds 1950 wel sterk veranderd, ook als men let op de enorme groei van de Randstad.
7. De ring maakt zich zorgen over het nieuwe gezangboek, dat binnenkort zal worden aangeboden. Verschillende geliefde liederen worden weggelaten. Waarom wordt deze bundel niet als de nieuwe psalmberijming aan de grondvergaderingen ter consideratie aangeboden (ook aan de nieuwe psalmberijming werkten andere kerken mee)?
Is het niet mogelijk, die liederen op te nemen, die adhaesie krijgen van meer dan 100 gemeenten? Waarom moet het piëtisch lied, zoals men het belieft te noemen, worden uitgezuiverd. Is het aanbieden van deze bundel zonder enige raadpleging van de gemeente wel een juist beleid?
8. Verband met andere kerken. Ziet men ook naar de kleinere kerken, met name de Chr. Geref. Kerk en andere kerken.
9. In het artikel: Welke kant gaan wij op, schrijft ds. Landsman in Hervormd Nederland, dat de meer revolutionaire houding op den duur wel eens onvermijdelijk zou kunnen blijken te zijn, als alle pogingen tot geleidelijke verandering ook in de jaren zeventig niet tot resultaten zouden leiden. Mogen de grondvergaderingen der kerk zich daarover dan ook uitspreken en bezinnen, voordat er uitspraken komen, die in grote geledingen negatieve reacties wekken, zoals dat in het verleden vaak geschiedde.
De ring Ridderkerk
(Met instemming geven we de vragen van de ring Ridderkerk hier weer. Wel zetten we een vraagteken bij de opmerking over de wederdoop in punt 4. Wat over de gezangen gezegd wordt in punt 7 kan onze instemming hebben, ook al wijzen we zelf de gezangen in de eredienst af. De Redactie)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 september 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's