De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De huwelijksbevestiging (III)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De huwelijksbevestiging (III)

6 minuten leestijd

De reformatorische opvatting

We moesten wel uitvoerig stilstaan bij de r.k. huwelijksbevestiging en inzegening, omdat we anders niet kunnen begrijpen hoe de gang van zaken zo is geworden in het Protestantisme zoals ons dat in ons oude huwelijksformulier wordt voorgehouden.

De overheid in Nederland en andere landen beschouwde de Hervormde predikant veelszins als opvolger van de pastoor en daarmee eigenlijk tevens als ambtenaar van de burgerlijke stand (zie bij Van Apeldoorn, blz. 85 en 89).

Daarbij moest het die overheid wel grote voldoening geven dat de geref. religie krachtig het beginsel van openbaarheid voorstond. Naar de Hervormde leer konden de officiële plechtigheden niet achterwege blijven en moesten deze beslist in het midden der gemeente geschieden.

Omgekeerd waren de predikanten minder gelukkig met deze opvattingen der overheid. Moesten zij het huwelijk van personen, die afkerig waren van de geref. leer, ook in het midden der gemeente bevestigen en inzegenen? Wel was thans de geref. religie de enige officiële, maar er waren toch ook de andere religies, de zogenaamde 'gepermitteerde' zoals de Lutherse en de Doopsgezinde en de zogenaamde 'getolereerde', met name de r.k. Niet alleen voor het geweten van deze gezindten, ook voor de geref. predikanten werd het moeilijk als zij op last der overheid in het midden van hun gemeente diegenen moesten bevestigen, die in 't geheel niet tot haar behoorden en afkerig en vijandig waren.

Van Luther en Calvijn af hadden de Hervormden geleerd dat het huwelijk een zaak van natuurlijke orde is en dat openbare bevestiging van alle huwelijken niet door de kerk maar door de overheid diende te geschieden (vgl. Luthers Traubüchlein uit 1529 en Calvijns Institutie IV 19, 34).

Hiertoe is het in ons land niet kunnen komen gedurende de republiek der Ver. Nederlanden, maar wel werd het al meer de gewoonte dat de niet-hervormden zich bij de overheid konden vervoegen of bij de notaris, hoewel dit laatste al spoedig, als zijnde in strijd met de waardigheid van het huwelijk, werd afgeschaft.

Op sommige plaatsen kregen de aanhangers van de gepermitteerde godsdiensten toestemming zich tot hun eigen voorgangers te wenden en in de Generaliteitslanden mochten tot 1656 de r.k. zelfs nog trouwen voor de pastoor, 't Is opmerkelijk dat A. Kuyper in zijn Gemeene Gratie (dl. III blz. 356—358 en 365 en 371) en ook W. Geesink in zijn Ethiek (dl. II, blz. 282 en 392/3), die zich verre willen houden van alle overheidsbemoeienis, geheel in strijd met de Hervormers het niet passend vinden dat de overheid de huwelijken wel voltrekt. Zij willen uiteraard voor de kerkelijke belijders alleen weer het kerkelijk huwelijk, iets wat de r.k. Van Overveldt in zijn dissertatie ook verdedigt en met instemming aan het eind van zijn pleidooi voor facultatief kerkelijk of burgerlijk huwelijk aanhaalt. Kuyper zegt ook, dat hij behalve in de sacramentsopvatting van het huwelijk waarbij volgens Rome geloof en heiligheid door het sacrament bevestigd worden, niet veel van de r.k. leer verschilt.

Geheel anders dan door deze neo-Calvinistische auteurs wordt de nadruk op het religieuze karakter van de huwelijksvoltrekking gelegd door iemand als A.A. van Ruler, in de bundel Pro regno pro Sanctuario van 1950 (blz. 430 en 437).

De voltrekking door de overheid verdedigt hij juist met klem, waarbij hij dan vindt dat, niet naar willekeur door een ambtenaar der burgerlijke stand, maar door de overheid zelf dat religieuze karakter nadrukkelijk tot gelding moet worden gebracht.

