De Heere in Jeruzalem
'De Heere uw God is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.' Zefanja 3:17
Is de profeet ineens zo veranderd? Zijn profetieën hebben een heel andere toon gekregen. De sombere voorspellingen van het gericht zijn gevolgd door vrolijke gezangen van bevrijding. Daarstraks klaagde hij nog over zijn volk, over zijn stad: 'Zij hoort naar de stem niet, zij neemt de tucht niet aan, zij vertrouwt niet op de Heere, tot haar God nadert zij niet'. Nu bemoedigt hij datzelfde volk, diezelfde stad: 'Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, Israël...'
Is dat volk dan soms veranderd? Ja, dat ook wel. Eerst was het een rijk en verrijkt volk, en die rijkdom had het zich echt niet altijd even eerlijk verworven. Daar heeft de profeet het zijne van gezegd! Nu is het een ellendig en een arm volk. Het vertrouwt niet meer op zichzelf, het vertrouwt nu op de Heere. De HEERE... Hij is in elk geval niet veranderd! Hij woonde toen in Jeruzalem, Hij woont er nu nòg. We horen het de profeet nog zeggen: 'De rechtvaardige Heere is in het midden van haar' (vers 5). Nú horen we het hem wéér zeggen: 'De Heere uw God is in het midden van u ...'
Ja, en toch is er verschil. Tóen werd Zijn aanwezigheid nauwelijks opgemerkt. Tóen dachten en zeiden de inwoners van Jeruzalem: 'Hij doet geen goed en Hij doet geen kwaad'. Tóen was Hij de stille Aanschouwer van alle zonden en van alle onrecht binnen de muren van Jeruzalem. Tóen was Zijn aanwezigheid een aanklacht, een protest tegen de goddeloosheid en de schaamteloosheid van Zijn volk.
Nu is Hij er nòg, maar op een andere manier. Hoor maar — wat een verschil! Eerst was het: 'De rechtvaardige Heere is in het midden van haar...' Nú is het: 'De Heere uw God is in het midden van u...' De Verbondsrelatie is hersteld. De rechtvaardige Heere, Hij is weer de Heere uw God...
En dat is nu de enige reden waarom er zoveel veranderd is, èn bij de profeet, èn bij het volk. Want profeten zijn geen grillige waarzeggers, die vandaag iets kwaads voorspellen en morgen weer iets goeds! En het volk is niet zo bereidwillig, dat het gisteren nog in de zonde leefde en vandaag weer de Heere wil dienen. Nee, het komt allemaal van die God, Die te Jeruzalem woont; van die God, Die trouwe houdt tot in eeuwigheid, al is Zijn volk ook nòg zo ontrouw geweest! Hij zal Zijn volk niet eindeloos kastijden!
Laten de vijanden daar goed rekening mee houden. 'De Heere uw God is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal...'
Hij komt niet als een rechtvaardige Rechter, als een grimmige Wreker, de zonde bezoeken en straffen. Hij komt als een sterke Held, om Zijn volk van de vijanden te verlossen!
We denken hier even aan de terugkeer uit Babel. Straks, als de Heere Zijn volk in de verdrukking heeft gebracht, dan zal Hij de verdrukker verbrijzelen. Als de verwoesters het verwoesten zullen volbracht hebben, zullen ze zelf verwoest worden. Maar we kijken verder. Want Israël wordt verlost door de Heere met een eeuwige verlossing! We horen het Hem zeggen, door de mond van een andere profeet: 'Ik ben het Die in gerechtigheid spreek. Die machtig ben te verlossen. Want de dag der wraak was in Mijn hart en het jaar van Mijn verlosten was gekomen.'
