Petrus Immens
Zijn leven en werk
II
De vorige maal zagen we iets van Immens' preekwerk, catechisatie en godsdienstonderwijs op de latijnse school. Naast deze arbeid was hij een trouwe zieleherder. 'Hij had een zeer grote bekwaamheid om met alle liefde, zachtmoedigheid, bescheidenheid en ernst, zielen voor de eeuwigheid te bereiden', aldus ds. Willemsen in zijn 'voorrede'.
En hij vervolgt: de Here gaf hem er velen, die — gelijk zij hier reeds zijn blijdschap waren — hierna ook eens zijn zullen zijn kroon in Christus' dag. Tot zover het citaat. Hij beleefde zelf wat hij anderen predikte. De gemeenschap met den Here door het geloof was bij Immens een levende werkelijkheid. Hij wist van de verborgen omgang, van 'ontmoetingen' met den Here. Eens was hij in Poortvliet, een gemeente op het eiland Tholen. Zijn broer was daar predikant. Toen deze broer in Poortvliet stierf, ging hij er heen. Tijdens zijn verblijf daar bij die gelegenheid wandelde hij. Onderweg was het hem of hem werd toegeroepen: Zacheüs, haast u en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven. Immens antwoordde in zijn hart: Here, ik ben niet waardig dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen. Hij ging naar huis in de eenzaamheid. En daar heeft hij de nabijheid des Heren 'op zulk een gevoelige en nadrukkelijke wijze' ondervonden, dat hij het nooit vergeten kon en het niet onder woorden brengen kon.
Verder heeft hij ruimschoots zijn deel gehad aan de moeiten van dit leven. Wie de levensbeschrijving van Immens en anderen uit de 17e eeuw leest, komt diep onder de indruk van het hoge sterftecijfer van kinderen en jonge mensen. Dit hangt samen met de gebrekkige medische ontwikkeling van die tijd. In verband daarmee zien we bij velen een diep-afhankelijk leven. In onze tijd met zijn vele mogelijkheden op medisch gebied, zijn operaties, zijn voorzorgsmaatregelen lopen we gevaar, dat we dit afhankelijk leven kwijt raken en dat we de gedachte aan de dood ver van ons af zetten. De ernst van dit korte leven wordt dan niet meer zo beseft zoals toen, toen men dagelijks in de gezinnen dichter bij ziekte en dood leefde dan nu. Denkt u eens in, dat operaties, die wij nu lichte operaties noemen, toen niet mogelijk waren. Overigens gaat dit voorgaande slechts betrekkelijk op. Want al maken we nog zoveel mee, als we niet innerlijk vernieuwd worden, blijven we er dezelfde onder. Dat was in de 17e eeuw zo, dat is nu zo.
In dit verband zien we dat weliswaar in de bestrijding van ziekten grote vorderingen gemaakt worden, maar dat andere ziekten weer sterker opdringen. Terwijl het aantal slachtoffers in het verkeer op de weg zo groot wordt, dat hier de omvang bereikt wordt van een nationale ramp.
En daarom is het leerzaam voor ons in de 20e eeuw om uit de levensbeschrijving van een man als Immens te zien hoe hij 'in alle uitkomsten van 's Heren voorzienigheid over hem, toonde lust te hebben het Lam na te volgen, waar het hem voorging, ook in wegen, die met doornen meer dan met rozen bezaaid waren' volgens Willemsen.
Eens werd het erg moeilijk voor hem. Zijn vrouw, Katharina de Smit, en 3 van zijn kinderen werden hem in 'weinige weken' ontnomen door de dood. Denkt u eens in, wat dat geweest is: zijn vrouw en 3 kinderen te moeten verliezen binnen enkele weken. Maar hij was in die weg van beproeving 'voor God zo stil, zo ootmoedig, zo verloochend, dat hij met de uiterste bedaardheid zeide: Hij is de Here. Al beliefde het Hem mij tot stof te vermalen, ik heb niets te zeggen; Zijn doen is majesteit en heerlijkheid'.
Maar de beproeving was daarmee niet ten einde. Enkele jaren later stierf zijn enige zoon en naamgenoot Petrus. De jongen was nog geen 20 jaar. Vader Immens had gehoopt, dat deze jongen later predikant zou worden, omdat hij meende te zien dat zijn zoon al jong den Here vreesde. Ook bij het smartelijk verlies van deze jongen werd hij stil voor God. Hij zei met Job: zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden, ik leg mijn hand op mijn mond. (Job 39:37). Over deze tekst uit Job preekte hij de eerste keer na de dood van zijn zoon.
Hij maakte een gedicht na het overlijden van zijn zoon dat a.v. begint:
’O zwaar' en bitt'ren stond, door dien gevreesden slag.'
En verderop in dit gedicht lezen we:
Dit echter troost mij nog in dit zo treurig scheiden,/ dat hem Gods goede Geest vooraf wou voorbereiden,/ om wel te sterven, toen de Heer Zelf tot hem kwam / met Zijn genade, en hij tot Jezus toevlugt nam,/ toen 's hemels gunst, naar maat van 't meerd'ren zijner jaren, / ook Zijn genadelicht meer in hem op deed klaren.
Genade is geen erfgoed. Maar de Here wil wel van het onderwijs en de wandel van godvrezende ouders gebruik maken, om in het hart van de kinderen te werken. En in dat opzicht was Immens diep doordrongen van zijn roeping om het evangelie te prediken en toe te passen naar elks leeftijd en omstandigheden, zowel in de gemeente als in het gezin. Zijn huis werd een Bethel. 'Hij ging zijn kinderen, die de Here hem gegeven had, en zijn huisgenoten steeds voor in het gezet lezen van 's Heren Woord, in het gemeenzaam onderwijzen uit en naar hetzelve, in het vriendelijk vermanen, in het ernstig waarschuwen.' Dit bleef niet ongezegend. Het echtpaar Immens had 8 kinderen. Van enkelen van hen is bekend dat ze al jong tot geloof kwamen.
In 1709 was Immens ernstig ziek. Ieder vreesde dat het sterven worden zou. 'Gedurende de ziekte was hij zeer opgewekt en ondervond veel van 's Heren liefde'. Na zijn herstel deed hij daardoor aangespoord met temeer ijver en toewijding zijn werk.
18 november 1720 is hij overleden. Vijftien dagen vóór zijn dood hield hij zijn laatste preek over zondag 7 van de Heidelbergse catechismus. Hij preekte toen met zoveel ernst en bewogenheid, dat sommigen dachten, dat dit wel eens zijn laatste preek kon zijn. En inderdaad werd hij van die dag af minder. De volgende zondag wilde hij 's middags nog preken. Maar het ging niet meer. Hij was nog maar nauwelijks begonnen of hij werd onwel en moest afbreken. Veel heeft hij de laatste dagen nog geleden. 'Maar hij was zeer stil en gelaten, ook gelovig werkzaam en uitziende naar den Here, ingenomen met een reikhalzend verlangen om ontbonden te worden en met Christus te zijn' zoals Willemsen vertelt.
Ds. Immens is 56 jaar geworden. Hij werd in de Oostkerk begraven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 september 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's