Kerk en overheid

Tijdens de republiek was 't nu zo, dat — niet met de inzegening, die de niet-Hervormden ten gemeentehuize uiteraard geheel niet hadden — maar wel met de bevestiging de predikanten een handeling verrichten die juridische betekenis had.

Wel erkenden ook de Hervormden dat het huwelijk tot stand komt door de wederzijdse toestemming, de consensus mutuus uitgesproken door de verba de praesenti, maar daarnaast leerden zij dat het daarmee nog niet voltooid is.

Met dat contract sloten of tewel 'contraheerden' de trouwenden hun huwelijk.

Bij de bevestiging was het de predikant die het huwelijk voltrok. Dat gebeurde weliswaar vanuit het besef dat de Heere de eigenlijke bevestiger is, zoals ook de Heere de eigenlijke gever van de zegen is. In het formulier luidt immers de voorafgaande aanspraak tot de trouwenden: 'zo wille onze Heere God uw voornemen bevestigen', of zoals de bevestigingswoorden luiden: 'de Vader der barmhartigheid verbinde u ... enz.

Thans kon de solemnisatie dus niet ontbreken.

Anders dan bij Rome was zonder bevestiging of voltrekking het huwelijk niet 'compleet'. Enkel passieve tegenwoordigheid van de predikant was niet genoeg. Hij nam met het uitspreken van die officiële bevestigingswoorden een actief aandeel in het tot stand komen van een huwelijk. Kerk en overheid gingen immers in het Protestantisme van de gedachte uit dat het huwelijk wel in de eerste plaats een zaak was van twee mensen, doch niet uitsluitend.

Waar het huwelijk niet buiten de omringende samenleving en maatschappij omgaat is het toch ook een zaak van derden. En dan niet slechts van kerkelijke of burgerlijke overheid, maar van de samenleving in haar geheel.

Degenen, die in de kerk trouwden deden bij de kerkeraad, bij voorkeur bij de predikant, aangifte. En dat het een zaak was niet van het bruidspaar alleen bleek dan reeds want dat moest geschieden in tegenwoordigheid van twee of drie geloofwaardige getuigen, liefst bloedverwanten of vrienden. In ieder geval moest het zijn met toestemming, wil en medeweten van ouders en voogden en vrienden, dat zij zich bij de ondertrouw tot de huwelijke staat begaven, zoals ook ons huwelijksformulier ons voorhoudt. Dan sloten zij door hun ja-woord het huwelijk en stonden in ondertrouw. Zij konden hiervan niet meer terug. Het huwelijk was nu gesloten maar het moest nog bevestigd worden. En nu werd het helemaal duidelijk dat het ook een zaak van derden was, een publieke zaak. Het moest vóór de bevestiging drie malen worden afgekondigd. Met de aangifte, oftewel het aantekenen, diende men 'geboden' te laten doen. Gebod is de daad van het bekend maken. Zondagse geboden, oftewel afkondigingen, in de kerk voor de Hervormden, en marktdaagse geboden voor de anderen. Zo stonden de ondertrouwden 'onder de geboden'.

Was dat in Holland, en later ook in Groningen, niet gebeurd, dan werd het huwelijk zonder meer nietig verklaard. En bleek dat er bezwaren, o.a. verboden graden, een nog bestaand vorig huwelijk, trouwbeloften aan een ander, te jeugdige leeftijd enz., dan konden de burgerlijke overheid of haar rechtbanken, in samenwerking met het publiek dat haar de kennis van bezwaren verschafte, doen wat de ondertrouwden zelf niet konden, nl. het huwelijk ongeldig verklaren. (Hier blijkt een inconsequentie. Waarom dit wel door de overheid en de voltrekking niet?)

Immers zij konden hun bij de ondertrouw gesloten huwelijk, ook al deden zij dit met wederzijdse overeenstemming, niet verbreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

De huwelijksbevestiging (III)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's