Waar moet die Verlosser vandaan komen? Wáár is de sterke Man, Die koperen deuren kan verbreken en ijzeren grendels in stukken kan slaan? Bekende vragen dringen zich aan ons op: 'Kunnen we onszelf verlossen? Kunnen andere mensen, engelen misschien, onze verlossers zijn? Nee? Wat moeten we dan voor een Middelaar en Verlosser zoeken? '
We hoeven er geen te zoeken, er is er al Eén. 'Ik heb hulp besteld bij een Held'. Nee, op het eerste gezicht ziet Hij er niet zo heldhaftig uit. Hij heeft de gestalte van een dienstknecht, van een slaaf aangenomen. Hij draagt geen schild en geen zwaard. Als de Minste der mensen komt Hij Jeruzalem binnen. Als de Onwaardigste der mensen wordt Hij Jeruzalem uitgeleid. Alle legerscharen van de hel honen Hem: 'Indien Gij de Christus zijt, verlos Uzelf...' Alle gevangenen vragen zich af: 'Is dàt mijn Koning? Is dàt de Held, Die verlost? ' Ja, Hij is het toch... Hij is het Die verlost heeft, Die ook nu verlost en Die verlossen zàl.
Gevangenen, verdrukten, hóórt u het? Een Held, Die verlossen zal... Ja, zegt zo'n ex-gevangene: ' 'k Lag machteloos gebonden, Gij komt en maakt mij vrij ...' Dat is een blijdschap! Ja, voor Hem óók! 'Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap'. Dat is onbegrijpelijk... Dat de verlosten zich verheugen over hun Verlosser, dat kunnen we nog volgen. Maar dat de Verlosser verheugd is over de verlosten, wie kan dat verstaan? Daar is maar één antwoord op: Aanbiddend zwijgen en zwijgend aanbidden.
Trouwens, de Held Zelf doet dat ook: zwijgen. 'Hij zal zwijgen in Zijn liefde'. Hij heeft wel meer gezwegen, maar dat zwijgen was benauwend. Toen schreeuwden die gevangenen, die verdrukten naar de zwijgende hemel: 'Zwijg niet, o God, houdt U niet als doof!'
Nú zwijgt Hij weer. Zwijgt Hij misschien over de zonde? Ja, daar spreekt Hij niet meer over, daar denkt Hij niet meer aan. De zonde is uit het midden van Jeruzalem weggedaan, geworpen in een zee van eeuwige vergetelheid.
Maar het zwijgen is nòg dieper. Zijn oor kan geen beschuldiging meer horen. 'Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods?' Zijn mond kan geen beschuldiging uitspreken. Hij vindt in gunst en niet in wraak Zijn lust... Er is alleen maar die stille, zwijgende, woordenloze blijdschap. De blijdschap over de verloren zoon, die teruggekeerd is in het Vaderhuis. De blijdschap over de bruid, die gebracht is in het huis van de Bruidegom.
En dat zwijgen breekt dan toch weer uit in een jubelzang. 'Hij zal Zich over u verheugen met gejuich'.
Maar in dat verheugde juichen blijft Hij niet alléén. Hoor zo'n verloste maar eens zingen: 'Hij heeft een nieuw lied in mijn mond gegeven, een lofzang voor onze God'. En anderen zullen meejuichen, want 'velen zullen het zien en vrezen en op de Heere vertrouwen'.
Kent u die Held niet, kent u die Verlosser niet, weet u er niet van, door Hem te zijn bevrijd? Dan kunt u misschien wel zingen, maar het zijn geen vrolijke gezangen van bevrijding. Dan zullen uw liederen eindigen in een eeuwige weeklacht.
Bent u een gebondene? Er zal verlossing komen. Zingt u alleen maar klaagliederen? Hij zal het loflied in uw hart en op uw lippen leggen.
Een eeuwige lofzang over een eeuwige verlossing. 'Want de vrijgekochten des Heeren zullen wederkeren en te Sion komen met gejuich en eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen, vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefenis en zuchting zullen wegvlieden'.
Rectificatie: In de meditatie van vorige week is een zin weggevallen, waardoor juist het omgekeerde werd afgedrukt van wat werd bedoeld. Op pag. 319, 2e kolom, 25e regel, staat: 'Dat betekent dus niet dat ze zich als ellendigen, als ballingen hebben leren kennen'. Hier had moeten, staan: 'Dat betekent dus niet dat ze altijd maar in de ellende zitten. Dat betekent wèl dat ze zich als ellendigen, als ballingen hebben leren kennen'. Onze excuses daarvoor. De drukker.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's